Verbeelding Read-a-thon december conclusie

Ik liet vorige week weten dat ik mee wilde doen aan de Verbeelding Read-a-thon en bij deze is het tijd om eens te kijken naar wat er hier zoal gebeurde op leesvlak.

Readathon (Verbeelding)

Korte samenvatting van de planning: Er ist wieder da van Timur Vermes uitlezen en ofwel Woesten ofwel Hasse Simonsdochter volledig lezen en beginnen in het andere.

Wat ik effectief las:

  • Er ist wieder da: uitgelezen! Goed voor 282 blz.
  • Woesten: uitgelezen! Goed voor 382 blz.
  • Hasse Simonsdochter: uitgelezen! Goed voor 328 blz.

Als ik er mijn “toiletlectuur” ook bijreken, namelijk The Dilbert principle, dan kom ik met nog eens 27 blz. erbij zelfs boven de – vorige week nog onhaalbaar geachte – grens van 1000 pagina’s. Deze week was met andere woorden een groot succes!

Elke week zo’n read-a-thon zou wat van het goede teveel zijn uiteraard, want ik keek deze week bewust geen enkele serie ‘s avonds (wel een film zaterdagavond). Maar, en dat is wel eentje om vol te houden, ik deed ook al eens sneller mijn laptop uit om nog wat te lezen. Niet nodig als ik nog nuttige dingen aan het doen ben op die laptop, maar wel een veel beter alternatief dan nog maar eens kijken naar mijn mails, een nieuwssite, Facebook, Feedly…

Ik duim alvast dat er na de read-a-thons van september en december een nieuwe versie komt in maart (of vroeger, dat mag ook 😉

Wat ik deze week geleerd heb #projectblogboek

#projectblogboek

Daar gaan we:

  • hoe je stenen moet kappen en bewerken. Hard labeur, maar wel zeer deugddoend ook, als je zo’n ruwe steen ziet veranderen tot er een mooi, afgewerkt motiefje instaat.
  • dat steengruis overal naartoe vliegt en dat je dus ‘s morgens kan opstaan met een hoofdkussen vol kleine stukjes steen.
  • samen met dat stenen kappen ook hoe je best met een hamer op een beitel slaat, namelijk niet kijken naar waar je hamer op je beitel komt, maar wel naar waar je beitel op je steen komt. Doe je dat niet, zo leerde én voelde ik, dan mep je gewoon op je handen.
  • dat ik er blijkbaar uitzie als iemand die beledigd wilt worden:

Situatie 1: ik zit in de trein te lezen; op de zetel achter mij zit een (iet of wat) dronken meneer.
Hij: “Mag ik u eens iets vragen?”
Ik: “Ja.”
Hij: “Ja, neen, ‘t is goed, kom, lees maar voort, ‘t is al goed jong.”
Owkay, geen idee waar deze uitbarsting plots vandaan kwam, maar bon, ik draai mij om en lees voort. Twee minuten later:
Hij: “Weet gij iets over spiritualiteit.”
Ik: “Neen.”
Ok, dat is niet waar, maar zou u beginnen praten over spiritualiteit met een mens wiens adem alleen al u zat zou maken?
Hij: “Ik kan u daar veel over leren.”
Ik: “Dat is vriendelijk, maar ik ben eigenlijk aan het lezen.”
Hij: “Ja, ‘t is goed, lees maar voort he seg, ik wilde ook maar gewoon helpen.”
Zucht… Nog eens twee minuten later, vlak voor hij van de trein stapt: hij zit mij aan te staren, waarop ik dan maar opkijk.
Hij: “Ik ben wel vijftig he en geen twintig meer. Ik zou u zoveel kunnen leren jong.”
De kansen die een mens zo laat liggen…

Situatie 2: ik sta in een kledingwinkel naar een rek te kijken, maar draai mij om omdat ik iemand – ik dacht mijn moeder – uit het pashokje hoor komen. Het blijkt niet mijn moeder te zijn, maar de vrouw uit het hokje ernaast. Ik heb de volle halve seconde naar die vrouw gekeken, daarbij nog niet opmerkend dat ze een grijs kleed met een motiefje draagt, met daarover een grijze gilet met een ander motief.
Zij (tegen mij): “Ja, ik ga dat zo wel niet combineren he. Want ik zie u zo al kijken van ‘wat gaat die nu aandoen bij elkaar’. Ik ga dat wel aandoen op een effen broek of kleedje he, niet op dit, dus ge moet zo niet kijken!”.
Ik (compleet uit de lucht vallend): “Euh, ik keek niet naar u…”.
Zij: “Ah, ‘t zag er anders wel zo uit. Want ik ga dat dus niet zo combineren he, ge moet niet denken dat ik dat zo ga combineren hoor.”
Serieus, zie ik er zo kwaad uit dat mensen zich direct moeten aangevallen voelen? Ik had nog niet eens de kans gehad om welke mening dan ook te gaan vormen over wat ze aanhad.

  • dat mijn gezicht blijkbaar “iets Zwitsers” heeft. Dixit een meisje op het perron in Amay bij Luik.
  • dat Eurolinesbussen al wel eens met 50 minuten vertraging durven toekomen. Niet echt tof als je niet weet hoeveel vertraging je bus heeft en je dus in totaal anderhalf uur bij twee graden buiten staat.
  • dat je bij de Zwitserse douane wél naar de wc mag voor de controle gedaan is als je maar de eerste van de ganse bus bent die dat vraagt.
  • dat de Franse douane haar “willekeurige” steekproeven niet zo willekeurig lijken. Of wat denkt u van de keuze voor de Afrikaanse dertiger, de Arabische vrouw en de blanke man met dreadlocks?
  • dat zo’n bus weliswaar een van de meest milieuvriendelijke opties is, maar dat 18u onderweg zijn naar huis toch ook niet je dat is.
  • dat Johan de meest kerstminnende van ons beiden is. Dacht ik nog dat we dit jaar gewoon geen kerstboom zouden hebben (wegens dat onze minisequoia die vorig jaar dienst deed én door Johan versierd werd, nog bij mijn ouders staat), dan bleek er bij thuiskomst een met lichtjes en ballen versierde kerstboom te staan.
  • dat ik daar eigenlijk wel blij mee ben, want ‘t is toch wel gezellig zo’n kerstboom. En doordat het een kleintje met wortel is, kunnen we hem in de zomer gewoon op het terras zetten en volgend jaar opnieuw gebruiken!
  • dat je best selecteert in wat je zo allemaal leert op een week, want dat dat nogal veel blijkt te zijn.

Dit is de vierde post voor #projectblogboek, volgens haar idee, gebaseerd op haar boek.

Verbeelding Read-a-thon

De laatste tijd heb ik mij weer helemaal in het lezen gestort, getuige daarvan ook de maand november waarin ik zeven boeken las. Zeven, dat is geleden van zo lang geleden dat ik zelfs niet meer weet van wanneer het geleden is.
Ondertussen leerde ik ook de voordelen van Goodreads kennen (na een mislukte poging vorig jaar, toen ik het vooral pure chaos vond) en sloot er mij aan bij de Verbeelding boekenclub, opgericht door Kathleen van – duh – Verbeelding. In september organiseerde ze al eens een Read-a-thon (ofte lees zoveel mogelijk in één week tijd), maar aangezien die doorging in de week waarin mijn broer en zijn vriendin op bezoek kwamen, zou het nogal asociaal geweest zijn om dan mee te doen 🙂

Readathon (Verbeelding)

Komende week gaat echter de tweede Read-a-thon door en dit keer doe ik wel mee!
Op de planning staan:

  • Er ist wieder da: de debuutroman van Timur Vermes, over Hitler die ontwaakt in het hedendaagse Duitsland.
  • Woesten van Kris Van Steenberge: opnieuw een debuutroman, die blijkbaar heel erg de moeite zou zijn. Dit boek is bovendien ook een van de decemberboeken van bovenstaande boekclub, dus twee vliegen in één klap.
  • Hasse Simonsdochter van Thea Beckman: for old times’ sake, want al een paar keer gelezen, maar de laatste lezing dateert toch alweer van een aantal jaar geleden.

In Er ist wieder da heb ik momenteel 114 van de 396 pagina’s gelezen; ik hoop dit boek tegen het einde van de week uit te lezen. Daarnaast wil ik ofwel Woesten ofwel Hasse Simonsdochter volledig uitlezen en beginnen in het andere. In het ideale geval lees ik ze alledrie uit, maar aangezien we dan spreken over bijna 1000 pagina’s waarvan ongeveer 280 in niet zo makkelijk Duits, denk ik dat dat wat te hoog gegrepen is.

Ik hou voor mijzelf wel de optie open om een van bovenstaande boeken aan de kant te laten liggen en in een ander boek te beginnen; het moet tenslotte plezant blijven en als ik er geen goesting in zou hebben, dan is dat maar zo 🙂

Volgende week een update van wat ik effectief gelezen heb!

5x ontbijt #projectblogboek

#projectblogboek

Mijn eerste reactie op deze opdracht voor #projectblogboek was “pfff, ontbijt, de meest ongeïnspireerde maaltijd van allemaal!”. Tot ik er iets meer over nagedacht en – tot mijn schaamte – moet toegeven dat eigenlijk enkel mijn warme maaltijden gevarieerd zijn. Het avondeten bestaat hier meestal gewoon uit boterhammen met dan nog eens meestal dezelfde soorten beleg (als er één eetding is waar ik extreem kieskeurig in ben, dan is het wel broodbeleg).

Bij deze dus vijf ontbijtfoto’s uit een van de voorbije weken:

Het standaard ontbijt

Brood met choco (voor Johan) en confituur (voor mij); in de meest ideale versie met zelfgemaakt brood (zoals hier: vlechtbrood) en zelfgemaakte confituur. De meest voorkomende versie is met winkelbrood en eigen confituur, maar er is natuurlijk ook de versie waar alles van de winkel komt.

Ontbijt 1 (Le petit requin)

Het standaardontbijt, de weekendeditie

Als er tijd genoeg is om lang aan tafel te zitten,dan eten wij al wel eens een pompelmoes. Gewoon zo uitlepelen (eventueel met een beetje suiker er op): mmm!

Ontbijt 2 (Le petit requin)

Het traagste ontbijt

Dit eten we logischerwijs voornamelijk op zaterdag of zondag, omdat we dan tijd hebben om eitjes te bakken, meestal spiegeleitjes voor Johan en eieren met banaan voor mij.

Ontbijt 3 (Le petit requin)

Het snelste ontbijt

Cornflakes met melk

Ontbijt 4 (Le petit requin)

Het hipste ontbijt

Havermout met versgeperst fruitsap. Lievelingsversie hier is warme havermout met bosvruchten en kokosmelk, afgewerkt met lijnzaad en kokosraspsel.

Ontbijt 5 (Le petit requin)

Dit is de derde post voor #projectblogboek, volgens haar idee, gebaseerd op haar boek.

25 dingen die jullie niet over mij wisten

Euhm ja, we gingen hier eens overmoedig doen zeker? De eerste over de laatste volgde vrij snel en toen werd het hier een beetje stilletjes op #projectblogboek-vlak. Niet dat ik het was vergeten, maar er waren zoveel andere dingen te vertellen en te doen dat het er maar niet van kwam. Ach ja, voor degenen die hier graag komen lezen: aan dit tempo bent u voor de komende tien jaar verzekerd van leesvoer van mijn kant 😉

#projectblogboek

De opdracht die ik dit keer uitkoos is jullie 25 dingen vertellen die jullie nog niet over mij weten. Ik heb even getwijfeld wie ik als “jullie” zou beschouwen: de lezers die ik in het echt niet ken? Of degenen die ik wel ken? Aangezien die laatste categorie onder meer bestaat uit mijn broer en Johan en het best wel moeilijk wordt om 25 dingen te verzinnen die zij nog niet weten van mij en die ik hier ook wil delen, heb ik het mijzelf gemakkelijk gemaakt en gekozen voor de eerste groep.

  1. Johan en ik hebben elkaar leren kennen tijdens het duiken. Ik volgde de basisopleiding, hij gaf les.
  2. De eerste keer dat ik in het buitenland woonde was tijdens mijn Erasmusuitwisseling in Cottbus, Duitsland.
  3. Ik heb mij laten ontdopen.
  4. Mijn beide ogen zijn drie jaar geleden gelaserd.
  5. Fruit moet al een tijdje uit de koelkast gehaald zijn voor ik het kan opeten, want anders doen mijn tanden pijn van de koude.
  6. Ik ben ooit flauwgevallen bij het zien van veel, vrij loperig rood ontsmettingsmiddel. Ah ja, dat zag er uit als veel bloed.
  7. Sinds ik een deel van “The Fly” zag, heb ik een aderfobie. De film opnieuw bekijken en verder raken dan die scène waar alles openfloept zal nog niet voor direct zijn.
  8. Ge zult mij nu waarschijnlijk niet meer geloven, maar ik ben geregistreerd als stamceldonor en orgaandonor en ik probeer regelmatig bloed te geven.
  9. Bij mijn ouders thuis hebben we altijd schapen gehad. Met bijhorende lammetjes elke lente!
  10. Vroeger werden die schapen vergezeld door de braafste gans ooit, die luisterde naar de naam “Madam”. Onze dierenarts schreef dus ooit een voorschrift voor Madam Peeters.
  11. Met bier en wijn kan je mij geen plezier doen, wel met cocktails. Probeer maar eens serieus genomen te worden als mensen u een glas wijn aanbieden, ge weigert en vervolgens op de vraag “Drink je geen alcohol misschien?” moet antwoorden met “Jawel hoor, maar enkel sterke drank”.
  12. Naast bier lustte ik ook heel lang geen frietjes. Voor wie het zich afvraagt, ik kom wel degelijk uit België en om dat te bewijzen compenseer ik met witloof en zeer veel chocolade.
  13. Ik heb vroeger een orthodontisch implantaat in mijn gehemelte gehad, ook wel gekend als “de vijs”. Pijnlijkste verdovingsspuiten ooit trouwens! Toen dat implantaat er weer uitging, was ik dus die “die een vijs kwijt was”.
  14. Niet dat dat erg is, want eigenlijk mag ik mijzelf officieel zot noemen, omdat ik de Ventoux drie keer op één dag beklommen heb. Gebrevetteerd Cinglé du Ventoux dus.
  15. Ik verdedigde mijn thesis op vrijdag, verhuisde van mijn ouderlijk huis naar Brussel de daaropvolgende zondag en begon te werken de dag daarna.
  16. Natuurdocumentaires zeggen mij weinig, ondanks dat ik ongelooflijk blij kan worden van dieren spotten. De mooiste en spannendste wildontmoetingen tot nu toe: beren, bultrugwalvis en orka’s (Canada), dolfijnen, haaien en een schildpad (Egypte).
  17. In een ideale wereld vind ik een mogelijkheid om restauratie, les geven en de Franse taal te combineren. Dan ben ik bijvoorbeeld professor in architectuurgeschiedenis en restauratietechnieken aan een Franstalige universiteit. Ofzo…
  18. Kou kende ik vroeger niet, integendeel zelfs. Zo kon ik in de winter zonder jas in de sneeuw gaan spelen, maar ben ik ooit op zomervakantie in Tenerife tijdens een wandeling in een minigrotje gekropen om maar wat schaduw te vinden. Ondertussen heeft het warmtefenomeen zich gelukkig genormaliseerd.
  19. Ik ben al twee keer geopereerd onder algemene verdoving, waarvan één keer verplicht (cyste in mijn pols) en één keer vrijwillig (liever één keer algemene verdoving dan vier keer plaatselijk voor het trekken van mijn vier wijsheidstanden).
  20. Als puber verdroeg ik het geluid van mijn eigen hakken niet. Mijn moeder heeft ooit een paar sandalen overgenomen, omdat ze in de winkel (op tapijt) geen lawaai maakten en thuis wel. Nu heb ik een vrij uitgebreide collectie hakken.
  21. Ik werkte mee aan de restauratiedossiers voor de Abdij van Averbode en het Museum Vleeshuis in Antwerpen.
  22. Muziek was tijdens het middelbaar mijn ideale examenpauze. Ik koos telkens een lang nummer (genre Child in time of Stairway to heaven), zette dat om de zoveel tijd eens zeer luid en deed dan de duur van het nummer niets anders dan liggen en luisteren. Daarna kon ik er weer tegen.
  23. Boeken werden hier vroeger met hópen gelezen. Als we in de zomer al de bibliotheekkaarten in het gezin samen legden om 15 boeken te kunnen uitlenen voor op reis, waren 10 daarvan voor mij en vijf voor mijn vader, moeder en broer samen. Die vijf boeken las ik overigens ook.
  24. Ik voel mij zeer snel ergens thuis. Dat was het geval in Brussel, in Cottbus en nu in Zürich. Dat wilt natuurlijk niet zeggen dat ik bijvoorbeeld België niet mis.
  25. Johan geeft het laatste puntje: Haaike lacht veel.

Dit is de tweede post voor #projectblogboek, volgens haar idee, gebaseerd op haar boek.