Loop naar de maan! Uitdaging: 15km trailrun

Een week nadat ik de longen uit mijn lijf fietste in de Alpen, deed ik voor Loop naar de Maan hetzelfde nog eens al lopend. Ik “moest” immers al sinds het bedrag van 250 euro een trail van 15km lopen en had kort ervoor gezien dat er in Wald – een uurtje met de trein van Winterthur – eentje georganiseerd werd tijdens het eerste weekend van september.

Na een gezellige briefing door de organisatie (lang leve kleine organisaties in deze!), was het tijd om op het plaatselijke voetbalveld van start te gaan. Een beetje gezigzag op datzelfde veld later, doken we de velden in.

Le petit requin

Al is duiken niet het correcte woord, aangezien we onmiddellijk stegen. Dat ik daar duidelijk niet genoeg getraind voor was, werd al snel duidelijk. Onderstaande foto nam ik na amper anderhalve kilometer en toch loopt iedereen al ver vooruit 🙂

Le petit requin

Kort nadien gingen een deel hoogtemeters opnieuw verloren, wat er weliswaar voor zorgde dat ik even op adem kon komen (elk nadeel heb se voordeel, weet-je-wel).

Le petit requin

Al moet een mens zich bij dat “op adem komen” ook niet al te veel voorstellen, want het duurde niet lang of het ging weer omhoog en dat voor de volgende vier kilometer. Dat klinkt niet lang, maar als je weet dat we op die korte afstand 500 – van de in totaal 700 hoogtemeters – overbrugden, dan worden dat plots héél lange kilometers…

Le petit requin

Gelukkig was het exact “juist” bewolkt: niet te warm, maar toch een mooi zicht op de omgeving. Af en toe kwam de Zürichsee piepen, dan weer de Glarnerbergen of de bergketen langs de Walensee. Al waren er evengoed momenten waarop zelfs rondkijken teveel gevraagd was, bijvoorbeeld toen we deze “Alpenweide”, inclusief koeien op de route, voor de voeten geschoven kregen.

Le petit requin

Het is op foto’s moeilijk om een steiltegraad goed weer te geven, maar onderstaande foto geeft toch een beeld. Dat ik op het gps-hoogteprofiel achteraf percentages tot 35% zag, verbaasde mij totaal niet, want op dit stuk, tja, daar was lopen echt niet meer de omschrijving van wat ik aan het doen was. Strompelen en kruipen, dat omvat het eigenlijk beter 😉 . Dat een paar van de Nordic walkers mij tijdens de tocht dan ook inhaalden, was confronterend, maar ook heel logisch.

Le petit requin

Na 6,5km kwamen we bovenop Farneralp, een plek die ik herkende van toen ik er tijdens de zomer moest zijn voor het werk. Ik ben nog maar zelden zo blij geweest een plek te herkennen, want zo wist ik dat het nu wel even bergaf moest gaan. Hoewel snel lopen er niet meer in zat (verzuurde benen, compleet verzuurde benen), was effectief lopen al een hoeraatje op zich waard 🙂

Nog meer hoera’s volgden voor het parcours in de daaropvolgende kilometers, dat – na bergop in open weilanden te zijn gebleven – het bos in ging en daar langs de Sagenraintobel naar beneden slingerde. Aangezien het er zo mooi was – en mijn tijd sowieso toch niet de moeite waard ging zijn – stopte ik zelfs een paar keer om foto’s te kunnen nemen 🙂

Le petit requin

We staken de beek ook een paar keer over en hadden daarbij geluk dat de oversteekplekken sinds de avond ervoor vrij waren komen te liggen. Pas op, puur qua ervaring zou door water waden heel leuk geweest zijn, maar ik had al genoeg afzien om niet ook nog eens met natte voeten te willen verder lopen 😉

Le petit requin

Dat dat afzien effectief het geval was, bleek een drietal kilometer voor het einde nog eens, toen ik van pure vermoeidheid over mijn eigen voeten (en een onooglijk steentje) struikelde en tegen de grond ging. Gelukkig hield ik er – behalve wat lichte schaafwonden aan kniën en handen – vooral de slappe lach aan over, omdat ik mij maar al te goed kon voorstellen hoe belachelijk die val er moet uitgezien hebben.

Ik was desondanks blij dat het vanaf dat punt niet meer al te ver was, al zat er wel nog een kort klimmetje en een venijnige trap (pestkoppen jong, die organisatie 😉 ) in de route vooraleer we definitief terug richting voetbalveld daalden. 2u37′ waren we ondertussen verder en eerlijk, ik was veel leger dan een week ervoor na 11u. Effectief lopen/stappen/strompelen deed ik gedurende 2u33′, want gezien de zwaarte van de route stopte ik effectief aan de bevoorradingen i.p.v., zoals normaal, al lopend iets te eten en drinken.

Ik heb al wel afgezien op looptochten en de halve marathon van Brussel blijft qua uitputting nog altijd de zwaarste (door te weinig training, dus absoluut mijn eigen fout), maar deze trail was zonder enige twijfel de fysiek uitdagendste en had achteraf bekeken bij een veel hoger inzamelbedrag mogen staan 😜. Toch probeer ik dit jaar opnieuw aan de start te staan. Want mooie tochten, die verdienen dat!

Loop naar de maan! Uitdaging: 3 cols op één dag oprijden

Ging ik rustig van start met de verschillende uitdagingen voor Loop naar de maan, dan volgden er in augustus en september enkele elkaar in sneltempo op. Een dikke week nadat ik mijn haar kortwiekte, was het tijd om de fiets op te springen voor een stevige uitdaging in de Alpen. De ingezamelde 800 euro betekende immers dat ik drie cols moest beklimmen, zodat ik mij opnieuw had ingeschreven voor het Alpenbrevet op 26 augustus, maar dan voor de zilveren (ofte drie passen) i.p.v. de bronzen (twee passen) editie, die ik in 2016 reed.

Vrijdagavond nam ik de trein naar Meiringen, waar op zaterdagochtend om 6u45 het startschot gegeven werd. Te midden van 2496 andere fietsers en tijdens de eerste kilometers aangemoedigd door mensen langs de weg, startte wat uiteindelijk een tocht van 11u zou worden vooraleer ik weer in Meiringen zou eindigen. Ik zocht mij een plekje in het laatste deel van de lange stroom lichtjes (we vertrokken immers nog in de schemering) en begon na ongeveer 5km in Innertkirchen aan de eerste klim van de dag: de Grimselpas.

Grimselpass (CyclingCols)
Bron: CyclingCols

Het was de derde keer dat ik deze opreed, waardoor ik ondertussen al wel weet waar de steilste stukken zijn en waar ik even kan recuperen. Dat ik aan het stuwmeer – de Räterichsbodensee – op een goede 5km voor de top pauze zou nemen, wist ik dan ook al vrij zeker op voorhand. Op dat moment had ik er immers de zwaarste kilometers van deze klim opzitten en kon ik een moment rust best wel gebruiken.

Grimselpass (Le petit requin)

Bovendien slingeren de laatste kilometers zich via zes haarspeldbochten – synoniem voor steil – langs de Grimselsee naar boven. Eens ik dit schattige meertje in zicht kreeg, wist ik dat de top binnen handbereik lag. De organisatie was dit keer beter voorbereid dan vorig jaar: hoewel het merendeel van eten en drank aan de controlepost al opgegeten was (logisch, ik kwam bij de laatsten boven), waren er dit keer – naast het water dat er vorig jaar als enige nog te vinden was – ook nog bananen en bouillon. Vooral van dat laatste ben ik – als iemand met een maag die slecht tegen sportdrank kan – heel erg fan geworden: hoewel het een warme dag was, zorgde die drank er immers voor dat ik voldoende zout binnenkreeg (iets wat met frisdrank niet lukt).

Le petit requin

Na de bevoorrading was het tijd voor de afdaling richting Gletsch, eentje die amper 6 kilometer lang is, maar wel langs een paar machtig mooie haarspeldbochten naar beneden kronkelt. In Gletsch stopte ik even voor een foto van de klim die 100 meter verder zou starten: de Furkapas. Nope, even op adem komen op een platter stuk zit er tussen deze twee passen niet in 🙂

Le petit requin

De Furkapas was de kortste van de drie passen die ik die dag zou beklimmen (op onderstaande grafiek startte ik vanaf Gletsch, op ongeveer 10km van de top), maar daarom zeker niet te onderschatten met onder andere de zwaarste kilometer van de dag met een gemiddelde van 9,5%. Het was de klim waar ik in 2016 bijna op kraakte en quasi elke twee bochten moest stoppen om naar adem te happen.

Furkapass (CyclingCols)
Bron: CyclingCols

Even stoppen onderweg deed ik weliswaar nog steeds, maar het ging dit keer een heel pak vlotter. Lang leve mijn nieuwe – en veel lichtere – koersfiets en een betere training in aanloop naar het event (al is dat relatief, want met de breuk anderhalve maand ervoor, was mijn voorbereiding zeker niet ideaal te noemen). Keek ik een jaar ervoor nog vooral smachtend naar boven in de hoop dat die top eindelijk dichterbij zou komen – nochtans niet goed voor de motivatie als je traag vooruit gaat… -, dan blikte ik dit jaar vooral content naar wat ik al achter de rug had. En naar het fantastisch mooie landschap natuurlijk 🙂

Le petit requin

Op de top was er geen bevoorrading voorzien, dus hield ik enkel halt voor de obligatoire foto van het colbordje op de top, alvorens omlaag te duiken richting Andermatt. Had ik tot dit punt nog twijfels of het wel gezond zou zijn om aan die derde pas te beginnen, dan overtuigde de afdaling mij volledig er zeker voor te gaan (of ik dan effectief boven zou geraken, was nog een andere vraag 😉 ). In 2016 reed ik immers heel verkrampt omlaag, waardoor de afdaling – nochtans iets wat ik anders heel graag doe – een halve lijdensweg werd. Dit keer genoot ik er van en dus ging ik in Andermatt richting bevoorrading i.p.v. richting de eindhalte van de bronzen afstand.

Reed ik al twee passen te midden van een select groepje van trage rijders, dan veranderde dat vanaf Andermatt helemaal. Hier voegden de rijders van het gouden en platina brevet – respectievelijk vier en vijf passen – zich immers weer bij de kortere afstand. Het zorgde meteen voor wat extra sfeer voor de zware kloefer die nog als laatste aan het wachten was, al moesten we eerst nog een geneutraliseerde afdaling doen van Andermatt via Göschenen naar Wassen: die 10km lange weg ligt immers al sinds 2014 (en nog tot 2019) deels onderbroken voor grote wegenwerken, waardoor het veel te gevaarlijk zou zijn om dit deel van de toer in de tijd mee te rekenen. Ook al is het geen wedstrijd in die zin dat er een winnaar wordt uitgeroepen, er zijn altijd fietsers die vergeten dat ze recreatief aan het rijden zijn en dus gevaarlijke toeren beginnen uit te halen in die afdaling (tussen auto’s slalommen, doorlopende witte lijnen oversteken…). Goede beslissing dus van de organisatie om dit deel te neutraliseren!

Le petit requin

Eens in Wassen startte de tijdsmeting opnieuw en begon de laatste, stevige klim van de dag: de Sustenpas, die met percentages die nergens onder 6% gaan weinig rustmomenten biedt.

Sustenpass (CyclingCols)
Bron: CyclingCols

Dat de zon ondertussen vrij fel aan het schijnen was op de flank waar we reden en de weg, die zich via een paar inhammen langs die flank slingerde, vele kilometers ver te zien was, was niet bepaald motiverend. Het mooie landschap en de blinkende gletsjer waar we naartoe moesten gelukkig wél 🙂

Le petit requin

Ik stopte onderweg een paar keer om extra water bij te tanken en om preventief mijn tenen wat te stretchen. Die durven bij hele lange of zware fietstochten (en met 133km en 4900hm was deze én zwaar én lang 😉 ) immers al eens te beginnen tintelen, wat na een tijdje voor een soort slaperig gevoel in mijn benen zorgt. Geen idee hoe mijn benen in slaap kunnen vallen, terwijl ze zo hard moeten werken, maar het is in alle geval een gevoel dat ik absoluut wil vermijden 🙂

Op een vijftal kilometer van de top raakte ik er definitief van overtuigd dat mijn uitdaging van drie cols zou lukken: ik was uiteraard al moe, maar nog niet op. En dus was het eigenlijk best wel genieten van die laatste kilometers, afwisselend naar boven en beneden blikkend en plezier hebbend in de inspanning.

Le petit requin

Bovenop de Sustenpas lag de laatste bevoorrading van de dag en trok ik mijn derde en laatste colbordje. Uitdaging “3 cols op één dag oprijden”: check!
Ik was een van de 132 (van 134 ingeschreven) vrouwen die deze uitdaging uitreden; in totaal waren we met 955 (van 997 gestarte) fietsers die deze afstand deden. De gouden afstand was de populairste met 1012 finishers. 284 zotten reden vijf cols over en 140 andere zotten kozen voor de bronzen versie met twee cols. Goed voor in totaal 2391 fietsers die die dag op en over de Alpen reden!

Le petit requin

Nadien wachtte “enkel” nog de afdaling; niet dat dat te onderschatten is (dat leerde ik het jaar ervoor wel), maar ik voelde dat ik nog fris genoeg zat om niet verkrampt af te dalen. En effectief: het werd een zalige afdaling en de eerste sinds mijn val in de afdaling van de Klausenpas waar ik opnieuw helemaal voluit durfde te gaan. Dat ik een heleboel andere fietsers voorbijvloog in de afdaling en de paar die in mijn wiel probeerden te hangen, ook kon afschudden, maakte het extra plezant (hey, als je niet snel genoeg kan rijden om competitief te zijn in de beklimming, dan maar in de afdaling 😉 ). Mijn gps klokte af op 77km/h als hoogste snelheid en hoewel ik mij kan inbeelden dat sommigen mij zot zullen verklaren om dat op zulke smalle bandjes te doen, kan ik alleen maar zeggen dat er weinig dingen zo zalig als dat zijn 🙂

Alpenbrevet (Le petit requin)
Bron foto’s: Alphafoto – Bron attest: Alpenbrevet

Die hoge snelheden haalde ik weliswaar enkel in het eerste deel van de afdaling, want vlak voor het einde kregen we plots nog een wolkbreuk te verwerken. Ach ja, aangezien het steilste deel van de afdaling al voorbij was, maakte het niet veel uit en beschouwde ik het maar als een eerste douche na de inspanning 😉

Aangezien ik dit jaar nog een extra nacht bleef, kon ik profiteren van de gratis massages die de organisatie aanbood. En de dag erna van een – eveneens gratis – bezoek aan de Aareschlucht. Een mooie manier om mijn benen wat los te stappen 🙂

Le petit requin

Het zal al wel duidelijk geworden zijn, maar het was een contente Haaike die zondagmiddag met een meringue – de specialiteit van Meiringen – de trein terug naar huis opstapte. Ook al ben ik nog altijd ver verwijderd van mijn beste fietstijden jaren geleden, het belangrijkste was absoluut aanwezig: afzien, maar daar gigantisch van genieten!

Loop naar de maan! Uitdaging: short triatlon onder 1,5u

Jullie herinneren je misschien nog dat ik vorig jaar, samen met de vriendin van mijn broer, naar de maan liep. Hoewel het oorspronkelijk de bedoeling was om de hele zomer lang updates te geven over de verschillende uitdagingen die we moesten volbrengen, is daar door omstandigheden (ahum) weinig van in huis gekomen. Onder de noemer beter laat dan nooit, komen de volgende weken eindelijk de verslagen online.

Nadat ik een week lang elke dag 5 km liep, sloeg ik tijdelijk een paar uitdagingen over en sprong meteen naar die van 500 euro, namelijk een short triathlon in minder dan 1,5 uur afleggen. Op 29 juli nam ik net zoals in 2016 deel aan de short triathlon in Zürich, waar ik toen 1u34′ nodig had om 500m te zwemmen, 20km te fietsen en 5km te lopen. Vier minuten van die tijd afdoen, leek bij de inschrijving zeer haalbaar, maar aangezien juli niet bepaald een makkelijke maand was, was ik eerlijk gezegd al blij dat ik überhaupt aan de start stond. Gelukkig was mijn moeder erbij voor de nodige mentale steun (de foto’s in dit bericht werden ook door haar getrokken). Ik wilde uiteraard wel alles geven, maar ging ervan uit dat mijn doel voor Loop naar de maan geen optie meer zou zijn.

Short triathlon Zürich 2017 (Le petit requin)
Mijn doel leek mij dan wel niet meer haalbaar, de aankomstlijn wel en dus voegde ik mijn naam ook toe aan dit bord. Punten voor wie hem vindt 😉

Nadat ik mijn fiets en materiaal geïnstalleerd had in de wisselzone, was het al ongeveer tijd om richting start te trekken. Te midden van een zee van rode badmutsen dook ik samen met alle andere vrouwen van de short triathlon het water in.

Short triathlon Zürich 2017 (Le petit requin)

Hoewel die rode mutsen gegeven worden voor de veiligheid – een zwemmer is door dat rood namelijk veel sneller te spotten in het water -, zorgden al die gelijke hoofden er voor dat mijn moeder al snel geen idee meer had waar ik net zat. Nu ja, ergens vanachter was sowieso een goede gok, 40 seconden winst tegenover het jaar ervoor of niet 😉

Short triathlon Zürich 2017 (Le petit requin)

Ik slaagde er namelijk nog steeds niet in om de hele afstand in crawl af te leggen, waardoor ik automatisch weer bij de laatsten was die uit het water kwamen. Niet dat dat er mij van weerhield om eruit te zien alsof ik aan het strijden was om een topplaats 😉

Short triathlon Zürich 2017 (Le petit requin)

Na de vrij vlotte wissel, was het tijd voor het fietsen, Gelukkig kon ik de oude koersfiets van mijn moeder lenen, aangezien ik op dat moment mijn nieuwe koersfiets nog niet had en mijn oude niet meer echt vertrouwde (wetende dat o.a. het balhoofd moet vervangen worden). Dat ik de 20km op die manier toch op een koersfiets kon doen, zorgde ervoor dat dit onderdeel vrij goed ging. Dat het parcours langs het meer van Zürich loopt en daardoor heel vlak is, hielp natuurlijk wel.

Short triathlon Zürich 2017 (Le petit requin)
Bewijs van focus tijdens het rijden: ik zag pas achteraf op de foto’s dat in de tegenrichting een vrouw jammer genoeg zwaar gevallen was…

Van mijn moeder hoorde ik dat het als toeschouwer trouwens ook best wel leuk is om aan de kant te staan: zo ging zij tegenover de in- en uitgang van de wisselzone staan, waardoor ze niet alleen de wissels zelf kon zien, maar ook vrouwen die voorbijreden voor hun tweede fietsronde en mannen die al aan het looponderdeel bezig waren (hun wedstrijd was 20′ voor de onze gestart). Genoeg om naar te kijken dus terwijl ik mijn rondjes draaide.

Short triathlon Zürich 2017 (Le petit requin)

Na twee ronden van 10km en 37′ op de fiets (goed voor opnieuw 40″ winst tegenover 2016) was het tijd om weer naar de wisselzone te gaan, al liep het daar even mis: mijn rechterschoen klikte namelijk niet meer uit, zodat ik mijn voet uit mijn schoen wrong en op één schoen de wisselzone inliep. Niet bepaald handig, maar hey, ’t is niet alsof er een podiumplaats vanaf hing 😉

Short triathlon Zürich 2017 (Le petit requin)

Ook de tweede wissel ging vlot, maar toen kwam wat ik al wist dat het lastigste moment ging zijn: de start van het lopen. Ik weet niet waarom het net is, maar de overgang van zwemmen naar fietsen is zoveel makkelijker dan die van fietsen naar lopen. Mijn benen voelden als lood en dat duurde dit jaar een pak langer dan vorig jaar. Hoewel 9,3km/h geen slecht gemiddelde is voor mij, liep ik toch anderhalve minuut trager dan het jaar ervoor. De slechte voorbereiding eiste in dit onderdeel duidelijk zijn tol…

Short triathlon Zürich 2017 (Le petit requin)

Al nam dat niet weg dat ik met de meet in zicht nog een laatste spurtje eruit perste en doodcontent over de meet kwam, want verdorie, ondanks de rotweken die achter mij lagen, was ik toch maar over die meet geraakt!

Short triathlon Zürich 2017 (Le petit requin)

Mijn moeder stond mij aan de finish op te wachten, al deden de drank en de koude douche (warm,  zo warm!) op het eerste moment het meeste deugd 😉

Short triathlon Zürich 2017 (Le petit requin)

Daarna was ik echter meer dan content dat ze er was, want daar waar ik vorig jaar met J. babbelde over het verloop van mijn wedstrijd kon dat nu met haar. Moest ze er niet geweest zijn, ik zou mij denk ik even heel eenzaam gevoeld hebben in het midden van de hoop sporters rond mij. Nu was het “gewoon” een fijne sportdag, eentje waarop ik afzag en daar toch gigantisch veel deugd van had!

Short triathlon Zürich 2017 (Le petit requin)
In een van de stoelen voor “finishers only” 😉

Samen met de iets vlotter verlopen wissels, eindigde ik in een tijd van 1u33’20” en dus 29″ sneller dan het jaar ervoor. Ver van de vier minuten die ik voor Loop naar de maan eigenlijk wilde afdoen van mijn tijd, maar gezien de omstandigheden, besloot ik (na toch even na te vragen bij een paar sponsors of zij dat ook ok vonden 😉 ) dat een verbetering van mijn tijd ook mocht tellen als “uitdaging geslaagd”.

Thema “sport”: conclusie

Ik vertelde jullie een tijdje geleden over mijn voornemens van 2018. Dit jaar focus ik elke maand op één thema; tijd om vandaag en morgen eens te kijken hoe het verliep met de thema’s van januari en februari.

Dat er “iets sportief” tussen mijn voornemens zou staan, dat was te verwachten, alleen werd de effectieve inhoud van dit puntje een voorbeeld van hoe snel mijn hoofd ideeën omzet in uitdagingen (en dan niet enkel op sportief gebied, getuige het idee om alle talen van Zwitserland te leren). Toen mijn broer in december, naar aanleiding van onze jaaroverzichten in de sportapplicatie Strava, liet vallen dat er mensen zijn die een heel jaar lang alle dagen iets op Strava gezet hadden, deed mijn hoofd niet enkel “waw, amai zot”, maar ook “waah, dat zou keitof zijn om zelf te doen” (spreek die waah uit op de wijze van Samsons Waah Gertje om mijn enthousiasme in te schatten 😉 ). Ondanks dat mijn broer mij onmiddellijk zot verklaarde toen ik dat gevoel ook uitsprak, bleef het in mijn hoofd rondspoken.

Om het toch iets realistischer te maken, besloot ik om te starten met één maand, maar dan wel meteen de eerste maand van het jaar. Ah ja, als het dan zou meevallen, zou ik nog altijd kunnen voortdoen 😉 . Tegelijk maakte ik mijn doelen niet te ambitieus, door ook beweging mee te tellen: niet de 3 minuten stappen naar de bushalte natuurlijk, wel bijvoorbeeld de wandeling van 3km van mijn werk naar huis. Ook spieroefeningen besloot ik mee te rekenen van zodra ik die langer dan 5 minuten per dag deed. Kwestie van te vermijden dat ik al na een week zou opgeven, omdat ik doodop zou zijn van alle dagen intensief te sporten. Als dát een maand zou lukken, kon ik nog altijd kijken of ik verder zou willen doen…

Dat idee zag mijn broer wel zitten en dus startten we op Nieuwjaar met een gezamenlijke looptocht. Amper drie dagen later was ik heel blij dat ik mijn ambities niet te hoog gelegd had, toen een korte opstoot van buikgriep ervoor zorgde dat een kwartiertje rustige yoga al aanvoelde als een halve marathon.

Le petit requin
Sport – donkerblauw: 5-10′, lichtblauw: 10-30′, lichtgroen: 30′ – 2u, donkergroen: meer dan 2u

Ik maakte in mijn sportoverzicht wel een onderscheid tussen de sportieve en de rustige versie van bepaalde sporten (ofte dus sport tegenover beweging): doe ik een sneeuwwandeling, dan is dat sportief wandelen; wandel ik van mijn werk naar huis, dan is dat rustig wandelen. Idem met het fietsen waarvan de sportieve versie weliswaar niet voorkwam in januari en februari (te koud, veel te koud) en de rustige mijn fietstochten naar het werk inhouden. Die laatste tel ik overigens niet mee als “dag gesport”; ik track op strava elke zondag enkel wat ik die week aan dagdagelijkse fietskilometers afgelegd heb.

Le petit requin

Al dat sporten heeft trouwens ook een positieve invloed op mijn aantal stappen: niet dat ik nu plots elke dag aan mijn doel van 10000 geraak (verre van zelfs), maar op dagen waarop ik op het werk al een hele dag neergezeten heb en te moe ben om nog iets anders van sport te doen, laat ik mijn fiets al makkelijker eens staan om te voet naar huis te gaan.

Le petit requin
Stappen – donkerblauw: minder dan  5000, lichtblauw: 5000-10000, lichtgroen: 10000-20000, donkergroen: meer dan 20000

Al is het meest positieve effect wat mij betreft dat ik eindelijk een manier lijk gevonden te hebben om regelmatig spieroefeningen te doen; iets wat ik al langer wil – en op aanraden van mijn kinesist eigenlijk ook moet – integreren. Twee maanden is natuurlijk te vroeg om al te spreken van een blijvend succes, maar ik heb – met respectievelijk 13 en 12 dagen in januari en februari – alleszins nog nooit twee maand lang ongeveer de helft van de dagen spieroefeningen gedaan. Mijn focus lag eerst vooral op de buikspieren, nu wissel ik af tussen buik, rug en arm. Er zit nog niet echt een structuur in, voorlopig dienen die spieroefeningen eerder als “noodplan” voor wanneer ik geen tijd of zin heb om meer te doen (iets wat er in februari tijdens een hele drukke week op het werk voor zorgde dat ik 5 dagen na elkaar enkel spieroefeningen deed…). Ideaal? Nope, maar laat ik nu eerst maar focussen op het gewoon doen en als dat blijft lukken, kan ik er later altijd nog een gebalanceerde structuur inbrengen.

Le petit requin
Blauw = een dag gesport / bewogen

Ik moet zeggen, dit thema ging eigenlijk vlotter dan ik verwacht had. Dat ik niet wilde onderdoen voor mijn broer, heeft – eerlijk is eerlijk – heel erg geholpen (competitiebeestje: check!). Maar vooral: ik heb het haalbaar gehouden voor mijzelf door weliswaar elke dag iets te doen, maar mijzelf niet op te leggen elke dag een marathon te moeten lopen (bij wijze van spreken natuurlijk). Het is op zich evident, maar ik heb mij vroeger meer dan eens mispakt aan meteen té hoog mikken. Ik blijf, net zoals de voorbije jaren, proberen om minstens drie keer per week meer dan 30′ bezig te zijn, maar het is nu tenminste niet meer ofwel 30′ ofwel als een patattenzak in de zetel hangen 😉 . En wat misschien nog belangrijker is: op dagen waarop ik doodop ben van het werk en mijzelf – ondanks dat ik weet dat het mijn hoofd deugd doet – niet kan overtuigen om te gaan lopen of dergelijke, heb ik gemerkt dat ook 7 minuten afzien op mijn matje (serieus, waar waren mijn buikspieren naartoe seg?!) deugd kan doen. Thema absoluut geslaagd dus!

Loop naar de maan! Uitdaging: 7x5km

In mei vertelde ik jullie dat Emilie en ik dit jaar naar de maan liepen! Hoewel het oorspronkelijk de bedoeling was om de hele zomer lang updates te geven over de verschillende uitdagingen die we moesten volbrengen, is daar weinig van in huis gekomen. Ik vermoed dat iedereen wel begrijpt waarom, maar dat neemt niet weg dat jullie natuurlijk nog wat verhalen te goed hebben. Want dat er niet geschreven werd betekende gelukkig niet dat ook het lopen stilviel!

De eerste uitdaging vond plaats toen de zomer nog net niet begonnen was, maar het wel al zo aanvoelde, meer zelfs: het was een van de heetste weken van het jaar (nl. 12-18 juni). Niet meteen het ideale moment om sportuitdagingen aan te gaan, maar aangezien ik die week alleen thuis was (ha, achteraf bekeken had ik natuurlijk beter toch gewacht op aangenamer loopweer, want drie weken later startte een periode van altijd alleen thuis zijn…*), leek het mij wel zo praktisch om dan 7 achtereenvolgende loopdagen in te plannen.

Aangezien ik op maandag moest werken, kon ik pas ’s avonds om 21u gaan lopen (want ge ziet van hier dat ik nóg vroeger dan 6u30 ga opstaan). Ik maakte het mijzelf makkelijk door eerst wat in de moestuin – bovenop de helling – te werken en nadien via een omweg naar huis te lopen, waardoor ik enkel plat en bergaf moest lopen. Goed voor 5km in 36’37”; geen snelle tijd, maar aangezien ik nog maar net opnieuw startte met lopen na wat gesukkel met blessures, was ik al lang blij dat ik pijnloos 5km kon lopen (en ook, waar is de tijd dat 5km mijn loopdoel was, terwijl het nu mijn “ik begin opnieuw te lopen”-afstand is, jeeej 🙂 ).

Dinsdag wandelde ik de Uetliberg omhoog langs de Denzlerweg, ook gekend als de steilste route 🙂 . Na een drankje met de wandelgroep op de top, zette ik mij terug in beweging om van de top naar het station beneden te lopen. Aangezien ik zo voorzienend – ahum – geweest was om géén lampjes bij te hebben, liep ik aan een traag tempo door het toch vrij donkere bos (en dan zat ik nog op de ene bosweg met af en toe een lantaarn).
Check voor 5km in 45’33”.

Op woensdagen ben ik thuis en aangezien ik toch naar de winkel moest, besloot ik die beiden te combineren. Al was het niet mijn meest briljante ingeving om dat knal op het middaguur te doen… Het werd dus 40’37” afzien in de hitte, enkel kort onderbroken om bij dit fonteintje mijn dorst te lessen.

De dag erna had ik dan ook mijn lesje geleerd en wachtte ik tot het voldoende afgekoeld was, wat er uiteindelijk voor zorgde dat ik pas na 23u uit de startblokken schoot en 40’13” later nog net voor middernacht terug toekwam. Lag het aan het onchristelijke uur, geen idee, maar de combinatie van onderstaande garage en straatlamp leek plots heel erg op een kruis 🙂

Loop naar de maan (Le petit requin)

Ook vrijdag werk ik niet, maar dit keer wachtte ik tot de late namiddag om van start te gaan. Ik stopte weliswaar een paar keer tijdens mijn 37’08” durende looptocht, maar een reiger en kwakende kikkers (met schattig opgeblazen wangen), die verdienen meer dan een snelle blik 🙂

Loop naar de maan (Le petit requin)

Loop naar de maan (Le petit requin)

Zaterdag was ik niet meer alleen thuis, wat ervoor zorgde dat ik pas ’s avonds laat aan lopen toekwam. Doordat ik deels koos voor geasfalteerde (en vooral: verlichte) straten liep ik wel sneller dan bij de andere looptochten-in-het-donker deze week: 5km in 37’37”.

De laatste dag begon ik het toch wat te voelen, waardoor ik 43’21” deed over mijn toertje. Al kan dat ook gelegen hebben aan de stevige bergop die er in zat, want ik besloot te starten in de richting van de hoger gelegen vijvers alvorens in het bos terug naar beneden te duiken.

Deze uitdaging bleek uiteindelijk geen al te zware te zijn, maar bon ja, voor 100 euro moest ik nog niet meteen overdrijven natuurlijk 🙂 . Het zorgde er uiteindelijk vooral voor dat ik meteen weer vertrokken was met lopen. Op naar de volgende uitdaging… (en voordeel van deze berichten met vertraging te schrijven, is dat jullie daar snel over zullen lezen 😉 ).

* gewoon zodat jullie het weten, want het kan nog voorkomen: zwarte humor / cynisme is een van de manieren waarop ik omga met dingen en dus ook met de breuk tussen J. en mij. Kwestie van het de mensen rondom mij “makkelijk” te maken, is dat weliswaar niet altijd het geval, waardoor ik – wanneer anderen dat doen – de ene keer al lachend en de andere al wenend reageer. Maar als ik het zelf doe, dan moogt ge zeker zijn dat ge moogt meelachen 😉