Oe is ‘t? (2)

Het bleef hier even stil (op een vooraf ingepland gedichtje na, dat achteraf bekeken zeer toepasselijk was), dus besloot ik een tweede “oe is ‘t” te schrijven, kwestie dat jullie terug mee zijn 🙂

  • bezig met: uitpakken. Jawel, ik ben ondertussen weeral verhuisd en hoewel ik dat de vorige keer ook zei, denk ik dat ik hier echt een hele tijd ga blijven 😉 . Doordat ik maar 200 meter verder verhuisde, blijven veel dingen zoals ze waren – winkels, route naar het werk, dagen waarop het afval buiten moet… – en dat maakt het wennen aan een nieuwe plek een pak makkelijker.
Le petit requin
Of ik veel verhuisd ben de afgelopen twee jaar? Goh… Rood was mijn verhuis met J. van het ene appartement in Gattikon naar het andere, blauw is de verhuis van een vriendin die dozen leende, groen is de verhuis van Winterthur 1 naar Winterthur 2, rood van Winterthur 2 naar Winterthur 3 en paars van Winterthur 3 naar Winterthur 4, waar ik nu dus woon. En dan ontbreekt dus nog de verhuis van Gattikon naar Winterthur 1, wegens toen weinig goesting om dozen te labelen… Valt wel mee toch? 😜
  • wennen aan: terug samen wonen. Ook al woonde ik maar negen maanden alleen en is het vooral leuk om terug samen te wonen; het is bij momenten ook wennen. Aan bepaalde dingen in huis (aluminium- en plasticfolie bijvoorbeeld, ik gebruik die dingen nooit en zie er ook echt het nut niet van in) en aan het feit dat ik niet meer zomaar mijn goesting kan doen. Vaak wel natuurlijk, maar als je samenwoont, is het logisch dat je wat meer afspreekt, bijvoorbeeld of en wanneer je weg gaat.
  • genieten van: de tuin bij ons appartement. Oh, wat een heerlijkheid om buiten in het groen en de stilte te zitten: kijken naar onze tuin en de weide erachter – waar de boer appels plukt -, wandelen langs en in het bos achter die weide, de mogelijkheid hebben om yoga te doen op een matje in de zon, terwijl de vogels tsjirpen en ik eikennootjes uit de eiken in onze tuin hoor vallen… Het appartement zelf is (gelukkig 😉 ) ook de moeite, maar die tuin alleen al maakt die hele verhuis – ook al was het maar 200m, alles inpakken moest toch gebeuren – meer dan de moeite waard!
Le petit requin
De weide en het bos gefotografeerd vanaf de achterzijde van onze tuin ♥
  • uitkijken naar: vakantie! We vertrekken zeer binnenkort voor twee weken naar Frankrijk, waar we een weekje alleen en een weekje samen met mijn broer en zijn vriendin gaan doorbrengen. De omgeving verkennen, fietsen, duiken, lui aan en in het zwembad hangen… zo veel goesting in!
  • lezen over: veel verschillende dingen. Op mijn nachtkastje liggen Herman De Coninck en Leo Bormans, daarnaast ben ik bezig in To the lighthouse en liggen er vier boeken over vrouwelijke architecten en stedenbouwkundigen op mijn bureau ter voorbereiding van het komende semester (een thema waar ik overigens keihard zin in heb, Vrouwen die bouwen!).

Wülflingen (Le petit requin)

  • kijken naar: Las chicas del cable op Netflix. Een serie die zich afspeelt in Madrid (hoera voor het horen van Spaans!) en gaat over vier vrouwen die zich – deels door hun werk – proberen vrij te vechten (hoera voor dit soort thema’s!). Ik heb nog maar een paar afleveringen gezien, maar voorlopig is het de moeite.
  • werken aan: mijn conditie. Nu mijn waardes na meerdere ijzerinfusies en bijna alle B12-injecties weer verbeterd zijn, kan ik ein-de-lijk terug sporten! Oh mannekes, zo hard dat ik dat gemist heb! Ook al gaat het traag, zijn de afstanden kort, moet ik heel erg opletten om niet over mijn toeren te gaan en is dat bij momenten frustrerend, het doet vooral gigantisch veel deugd.
Le petit requin
Ergens in de buurt van Freienstein-Teufen, langzaam maar zeker naar boven 🙂
  • gefrustreerd over: mijn gewicht. Ik neem het mijzelf – in tegenstelling tot vroeger – weliswaar niet kwalijk, want er zijn redenen voor (enerzijds medicatie, anderzijds niet kunnen sporten of regelmatig gezond koken door die energietekorten). Dat ik er continu vier maanden zwanger uitzie, die drie cijfertjes gevaarlijk dichtbij komen op de weegschaal en de helft van mijn kleren niet meer past, is één ding. Maar dat ik makkelijker last heb van mijn gewrichten bij het lopen, veel meer afzie op een klim met de fiets, bepaalde yogahoudingen nog amper (vloeiend) kan uitvoeren, dát stoort mij. Mijn lijf voelt gewoon niet meer gezond en dat wil ik niet!
  • geïnspireerd door: Richard Feynman en Emilie Wapnick, die mij respectievelijk met hun boek en TED-talk het gevoel gaven dat het helemaal niet erg is om veel interesses te hebben (in tegenstelling tot de vele “focus op één ding”-meningen). Ik ben gewoon een “Renaissance person”, nah 😉
  • nagenieten van: een – ondanks de gezondheidsproblemen – heerlijke zomer. Met bezoek van mijn broer in juli en mijn ouders in augustus. Met toch een paar uitstapjes naar de bergen. Met regelmatig plonzen in de meren en rivieren hier.
Le petit requin
Het deed – meer dan ik verwacht had – pijn om niet te kunnen deelnemen aan het Alpenbrevet. Maar terwijl mijn ouders en mijn vriend aan het afzien waren, genoot ik van een korte, dalende wandeling doorheen de Schöllenenschlucht, waar ik anders nooit tijd heb om een blik opzij te werpen, omdat ik mij op de afdaling met de fiets moet concentreren. ♫ Always look on the bright side of life ♫
  • proberen: mediteren op een kerkhof, begeleid door een zenmonnik. Ook al moest ik eerst vooral lachen bij het idee alleen al, uiteindelijk besliste ik het desondanks een kans te geven. Het mediteren zelf (40 en 30min; veel langer dan ik gewoon ben) was de moeite, maar het wandelingetje tussenin was niets voor mij (een monnik die continu – en zonder uit te leggen waarom – met een belletje aan het klingelen is, dat werkt vooral op mijn lachspieren blijkbaar…)
  • luisteren naar: Muzikale baanbreeksters op Klara. Interessant en inspirerend!
  • trots op: het feit dat ik bij mijn psycholoog aan de alarmbel trok. De impact van mijn vitaminetekorten begon zich immers niet enkel lichamelijk, maar ook mentaal te wreken. Op het werk in slaap vallen op het toilet, mijn werk niet meer gedaan krijgen… het gaf meer stress dan ik kon verwerken en dus bleef ik anderhalve maand thuis. Het strenge stemmetje in mijn hoofd had makkelijk kunnen zeggen dat dit wéér falen was, wéér eens mislukken, maar op een of andere manier sprak enkel het zachte stemmetje en besefte ik dat ik voor het eerst inzag dat ik hulp nodig had vóór ik compleet uit de bocht ging. Hoeraatjes voor mijzelf, zeker? 🙂 Sinds begin september ben ik terug aan het werk, maar nog even aan een lager percentage.
Le petit requin
De Steingletsjer ♥ Ik deed er meer dan dubbel zo lang over als anders om boven te komen, maar mijn hart en hoofd verlangden naar deze plek. Of hoe ik temidden van een hele hoop andere wandelaars en klimmers toch helemaal alleen tot rust kwam…

Gedicht: Evenwicht

Ik val, ik val
net niet, ik sta, ik sta mijn
mannetje, ik hou toch
stand, ik hou me
goed, herstel, o nee, ik val, ik
val opnieuw, wiebel, wankel, struikel
even, kom weer overeind, nee, nú val
ik echt, ik val lelijk tegen, glij
tegen de grond, bijna, zwaai
weer recht, sta
weer pal mijn mannetje zo stevig
op de benen, au, o nee, ik
hou het niet meer
vol, zwaai wiegend nog
even, armen wijd
en treurig grijnzend, molenwieken
piepen, knarsend struikel ik, ik val, ik val
tegen maar kom
met scheve grijns weer overeind.

(Lidy Van Marissing, Zoek de lege gebieden)

Maand in woord en beeld: juli #1

Juni eindigde er en juli begon er, in die schone Zwitserse bergen. Het zijn niet de makkelijkste weken tegenwoordig, maar bergdagen, die doen altijd deugd…

Dag 182 – Mijn hart wilde naar boven, mijn hoofd wist dat in de vallei blijven voorlopig de enige gezonde optie is. Gelukkig was het ook daar ongelooflijk mooi 😉

Val d’Hérens (Le petit requin)

Dag 183 – Inwendig vloeken toen ik de groep uitzwaaide die begon aan de bergcursus die ik normaal ook ging volgen (maar moest uitstellen naar volgend jaar door die stomme vitaminetekorten); genieten van de wandeling van Arolla naar Les Haudères door de Val d’Hérens die ik in de plaats deed

Val d’Hérens (Le petit requin)

Dag 184 – Om een dag later alweer uitgeput in de zetel te hangen #langleveseries #fuckdatlijfvanmij

The Handmaid's Tale (Le petit requin)

Dag 185 – Slechte foto van een goede moestuinoogst 😜 Inclusief mijn allereerste zelfgekweekte warmoes!

Le petit requin

Dag 186 – Binnenkort opnieuw verhuizen = opruimen, uitsorteren, overbodige spullen naar de Brocki brengen

Brocki Zürich (Le petit requin)

Dag 187 – Ik dacht: laat ik anders eens tv gaan kijken in een tv-studio 😜 #srf #brabel

SRF Studio (Le petit requin)

Dag 188 – In de Sihlvallei geloven ze duidelijk niet dat één steen voldoende is om de loop van een rivier te veranderen en smijten ze er dan maar meteen een hele hoop rotsen erin 😉 (zie dag 100 om te weten hoe het ervoor uitzag)

Sihl (Le petit requin)

Dag 189 – Sunday evening reading group in het Irchelpark

Irchelpark Zürich (Le petit requin)

Dag 190 – Hoera voor Frau Walder die 36 jaar geleden de aanleg van een paar parkings tegenhield omdat ze “haar groententuin niet wil opgeven”. Wel jammer dat het nu toch van dat gaat zijn #bouwaktenuitpluizen

Le petit requin

Dag 191 – Hield ik het de afgelopen weken bij een iets subtielere variant met één Belgische en één Zwitserse duimnagel, dan ging ik voor Frankrijk-België volledig los

Le petit requin

Dag 192 – Picknicken aan het meer van Zürich en verrast worden door een mooie, met de hand geknoopte structuur in het station 😍

Zürichsee/Gaia Mother Tree Zürich HB (Le petit requin)

Dag 193 – Ik blijf het bizar vinden dat mijn keuken geen enkel schuif heeft. Dat daardoor dit hoekje ontstaan is, vind ik dan weer best gezellig 🙂

Le petit requin

Dag 194 – Nog een dikke maand en dan wordt dit mijn tuin. Tot aan het hekje, al voelt het nog vijf keer groter door het zicht erachter ♥

Le petit requin

Dag 195 – In de enige officieel tweetalige stad van Zwitserland wachten op de trein om in het Franstalige deel mijn broer terug te zien!

Bahnhof Biel/Bienne (Le petit requin)

Dag 196 – La Chaux-de-Fonds, stad met straffe urbanisatie en mooie architecturale debuten 🙂 #maisonblanche #lecorbusier

Maison Blanche La Chaux-de-Fonds (Le petit requin)

Dag 197 – Verjaardagscadeau van mijn broer ♥

Honger! (Le petit requin)

Waarom ik bleef

Een jaar geleden was het, vorige week. Dat ik niet alleen de toekomst verloor die ik dacht te hebben, maar plots ook alleen kwam te staan, in dit Zwitserland dat ondertussen het mijne geworden is, maar tegelijk nog zo vaak vreemd is. Nina van Liquid skies vroeg mij een tijdje geleden waarom ik na de breuk niet teruggekeerd ben naar België: was het werk daarin doorslaggevend, was het enkel de liefde voor Zwitserland of speelde er toch nog iets anders?

Geen makkelijke vraag, want eerlijk gezegd ben ik in die eerste dagen vooral meegegaan met de flow. Ik heb er absoluut aan gedacht om terug te keren, maar eigenlijk is dat beperkt gebleven tot de eerste twee à drie dagen. Toen zat ik er immers compleet door en had ik zo nood aan mijn familie dat het mij niet mogelijk leek om 700km van hen verwijderd te zijn. Maar op het ergste moment naar daar vertrekken, een paar dagen uithuilen in hun armen en leuke dingen doen met hen, bleek voldoende om die eerste klap op te vangen. Sowieso moest ik ook wel terug, want ik had op het werk een tijdelijk contract getekend dat liep tot eind juli, op dat moment nog drie weken. Ik ben daar kwaad om geweest op J., omdat ik het gevoel had dat hij mij in die situatie gebracht had, dat hij die keuze in mijn plaats gemaakt had: hij had in mei immers gewacht mij te vertellen dat hij verliefd was op E. tot ik terug gestart was met werken omdat ik dan tenminste een inkomen had en dus hier kon leven zonder hem, maar zag daarbij over het hoofd dat hij mij daarmee vastzette voor drie maanden… Nu ja, uiteindelijk, het was wat het was en als ik écht absoluut weg gewild had op dat moment, dan had ik altijd wel een manier kunnen vinden om dat contract te verbreken.

Maar dat deed ik niet en dus keerde ik terug. Dat ik dankzij een collega meteen kon verhuizen, deed veel: zo werd ik immers niet continu geconfronteerd met hem en ons appartement dat het onze niet meer was. Voor de rest zijn die weken eigenlijk in een soort waas voorbij gegaan: verhuizen, werken, wenen, slapen. Repeat. En skypen met het thuisfront, dat ook. Hoe zij op een soort stand by stonden, waardoor ik op elk moment wanneer ik daar nood aan had – en dat was vaak – wel iemand kon bellen… Temidden van die waas kwam echter ook het besef: “hey, ik sta hier nog, ik ben nog altijd aan het werk, ik leef”. En met dat besef ook een realisatie. Zwitserland was dan misschien wel voornamelijk zijn keuze – omdat hij het land al kende en hier werk vond -, het verhuizen naar het buitenland was dat niet. Ik wilde dat al já-ren, realiseerde het een eerste, beperkte keer met mijn Erasmusuitwisseling en wist sindsdien met zekerheid dat ik ooit terug zou vertrekken. Dat ik in hem iemand vond die dat ook zag zitten, maakte de stap natuurlijk makkelijker, maar daarom niet minder de mijne.

Bovendien, en dit gaat misschien hard klinken voor sommigen, wat wachtte er op mij in België? Mijn familie, ja, absoluut. Zij zijn en blijven de enige reden dat ik de optie dat ik ooit nog terugkeer, open houd.
Maar werk, dat had ik er niet meer en hoewel ik het inhoudelijk graag deed – liever dan wat ik nu doe -, ben ik kapot vertrokken in het bureau waar ik toen werkte. Zou ik daar nog terug willen? Iets anders zoeken? Ik weet het niet.
Een huis, dat had ik er ook niet meer. Mijn eerste woonst in Brussel, die voelde niet echt goed. En mijn tweede, tja, dat was zijn appartement. Ja, ik had een tijdje kunnen intrekken bij mijn ouders; mijn broer en zijn vriendin – toen net op zoek naar een appartement – stelden zelfs voor om samen iets te zoeken. Maar iets in mij voelde aan dat ik nood had aan een plek voor mijzelf, of ik die nu hier of daar moest zoeken.
Vrienden, ja, die heb ik er. Maar, hoe jammer ik het ook vind, het zijn er weinig. Niet meer dan ik er hier heb. Het is iets dat mij vaak pijn doet, maar ik blijk geen goed mens voor vriendschappen – of misschien heb ik gewoon nog maar zelden de juiste mensen ontmoet. Dit is niet het moment om daarover te schrijven – misschien doe ik dat later nog wel eens -, maar dus ook daar: terugkeren naar vrienden betekende evenzeer vrienden achterlaten.
Het ding is: België was mijn thuis. Maar het is dat nu niet meer. Dus waarom zou ik er terugkeren?

En misschien nog het belangrijkste van alles: niet meteen terugkeren, betekende niet dat ik nooit nog kon terugkeren. Ook al maakte ik  de keuze om te blijven, moest dat tegenvallen alleen, dan kon ik die keuze altijd weer omkeren. Want keuzes zijn niet definitief, beslissingen staan niet vast. Teruggaan naar België, blijven in Zwitserland, verhuizen naar een ander land… het was allemaal mogelijk en dat gaf eigenlijk vooral een enorme rust.

Le petit requin

Heb ik schrik gehad of het alleen zou lukken? Absoluut. Maar tegelijk gaf het feit dat ik overeind bleef mij genoeg zelfvertrouwen om die angsten tegemoet te treden i.p.v. er voor weg te lopen. Want wat was het alternatief: mijn angsten laten winnen en mogelijk de rest van mijn leven spijt hebben van mijn keuze?

En dus luisterde ik naar mijn hart. Een hart dat mij liet weten hoe het verlangde naar de rust en ruimte van dit nieuwe land. Een hart dat sprongetjes maakte en maakt bij de schoonheid van de natuur hier. Een hart dat mij liet weten dat ik hier een nieuwe thuis aan het opbouwen was, met vrienden, met werk, met hobby’s… Ook de – zeer aanwezige – rationele persoon in mij zag geen reden om te vertrekken: ik kon geld lenen als buffer – al heb ik het uiteindelijk nooit nodig gehad, het gaf zo’n rust te weten dat het er was -, ik koos een appartement dat ik zeker kon betalen (wat geen evidentie is hier) en ik ging op het werk vragen om onmiddellijk een contract van onbepaalde duur te krijgen i.p.v. eerst nog eens een tijdelijk contract te moeten doorlopen, zodat ook daar onrust en onzekerheid verdwenen.

Het zijn zware maanden geweest. Maanden waarin ik mijzelf vragen stelde die ik tevoren niet stelde. Misschien had moeten stellen, misschien soms liever had laten rusten. Maar het zorgde ervoor dat naar boven kwam wat belangrijk is. Wat essentieel is, wat dat niet is. Ook al ben ik er nog niet, het is mij wel duidelijker geworden welke weg ik wil gaan. Ik ben er kwetsbaarder door geworden, maar ook zoveel rijker.

Ik ben bang geweest. Ik ben het soms nog. Maar de basis zit goed en dus ben ik gegaan voor mijn droom. Leef ik die nu. Het is geen perfecte droom, dat niet. Maar het is wel de mijne.

De boeken van juni 2018

Hoewel onbedoeld, lijkt 2018 wel het jaar van de non-fictie te gaan worden nu ongeveer de helft van wat ik dit jaar al las uit die categorie bestaat. Van de zes boeken die ik in juni las, waren er amper twee echte fictie:

Joëlla Opraus en Nathalie van Wingerden, De financiële detox

De financiële detox (Joëlla Opraus en Nathalie van Wingerden)

Eerlijk is eerlijk: ik ben nooit heel erg geïnteresseerd geweest in financiën. Toen ik vorig jaar echter een eigen appartement wilde huren en dus een veel grotere uitgavenlast zou hebben, besloot ik alles bij te houden in een budgetprogramma. Het voelt nog steeds als een half mirakel, maar een dik half jaar later, vind ik het niet alleen nog steeds heel plezant om met die cijfertjes bezig te zijn, maar zorgt het ook voor een overzicht en rust die ik tevoren nooit had. Niet dat ik toen geldstress had, maar eigenlijk deed ik maar wat…

Het merendeel van de beschreven tips uit dit boek pas ik ondertussen dan ook al toe (exact weten wat er binnenkomt en uitgaat, welke administratie wel/niet bewaren bijvoorbeeld), zodat ik de “detox” van zes weken grotendeels kon overslaan. Andere tips waren dan weer handig om meer inzicht in mijn eigen geldgedrag te krijgen.

Welke overtuigingen heb jij jezelf aangemeten als het om geld gaat? Ofwel aan welke verwachtingen vind jij zelf dat je financieel gezien moet voldoen?

Met andere tips was ik het niet eens, bijvoorbeeld dat het voldoende is om je budget drie maanden bij te houden. Zo zou ik voor minstens een jaar gaan, want elk seizoen brengt bepaalde specifieke kosten met zich mee (de zomervakantie bij gezinnen met kinderen, kosten voor lidmaatschappen die vaak allemaal in het begin van het jaar komen…).
Het hoofdstuk “praten over geld” gaf wat nieuwe inzichten, al is het maar omdat dat tussen J. en mij achteraf bekeken best wel een probleem was (hallo schuldgevoel omdat je werkloos bent en niets binnenbrengt).

Bespreek ook met je partner hoe jullie het financieel willen regelen, mocht er ooit iets gebeuren. Dat kan bijvoorbeeld zijn wanneer jullie besluiten om niet meer met elkaar verder te gaan, of wanneer een van jullie komt te overlijden. Juist omdat je van elkaar houdt, is het goed om daarover na te denken. Je wilt toch het beste voor je partner.

Wel vond ik het heel jammer dat je op de website van de auteurs verplicht wordt om je e-mailadres te geven om de – nochtans interessant lijkende – test over je geldtype te doen. Al bij al een meestal leuk (op het bij momenten overdreven “hippe” taalgebruik na, met vroegâh als irritant hoogtepunt), vlot geschreven én informatief boek. Gezien mijn relatie met het thema is dat al een prestatie op zich 😉

Huub Buijssen, Als een dierbare depressief is

Als een dierbare depressief is (Huub Buijssen)

Op zich is dit boek beter geschikt voor mensen in mijn omgeving, maar vooraleer het aan te raden, wilde ik het toch eerst zelf eens lezen.

Het is belangrijk dat je contact houdt. Ook als het contact met je depressieve familielid voor je gevoel veel stroever verloopt dan anders en óók als je naaste er geen blijk van geeft dat hij het contact waardeert. Houd ook contact als je daartoe steeds zelf het initiatief moet nemen. Tijdens een depressie gelden even andere wetten: je familielid kan het niet helpen dat hij opgesloten zit in zichzelf en zelf nauwelijks in staat is tot het nemen van initiatieven. Het is niet een kwestie van ‘niet willen’, maar van ‘niet kunnen’.

Huub Buijssen geeft in dit boek uitleg over hoe iemand met depressie zich voelt – beschrijvingen waar ik mij regelmatig in kon vinden – en biedt handvatten voor de naasten, zodat zij kunnen helpen zonder zichzelf compleet weg te cijferen.

Vaak zijn je emoties verbonden met je depressieve familielid. Je kunt ze dan ook het best met hem bespreken. Sommige mensen laten dit achterwege omdat ze het idee hebben dat ze hiermee hun naaste belasten of omdat ze denken dat hij het toch niet begrijpt. Deze angsten zijn vaak ongegrond. Vaak is het bespreken van je gevoelens wel degelijk mogelijk en is het familielid in staat echt te luisteren. Het kan een opening zijn naar meer wederzijds begrip en toenadering.

Hoewel de tips soms voor de hand liggen, maken ze wel de essentie uit van wat nodig is om zelf niet te verdrinken terwijl je iemand anders aan land probeert te krijgen. Zo is het bijvoorbeeld heel belangrijk dat je, ondanks dat je kan helpen, niet de rol van een dokter of therapeut opneemt. Dat ben je namelijk niet en je mag een relatie niet laten verworden tot die van hulpbehoevende en zorgverlener.

‘Ik wil niet dat je me helpt. Ik wil dat je bij me bent. […] Ik heb geen inwonende therapeut nodig. Ik heb behoefte aan een echtgenoot. […] Als ik je vertel hoe rot ik me voel, wil ik niet samen met jou mijn medicijnen nagaan, ik wil geen antwoord hoeven geven op jouw vragen, ik wil niet proberen het allemaal onder woorden te brengen. Ik wil niet luisteren naar peppraatjes, of naar een hele reeks adviezen. […] Je hoeft me alleen maar vast te houden. Bij me komen zitten. Je arm om me heen slaan. Luisteren terwijl ik mijn best doe je te vertellen hoe het voelt, zonder dat jij het nodig vindt alles in een logisch klinisch commentaar samen te vatten. Ik verwacht niet van je dat je me beter maakt. Ik weet dat je dat niet kunt. Maar ik denk dat jij het idee hebt dat je, als je je maar genoeg inspant, me wel beter kunt maken.’

Voltaire, Candide

Candide (Voltaire)

Dit boekje stond al een hele tijd ongelezen in mijn kast, maar dankzij de Verbeelding boekenclub toog ik eindelijk aan het lezen in dit boek, waarin Voltaire zijn zeer satirisch antwoord op de zogenaamde these van Leibniz geeft. Deze Duitse filosoof opperde namelijk het optimistische idee dat de huidige wereld de beste van alle mogelijke werelden is (ah ja, als het beter kon, dan had God dat toch wel gedaan zekers…). De naïeve hoofdpersoon Candide groeit op in een kasteel en gelooft zijn leermeester – en sterk aanhanger van Leibniz – blindelings. Tot hij in de echte wereld terechtkomt, een wereld met oorlogen, onderdrukking en slavernij, lelijkheid en onrecht.

Ceux qui ont avancé que tout est bien ont dit une sottise: il fallait dire que tout est au mieux.

Ondanks de ouderdom, was dit boek bij momenten best wel grappig, al was ik blij met de broodnodige historische context in de voetnoten; bepaalde “actualiteiten” uit het boek waren mij immers totaal onbekend. Dat waren overigens de enige momenten waarop ik besefte dat het boek wel degelijk ouder is dan het tijdens het lezen aanvoelde; voor de rest leest het namelijk ongelooflijk vlot. Ik denk niet dat ik het nog opnieuw ga lezen, daarvoor was het niet goed genoeg, maar ik ben wel blij dat ik het eindelijk gelezen heb.

Waris Dirie, Mijn woestijn

Mijn woestijn (Waris Dirie)

Ik las dit boek voor het eerst in het laatste jaar van het middelbaar en het maakte toen een grote indruk op mij. Dertien jaar later vond ik het boek minder aangrijpend dan toen, hoewel het deel over Waris Diries leven als nomade in Somalië en haar besnijdenis absoluut de moeite waard is. Onderstaand citaat is niet voor gevoelige zielen, maar toont perfect aan waarom dit “ritueel” pure verminking is.

Toen voelde ik dat mijn vlees werd weggesneden, mijn geslacht. Ik hoorde het geluid van het botte mesje dat heen en weer zaagde door mijn huid. Wanneer ik eraan terugdenk, kan ik me echt niet voorstellen dat dit met mij is gebeurd. Ik heb het gevoel alsof ik het over iemand anders heb. Op geen enkele manier kan ik uitleggen hoe dit voelt.

Na het eerste deel over haar “woestijnleven” volgde een iets te lang uitgesponnen middendeel over haar leven als model. Het laatste deel over haar werk als UN-ambassadrice had dan weer veel uitgebreider gemogen. De – dan weer vrij monotone, dan weer kinderlijke – schrijfstijl sprak mij minder aan, maar dat neemt niet weg dat het de moeite waard is om dit boek te lezen. Omdat de inhoud te belangrijk is. Omdat het vreselijk is dat ook vandaag nog zovele meisjes sterven of voor het leven verminkt worden bij een ritueel dat, ja, waarvoor dient? Het is gruwelijk om te lezen, maar het is nog veel gruwelijker dat het nog steeds gebeurt.

Waris Dirie, Onze verborgen tranen

Onze verborgen tranen (Waris Dirie)

Meteen na Mijn woestijn las ik dit theoretischer vervolg. In Onze verborgen tranen vertelt Dirie niet zozeer haar eigen verhaal, als wel dat van de meisjes die in Europa leven, maar toch besneden worden: in Europa door een professionele arts of een overgevlogen midgaan, op vakantie in Afrika… De cijfers – ondertussen weliswaar meer dan tien jaar oud – zijn schokkend en ook vandaag nog lopen volgens het Europees Instituut voor Gendergelijkheid 180 000 vrouwen en meisjes in de EU het risico besneden te worden! Hoewel de situatie langzaam verbetert, wordt op de website van UNICEF duidelijk dat er nog veel werk aan de winkel is, in Europa, maar ook in de landen waar de praktijk zijn oorsprong vindt: werden in 1985 51% van de meisjes besneden, dan was dat in 2016 nog 37%. Beter, ja, maar nog bijlange niet genoeg!

Dirie gaat in op de redenen – religieus en cultureel – voor FGM (female genital mutilation), onderzoekt wie de slachtoffers en de daders zijn en wat soort wetgeving er in de verschillende Europese landen bestaat.

Oorspronkelijk was het een overgangsritueel dat de volwassenheid inluidde en feestelijk werd gevierd (net als bij de besnijdenis van mannen). De gedachte erachter is in veel gebieden verloren gegaan, maar de ingreep op zich wordt nog wel uitgevoerd. FGM is in deze culturen voorwaarde voor een huwelijk; niet-besneden vrouwen worden beschouwd als onrein en als hoeren en worden niet opgenomen in de gemeenschap. Als redenen noemt men: de kuisheid van de vrouw, de zekerheid dat ze maagd blijft tot aan het huwelijk, hygiëne, esthetiek, gezondheid. In veel landen denkt men dat onbesneden vrouwen geen kinderen kunnen baren en dat het contact met de clitoris voor de pasgeborene dodelijk is.

Hoewel ik het straf blijf vinden dat ze haar verhaal naar buiten gebracht heeft en zo duizenden meisjes een stem gegeven heeft, in dit boek vond ik haar stem jammer genoeg vaak eerder storen dan bijdragen. Zo is haar houding bij momenten zeer inconsequent: eerst heeft FGM niets met de Islam te maken, dan weer wel; Nederland is zowel een voorbeeld van een gelukte als een mislukte multiculturele samenleving… Jammer, want voor de rest is dit boek heel informatief.

Dimitri Verhulst, Spoo Pee Doo

Spoo Pee Doo (Dimitri Verhulst)

Net zoals Godverdomse dagen op een godverdomse bol is Spoo Pee Doo een lange, razende tirade: dit keer niet rechtstreeks tegen de wereld, wel als de marginale en sarcastische visie van een dronkaard. Een “typische” Verhulst dus, wat ik graag lees. Alleen klopte wat ik las niet met wat de flaptekst aankondigde: daar lijkt het boek immers te gaan “over de botsing tussen godsdienstfanatisme en vrijheden, van wat dan ook”.

Een expert ben je nooit geweest, volgens een Zweedse sociaal psycholoog, zijn naam ontsnapt je even, moet een mens tienduizend uren ervaring hebben in iets alvorens hij zich expert mag noemen. De helft van de Zweedse mannelijke bevolking heet Anders Ericsson, de andere helft heet Eric Andersson, laat ons gokken dat de bedenker van de tienduizendurentheorie Anders heet, voor zover het allemaal belang heeft, want onnozel is die theorie natuurlijk wel. Wat je wou zeggen: tienduizend uren heb jij waarschijnlijk nog niet bij elkaar geschaakt, en het zal nog maar moeten blijken of jij jezelf überhaupt in iets expert mag noemen. Tienduizend uren roken, tienduizend uren koffiedrinken, tienduizend uren dromerig door het raam staren, de drie zijn perfect te combineren. Tienduizend uren schrijven en daar ontevreden over zijn. Tweehonderdtachtigduizend en enige uren als wees op de wereld.

Ik had het verhaal uiteindelijk sterker gevonden zonder de aanslag, als een pure dronkemansnacht met alle meer en minder zin makende overdenkingen die er bij horen… Nu voldeed het niet helemaal aan mijn (te) hoge verwachtingen. Gelukkig bleek dat enkel te gelden voor het boek en niet voor mijn nieuwe e-reader, die met dit boek gedoopt werd 😉

Bron afbeeldingen: Goodreads