Maand in woord en beeld: juli #1

Juni eindigde er en juli begon er, in die schone Zwitserse bergen. Het zijn niet de makkelijkste weken tegenwoordig, maar bergdagen, die doen altijd deugd…

Dag 182 – Mijn hart wilde naar boven, mijn hoofd wist dat in de vallei blijven voorlopig de enige gezonde optie is. Gelukkig was het ook daar ongelooflijk mooi 😉

Val d’Hérens (Le petit requin)

Dag 183 – Inwendig vloeken toen ik de groep uitzwaaide die begon aan de bergcursus die ik normaal ook ging volgen (maar moest uitstellen naar volgend jaar door die stomme vitaminetekorten); genieten van de wandeling van Arolla naar Les Haudères door de Val d’Hérens die ik in de plaats deed

Val d’Hérens (Le petit requin)

Dag 184 – Om een dag later alweer uitgeput in de zetel te hangen #langleveseries #fuckdatlijfvanmij

The Handmaid's Tale (Le petit requin)

Dag 185 – Slechte foto van een goede moestuinoogst 😜 Inclusief mijn allereerste zelfgekweekte warmoes!

Le petit requin

Dag 186 – Binnenkort opnieuw verhuizen = opruimen, uitsorteren, overbodige spullen naar de Brocki brengen

Brocki Zürich (Le petit requin)

Dag 187 – Ik dacht: laat ik anders eens tv gaan kijken in een tv-studio 😜 #srf #brabel

SRF Studio (Le petit requin)

Dag 188 – In de Sihlvallei geloven ze duidelijk niet dat één steen voldoende is om de loop van een rivier te veranderen en smijten ze er dan maar meteen een hele hoop rotsen erin 😉 (zie dag 100 om te weten hoe het ervoor uitzag)

Sihl (Le petit requin)

Dag 189 – Sunday evening reading group in het Irchelpark

Irchelpark Zürich (Le petit requin)

Dag 190 – Hoera voor Frau Walder die 36 jaar geleden de aanleg van een paar parkings tegenhield omdat ze “haar groententuin niet wil opgeven”. Wel jammer dat het nu toch van dat gaat zijn #bouwaktenuitpluizen

Le petit requin

Dag 191 – Hield ik het de afgelopen weken bij een iets subtielere variant met één Belgische en één Zwitserse duimnagel, dan ging ik voor Frankrijk-België volledig los

Le petit requin

Dag 192 – Picknicken aan het meer van Zürich en verrast worden door een mooie, met de hand geknoopte structuur in het station 😍

Zürichsee/Gaia Mother Tree Zürich HB (Le petit requin)

Dag 193 – Ik blijf het bizar vinden dat mijn keuken geen enkel schuif heeft. Dat daardoor dit hoekje ontstaan is, vind ik dan weer best gezellig 🙂

Le petit requin

Dag 194 – Nog een dikke maand en dan wordt dit mijn tuin. Tot aan het hekje, al voelt het nog vijf keer groter door het zicht erachter ♥

Le petit requin

Dag 195 – In de enige officieel tweetalige stad van Zwitserland wachten op de trein om in het Franstalige deel mijn broer terug te zien!

Bahnhof Biel/Bienne (Le petit requin)

Dag 196 – La Chaux-de-Fonds, stad met straffe urbanisatie en mooie architecturale debuten 🙂 #maisonblanche #lecorbusier

Maison Blanche La Chaux-de-Fonds (Le petit requin)

Dag 197 – Verjaardagscadeau van mijn broer ♥

Honger! (Le petit requin)

Waarom ik bleef

Een jaar geleden was het, vorige week. Dat ik niet alleen de toekomst verloor die ik dacht te hebben, maar plots ook alleen kwam te staan, in dit Zwitserland dat ondertussen het mijne geworden is, maar tegelijk nog zo vaak vreemd is. Nina van Liquid skies vroeg mij een tijdje geleden waarom ik na de breuk niet teruggekeerd ben naar België: was het werk daarin doorslaggevend, was het enkel de liefde voor Zwitserland of speelde er toch nog iets anders?

Geen makkelijke vraag, want eerlijk gezegd ben ik in die eerste dagen vooral meegegaan met de flow. Ik heb er absoluut aan gedacht om terug te keren, maar eigenlijk is dat beperkt gebleven tot de eerste twee à drie dagen. Toen zat ik er immers compleet door en had ik zo nood aan mijn familie dat het mij niet mogelijk leek om 700km van hen verwijderd te zijn. Maar op het ergste moment naar daar vertrekken, een paar dagen uithuilen in hun armen en leuke dingen doen met hen, bleek voldoende om die eerste klap op te vangen. Sowieso moest ik ook wel terug, want ik had op het werk een tijdelijk contract getekend dat liep tot eind juli, op dat moment nog drie weken. Ik ben daar kwaad om geweest op J., omdat ik het gevoel had dat hij mij in die situatie gebracht had, dat hij die keuze in mijn plaats gemaakt had: hij had in mei immers gewacht mij te vertellen dat hij verliefd was op E. tot ik terug gestart was met werken omdat ik dan tenminste een inkomen had en dus hier kon leven zonder hem, maar zag daarbij over het hoofd dat hij mij daarmee vastzette voor drie maanden… Nu ja, uiteindelijk, was het wat het was en als ik écht absoluut weg gewild had op dat moment, dan had ik altijd wel een manier kunnen vinden om dat contract te verbreken.

Maar dat deed ik niet en dus keerde ik terug. Dat ik dankzij een collega meteen kon verhuizen, deed veel: zo werd ik immers niet continu geconfronteerd met hem en ons appartement dat het onze niet meer was. Voor de rest zijn die weken eigenlijk in een soort waas voorbij gegaan: verhuizen, werken, wenen, slapen. Repeat. En skypen met het thuisfront, dat ook. Hoe zij op een soort stand by stonden, waardoor ik op elk moment wanneer ik daar nood aan had – en dat was vaak – wel iemand kon bellen… Temidden van die waas kwam echter ook het besef: “hey, ik sta hier nog, ik ben nog altijd aan het werk, ik leef”. En met dat besef ook een realisatie. Zwitserland was dan misschien wel voornamelijk zijn keuze – omdat hij het land al kende en hier werk vond -, het verhuizen naar het buitenland was dat niet. Ik wilde dat al já-ren, realiseerde het een eerste, beperkte keer met mijn Erasmusuitwisseling en wist sindsdien met zekerheid dat ik ooit terug zou vertrekken. Dat ik in hem iemand vond die dat ook zag zitten, maakte de stap natuurlijk makkelijker, maar daarom niet minder de mijne.

Bovendien, en dit gaat misschien hard klinken voor sommigen, wat wachtte er op mij in België? Mijn familie, ja, absoluut. Zij zijn en blijven de enige reden dat ik de optie dat ik ooit nog terugkeer, open houd.
Maar werk, dat had ik er niet meer en hoewel ik het inhoudelijk graag deed – liever dan wat ik nu doe -, ben ik kapot vertrokken in het bureau waar ik toen werkte. Zou ik daar nog terug willen? Iets anders zoeken? Ik weet het niet.
Een huis, dat had ik er ook niet meer. Mijn eerste woonst in Brussel, die voelde niet echt goed. En mijn tweede, tja, dat was zijn appartement. Ja, ik had een tijdje kunnen intrekken bij mijn ouders; mijn broer en zijn vriendin – toen net op zoek naar een appartement – stelden zelfs voor om samen iets te zoeken. Maar iets in mij voelde aan dat ik nood had aan een plek voor mijzelf, of ik die nu hier of daar moest zoeken.
Vrienden, ja, die heb ik er. Maar, hoe jammer ik het ook vind, het zijn er weinig. Niet meer dan ik er hier heb. Het is iets dat mij vaak pijn doet, maar ik blijk geen goed mens voor vriendschappen – of misschien heb ik gewoon nog maar zelden de juiste mensen ontmoet. Dit is niet het moment om daarover te schrijven – misschien doe ik dat later nog wel eens -, maar dus ook daar: terugkeren naar vrienden betekende evenzeer vrienden achterlaten.
Het ding is: België was mijn thuis. Maar het is dat nu niet meer. Dus waarom zou ik er terugkeren?

En misschien nog het belangrijkste van alles: niet meteen terugkeren, betekende niet dat ik nooit nog kon terugkeren. Ook al maakte ik  de keuze om te blijven, moest dat tegenvallen alleen, dan kon ik die keuze altijd weer omkeren. Want keuzes zijn niet definitief, beslissingen staan niet vast. Teruggaan naar België, blijven in Zwitserland, verhuizen naar een ander land… het was allemaal mogelijk en dat gaf eigenlijk vooral een enorme rust.

Le petit requin

Heb ik schrik gehad of het alleen zou lukken? Absoluut. Maar tegelijk gaf het feit dat ik overeind bleef mij genoeg zelfvertrouwen om die angsten tegemoet te treden i.p.v. er voor weg te lopen. Want wat was het alternatief: mijn angsten laten winnen en mogelijk de rest van mijn leven spijt hebben van mijn keuze?

En dus luisterde ik naar mijn hart. Een hart dat mij liet weten hoe het verlangde naar de rust en ruimte van dit nieuwe land. Een hart dat sprongetjes maakte en maakt bij de schoonheid van de natuur hier. Een hart dat mij liet weten dat ik hier een nieuwe thuis aan het opbouwen was, met vrienden, met werk, met hobby’s… Ook de – zeer aanwezige – rationele persoon in mij zag geen reden om te vertrekken: ik kon geld lenen als buffer – al heb ik het uiteindelijk nooit nodig gehad, het gaf zo’n rust te weten dat het er was -, ik koos een appartement dat ik zeker kon betalen (wat geen evidentie is hier) en ik ging op het werk vragen om onmiddellijk een contract van onbepaalde duur te krijgen i.p.v. eerst nog eens een tijdelijk contract te moeten doorlopen, zodat ook daar onrust en onzekerheid verdwenen.

Het zijn zware maanden geweest. Maanden waarin ik mijzelf vragen stelde die ik tevoren niet stelde. Misschien had moeten stellen, misschien soms liever had laten rusten. Maar het zorgde ervoor dat naar boven kwam wat belangrijk is. Wat essentieel is, wat dat niet is. Ook al ben ik er nog niet, het is mij wel duidelijker geworden welke weg ik wil gaan. Ik ben er kwetsbaarder door geworden, maar ook zoveel rijker.

Ik ben bang geweest. Ik ben het soms nog. Maar de basis zit goed en dus ben ik gegaan voor mijn droom. Leef ik die nu. Het is geen perfecte droom, dat niet. Maar het is wel de mijne.

De boeken van juni 2018

Hoewel onbedoeld, lijkt 2018 wel het jaar van de non-fictie te gaan worden nu ongeveer de helft van wat ik dit jaar al las uit die categorie bestaat. Van de zes boeken die ik in juni las, waren er amper twee echte fictie:

Joëlla Opraus en Nathalie van Wingerden, De financiële detox

De financiële detox (Joëlla Opraus en Nathalie van Wingerden)

Eerlijk is eerlijk: ik ben nooit heel erg geïnteresseerd geweest in financiën. Toen ik vorig jaar echter een eigen appartement wilde huren en dus een veel grotere uitgavenlast zou hebben, besloot ik alles bij te houden in een budgetprogramma. Het voelt nog steeds als een half mirakel, maar een dik half jaar later, vind ik het niet alleen nog steeds heel plezant om met die cijfertjes bezig te zijn, maar zorgt het ook voor een overzicht en rust die ik tevoren nooit had. Niet dat ik toen geldstress had, maar eigenlijk deed ik maar wat…

Het merendeel van de beschreven tips uit dit boek pas ik ondertussen dan ook al toe (exact weten wat er binnenkomt en uitgaat, welke administratie wel/niet bewaren bijvoorbeeld), zodat ik de “detox” van zes weken grotendeels kon overslaan. Andere tips waren dan weer handig om meer inzicht in mijn eigen geldgedrag te krijgen.

Welke overtuigingen heb jij jezelf aangemeten als het om geld gaat? Ofwel aan welke verwachtingen vind jij zelf dat je financieel gezien moet voldoen?

Met andere tips was ik het niet eens, bijvoorbeeld dat het voldoende is om je budget drie maanden bij te houden. Zo zou ik voor minstens een jaar gaan, want elk seizoen brengt bepaalde specifieke kosten met zich mee (de zomervakantie bij gezinnen met kinderen, kosten voor lidmaatschappen die vaak allemaal in het begin van het jaar komen…).
Het hoofdstuk “praten over geld” gaf wat nieuwe inzichten, al is het maar omdat dat tussen J. en mij achteraf bekeken best wel een probleem was (hallo schuldgevoel omdat je werkloos bent en niets binnenbrengt).

Bespreek ook met je partner hoe jullie het financieel willen regelen, mocht er ooit iets gebeuren. Dat kan bijvoorbeeld zijn wanneer jullie besluiten om niet meer met elkaar verder te gaan, of wanneer een van jullie komt te overlijden. Juist omdat je van elkaar houdt, is het goed om daarover na te denken. Je wilt toch het beste voor je partner.

Wel vond ik het heel jammer dat je op de website van de auteurs verplicht wordt om je e-mailadres te geven om de – nochtans interessant lijkende – test over je geldtype te doen. Al bij al een meestal leuk (op het bij momenten overdreven “hippe” taalgebruik na, met vroegâh als irritant hoogtepunt), vlot geschreven én informatief boek. Gezien mijn relatie met het thema is dat al een prestatie op zich 😉

Huub Buijssen, Als een dierbare depressief is

Als een dierbare depressief is (Huub Buijssen)

Op zich is dit boek beter geschikt voor mensen in mijn omgeving, maar vooraleer het aan te raden, wilde ik het toch eerst zelf eens lezen.

Het is belangrijk dat je contact houdt. Ook als het contact met je depressieve familielid voor je gevoel veel stroever verloopt dan anders en óók als je naaste er geen blijk van geeft dat hij het contact waardeert. Houd ook contact als je daartoe steeds zelf het initiatief moet nemen. Tijdens een depressie gelden even andere wetten: je familielid kan het niet helpen dat hij opgesloten zit in zichzelf en zelf nauwelijks in staat is tot het nemen van initiatieven. Het is niet een kwestie van ‘niet willen’, maar van ‘niet kunnen’.

Huub Buijssen geeft in dit boek uitleg over hoe iemand met depressie zich voelt – beschrijvingen waar ik mij regelmatig in kon vinden – en biedt handvatten voor de naasten, zodat zij kunnen helpen zonder zichzelf compleet weg te cijferen.

Vaak zijn je emoties verbonden met je depressieve familielid. Je kunt ze dan ook het best met hem bespreken. Sommige mensen laten dit achterwege omdat ze het idee hebben dat ze hiermee hun naaste belasten of omdat ze denken dat hij het toch niet begrijpt. Deze angsten zijn vaak ongegrond. Vaak is het bespreken van je gevoelens wel degelijk mogelijk en is het familielid in staat echt te luisteren. Het kan een opening zijn naar meer wederzijds begrip en toenadering.

Hoewel de tips soms voor de hand liggen, maken ze wel de essentie uit van wat nodig is om zelf niet te verdrinken terwijl je iemand anders aan land probeert te krijgen. Zo is het bijvoorbeeld heel belangrijk dat je, ondanks dat je kan helpen, niet de rol van een dokter of therapeut opneemt. Dat ben je namelijk niet en je mag een relatie niet laten verworden tot die van hulpbehoevende en zorgverlener.

‘Ik wil niet dat je me helpt. Ik wil dat je bij me bent. […] Ik heb geen inwonende therapeut nodig. Ik heb behoefte aan een echtgenoot. […] Als ik je vertel hoe rot ik me voel, wil ik niet samen met jou mijn medicijnen nagaan, ik wil geen antwoord hoeven geven op jouw vragen, ik wil niet proberen het allemaal onder woorden te brengen. Ik wil niet luisteren naar peppraatjes, of naar een hele reeks adviezen. […] Je hoeft me alleen maar vast te houden. Bij me komen zitten. Je arm om me heen slaan. Luisteren terwijl ik mijn best doe je te vertellen hoe het voelt, zonder dat jij het nodig vindt alles in een logisch klinisch commentaar samen te vatten. Ik verwacht niet van je dat je me beter maakt. Ik weet dat je dat niet kunt. Maar ik denk dat jij het idee hebt dat je, als je je maar genoeg inspant, me wel beter kunt maken.’

Voltaire, Candide

Candide (Voltaire)

Dit boekje stond al een hele tijd ongelezen in mijn kast, maar dankzij de Verbeelding boekenclub toog ik eindelijk aan het lezen in dit boek, waarin Voltaire zijn zeer satirisch antwoord op de zogenaamde these van Leibniz geeft. Deze Duitse filosoof opperde namelijk het optimistische idee dat de huidige wereld de beste van alle mogelijke werelden is (ah ja, als het beter kon, dan had God dat toch wel gedaan zekers…). De naïeve hoofdpersoon Candide groeit op in een kasteel en gelooft zijn leermeester – en sterk aanhanger van Leibniz – blindelings. Tot hij in de echte wereld terechtkomt, een wereld met oorlogen, onderdrukking en slavernij, lelijkheid en onrecht.

Ceux qui ont avancé que tout est bien ont dit une sottise: il fallait dire que tout est au mieux.

Ondanks de ouderdom, was dit boek bij momenten best wel grappig, al was ik blij met de broodnodige historische context in de voetnoten; bepaalde “actualiteiten” uit het boek waren mij immers totaal onbekend. Dat waren overigens de enige momenten waarop ik besefte dat het boek wel degelijk ouder is dan het tijdens het lezen aanvoelde; voor de rest leest het namelijk ongelooflijk vlot. Ik denk niet dat ik het nog opnieuw ga lezen, daarvoor was het niet goed genoeg, maar ik ben wel blij dat ik het eindelijk gelezen heb.

Waris Dirie, Mijn woestijn

Mijn woestijn (Waris Dirie)

Ik las dit boek voor het eerst in het laatste jaar van het middelbaar en het maakte toen een grote indruk op mij. Dertien jaar later vond ik het boek minder aangrijpend dan toen, hoewel het deel over Waris Diries leven als nomade in Somalië en haar besnijdenis absoluut de moeite waard is. Onderstaand citaat is niet voor gevoelige zielen, maar toont perfect aan waarom dit “ritueel” pure verminking is.

Toen voelde ik dat mijn vlees werd weggesneden, mijn geslacht. Ik hoorde het geluid van het botte mesje dat heen en weer zaagde door mijn huid. Wanneer ik eraan terugdenk, kan ik me echt niet voorstellen dat dit met mij is gebeurd. Ik heb het gevoel alsof ik het over iemand anders heb. Op geen enkele manier kan ik uitleggen hoe dit voelt.

Na het eerste deel over haar “woestijnleven” volgde een iets te lang uitgesponnen middendeel over haar leven als model. Het laatste deel over haar werk als UN-ambassadrice had dan weer veel uitgebreider gemogen. De – dan weer vrij monotone, dan weer kinderlijke – schrijfstijl sprak mij minder aan, maar dat neemt niet weg dat het de moeite waard is om dit boek te lezen. Omdat de inhoud te belangrijk is. Omdat het vreselijk is dat ook vandaag nog zovele meisjes sterven of voor het leven verminkt worden bij een ritueel dat, ja, waarvoor dient? Het is gruwelijk om te lezen, maar het is nog veel gruwelijker dat het nog steeds gebeurt.

Waris Dirie, Onze verborgen tranen

Onze verborgen tranen (Waris Dirie)

Meteen na Mijn woestijn las ik dit theoretischer vervolg. In Onze verborgen tranen vertelt Dirie niet zozeer haar eigen verhaal, als wel dat van de meisjes die in Europa leven, maar toch besneden worden: in Europa door een professionele arts of een overgevlogen midgaan, op vakantie in Afrika… De cijfers – ondertussen weliswaar meer dan tien jaar oud – zijn schokkend en ook vandaag nog lopen volgens het Europees Instituut voor Gendergelijkheid 180 000 vrouwen en meisjes in de EU het risico besneden te worden! Hoewel de situatie langzaam verbetert, wordt op de website van UNICEF duidelijk dat er nog veel werk aan de winkel is, in Europa, maar ook in de landen waar de praktijk zijn oorsprong vindt: werden in 1985 51% van de meisjes besneden, dan was dat in 2016 nog 37%. Beter, ja, maar nog bijlange niet genoeg!

Dirie gaat in op de redenen – religieus en cultureel – voor FGM (female genital mutilation), onderzoekt wie de slachtoffers en de daders zijn en wat soort wetgeving er in de verschillende Europese landen bestaat.

Oorspronkelijk was het een overgangsritueel dat de volwassenheid inluidde en feestelijk werd gevierd (net als bij de besnijdenis van mannen). De gedachte erachter is in veel gebieden verloren gegaan, maar de ingreep op zich wordt nog wel uitgevoerd. FGM is in deze culturen voorwaarde voor een huwelijk; niet-besneden vrouwen worden beschouwd als onrein en als hoeren en worden niet opgenomen in de gemeenschap. Als redenen noemt men: de kuisheid van de vrouw, de zekerheid dat ze maagd blijft tot aan het huwelijk, hygiëne, esthetiek, gezondheid. In veel landen denkt men dat onbesneden vrouwen geen kinderen kunnen baren en dat het contact met de clitoris voor de pasgeborene dodelijk is.

Hoewel ik het straf blijf vinden dat ze haar verhaal naar buiten gebracht heeft en zo duizenden meisjes een stem gegeven heeft, in dit boek vond ik haar stem jammer genoeg vaak eerder storen dan bijdragen. Zo is haar houding bij momenten zeer inconsequent: eerst heeft FGM niets met de Islam te maken, dan weer wel; Nederland is zowel een voorbeeld van een gelukte als een mislukte multiculturele samenleving… Jammer, want voor de rest is dit boek heel informatief.

Dimitri Verhulst, Spoo Pee Doo

Spoo Pee Doo (Dimitri Verhulst)

Net zoals Godverdomse dagen op een godverdomse bol is Spoo Pee Doo een lange, razende tirade: dit keer niet rechtstreeks tegen de wereld, wel als de marginale en sarcastische visie van een dronkaard. Een “typische” Verhulst dus, wat ik graag lees. Alleen klopte wat ik las niet met wat de flaptekst aankondigde: daar lijkt het boek immers te gaan “over de botsing tussen godsdienstfanatisme en vrijheden, van wat dan ook”.

Een expert ben je nooit geweest, volgens een Zweedse sociaal psycholoog, zijn naam ontsnapt je even, moet een mens tienduizend uren ervaring hebben in iets alvorens hij zich expert mag noemen. De helft van de Zweedse mannelijke bevolking heet Anders Ericsson, de andere helft heet Eric Andersson, laat ons gokken dat de bedenker van de tienduizendurentheorie Anders heet, voor zover het allemaal belang heeft, want onnozel is die theorie natuurlijk wel. Wat je wou zeggen: tienduizend uren heb jij waarschijnlijk nog niet bij elkaar geschaakt, en het zal nog maar moeten blijken of jij jezelf überhaupt in iets expert mag noemen. Tienduizend uren roken, tienduizend uren koffiedrinken, tienduizend uren dromerig door het raam staren, de drie zijn perfect te combineren. Tienduizend uren schrijven en daar ontevreden over zijn. Tweehonderdtachtigduizend en enige uren als wees op de wereld.

Ik had het verhaal uiteindelijk sterker gevonden zonder de aanslag, als een pure dronkemansnacht met alle meer en minder zin makende overdenkingen die er bij horen… Nu voldeed het niet helemaal aan mijn (te) hoge verwachtingen. Gelukkig bleek dat enkel te gelden voor het boek en niet voor mijn nieuwe e-reader, die met dit boek gedoopt werd 😉

Bron afbeeldingen: Goodreads

Silberstreifen juni

Ook in juni bleef het fysiek en, deels daardoor, mentaal moeilijk gaan, waardoor focussen op de goede momenten en grappige dingen-des-levens dubbel zo belangrijk was. Gelukkig waren ze in veelvoud aanwezig afgelopen maand:

  • Mijn moeder mee haar verjaardagscadeau kunnen geven (i.p.v. via skype te kijken 😉 ) en zien dat ze er blij mee is
  • In de knutselafdeling rondwandelen en zien dat er niet alleen trouwpoppetjes te vinden zijn voor een man en een vrouw, maar ook voor twee vrouwen of twee mannen
Le petit requin
Er is zeker nog verbetering mogelijk, want bij de grote poppetjes zijn er enkel man-vrouw-opties. Maar elk stapje vooruit telt 🙂
  • Mijn nieuwe dokter in Winterthur: nadat ik verhuisde naar Winterthur, zocht ik een nieuwe huisartsenpraktijk, maar het is toch altijd afwachten of het klikt met een nieuwe dokter. Gelukkig bleek ze én goed te luisteren én liefst eerst met niet al te zware medicatie te werken (hoestsiroop op plantaardige basis, niet meteen antibiotica, zo’n dingen), maar tegelijk toch ziekteverlof voor te schrijven toen het echt nodig was (en neen, op zich is ziekteverlof zeker geen geluk, maar op dat moment voelde het wel zo aan, want ik was zo opgelucht te “mogen” slapen en rusten)
  • Behalve de dokter zelf, ben ik overigens ook heel content met de praktijk: nood aan een uitgebreid bloedonderzoek, ECG en een röntgenfoto? Ok, dan doen we dat toch gewoon meteen en morgen bespreken we de resultaten! Zo veel efficiënter en daardoor rustiger dan afspraken bij verschillende diensten in een ziekenhuis te moeten maken en weken te moeten wachten vooraleer je alle resultaten hebt
  • Het “cactuskindje” dat superflink groeit en bij een andere cactus een beginnende bloem zien verschijnen
Le petit requin
’t Is een beetje een raar geval met al dat haar, maar ik ben desondanks benieuwd wat voor bloem er gaat uitkomen 🙂
  • Complimenten over mijn appartement krijgen van mogelijke geïnteresseerden
  • Dat appartement dat onmiddellijk verhuurd is (dit bezorgde mij weliswaar ook even een paniekaanval, want aargh, ik ga terug samenwonen en wat als het niet lukt en dan ben ik mijn schoon appartement kwijt dat zo’n beetje mijn safe place geworden is, en wat als ik dan terug moet verhuizen en ik heb daar geen energie voor en dat mag niet gebeuren en aaaargh… Gelukkig besefte ik dat al die dingen geregeld zijn – net om dit soort paniek te vermijden – en keek ik terug uit naar de verhuis. Of ja, naar de tuin die er daardoor gaat komen; die verhuis zelf hoop ik vooral snel achter de rug te hebben 🙂 )
  • Planken kunnen laten bijsnijden en zo weer een stapje dichter staan bij een paar DIY-ideeën
  • VIP-tickets voor de Formule E-Prix
Formule E-Prix Zürich (Le petit requin)
En daardoor in de pitlane mogen rondlopen!
  • Slapen in de zon langs het meer van Zürich en nadien pootjebaden in datzelfde meer
  • Mij ergeren aan een zagende en klagende eigenaar van een gebouw dat ik moet beoordelen en hem met een ironisch grapje op zijn plaats zetten. Verdekke! 😜
  • Plantaardige chocomelk mét plantaardige slagroom drinken
  • Ontdekken dat ik aardbeien kan laten wassen in de winkel wanneer ik ze meteen zou willen opeten 🙂

Le petit requin

  • De verbaasde of lachende gezichten van mensen op straat, wanneer ze mij op de fiets met tomatenstokken in mijn rugzak zien rondrijden
  • Vallen met de fiets, maar onmiddellijk geholpen worden een vriendelijke mountainbiker
  • Een kindje op de bus meermaals scheiss horen zeggen. Mij de bedenking maken dat het toch wat raar is dat de moeder daar niets op zegt en haar dan horen vragen ist es heiss? Ahum ja, die kleine was dus helemaal niet aan het vloeken, maar gewoon in het Zwitsersduits aan het zeggen dat iets heet was (het Hoogduitse ist heiss wordt in het Zwitsersduits isch heiss wordt snel uitgesproken scheiss).
  • Ondanks de chaos in station Winterthur door een ontspoorde trein, waardoor alles – in de spits – plat lag, toch geholpen worden door een supervriendelijke medewerkster (zelf zou ik al lang ironische grapjes zijn beginnen maken, vrees ik 😉 )
  • Ontdekken dat de volgende keer dat ik ergens te laat toekom, ik gewoon kan zeggen dat ik fundamenteel hoopvol ben 😉

Le petit requin

  • Zweefvliegtuigen zien opstijgen
  • Naar de voetbal kijken op café en op de kaart kunnen kiezen uit burgers aangepast aan de nationale voetbalteams. Mij even bedenken dat het toch wel een gemiste kans is om een Bicky Burger als Belgische burger te integreren, maar dan zien dat ze België eren op de bierkaart. Uiteraard…

Food World Cup Jack & Jo (Le petit requin)

  • Zalige zon in Boedapest
  • Kunnen afkoelen in een zwembad toen die zon iets té enthousiast begon te doen
  • Nick Cave zien. Derde keer ondertussen en de tweede keer op minder dan een jaar tijd. En desondanks: als ik zou kunnen, ik ging morgen terug. Die mens ♥
Nick Cave Budapest (Le petit requin)
We hadden zitplaatsen, maar toen door een val van een toeschouwer de band besliste om geen extra’s te spelen, daar dan echter – na een goed bericht van de ambulance – op terugkwam, terwijl iedereen naar buiten aan het stappen was, zagen we de bisnummers van op het middenplein. Ideaal om zo energiegewijs toch rustig te kunnen genieten van het concert, maar tegelijk ook de ervaring te hebben vlakbij de artiesten te kunnen komen…
  • Op mijn verjaardag gaan brunchen in het “nogal” gedecoreerde Café New York

Le petit requin

  • Langzaam, maar zeker de klim naar het Vrijheidsmonument kunnen doen. Ok, ik was aan het puffen gelijk zot en voelde mij eerder 3×31, maar hey, ik ben toch maar boven geraakt 🙂
  • Sessie 1 van Start to Run kunnen doen (dat ik mij waarschijnlijk forceerde en zo een paar dagen later terug rondliep met een zware hoest, negeren we even. Gewoon weer eventjes, al was het maar maximaal 3 minuten aan één stuk, terug kunnen lopen, was gewoon zaaaalig)

Le petit requin

  • Een massage krijgen na dat lopen
  • Afscheid nemen van Boedapest onder een zalige ondergaande zon en fantastisch mooie lucht
  • Lezen op mijn e-reader! (en voor die hard papierliefhebbers onder mijn lezers ongerust worden: nog altijd evenzeer hoera voor lezen in een papieren boek ook hoor 😉 )
  • De reden voor mijn vermoeidheid die eindelijk ontdekt wordt
  • De verpleegster die zich excuseert omdat ze maar niet in mijn ader geraakt en vervolgens verrast is, omdat ik haar zei “dat dat niks was en dat ze gerust nog wat mocht proberen i.p.v een collega te halen”. Blijkt dat als de opluchting over de diagnose groot genoeg is, mijn angst voor aders (en naalden) beter meevalt 🙂
  • Een mailtje krijgen om de kosten voor de rit naar België af te rekenen en lezen dat ik voor peace (een mistypte péage dus) 8 euro moet betalen. Antwoorden dat als ik geweten had dat vrede zou makkelijk te krijgen is, ik het al lang gekocht had 😉
  • In de bergen zijn en er de lucht opsnuiven
  • Een miniwandelingetje kunnen doen met zicht op gletsjers en eeuwige sneeuw

Gedicht: Nog een geluk dat

Zoals met de gek uit het grapje
die zich voortdurend met een hamer
op het hoofd sloeg, en naar de reden gevraagd, zei:
‘Omdat het zo prettig is als ik ermee ophou’ –
zo is het een beetje met mij. Ik ben ermee opgehouden
je te verliezen. Ik ben je kwijt.

Misschien is dat geluk: een geluk bij een ongeluk.
Misschien is geluk: nog een geluk dat.
Dat ik aan jou kan terugdenken, bv.,
in plaats van aan een ander.

(Herman De Coninck, Zolang er sneeuw ligt)