Verbeelding Read-a-thon

De laatste tijd heb ik mij weer helemaal in het lezen gestort, getuige daarvan ook de maand november waarin ik zeven boeken las. Zeven, dat is geleden van zo lang geleden dat ik zelfs niet meer weet van wanneer het geleden is.
Ondertussen leerde ik ook de voordelen van Goodreads kennen (na een mislukte poging vorig jaar, toen ik het vooral pure chaos vond) en sloot er mij aan bij de Verbeelding boekenclub, opgericht door Kathleen van – duh – Verbeelding. In september organiseerde ze al eens een Read-a-thon (ofte lees zoveel mogelijk in één week tijd), maar aangezien die doorging in de week waarin mijn broer en zijn vriendin op bezoek kwamen, zou het nogal asociaal geweest zijn om dan mee te doen 🙂

Readathon (Verbeelding)

Komende week gaat echter de tweede Read-a-thon door en dit keer doe ik wel mee!
Op de planning staan:

  • Er ist wieder da: de debuutroman van Timur Vermes, over Hitler die ontwaakt in het hedendaagse Duitsland.
  • Woesten van Kris Van Steenberge: opnieuw een debuutroman, die blijkbaar heel erg de moeite zou zijn. Dit boek is bovendien ook een van de decemberboeken van bovenstaande boekclub, dus twee vliegen in één klap.
  • Hasse Simonsdochter van Thea Beckman: for old times’ sake, want al een paar keer gelezen, maar de laatste lezing dateert toch alweer van een aantal jaar geleden.

In Er ist wieder da heb ik momenteel 114 van de 396 pagina’s gelezen; ik hoop dit boek tegen het einde van de week uit te lezen. Daarnaast wil ik ofwel Woesten ofwel Hasse Simonsdochter volledig uitlezen en beginnen in het andere. In het ideale geval lees ik ze alledrie uit, maar aangezien we dan spreken over bijna 1000 pagina’s waarvan ongeveer 280 in niet zo makkelijk Duits, denk ik dat dat wat te hoog gegrepen is.

Ik hou voor mijzelf wel de optie open om een van bovenstaande boeken aan de kant te laten liggen en in een ander boek te beginnen; het moet tenslotte plezant blijven en als ik er geen goesting in zou hebben, dan is dat maar zo 🙂

Volgende week een update van wat ik effectief gelezen heb!

5x ontbijt #projectblogboek

#projectblogboek

Mijn eerste reactie op deze opdracht voor #projectblogboek was “pfff, ontbijt, de meest ongeïnspireerde maaltijd van allemaal!”. Tot ik er iets meer over nagedacht en – tot mijn schaamte – moet toegeven dat eigenlijk enkel mijn warme maaltijden gevarieerd zijn. Het avondeten bestaat hier meestal gewoon uit boterhammen met dan nog eens meestal dezelfde soorten beleg (als er één eetding is waar ik extreem kieskeurig in ben, dan is het wel broodbeleg).

Bij deze dus vijf ontbijtfoto’s uit een van de voorbije weken:

Het standaard ontbijt

Brood met choco (voor Johan) en confituur (voor mij); in de meest ideale versie met zelfgemaakt brood (zoals hier: vlechtbrood) en zelfgemaakte confituur. De meest voorkomende versie is met winkelbrood en eigen confituur, maar er is natuurlijk ook de versie waar alles van de winkel komt.

Ontbijt 1 (Le petit requin)

Het standaardontbijt, de weekendeditie

Als er tijd genoeg is om lang aan tafel te zitten,dan eten wij al wel eens een pompelmoes. Gewoon zo uitlepelen (eventueel met een beetje suiker er op): mmm!

Ontbijt 2 (Le petit requin)

Het traagste ontbijt

Dit eten we logischerwijs voornamelijk op zaterdag of zondag, omdat we dan tijd hebben om eitjes te bakken, meestal spiegeleitjes voor Johan en eieren met banaan voor mij.

Ontbijt 3 (Le petit requin)

Het snelste ontbijt

Cornflakes met melk

Ontbijt 4 (Le petit requin)

Het hipste ontbijt

Havermout met versgeperst fruitsap. Lievelingsversie hier is warme havermout met bosvruchten en kokosmelk, afgewerkt met lijnzaad en kokosraspsel.

Ontbijt 5 (Le petit requin)

Dit is de derde post voor #projectblogboek, volgens haar idee, gebaseerd op haar boek.

25 dingen die jullie niet over mij wisten

Euhm ja, we gingen hier eens overmoedig doen zeker? De eerste over de laatste volgde vrij snel en toen werd het hier een beetje stilletjes op #projectblogboek-vlak. Niet dat ik het was vergeten, maar er waren zoveel andere dingen te vertellen en te doen dat het er maar niet van kwam. Ach ja, voor degenen die hier graag komen lezen: aan dit tempo bent u voor de komende tien jaar verzekerd van leesvoer van mijn kant 😉

#projectblogboek

De opdracht die ik dit keer uitkoos is jullie 25 dingen vertellen die jullie nog niet over mij weten. Ik heb even getwijfeld wie ik als “jullie” zou beschouwen: de lezers die ik in het echt niet ken? Of degenen die ik wel ken? Aangezien die laatste categorie onder meer bestaat uit mijn broer en Johan en het best wel moeilijk wordt om 25 dingen te verzinnen die zij nog niet weten van mij en die ik hier ook wil delen, heb ik het mijzelf gemakkelijk gemaakt en gekozen voor de eerste groep.

  1. Johan en ik hebben elkaar leren kennen tijdens het duiken. Ik volgde de basisopleiding, hij gaf les.
  2. De eerste keer dat ik in het buitenland woonde was tijdens mijn Erasmusuitwisseling in Cottbus, Duitsland.
  3. Ik heb mij laten ontdopen.
  4. Mijn beide ogen zijn drie jaar geleden gelaserd.
  5. Fruit moet al een tijdje uit de koelkast gehaald zijn voor ik het kan opeten, want anders doen mijn tanden pijn van de koude.
  6. Ik ben ooit flauwgevallen bij het zien van veel, vrij loperig rood ontsmettingsmiddel. Ah ja, dat zag er uit als veel bloed.
  7. Sinds ik een deel van “The Fly” zag, heb ik een aderfobie. De film opnieuw bekijken en verder raken dan die scène waar alles openfloept zal nog niet voor direct zijn.
  8. Ge zult mij nu waarschijnlijk niet meer geloven, maar ik ben geregistreerd als stamceldonor en orgaandonor en ik probeer regelmatig bloed te geven.
  9. Bij mijn ouders thuis hebben we altijd schapen gehad. Met bijhorende lammetjes elke lente!
  10. Vroeger werden die schapen vergezeld door de braafste gans ooit, die luisterde naar de naam “Madam”. Onze dierenarts schreef dus ooit een voorschrift voor Madam Peeters.
  11. Met bier en wijn kan je mij geen plezier doen, wel met cocktails. Probeer maar eens serieus genomen te worden als mensen u een glas wijn aanbieden, ge weigert en vervolgens op de vraag “Drink je geen alcohol misschien?” moet antwoorden met “Jawel hoor, maar enkel sterke drank”.
  12. Naast bier lustte ik ook heel lang geen frietjes. Voor wie het zich afvraagt, ik kom wel degelijk uit België en om dat te bewijzen compenseer ik met witloof en zeer veel chocolade.
  13. Ik heb vroeger een orthodontisch implantaat in mijn gehemelte gehad, ook wel gekend als “de vijs”. Pijnlijkste verdovingsspuiten ooit trouwens! Toen dat implantaat er weer uitging, was ik dus die “die een vijs kwijt was”.
  14. Niet dat dat erg is, want eigenlijk mag ik mijzelf officieel zot noemen, omdat ik de Ventoux drie keer op één dag beklommen heb. Gebrevetteerd Cinglé du Ventoux dus.
  15. Ik verdedigde mijn thesis op vrijdag, verhuisde van mijn ouderlijk huis naar Brussel de daaropvolgende zondag en begon te werken de dag daarna.
  16. Natuurdocumentaires zeggen mij weinig, ondanks dat ik ongelooflijk blij kan worden van dieren spotten. De mooiste en spannendste wildontmoetingen tot nu toe: beren, bultrugwalvis en orka’s (Canada), dolfijnen, haaien en een schildpad (Egypte).
  17. In een ideale wereld vind ik een mogelijkheid om restauratie, les geven en de Franse taal te combineren. Dan ben ik bijvoorbeeld professor in architectuurgeschiedenis en restauratietechnieken aan een Franstalige universiteit. Ofzo…
  18. Kou kende ik vroeger niet, integendeel zelfs. Zo kon ik in de winter zonder jas in de sneeuw gaan spelen, maar ben ik ooit op zomervakantie in Tenerife tijdens een wandeling in een minigrotje gekropen om maar wat schaduw te vinden. Ondertussen heeft het warmtefenomeen zich gelukkig genormaliseerd.
  19. Ik ben al twee keer geopereerd onder algemene verdoving, waarvan één keer verplicht (cyste in mijn pols) en één keer vrijwillig (liever één keer algemene verdoving dan vier keer plaatselijk voor het trekken van mijn vier wijsheidstanden).
  20. Als puber verdroeg ik het geluid van mijn eigen hakken niet. Mijn moeder heeft ooit een paar sandalen overgenomen, omdat ze in de winkel (op tapijt) geen lawaai maakten en thuis wel. Nu heb ik een vrij uitgebreide collectie hakken.
  21. Ik werkte mee aan de restauratiedossiers voor de Abdij van Averbode en het Museum Vleeshuis in Antwerpen.
  22. Muziek was tijdens het middelbaar mijn ideale examenpauze. Ik koos telkens een lang nummer (genre Child in time of Stairway to heaven), zette dat om de zoveel tijd eens zeer luid en deed dan de duur van het nummer niets anders dan liggen en luisteren. Daarna kon ik er weer tegen.
  23. Boeken werden hier vroeger met hópen gelezen. Als we in de zomer al de bibliotheekkaarten in het gezin samen legden om 15 boeken te kunnen uitlenen voor op reis, waren 10 daarvan voor mij en vijf voor mijn vader, moeder en broer samen. Die vijf boeken las ik overigens ook.
  24. Ik voel mij zeer snel ergens thuis. Dat was het geval in Brussel, in Cottbus en nu in Zürich. Dat wilt natuurlijk niet zeggen dat ik bijvoorbeeld België niet mis.
  25. Johan geeft het laatste puntje: Haaike lacht veel.

Dit is de tweede post voor #projectblogboek, volgens haar idee, gebaseerd op haar boek.

De laatste…

De laatste keer dat ik een VUB-student was, was afgelopen dinsdag. En voor u mij feliciteert met afstudeerdingens enzo: het is jammer genoeg iets minder tof dan dat.

Ik kreeg toen namelijk het bericht dat ik niet meer verder mag studeren. Proclamatiecode INT3 ofte Inschrijven Niet Toegelaten. Onderwijs- en examenreglement artikel zoveel paragraaf zoveel. Puur rationeel snap ik het: ik had vorig jaar de eis opgelegd gekregen dat ik de helft van mijn studiepunten moest halen om te mogen verder doen. Dat is mij niet gelukt en dus mag ik niet meer verder doen. Simple as that.

Alleen is het niet zo simpel, omdat de reden dat ik die studiepunten gehaald heb, niet zo simpel is. Ik was compleet op het afgelopen jaar. Op na drie jaar een full time job te proberen combineren met een studie: een job als ingenieur-architect in restauratie/renovatie aan de ene kant, een studie Franse taal- en letterkunde aan de andere kant.

Het eerste jaar heb ik de fout gemaakt om mij in te schrijven voor het volledige programma van 60 studiepunten. Naïef, stom, niet echt over nagedacht… noem het hoe je het wilt, het is allemaal een beetje van toepassing. Een soort “we zien wel wat het geeft”-attitude. Het gaf niet echt veel dat jaar: full time werken als stagiaire hield sowieso al in dat ik quasi elke dag iets bijleerde, dat het vrij vermoeiende dagen waren. Niet onmogelijk, maar wel druk genoeg. Probeer daarbij dan eens alle taken, groepswerken, lessen, examenvoorbereidingen en dergelijke meer rond te krijgen van 12 vakken en het wordt een soort mission impossible. Ik had dat te laat door, besefte te laat dat ik voor elk vak wel iets gedaan had, maar voor geen enkel vak voldoende. Gevolg: op slechts één vak geslaagd, een deel losse eindjes (wel geslaagd op theorie, niet op de oefeningen of omgekeerd) en een hoop “volledig opnieuw te doen”.

Niet meteen de gedroomde start van mijn studie, dat is een feit. Dagstudent zijn, niet vergelijkbaar met werkstudent zijn, dat had ik wel door nu.
Tweede jaar: ingeschreven voor zes vakken; de helft ervan gehaald. Eentje doelbewust laten vallen, omdat het een keuzevak was en echt mijn ding niet. De andere twee niet gehaald omdat ik er in eerste zit te weinig voor had kunnen doen en tijdens de tweede zit in het buitenland was en dus niet kon deelnemen. Goed resultaat? Tja, nog steeds niet echt, maar al bij al best wel ok. Alleen jammer dat de helft van de vakken niet gelijk was aan de helft van de studiepunten. Ergo de voorwaarde dat ik in het daaropvolgende jaar de helft van mijn studiepunten moest halen; ik had dat immers al twee jaar op rij niet gedaan.
Ik nam in aanloop naar dat derde jaar een aantal beslissingen, omdat mijn lichaam al signalen gaf dat ik in overdrive aan het gaan was (zonder andere aanwijsbare reden plots flauwvallen thuis, véél vaker ziek zijn dan vroeger…). Ik ging dus op het werk vragen om 90% te gaan werken en was vanaf oktober om de twee weken één dag thuis. Een dag waarin ik echt kon doorwerken aan taken i.p.v. telkens ‘s avonds wat beetjes te werken. De eerste anderhalve maand ging dat vrij goed, t.t.z. ik heb drie woensdagen vlot doorgewerkt, had al een cursus doorgelezen nog voor de lessen deftig gestart waren, meer oefeningen gemaakt voor een andere cursus dan in de twee jaar daarvoor samen… Ik zag het zitten! Enter: drukke periode op het werk. Zéér drukke periode. In die zin dat ik die eerste maand weliswaar twee vrije dagen had, maar desondanks toch 40u meer werkte dan ik had moeten doen volgens het 90%-principe. Tegen het einde van die maand zat ik dus weer bijna aan mijn limiet, de werklast verminderde niet en dus gebruikte ik die vrije dagen als recuperatie. Bye bye goede voorbereiding. Mijn kerstvakantie stond gepland als één week rusten, één week blokken (gevolgd door deels werken, deels verlof voor examens). Het werd één week werken, één week rusten. En ergens tussen de vele inzinkingen en huilbuien door brak het. Ik probeerde tijdens mijn verlofdagen de amper twee vakken die ik moest doen erin te stampen, maar het lukte gewoon niet meer: ik kon geen tien zinnen lezen of ik moest opnieuw beginnen, omdat ik niet meer wist wat ik gelezen had. Er ging gewoon niets meer in. Gevolg: niet deelgenomen aan het ene vak, gebuisd op het andere. En ik ging er weer onderdoor. Geloof mij: mijn zelfvertrouwen is sowieso al niet je dat, maar op zo’n moment voel je je de stomste dommerik die er rond loopt. Want het ging wéér niet lukken.

Ik heb mij door die maand januari gesleept (hoe het mij gelukt is om op het werk nog effectief werk gedaan te krijgen, snap ik eigenlijk niet echt). Begin februari gingen we een week op skivakantie, een korte, maar o zo broodnodige pauze voor mijn hoofd. Ondertussen namen we ook de beslissing om naar Zwitserland te verhuizen en wist ik dat ik nog tot half april moest gaan werken. En hoe graag ik mijn werk ook deed, op dat moment was het een opluchting dat het nog maar tweeënhalve maand ging duren. Dat ik dan even niets kon doen en dan in juni examens doen zonder dat ik iets anders aan mijn hoofd had. De zaligheid van die rust, alleen al dat.

Alleen draaide het niet zo uit: mijn lichaam raakte nog door die maand februari, maar gaf het in maart op: een week griep (thuisgezet door de dokter) werd gevolgd door een week maag-darm-ontsteking (opnieuw thuisgezet door de dokter) werd gevolgd door een blaasontsteking. Dat die blaasontsteking te lang aansleepte, negeerde ik, want ik kon niet nog eens ziek worden, niet nu, niet op dit moment; ik had immers al twee van de mij nog amper zes resterende werkweken ziek thuis gezeten. En dus werd die blaasontsteking een nierontsteking, moest ik noodgedwongen toch naar huis, vanwaar ik na twee dagen ijlen van de hoge koorts vertrok richting ziekenhuis. Opgenomen voor een week “en ge gaat nog een maand thuis platte rust moeten nemen, want dat kruipt erin hoor zo’n nierontsteking en zo’n zware antibiotica”. Great, just what I needed…
April werd dus: ziekenhuis, toch nog een beetje werken, want ik had uiteraard niet meer alles kunnen afwerken en een verhuis voorbereiden. Tussendoor rustte ik zoveel ik kon, maar het was veel te weinig. En dan zijn we verhuisd. En moest er een nieuw appartement gezocht worden, wat ik uiteraard ging doen, want Johan begon direct te werken. En dus bleef ik moe, ondanks al bij al vrij veel rust. Het was gewoon al te lang te veel geweest en het was op, volledig op.

De dreiging van die studiepunten hing echter boven mijn hoofd en dus probeerde ik in juni met de moed der wanhoop toch deel te nemen aan mijn examens. Ik deed één oefeningenexamen en slaagde. En toen brak ik weer. Je moet eerst wat energie opdoen, vooraleer je weer energie kan opgebruiken. Ik tapte al maanden van een leeg vat, had mijzelf een klein beetje kunnen bijtanken en joeg dat er dan direct weer doorheen. En dus werd juni rust. Juli een beetje (er werd opnieuw verhuisd namelijk, van voorlopig naar definitief appartement). Er werd ook nog vaak gecrasht. De hoeveelheid tranen die een mens kan vergieten…

Ik had kunnen proberen deelnemen aan de examens van augustus om die studiepunten nog te halen, dat is waar. Maar laten we wel wezen, de kans dat dát zou gelukt zijn… minimaal. De kans dat het een herhaling van juni zou worden: zeer zeer reëel. Omwille van wat er al geweest was, omwille van het feit dat augustus achteraf bekeken sowieso al een maand met veel inzinkingen werd. Omdat een mens maar zoveel keer kan proberen en met zijn kop tegen de muur lopen. Omdat op een gegeven moment het zelfvertrouwen dat er überhaupt nog iets kan, weg is.
Daarom was dinsdag mijn laatste dag als VUB-student. En een kwartier geleden de laatste keer dat ik moest huilen.

#projectblogboek

Dit is de eerste post voor #projectblogboek, volgens haar idee, gebaseerd op haar boek. Ook de eerste keer dat het hier niet allemaal Edelweissgeur en Alpenschijn is. Omdat die momenten belangrijk zijn (ze zijn verdomme heel belangrijk geweest de afgelopen maanden), maar niet alles.

We gaan eens overmoedig doen

Het is door een blogpost ooit bij i. van Kerygma dat ik blogs ben beginnen lezen. In den beginne enkel de hare, daarna doorklikgewijs tot een lijst die ondertussen al verschillende transformaties heeft ondergaan. Maar zij blijft er standaard instaan. Omdat ze zo schoon schrijft en mij van tijd een geweten schopt.

Wie er ook al een hele tijd instaat is Kelly van Tales from the Crib, die recent haar Blogboek uitbracht. Jups, ook hier wordt er in gelezen en dat geeft voornamelijk reacties als “oeh tof, leuk idee”, “ah amai, dat moet ik misschien ook eens zo organiseren” (en dan heel af en toe ook een “hmm, dat idee had ik al voor ik dit boek las en gaat nu totaal niet meer origineel lijken”).

#projectblogboek

En als dan de ene het boek van de andere leest, dan komt daar al eens een zot idee uit, zo blijkt: #projectblogboek ofte maak van elk lijstjesidee in het boek een blogpost. 15 ideeën per lijstje x 8 lijstjes in het boek = 120 blogposts.

Zot? Nogal.
Overmoedig? Een beetje (hum hum).
Doe ik mee? Ja!