De laatste…

De laatste keer dat ik een VUB-student was, was afgelopen dinsdag. En voor u mij feliciteert met afstudeerdingens enzo: het is jammer genoeg iets minder tof dan dat.

Ik kreeg toen namelijk het bericht dat ik niet meer verder mag studeren. Proclamatiecode INT3 ofte Inschrijven Niet Toegelaten. Onderwijs- en examenreglement artikel zoveel paragraaf zoveel. Puur rationeel snap ik het: ik had vorig jaar de eis opgelegd gekregen dat ik de helft van mijn studiepunten moest halen om te mogen verder doen. Dat is mij niet gelukt en dus mag ik niet meer verder doen. Simple as that.

Alleen is het niet zo simpel, omdat de reden dat ik die studiepunten gehaald heb, niet zo simpel is. Ik was compleet op het afgelopen jaar. Op na drie jaar een full time job te proberen combineren met een studie: een job als ingenieur-architect in restauratie/renovatie aan de ene kant, een studie Franse taal- en letterkunde aan de andere kant.

Het eerste jaar heb ik de fout gemaakt om mij in te schrijven voor het volledige programma van 60 studiepunten. Naïef, stom, niet echt over nagedacht… noem het hoe je het wilt, het is allemaal een beetje van toepassing. Een soort “we zien wel wat het geeft”-attitude. Het gaf niet echt veel dat jaar: full time werken als stagiaire hield sowieso al in dat ik quasi elke dag iets bijleerde, dat het vrij vermoeiende dagen waren. Niet onmogelijk, maar wel druk genoeg. Probeer daarbij dan eens alle taken, groepswerken, lessen, examenvoorbereidingen en dergelijke meer rond te krijgen van 12 vakken en het wordt een soort mission impossible. Ik had dat te laat door, besefte te laat dat ik voor elk vak wel iets gedaan had, maar voor geen enkel vak voldoende. Gevolg: op slechts één vak geslaagd, een deel losse eindjes (wel geslaagd op theorie, niet op de oefeningen of omgekeerd) en een hoop “volledig opnieuw te doen”.

Niet meteen de gedroomde start van mijn studie, dat is een feit. Dagstudent zijn, niet vergelijkbaar met werkstudent zijn, dat had ik wel door nu.
Tweede jaar: ingeschreven voor zes vakken; de helft ervan gehaald. Eentje doelbewust laten vallen, omdat het een keuzevak was en echt mijn ding niet. De andere twee niet gehaald omdat ik er in eerste zit te weinig voor had kunnen doen en tijdens de tweede zit in het buitenland was en dus niet kon deelnemen. Goed resultaat? Tja, nog steeds niet echt, maar al bij al best wel ok. Alleen jammer dat de helft van de vakken niet gelijk was aan de helft van de studiepunten. Ergo de voorwaarde dat ik in het daaropvolgende jaar de helft van mijn studiepunten moest halen; ik had dat immers al twee jaar op rij niet gedaan.
Ik nam in aanloop naar dat derde jaar een aantal beslissingen, omdat mijn lichaam al signalen gaf dat ik in overdrive aan het gaan was (zonder andere aanwijsbare reden plots flauwvallen thuis, véél vaker ziek zijn dan vroeger…). Ik ging dus op het werk vragen om 90% te gaan werken en was vanaf oktober om de twee weken één dag thuis. Een dag waarin ik echt kon doorwerken aan taken i.p.v. telkens ‘s avonds wat beetjes te werken. De eerste anderhalve maand ging dat vrij goed, t.t.z. ik heb drie woensdagen vlot doorgewerkt, had al een cursus doorgelezen nog voor de lessen deftig gestart waren, meer oefeningen gemaakt voor een andere cursus dan in de twee jaar daarvoor samen… Ik zag het zitten! Enter: drukke periode op het werk. Zéér drukke periode. In die zin dat ik die eerste maand weliswaar twee vrije dagen had, maar desondanks toch 40u meer werkte dan ik had moeten doen volgens het 90%-principe. Tegen het einde van die maand zat ik dus weer bijna aan mijn limiet, de werklast verminderde niet en dus gebruikte ik die vrije dagen als recuperatie. Bye bye goede voorbereiding. Mijn kerstvakantie stond gepland als één week rusten, één week blokken (gevolgd door deels werken, deels verlof voor examens). Het werd één week werken, één week rusten. En ergens tussen de vele inzinkingen en huilbuien door brak het. Ik probeerde tijdens mijn verlofdagen de amper twee vakken die ik moest doen erin te stampen, maar het lukte gewoon niet meer: ik kon geen tien zinnen lezen of ik moest opnieuw beginnen, omdat ik niet meer wist wat ik gelezen had. Er ging gewoon niets meer in. Gevolg: niet deelgenomen aan het ene vak, gebuisd op het andere. En ik ging er weer onderdoor. Geloof mij: mijn zelfvertrouwen is sowieso al niet je dat, maar op zo’n moment voel je je de stomste dommerik die er rond loopt. Want het ging wéér niet lukken.

Ik heb mij door die maand januari gesleept (hoe het mij gelukt is om op het werk nog effectief werk gedaan te krijgen, snap ik eigenlijk niet echt). Begin februari gingen we een week op skivakantie, een korte, maar o zo broodnodige pauze voor mijn hoofd. Ondertussen namen we ook de beslissing om naar Zwitserland te verhuizen en wist ik dat ik nog tot half april moest gaan werken. En hoe graag ik mijn werk ook deed, op dat moment was het een opluchting dat het nog maar tweeënhalve maand ging duren. Dat ik dan even niets kon doen en dan in juni examens doen zonder dat ik iets anders aan mijn hoofd had. De zaligheid van die rust, alleen al dat.

Alleen draaide het niet zo uit: mijn lichaam raakte nog door die maand februari, maar gaf het in maart op: een week griep (thuisgezet door de dokter) werd gevolgd door een week maag-darm-ontsteking (opnieuw thuisgezet door de dokter) werd gevolgd door een blaasontsteking. Dat die blaasontsteking te lang aansleepte, negeerde ik, want ik kon niet nog eens ziek worden, niet nu, niet op dit moment; ik had immers al twee van de mij nog amper zes resterende werkweken ziek thuis gezeten. En dus werd die blaasontsteking een nierontsteking, moest ik noodgedwongen toch naar huis, vanwaar ik na twee dagen ijlen van de hoge koorts vertrok richting ziekenhuis. Opgenomen voor een week “en ge gaat nog een maand thuis platte rust moeten nemen, want dat kruipt erin hoor zo’n nierontsteking en zo’n zware antibiotica”. Great, just what I needed…
April werd dus: ziekenhuis, toch nog een beetje werken, want ik had uiteraard niet meer alles kunnen afwerken en een verhuis voorbereiden. Tussendoor rustte ik zoveel ik kon, maar het was veel te weinig. En dan zijn we verhuisd. En moest er een nieuw appartement gezocht worden, wat ik uiteraard ging doen, want Johan begon direct te werken. En dus bleef ik moe, ondanks al bij al vrij veel rust. Het was gewoon al te lang te veel geweest en het was op, volledig op.

De dreiging van die studiepunten hing echter boven mijn hoofd en dus probeerde ik in juni met de moed der wanhoop toch deel te nemen aan mijn examens. Ik deed één oefeningenexamen en slaagde. En toen brak ik weer. Je moet eerst wat energie opdoen, vooraleer je weer energie kan opgebruiken. Ik tapte al maanden van een leeg vat, had mijzelf een klein beetje kunnen bijtanken en joeg dat er dan direct weer doorheen. En dus werd juni rust. Juli een beetje (er werd opnieuw verhuisd namelijk, van voorlopig naar definitief appartement). Er werd ook nog vaak gecrasht. De hoeveelheid tranen die een mens kan vergieten…

Ik had kunnen proberen deelnemen aan de examens van augustus om die studiepunten nog te halen, dat is waar. Maar laten we wel wezen, de kans dat dát zou gelukt zijn… minimaal. De kans dat het een herhaling van juni zou worden: zeer zeer reëel. Omwille van wat er al geweest was, omwille van het feit dat augustus achteraf bekeken sowieso al een maand met veel inzinkingen werd. Omdat een mens maar zoveel keer kan proberen en met zijn kop tegen de muur lopen. Omdat op een gegeven moment het zelfvertrouwen dat er überhaupt nog iets kan, weg is.
Daarom was dinsdag mijn laatste dag als VUB-student. En een kwartier geleden de laatste keer dat ik moest huilen.

#projectblogboek

Dit is de eerste post voor #projectblogboek, volgens haar idee, gebaseerd op haar boek. Ook de eerste keer dat het hier niet allemaal Edelweissgeur en Alpenschijn is. Omdat die momenten belangrijk zijn (ze zijn verdomme heel belangrijk geweest de afgelopen maanden), maar niet alles.

We gaan eens overmoedig doen

Het is door een blogpost ooit bij i. van Kerygma dat ik blogs ben beginnen lezen. In den beginne enkel de hare, daarna doorklikgewijs tot een lijst die ondertussen al verschillende transformaties heeft ondergaan. Maar zij blijft er standaard instaan. Omdat ze zo schoon schrijft en mij van tijd een geweten schopt.

Wie er ook al een hele tijd instaat is Kelly van Tales from the Crib, die recent haar Blogboek uitbracht. Jups, ook hier wordt er in gelezen en dat geeft voornamelijk reacties als “oeh tof, leuk idee”, “ah amai, dat moet ik misschien ook eens zo organiseren” (en dan heel af en toe ook een “hmm, dat idee had ik al voor ik dit boek las en gaat nu totaal niet meer origineel lijken”).

#projectblogboek

En als dan de ene het boek van de andere leest, dan komt daar al eens een zot idee uit, zo blijkt: #projectblogboek ofte maak van elk lijstjesidee in het boek een blogpost. 15 ideeën per lijstje x 8 lijstjes in het boek = 120 blogposts.

Zot? Nogal.
Overmoedig? Een beetje (hum hum).
Doe ik mee? Ja!