Loop naar de maan! Uitdaging: 15km trailrun

Een week nadat ik de longen uit mijn lijf fietste in de Alpen, deed ik voor Loop naar de Maan hetzelfde nog eens al lopend. Ik “moest” immers al sinds het bedrag van 250 euro een trail van 15km lopen en had kort ervoor gezien dat er in Wald – een uurtje met de trein van Winterthur – eentje georganiseerd werd tijdens het eerste weekend van september.

Na een gezellige briefing door de organisatie (lang leve kleine organisaties in deze!), was het tijd om op het plaatselijke voetbalveld van start te gaan. Een beetje gezigzag op datzelfde veld later, doken we de velden in.

Le petit requin

Al is duiken niet het correcte woord, aangezien we onmiddellijk stegen. Dat ik daar duidelijk niet genoeg getraind voor was, werd al snel duidelijk. Onderstaande foto nam ik na amper anderhalve kilometer en toch loopt iedereen al ver vooruit 🙂

Le petit requin

Kort nadien gingen een deel hoogtemeters opnieuw verloren, wat er weliswaar voor zorgde dat ik even op adem kon komen (elk nadeel heb se voordeel, weet-je-wel).

Le petit requin

Al moet een mens zich bij dat “op adem komen” ook niet al te veel voorstellen, want het duurde niet lang of het ging weer omhoog en dat voor de volgende vier kilometer. Dat klinkt niet lang, maar als je weet dat we op die korte afstand 500 – van de in totaal 700 hoogtemeters – overbrugden, dan worden dat plots héél lange kilometers…

Le petit requin

Gelukkig was het exact “juist” bewolkt: niet te warm, maar toch een mooi zicht op de omgeving. Af en toe kwam de Zürichsee piepen, dan weer de Glarnerbergen of de bergketen langs de Walensee. Al waren er evengoed momenten waarop zelfs rondkijken teveel gevraagd was, bijvoorbeeld toen we deze “Alpenweide”, inclusief koeien op de route, voor de voeten geschoven kregen.

Le petit requin

Het is op foto’s moeilijk om een steiltegraad goed weer te geven, maar onderstaande foto geeft toch een beeld. Dat ik op het gps-hoogteprofiel achteraf percentages tot 35% zag, verbaasde mij totaal niet, want op dit stuk, tja, daar was lopen echt niet meer de omschrijving van wat ik aan het doen was. Strompelen en kruipen, dat omvat het eigenlijk beter 😉 . Dat een paar van de Nordic walkers mij tijdens de tocht dan ook inhaalden, was confronterend, maar ook heel logisch.

Le petit requin

Na 6,5km kwamen we bovenop Farneralp, een plek die ik herkende van toen ik er tijdens de zomer moest zijn voor het werk. Ik ben nog maar zelden zo blij geweest een plek te herkennen, want zo wist ik dat het nu wel even bergaf moest gaan. Hoewel snel lopen er niet meer in zat (verzuurde benen, compleet verzuurde benen), was effectief lopen al een hoeraatje op zich waard 🙂

Nog meer hoera’s volgden voor het parcours in de daaropvolgende kilometers, dat – na bergop in open weilanden te zijn gebleven – het bos in ging en daar langs de Sagenraintobel naar beneden slingerde. Aangezien het er zo mooi was – en mijn tijd sowieso toch niet de moeite waard ging zijn – stopte ik zelfs een paar keer om foto’s te kunnen nemen 🙂

Le petit requin

We staken de beek ook een paar keer over en hadden daarbij geluk dat de oversteekplekken sinds de avond ervoor vrij waren komen te liggen. Pas op, puur qua ervaring zou door water waden heel leuk geweest zijn, maar ik had al genoeg afzien om niet ook nog eens met natte voeten te willen verder lopen 😉

Le petit requin

Dat dat afzien effectief het geval was, bleek een drietal kilometer voor het einde nog eens, toen ik van pure vermoeidheid over mijn eigen voeten (en een onooglijk steentje) struikelde en tegen de grond ging. Gelukkig hield ik er – behalve wat lichte schaafwonden aan kniën en handen – vooral de slappe lach aan over, omdat ik mij maar al te goed kon voorstellen hoe belachelijk die val er moet uitgezien hebben.

Ik was desondanks blij dat het vanaf dat punt niet meer al te ver was, al zat er wel nog een kort klimmetje en een venijnige trap (pestkoppen jong, die organisatie 😉 ) in de route vooraleer we definitief terug richting voetbalveld daalden. 2u37′ waren we ondertussen verder en eerlijk, ik was veel leger dan een week ervoor na 11u. Effectief lopen/stappen/strompelen deed ik gedurende 2u33′, want gezien de zwaarte van de route stopte ik effectief aan de bevoorradingen i.p.v., zoals normaal, al lopend iets te eten en drinken.

Ik heb al wel afgezien op looptochten en de halve marathon van Brussel blijft qua uitputting nog altijd de zwaarste (door te weinig training, dus absoluut mijn eigen fout), maar deze trail was zonder enige twijfel de fysiek uitdagendste en had achteraf bekeken bij een veel hoger inzamelbedrag mogen staan 😜. Toch probeer ik dit jaar opnieuw aan de start te staan. Want mooie tochten, die verdienen dat!

Loop naar de maan! Uitdaging: 3 cols op één dag oprijden

Ging ik rustig van start met de verschillende uitdagingen voor Loop naar de maan, dan volgden er in augustus en september enkele elkaar in sneltempo op. Een dikke week nadat ik mijn haar kortwiekte, was het tijd om de fiets op te springen voor een stevige uitdaging in de Alpen. De ingezamelde 800 euro betekende immers dat ik drie cols moest beklimmen, zodat ik mij opnieuw had ingeschreven voor het Alpenbrevet op 26 augustus, maar dan voor de zilveren (ofte drie passen) i.p.v. de bronzen (twee passen) editie, die ik in 2016 reed.

Vrijdagavond nam ik de trein naar Meiringen, waar op zaterdagochtend om 6u45 het startschot gegeven werd. Te midden van 2496 andere fietsers en tijdens de eerste kilometers aangemoedigd door mensen langs de weg, startte wat uiteindelijk een tocht van 11u zou worden vooraleer ik weer in Meiringen zou eindigen. Ik zocht mij een plekje in het laatste deel van de lange stroom lichtjes (we vertrokken immers nog in de schemering) en begon na ongeveer 5km in Innertkirchen aan de eerste klim van de dag: de Grimselpas.

Grimselpass (CyclingCols)
Bron: CyclingCols

Het was de derde keer dat ik deze opreed, waardoor ik ondertussen al wel weet waar de steilste stukken zijn en waar ik even kan recuperen. Dat ik aan het stuwmeer – de Räterichsbodensee – op een goede 5km voor de top pauze zou nemen, wist ik dan ook al vrij zeker op voorhand. Op dat moment had ik er immers de zwaarste kilometers van deze klim opzitten en kon ik een moment rust best wel gebruiken.

Grimselpass (Le petit requin)

Bovendien slingeren de laatste kilometers zich via zes haarspeldbochten – synoniem voor steil – langs de Grimselsee naar boven. Eens ik dit schattige meertje in zicht kreeg, wist ik dat de top binnen handbereik lag. De organisatie was dit keer beter voorbereid dan vorig jaar: hoewel het merendeel van eten en drank aan de controlepost al opgegeten was (logisch, ik kwam bij de laatsten boven), waren er dit keer – naast het water dat er vorig jaar als enige nog te vinden was – ook nog bananen en bouillon. Vooral van dat laatste ben ik – als iemand met een maag die slecht tegen sportdrank kan – heel erg fan geworden: hoewel het een warme dag was, zorgde die drank er immers voor dat ik voldoende zout binnenkreeg (iets wat met frisdrank niet lukt).

Le petit requin

Na de bevoorrading was het tijd voor de afdaling richting Gletsch, eentje die amper 6 kilometer lang is, maar wel langs een paar machtig mooie haarspeldbochten naar beneden kronkelt. In Gletsch stopte ik even voor een foto van de klim die 100 meter verder zou starten: de Furkapas. Nope, even op adem komen op een platter stuk zit er tussen deze twee passen niet in 🙂

Le petit requin

De Furkapas was de kortste van de drie passen die ik die dag zou beklimmen (op onderstaande grafiek startte ik vanaf Gletsch, op ongeveer 10km van de top), maar daarom zeker niet te onderschatten met onder andere de zwaarste kilometer van de dag met een gemiddelde van 9,5%. Het was de klim waar ik in 2016 bijna op kraakte en quasi elke twee bochten moest stoppen om naar adem te happen.

Furkapass (CyclingCols)
Bron: CyclingCols

Even stoppen onderweg deed ik weliswaar nog steeds, maar het ging dit keer een heel pak vlotter. Lang leve mijn nieuwe – en veel lichtere – koersfiets en een betere training in aanloop naar het event (al is dat relatief, want met de breuk anderhalve maand ervoor, was mijn voorbereiding zeker niet ideaal te noemen). Keek ik een jaar ervoor nog vooral smachtend naar boven in de hoop dat die top eindelijk dichterbij zou komen – nochtans niet goed voor de motivatie als je traag vooruit gaat… -, dan blikte ik dit jaar vooral content naar wat ik al achter de rug had. En naar het fantastisch mooie landschap natuurlijk 🙂

Le petit requin

Op de top was er geen bevoorrading voorzien, dus hield ik enkel halt voor de obligatoire foto van het colbordje op de top, alvorens omlaag te duiken richting Andermatt. Had ik tot dit punt nog twijfels of het wel gezond zou zijn om aan die derde pas te beginnen, dan overtuigde de afdaling mij volledig er zeker voor te gaan (of ik dan effectief boven zou geraken, was nog een andere vraag 😉 ). In 2016 reed ik immers heel verkrampt omlaag, waardoor de afdaling – nochtans iets wat ik anders heel graag doe – een halve lijdensweg werd. Dit keer genoot ik er van en dus ging ik in Andermatt richting bevoorrading i.p.v. richting de eindhalte van de bronzen afstand.

Reed ik al twee passen te midden van een select groepje van trage rijders, dan veranderde dat vanaf Andermatt helemaal. Hier voegden de rijders van het gouden en platina brevet – respectievelijk vier en vijf passen – zich immers weer bij de kortere afstand. Het zorgde meteen voor wat extra sfeer voor de zware kloefer die nog als laatste aan het wachten was, al moesten we eerst nog een geneutraliseerde afdaling doen van Andermatt via Göschenen naar Wassen: die 10km lange weg ligt immers al sinds 2014 (en nog tot 2019) deels onderbroken voor grote wegenwerken, waardoor het veel te gevaarlijk zou zijn om dit deel van de toer in de tijd mee te rekenen. Ook al is het geen wedstrijd in die zin dat er een winnaar wordt uitgeroepen, er zijn altijd fietsers die vergeten dat ze recreatief aan het rijden zijn en dus gevaarlijke toeren beginnen uit te halen in die afdaling (tussen auto’s slalommen, doorlopende witte lijnen oversteken…). Goede beslissing dus van de organisatie om dit deel te neutraliseren!

Le petit requin

Eens in Wassen startte de tijdsmeting opnieuw en begon de laatste, stevige klim van de dag: de Sustenpas, die met percentages die nergens onder 6% gaan weinig rustmomenten biedt.

Sustenpass (CyclingCols)
Bron: CyclingCols

Dat de zon ondertussen vrij fel aan het schijnen was op de flank waar we reden en de weg, die zich via een paar inhammen langs die flank slingerde, vele kilometers ver te zien was, was niet bepaald motiverend. Het mooie landschap en de blinkende gletsjer waar we naartoe moesten gelukkig wél 🙂

Le petit requin

Ik stopte onderweg een paar keer om extra water bij te tanken en om preventief mijn tenen wat te stretchen. Die durven bij hele lange of zware fietstochten (en met 133km en 4900hm was deze én zwaar én lang 😉 ) immers al eens te beginnen tintelen, wat na een tijdje voor een soort slaperig gevoel in mijn benen zorgt. Geen idee hoe mijn benen in slaap kunnen vallen, terwijl ze zo hard moeten werken, maar het is in alle geval een gevoel dat ik absoluut wil vermijden 🙂

Op een vijftal kilometer van de top raakte ik er definitief van overtuigd dat mijn uitdaging van drie cols zou lukken: ik was uiteraard al moe, maar nog niet op. En dus was het eigenlijk best wel genieten van die laatste kilometers, afwisselend naar boven en beneden blikkend en plezier hebbend in de inspanning.

Le petit requin

Bovenop de Sustenpas lag de laatste bevoorrading van de dag en trok ik mijn derde en laatste colbordje. Uitdaging “3 cols op één dag oprijden”: check!
Ik was een van de 132 (van 134 ingeschreven) vrouwen die deze uitdaging uitreden; in totaal waren we met 955 (van 997 gestarte) fietsers die deze afstand deden. De gouden afstand was de populairste met 1012 finishers. 284 zotten reden vijf cols over en 140 andere zotten kozen voor de bronzen versie met twee cols. Goed voor in totaal 2391 fietsers die die dag op en over de Alpen reden!

Le petit requin

Nadien wachtte “enkel” nog de afdaling; niet dat dat te onderschatten is (dat leerde ik het jaar ervoor wel), maar ik voelde dat ik nog fris genoeg zat om niet verkrampt af te dalen. En effectief: het werd een zalige afdaling en de eerste sinds mijn val in de afdaling van de Klausenpas waar ik opnieuw helemaal voluit durfde te gaan. Dat ik een heleboel andere fietsers voorbijvloog in de afdaling en de paar die in mijn wiel probeerden te hangen, ook kon afschudden, maakte het extra plezant (hey, als je niet snel genoeg kan rijden om competitief te zijn in de beklimming, dan maar in de afdaling 😉 ). Mijn gps klokte af op 77km/h als hoogste snelheid en hoewel ik mij kan inbeelden dat sommigen mij zot zullen verklaren om dat op zulke smalle bandjes te doen, kan ik alleen maar zeggen dat er weinig dingen zo zalig als dat zijn 🙂

Alpenbrevet (Le petit requin)
Bron foto’s: Alphafoto – Bron attest: Alpenbrevet

Die hoge snelheden haalde ik weliswaar enkel in het eerste deel van de afdaling, want vlak voor het einde kregen we plots nog een wolkbreuk te verwerken. Ach ja, aangezien het steilste deel van de afdaling al voorbij was, maakte het niet veel uit en beschouwde ik het maar als een eerste douche na de inspanning 😉

Aangezien ik dit jaar nog een extra nacht bleef, kon ik profiteren van de gratis massages die de organisatie aanbood. En de dag erna van een – eveneens gratis – bezoek aan de Aareschlucht. Een mooie manier om mijn benen wat los te stappen 🙂

Le petit requin

Het zal al wel duidelijk geworden zijn, maar het was een contente Haaike die zondagmiddag met een meringue – de specialiteit van Meiringen – de trein terug naar huis opstapte. Ook al ben ik nog altijd ver verwijderd van mijn beste fietstijden jaren geleden, het belangrijkste was absoluut aanwezig: afzien, maar daar gigantisch van genieten!

Fashion Revolution Week 2018

Vandaag is het exact 5 jaar geleden dat in Bangladesh het vijf verdiepingen hoge gebouw Rana Plaza instortte. Ondanks waarschuwingen dat er scheuren gevonden waren in het gebouw – waarop de winkels  en bank onderaan in het gebouw hun deuren sloten – stuurden de eigenaars van het gebouw en van de textielfabrieken die op de bovenste fabrieken lagen hun werknemers toch terug aan het werk. De gevolgen zijn bekend: 1138 doden en 2500 gewonden, het dodelijkste ongeval in een textielfabriek ooit. Nadat deze wantoestanden twee jaar lang tijdens een Fashion Revolution Day werden herdacht en aangeklaagd, wordt er sinds 2016 een Fashion Revolution Week georganiseerd. Ook vandaag nog gaat er veel te weinig aandacht naar zowel de ethische als de ecologische aspecten van mode en jammer genoeg is België wat dat betreft zeker geen voorloper. Twee modecollecties (lente/zomer en herfst/winter) per jaar zijn vervangen door quasi elke week nieuwe stukken, mensen kopen – off- en online – veel meer dan ze kunnen dragen en vervangen alles ook veel sneller. Terwijl slow fashion zoveel beter is voor mens én milieu…

Fashion Revolution
Bron: fashionrevolution.org

Op de website van Fashion revolution, een beweging die zich inzet voor een meer transparante, ethische en duurzame kledingindustrie (zodat de kleding die wij kopen niet ten koste gaat van onze planeet en van andere mensen), zijn alle events te vinden voor deze week:

  • In Brussel kan je morgen, woensdag, bij Mundo terecht voor een filmvoorstelling van Toxic Fringues en vindt op zondag de Fashion Revolution Fair plaats. Van 10u tot 18u kunnen jullie terecht in l’USINE in Ukkel om ethische en ecologische Belgische merken te ontdekken en/of kopen, om yogalessen te volgen, een tentoonstelling te bezoeken, kapotte kleren te herstellen tijdens een workshop…
  • Ook op zondag wordt in Gent het derde Fair Fashion Fest georganiseerd, waar je kan kijken naar een modeshow, rondlopen op een eerlijke mode markt en deelnemen aan verschillende lezingen en workshops.
  • Voor de lezers uit Nederland: de events in jullie land, zijn hier te vinden.

Een relatief late agendawissel heeft er voor gezorgd dat ik een groot deel van de events hier in Zürich (en dat zijn er – hoera voor Zwitserland en boehoe voor België – veel meer) ga missen, maar ter compensatie ga ik er wel bij zijn in Gent en wie weet zelfs ook even in Brussel. Zwaaien he als je mij ziet 😉

Ik word niet gesponsord voor dit bericht, maar schrijf er over, omdat ik deze kwestie te belangrijk en te impactvol vind om er geen aandacht aan te besteden.

What about you #40dagenblogger?

Er wachten eigenlijk nog twee stokjes om ingevuld te worden, maar nu de 40 dagen bloggen bijna voorbij zijn, besloot ik dit stokje, dat Zeg maar Babs lanceerde, toch even voorrang te geven.

Bron: Zeg maar Babs

1. Stel jezelf en de blog eens voor in max 20 woorden.
Haaike | 30 | Zwitserland | sportverslaafd | lezer | vergroener | zus | rusteloos | reiziger | ingenieur architect | ambivert | taalliefhebber | zoekend | perfectionist | avondmens | passioneel | monumentenzorger | koppig | snoeper

2. Waarover ging je eerste blogbericht?
Ik toonde het tijdelijke appartement waar we de eerste twee maanden na onze aankomst in Zwitserland woonden.

Le petit requin
Weinig plaats, veel fietsen 😉

3. Veranderde de blog al van stijl en inhoud in de loop der jaren?
Beiden slechts minimaal: zo veranderde mijn blog wel van uiterlijk toen ik van blogger naar een eigen domein overstapte, maar eigenlijk bleef dat beperkt, omdat ik in beide gevallen voor een vrij minimalistische zwart-wit layout met blauwe accenten gekozen heb.

4. Wat wil je graag nog bijleren om je blog te verbeteren?
Ik zou vooral meer kennis van html willen, zodat ik aanpassingen aan mijn blogthema kan en durf maken (of wie weet: zelfs gewoon een eigen thema kan ontwerpen). Daarnaast zou ik vooral mijn foto’s willen verbeteren: er zitten er al mooie tussen, maar vooral de dagdagelijkse kunnen een pak beter. Al is dat niet zozeer iets dat ik moet leren, maar wel iets waar ik tijd voor moet maken (al denk ik soms: hey, ’t zijn dagdagelijkse foto’s, mijn dagdagelijks leven is ook niet perfect gekadreerd en belicht 😉

5. Als je slechts één blogpost mocht kiezen om je nieuwe lezers te laten lezen, welkeen zou dat zijn?
Pfoe, geen idee eigenlijk… Ik weet dat veel mensen hier terechtkomen door mijn bericht over boekenwinkels in Brussel en dat is nog steeds een blogpost waar ik blij mee ben. Maar tegelijk is het een bericht dat niet meteen een weerspiegeling is van waar ik meestal over schrijf, zijnde de dagdagelijkse dingetjes. Misschien dit bericht dan, over waarom dat dagdagelijkse leven zich bij mij in het buitenland afspeelt? Alhoewel, ik ga de “ouwe getrouwen” onder mijn lezers gewoon deze vraag laten beantwoorden: zeg eens lieve lezers, welk bericht hier is jullie het meeste bijgebleven of vinden jullie het meest representatief voor mijn stekje? 🙂

Boekenstad Brussel (Le petit requin)

6. Op welke (blog)skill van een andere #40dagenblogger ben je stiekem jaloers?
Hebben jullie efkes? 😉 . Ik kan wel wat mensen opnoemen, al gaat het eigenlijk om bewonderen i.p.v. jaloers zijn… Als ik er eentje moet uitkiezen, dan ga ik voor de loopprestaties van Annelyse.

7. Voor welke samenwerking mogen ze je altijd contacteren?
Goh, ik heb nog nooit samengewerkt met een bedrijf en ik zou kunnen zeggen dat dat is omdat hier simpelweg geen contactgegevens te vinden zijn, maar laten we wel wezen: ik ben gewoon een te klein bloggertje om interessant te zijn 🙂 . Op zich vind ik dat eigenlijk vooral handig, want ik weet echt niet of ik samenwerkingen zou willen doen. Uiteraard niet als het niets met mijn blog te maken heeft, maar stel nu dat ik de kans krijg om een mooie reis te maken of plekken in Zwitserland gratis zou mogen bezoeken in ruil voor een blogbericht… ik weet echt niet wat ik dan zou beslissen.

Le petit requin
Zeg hier maar eens neen tegen he 😉

8. Waar, wanneer en hoe lang blog je meestal?
Dat is thuis, meestal in de zetel, soms aan tafel. Ik heb geen vaste blogmomenten, maar schrijf wanneer ik goesting heb, wat dus ’s avonds tijdens de week of overdag in het weekend kan zijn. Hoe lang ik bezig ben, hangt heel erg af van het bericht: sommige schrijf ik op 20 minuutjes, aan andere ben ik 2u bezig…

9. Wat is je ultieme blogessential (naast de computer)?
Mijn fototoestel.

10. Welke bloggers die deelnemen aan #40dagenbloggen volg je op de voet en lees je zo vaak als mogelijk?
Dezelfde als gewoonlijk. Het gaat dan o.a. om Fieke, Silke, AnneliesSamajaTrijnewijn, Liquid Skies, Upje… Miss Folies herontdekte ik door de 40 dagen bloggen en daar ben ik blij om 🙂

11. Hoe vergaat het bloggen je tijdens de #40dagenbloggen? Hoe pak je het aan? En zou je volgend jaar weer meedoen?
Eigenlijk blog ik vooral zoals altijd: wanneer ik goesting heb. Alleen heb ik er de laatste weken iets meer tijd voor gemaakt, waardoor ik – op vorige week na – meer berichten gepubliceerd heb dan anders (zeker geen 40 dagen in totaal, maar wel – zoals de bedoeling was – een drietal berichten per week). Dat is ook volledig ok zo voor mij; het is en blijft een hobby tenslotte (ik schrijf op mijn werk al vaak genoeg “verplichte” dingen), wat niet wegneemt dat ik er wel van genoten heb om vaker te schrijven.

12. Deel 1 tip of bemoedigend woordje om de andere bloggers een duwtje in de rug te geven.
’t Is bijna gedaan 😉 . Neen serieus, hou het vooral plezant!

13. Post hieronder een foto van hoe je nu aan het bloggen bent. Het leven zoals het is.

Le petit requin
Ook al blog ik meestal thuis, soms gebeurt dat ook op de trein. Zoals nu 🙂

Loop naar de maan! Uitdaging: haar kort knippen

Drie weken na de short triathlon van Zürich was het tijd voor de volgende uitdaging van Loop naar de maan. Sportief gezien was dit de makkelijkste, aangezien ik er vanaf kwam met een rustig fietstochtje van 10km. En toch was dit een van de lastigste uitdagingen van allemaal! Ik had namelijk beloofd om mijn haar kort te knippen eens we 600 euro hadden ingezameld, maar – hoewel ik gezond jaloers ben op mensen die zonder aarzelen switchen tussen lang haar en pixiecut en ondertussen nog eens het hele kleurenspectrum afgaan – ben zelf absoluut geen durver wat mijn haar betreft.

Le petit requin

Op het moment dat we de grens van 600 euro bereikten, had ik voldoende haar verzameld voor een donatie aan Geef om haar en dus besloot ik mijn kappersbezoek te plannen tijdens mijn volgende bezoek aan België. Ik polste op voorhand op Instagram welk kapsel jullie mij zouden aanraden en besloot, in overleg met de – nieuwe (aaargh! 😉 ) – kapper, om niet te gaan voor een pixiecut, zoals ik oorspronkelijk dacht te doen (vanuit het idee: als ik mijn haar dan toch “moet” kortwieken, waarom dan niet meteen gaan voor een kapsel dat ik al lang wil uitproberen, maar zonder extra reden sowieso nooit ga durven proberen?). Alleen bleek zo’n kapsel echt wel niet verenigbaar met mijn eisen:

  • Kapsel moet natuurlijk kunnen drogen
    Ik heb – en wil – namelijk geen haardroger, noch goesting om aan de slag te gaan met gel of haarlak. Aangezien ik golvend haar heb, wilt dat echter ook zeggen dat superkort haar minder praktisch is. Laat die golven maar eens deftig vallen als er geen “gewicht” is dat ze in de plooi trekt, zoiets…
  • Kapsel moet meerdere dagen mooi vallen en meerdere maanden in model blijven
    Ik was mijn haar om de vier à vijf dagen en wil dat ook zo houden: het vraagt minder tijd en is vooral gezonder voor mijn haar (en het milieu, want minder shampoo en bijhorende brol die met het water wegstroomt). Bovendien is een van de grote redenen dat ik mijn haar nog nooit gekleurd heb (naast opnieuw de gezondheidsfactor), dat ik geen zin heb om elke x weken bij de kapper te zitten voor een bijkleuring.

Jullie beginnen waarschijnlijk te begrijpen waarom ik al jaren met een gelijkaardig kapsel rondloop 😉 . Kwestie van toch enige kapselwijziging toe te laten, liet ik dus toch een van mijn eisen vallen: de anders nochtans zéér belangrijke voorwaarde dat mijn haar in een staartje moet kunnen (want oh, de horror van sporten met haar dat alle kanten opvliegt!).

En zo eindigde ik met onderstaand kapsel en twee gedoneerde staarten, die ondertussen hopelijk deel geworden zijn van een mooie pruik. Korter dan ik in jaren gehad heb (wat zorgde voor een paar weken haarfantoompijn bij het kammen ’s ochtends 😉 ), maar ook verrassend makkelijk in onderhoud. Wie weet ga ik dus wel nog eens zo kort…

Le petit requin

Bovenstaande foto’s werden na de fietstocht van de kapper naar huis genomen; eigenlijk vind ik het op deze foto van een paar dagen later mooier vallen (en die dag merkte ik ook dat het nog best wel meevalt met die sporthorror, oef 😉 ).

Uitdaging geslaagd, denk ik dan!