Rije, rije, rije

Jah, goed bezig met die 40 dagen bloggen: typ ik gisteren onderstaand blogje, vergeet ik het toch wel niet te publiceren i.p.v. enkel als draft op te slaan zeker? Bon ja, vandaag komt er normaalgezien nog een bericht aan, dus als jullie willen doen alsof jullie dit gisteren al lazen, dan weet niemand nog dat ik even verstrooid was 😉

Misschien weten jullie nog dat ik vorig jaar stevig tegen de grond smakte in de afdaling van de Klausenpass? Op het eerste zicht leek de schade aan mijn koersfiets wel mee te vallen: mijn stuur moest rechtgetrokken worden en het was even prutsen om mijn versnellingen weer goed te krijgen, maar daarna leek ik weer vertrokken te zijn. Jammer genoeg zorgde die val toch voor wat meer schade: tijdens een rit een paar weken later merkte ik immers dat mijn fiets niet meer stabiel aanvoelde en dat bleek aan het balhoofd te liggen. De raming van de fietsenmaker om dat balhoofd en andere – kleinere, maar daarom niet minder belangrijke – mankementen op te lossen, bedroeg echter meer dan de helft van wat die fiets – ondertussen toch al 16,5 jaar geleden – gekost heeft.

Le petit requin

Voeg aan die prijs en ouderdom nog het eigenlijk iets te grote kader toe en de beslissing om voor een nieuwe te gaan, was vrij logisch. Gelukkig liep het wegseizoen toen net ten einde en kon ik in de winter rustig op zoek gaan naar een nieuw model. Wie mij op instagram volgt, zag daar eind januari een eerste selectie verschijnen, gebaseerd op online onderzoek. Volgende stap was het bekijken van die modellen “in ‘t echt”, waardoor er niet alleen twee geschrapt werden (zo vond ik de onderbuis van de BMC toch iets te breed), maar ik twee weken geleden in een fietsenwinkel in België ook halsoverkop verliefd werd op een model dat ik in mijn online zoektocht niet eens een blik gegund had.

Dag 30 – Eerste selectie in de zoektocht naar een nieuwe koersfiets #keuzeskeuzes #afscheidvanmijn16jarigros

A post shared by Haaike (@haaike_lepetitrequin) on

Ah ja, het leek mij immers slimmer om dit keer niet voor een mannen-, maar wel voor een vrouwenkader te gaan, zodat de geometrie beter op mij afgestemd zou zijn. Tot ik dus een mannenmodel zag staan dat niet alleen technisch alles had wat ik wilde (carbon kader, Ultegra versnellingen…), maar er ook nog eens suuupermooi uitzag in mat zwart met accenten in turquoise. Het onmiddellijk bestellen wilde ik niet, ik wilde er toch eerst even een nachtje over slapen. Alleen moesten we na dat nachtje terug naar huis en bleek hij in Zwitserland een pak duurder te zijn (uiteraard, alles is daar duurder, maar dit was zo een van die gevallen “in verhouding écht veel duurder”).

En toen moesten we onverwacht terug naar België komen… Met mijn grootmoeder gaat het gelukkig al veel beter, al heeft ze voorlopig wel nog constant iemand nodig die bij haar blijft en voor eten e.d. zorgt – wat ik momenteel dus doe, zodat mijn, bij haar inwonende, nonkel wat ontlast wordt en kan gaan werken.
Het “voordeel” van onze terugkeer (veel te positief woord, want uiteraard waren we liever niet moeten afkomen, maar jullie snappen het wel) was dan weer dat we het afgelopen weekend nog eens naar die fietsenwinkel konden. Die liefde op het eerste zicht was ook bij de tweede kennismaking nog even groot en dus besliste ik trouw te blijven aan het merk van mijn oud ros en een bestelling te plaatsen. Dat het een mannenkader is, maakt uiteindelijk ook weer niet zoveel uit: een goede opmeting zorgt ervoor dat ik de juiste kadermaat krijg, met een aan mijn geometrie aangepaste stuurbreedte en stuurpen.

Le petit requin

Mooi toch he? 🙂
Jullie krijgen nog wel eens een volledig zicht eens de fiets toegekomen is (dit zijn details van het toonzaalmodel). En mijn oude? Daar twijfel ik nog tussen een tweede leven als een soort hometrainer – iets waarvoor een kapot balhoofd geen probleem is – of een volledige herbestemming. To be continued 😉

Halve Klausenpassplog

In aanloop naar het Alpenbrevet, waarvoor Johan en ik respectievelijk drie en twee cols over moeten geraken, besloten we om een stevige training te voorzien. ‘s Ochtends trokken we richting Näfels, waar we verwelkomd werden door een kleine vliegtuigformatie…

Klausenpassplog

Vanuit dat dorpje startten we samen voor een opwarming van 25km tot aan de Klausenpass. Aan de voet splitsten we: Johan klimt niet alleen veel sneller dan mij, maar had ook een grote lus van 140km voorzien waarbij hij na de Klausenpass nog de Pragelpass zou beklimmen.

Klausenpassplog

Mijn plannen waren iets minder ambitieus: ik zou tot de top van de Klausenpass rijden, maar daar omdraaien en langs dezelfde weg terugkeren. Jullie horen het al aan de voorwaardelijke wijs: mijn dag verliep niet echt zoals gepland…

Klausenpassplog

Na amper een paar kilometer begon ik het al heel lastig te krijgen: mijn benen voelden aan alsof er geen greintje kracht meer in zat. Aangezien er maar geen einde leek te komen aan de percentages van 7 à 8% (zwaar!), zocht ik een plekje in de schaduw op om even te bekomen en wat energie bij te tanken.

Klausenpassplog

Dat hielp gelukkig wel wat, dus na een kwartiertje reed ik verder. Vanaf de tiende kilometer zaten er vijf plattere kilometers in, die niet alleen wat rust, maar ook een fantastisch zicht boden.

Klausenpassplog

Deze hoogvallei, Urnerboden, is met 8km lengte de grootste alpenweide van Zwitserland. En ja, in een alpenweide horen uiteraard ook koeien-met-bellen thuis.

Klausenpassplog

Jammer genoeg bleken noch de mooie omgeving, noch de plattere kilometers echt soelaas te bieden, waardoor ik bij het begin van het tweede sterk stijgende deel van de klim besliste rechtsomkeer te maken. Weliswaar pas na eerst nog een kwartier in de graskant te zitten twijfelen, want opgeven op een klim, dat heb ik nog nooit moeten doen en was dus toch een beetje pijnlijk. Maar bon ja, als je lichaam aangeeft dat het niet gaat, dan gaat het niet…

Klausenpassplog

Klein voordeel van terugkeren was dan weer dat ik even tijd kon nemen om te stoppen bij een dorpsfeest. Het is op de foto niet echt te zien, maar een aantal mannen waren aan het schwingen en dat blijkt – zo leerde het internet mij achteraf – een soort worstelen te zijn, waarbij de deelnemers jutten broeken dragen en met één hand de broek van de tegenstander moeten vasthouden, terwijl ze hem moeten vloeren. Rare Zwitsers…

Klausenpassplog

Daarna was het tijd om de afdaling in te zetten. In deze bocht liep het echter mis: was het vermoeidheid, was het verstrooidheid… geen idee, maar in elk geval vergat ik mijn pedalen juist te houden (ofte: pedaal aan de binnenkant van de bocht – in dit geval de linker – naar boven) en raakte ik met mijn linkerpedaal de grond. Ik verloor uiteraard de controle over mijn fiets, waardoor ik tegen de grond smakte.

Klausenpassplog

Uiteindelijk bleek het allemaal nog wel mee te vallen en hield ik er niet meer dan schaafwonden aan over, maar het was desondanks serieus schrikken. Achteraf besefte ik ook dat ik voor het eerst bij een val niet als eerste mijn fiets, maar wel mijzelf checkte… duidelijk een teken dat het een zwaardere val was dan ik gewoon ben 🙂
Ondanks dat het “maar” schaafwonden waren, zag ik het niet zitten om nog verder te rijden (achteraf bekeken had dat ook niet gekund, want mijn versnellingen zaten volledig geblokkeerd en mijn stuur was helemaal scheefgetrokken). Een telefoontje naar Johan leerde mij dat hij net op het verste punt van zijn tocht zat, dus op hem wachten was niet echt de meest ideale optie. Lang leve behulpzame Zwitsers echter, want na de twee motards die onmiddellijk na mijn val stopten en checkten of ik geen erge verwondingen, hersenschudding (duusd hartjes voor mijn helm in deze!) of dergelijke had opgelopen, stopte al meteen de eerste auto toen ik begon te liften. Die mensen brachten mij niet alleen terug naar onze auto 30km verderop, maar legden ook mijn fiets erin. Zooo content met hun hulp! In het toilet van een winkeltje vlakbij kon ik voor het eerst deftig mijn schaafwonden en kapotte kleding bekijken, wat toch wel een zeer uitzonderlijke selfie waard was 😉

Klausenpassplog

Alle wonden oppervlakkig schoonmaken, iets eten en drinken en wat uitrusten later, reed ik naar de Klöntalersee, waar ik met Johan had afgesproken om hem nog wat extra kilometers te besparen (en no worries, had ik mij te slecht gevoeld, hij zou uiteraard tot aan ons startpunt gereden zijn). Dat bleek een heel mooi plekje te zijn: ideaal om rustig wat te lezen in mijn boek.

Klausenpassplog

Johan kwam al even kapot – maar dan gelukkig enkel in de figuurlijke zin – toe van zijn rit: de Pragelpass die hij op het einde nog voor de wielen geschoven kreeg, bleek lichtelijk dodelijk qua percentages (met dank aan mijn broer, die hem de rit aanraadde na zelf half gestorven te zijn op die klim 😉 ). Die twee hebben mekaar echt wel gevonden in om ter zotst sporten…
We vonden dan ook dat we allebei wel genoeg afgezien hadden om een ijsje te verdienen. Al is het in dit geval wat lastig om dat woord verplicht in zijn verkleinvorm te moeten gebruiken, want met drie bollen én slagroom én chocoladesaus, was het nu niet bepaald een ijs”je”. Maar lekker, mmm 😉

Klausenpassplog

Laten we het er maar op houden dat het een dubbel dagje qua gevoelens en ervaringen was!

Om te vergeten:

  • Het geluid en gevoel van mijn gezicht dat over de grond schuurde. Ook al heb ik geen te erge schrik opgedaan (ik ben de week erna al terug op mijn fiets gekropen voor een korte klim én afdaling) en was de schaafwonde op mijn gezicht de minst erge, dat geluid, brrrrr, ik hoor het nu nog…

Om te onthouden:

  • De Zwitsers! Want ook al doen ze aan rare sporten, ze zijn vooral heel erg behulpzaam.
  • Ik ben er heel goed vanaf gekomen: iets meer naar rechts neerkomen en ik had 20m lager kunnen liggen, iets anders vallen en ik had misschien iets gebroken…
  • Lang leve mijn helm! Ik heb hem ondertussen vervangen, want aangezien ik duidelijk op mijn hoofd terechtgekomen ben, is de kans te groot dat hij niet meer voldoende stevigheid biedt. Maar hey, liever een nieuwe helm moeten kopen dan mogelijks een kapot hoofd.
  • Binnenpedaal al-tijd naar boven houden in een scherpe bocht! Want ja, ik wilde wel eens weten hoe plat ik ga in een bocht, maar om nu op deze manier te beseffen dat ik blijkbaar zo plat ga liggen dat mijn pedaal tegen de grond komt, nope, dat was nu ook weer niet nodig.
  • Johans uitspraak dat “dit echt wel de mooiste dag van het jaar geweest is he tot nu toe”. Hij had het weliswaar over het weer, maar euhm ja, ik kon toch niet echt helemaal akkoord gaan 😉

Short triatlon Zürich 2016

De afgelopen weken broebelde mijn hoofd wat over met een hele hoop leuke, maar ook minder leuke dingen: al het geregel rond de renovatiewerken, de aankomende verhuis, beslissingen over onze auto, mijn studie, tussendoor ook nog bezoek, sportwedstrijden… Blogs lezen, dat ging nog wel, maar zelf verwoord krijgen wat er allemaal in mijn hoofd rondzweefde, dat lukte dan weer niet. Ach ja, het voordeel is dat ik nu extra veel te vertellen heb 😉
Om te beginnen: onze eerste triatlonwedstrijd!

Le petit requin

Voorbereiding

In het voorjaar schreven we ons in voor de korte triatlon van Zürich, goed voor een halve kilometer zwemmen, 20 km fietsen en vijf kilometer lopen. We overwogen ook de Olympische triatlon (1,5 km zwemmen – 40 km fietsen – 10 km lopen), maar hoewel we die afstanden elk apart wel aankunnen, leek de korte combinatie ons uiteindelijk wel genoeg uitdaging voor een eerste wedstrijdervaring. Achteraf bekeken waren we heel blij met die keuze, want waar we bij de inschrijving iets te weinig rekening mee hadden gehouden, was de voorbereiding. Met vijf weken België en bijhorende bezoekjes kwam er van trainen namelijk niet zo veel in huis: enkel het lopen werd echt op peil gehouden; verder ging ik amper twee keer een toertje fietsen. Door mijn oogoperatie mocht ik bovendien een tijdje niet zwemmen…
Voeg daar nog aan toe dat we op de terugweg naar Zürich door file pas tegen middernacht in ons bed lagen en de ochtend erna al om 5u uit de veren moesten om onze startnummers en dergelijke af te halen en jullie begrijpen waarschijnlijk wel waarom Johan even overwoog om niet mee te doen. Ik wilde echter absoluut aan de start verschijnen, nadat ik een vorige wedstrijd door vermoeidheid al had moeten laten schieten en ja, als ik dan toch opstond, kon hij evengoed ook meedoen 😉 (op het moment zelf heeft hij mij wel eventjes vervloekt, maar no worries, uiteindelijk was hij heel blij dat we hebben deelgenomen).

De wisselzone

Eens we onze startnummers hadden afgehaald en identificatiestickers op onze fietsen, helmen en rugzakken gekleefd hadden, konden we naar de wisselzone. Na wat gespiek bij de sporters rondom ons, kwamen we uiteindelijk tot onderstaande configuratie:

  • koershandschoentjes aan het stuur bevestigd en koersschoenen ingeklikt in de pedalen, om al rijdend aan te doen (ging bij mij goed; Johan daarentegen heeft zo ongeveer gezworen het nooit meer op die manier te doen 🙂 )
  • koersbroek en looptruitje op de fiets gehangen om zo snel mogelijk te kunnen wisselen met de zwemkledij (misschien kopen we op termijn wel een triatlonpakje, maar het leek ons wat zot om daar al meteen in te investeren)
  • helm los op de fiets gehangen, zodat we die ook direct konden aandoen (het is namelijk verboden om met je fiets te bewegen – zowel lopend als fietsend – zonder je helm te dragen)
  • loopschoenen op de grond met een zak tegen de regen erover als bescherming

Short triathlon Zürich (Le petit requin)

Bij het verlaten van de wisselzone kregen we een chip voor de tijdsmeting, die we aan onze enkel moesten bevestigen. Meer dan op de kaart met het fiets- en loopparcous kijken en aan land eens van het eind- naar het startpunt van het zwemmen wandelen, deden we uiteindelijk niet meer. We waren te moe om energie te willen verspillen aan veel opwarmen en hoopten dan maar dat de fietstocht van 10 km van thuis naar de start ‘s ochtends vroeg wel voldoende zou zijn 🙂

Zwemmen

Het eerste onderdeel was meteen hetgene dat ons het minste ligt: Johan, wiens wedstrijd 20 minuten voor de mijne startte, slaagde er weliswaar in om de volledige afstand in crawl te zwemmen, maar is niet zo’n snelle zwemmer. Ik was in totaal dan weer iets sneller, maar was nog maar – ruw geschat – 50m ver toen ik al moest overschakelen van crawl op schoolslag. Nog wat werk dus aan de winkel, want hoewel ik ben blijven afwisselen tussen beide slagen, zou het uiteraard sneller gaan moest ik de volledige afstand in crawl aankunnen.

De start zelf is trouwens vrij chaotisch: samen het water inlopen is voor mij weliswaar het beste (anders sta ik 10 minuten te treuzelen voor ik de kou kan overwinnen 😉 ), maar zeker de eerste tientallen meters is het opletten om geen slagen uit te delen of te krijgen van andere zwemmers.

Om te onthouden voor de volgende keer:

  • chip vaster aanspannen, want die komt tijdens het zwemmen losser te zitten (zou ik nochtans moeten weten van het duiken, want mijn horloge en kompas span ik boven water ook altijd heel strak aan, zodat ze onder water goed zitten).
  • sportbeha onder mijn zwempak aandoen was een goed idee: het hindert het zwemmen niet en ik moet bij het omkleden tenminste niet staan prullen met een beha op een vochtig lichaam (want ik weet niet hoe dat bij jullie zit, maar bij mij krult dat dan langs alle kanten op)
Short triathlon Zürich (Le petit requin)
Geen foto’s van tijdens het zwemmen, wel eentje van toen we uit het water kwamen. En ook: oh boy, ik wist het wel al, maar het is echt wel héél duidelijk wie van ons twee het strakste staat… (Bron: http://www.finisherpix.com)

Fietsen

Aangezien de volgorde van de sporten tijdens een triatlon blijkbaar bepaald wordt door de veiligheid, was het na het zwemmen tijd om op de fiets te klimmen. Als er tijdens het zwemmen iets misgaat, kunnen de gevolgen immers veel erger zijn dan op de fiets en op de fiets erger dan al lopend, omdat je enerzijds tijdens het lopen minder zwaar kan vallen en anderzijds makkelijker kan overschakelen naar stappen bij complete uitputting.

Onze fietsroute bestond uit twee rondes van elk 10km, wat het voordeel had dat Johan en ik elkaar onderweg kruisten, toen hij in zijn laatste en ik in mijn eerste ronde zat, en we elkaar dus even konden aanmoedigen. Toen ik aan mijn tweede ronde bezig was, kwam ik hem overigens nog eens al lopend tegen.
Het fietsen ging bij allebei vrij vlot (Johan fietste 33 minuten; ik vijf minuten langer): bij mij was het samen met het lopen mijn beste nummer, want ik eindigde bij beide nummers op ongeveer dezelfde plaats in de ranking. We hadden weliswaar geluk dat onze route vrij vlak was, omdat we op de weg langs het meer bleven; de Olympische triatlon moest tijdens hun 40km een aantal keer een stevig klimmetje over.

Om te onthouden voor de volgende keer:

  • zorgen dat ik geen waarschuwing van de scheidsrechter krijg 🙂 . Het was gelukkig “maar” een waarschuwing, omdat ik niet rechts genoeg reed en het achterkomers dus moeilijker maakte om mij in te halen; sommige andere overtredingen kunnen namelijk zorgen voor een stop and go in de penaltybox (rechts inhalen, fietsen in de wisselzone), een twee minuten durende stop in de penaltybox (wanneer je gebruikt maakt van de slipstream van je voorganger) of zelfs diskwalificatie (o.a. – en geheel terecht – wanneer je afval weggooit).
  • drinkbussen meenemen! Doordat onze drinkbussen nog ergens in een verhuisdoos zaten, hadden we er totaal niet aan gedacht om ze mee te nemen. Maar aangezien er geen bevoorrading was tijdens het fietsen, wilde dat zeggen dat we zowel het zwemmen als het fietsen zonder drank aflegden, wat toch niet meteen ideaal te noemen is. Stomme fout, maar bon ja, eentje die we volgende keer – met een opnieuw ingerichte keuken – normaal niet meer zullen tegenkomen 🙂

 

Short triathlon Zürich (Le petit requin)
Bron: http://www.finisherpix.com

Lopen

Ging de overgang van zwemmen naar fietsen nog vrij vlot, dan was de overgang naar het lopen serieus doorbijten: mijn benen leken de eerste honderden meters wel 100 kilo te wegen… Ook die overgang is dus duidelijk iets waar we nog wat op kunnen trainen.

Bij Johan was het lopen zijn beste nummer: hij legde de 5km af in net geen 24 minuten. En dan mispakte hij zich op het einde nog, omdat je – best wel verwarrend – onder een eerste boog doorging vooraleer naar de effectieve finishboog te lopen. Johan dacht dat die eerste boog de finish was en perste er dus een spurtje uit, om dan – compleet leeggelopen – te merken dat hij nog 300m moest afleggen. De oudere man die hij net nog vrolijk overgegaan was, haalde hem zo vlak voor de meet toch weer in…

Short triathlon Zürich (Le petit requin)
Bron: http://www.finisherpix.com

Ik zat – gelukkig – te leeg om bij de eerste boog nog te willen spurten, al zorgden Johans aanmoedigingen ervoor dat ik in het zicht van de echte meet mijn laatste krachten toch nog aansprak 🙂 . Goed voor een tijd van net geen 31 minuten, zeker niet slecht dus wetende dat ik vaak trager dan dat loop (en dan niet eerst gezwommen en gefietst heb).

Heel tof was ook dat bij de laatste bocht je naam op de aankomstboog verscheen, waardoor de speaker je persoonlijk kon verwelkomen aan de aankomst.

Short triathlon Zürich (Le petit requin)
Bron: http://www.finisherpix.com

Hoewel we allebei vrij achteraan in onze leeftijdscategorie eindigden (Johan in 1u25′ op plaats 89 van 105 en ik in 1u34′ op plaats 91 van 103), waren we best wel tevreden met die uitslagen. Gezien de voorbereiding, de vermoeidheid en vooral het feit dat dit onze eerste triatlonervaring was, is ongeveer anderhalf uur best wel ok. We weten alleszins waar we op moeten trainen voor de volgende keer, want jup, die volgende keer, die komt er zeker! Wanneer en of het opnieuw de korte of toch de Olympische wordt, dat zien we nog wel 🙂

Grimselpassplog

Vorige zondag deden Johan en ik wat we al een tijdje wilden doen, maar telkens uitstelden, vooral doordat ik er nog schrik voor had: een Alpencol beklimmen. Niet dat ik nu plots wel vond dat we genoeg getraind waren, maar wetende dat afgelopen weekend het laatste vrije in weken zou zijn (we worden zo’n beetje overspoeld met bezoek uit België vanaf deze week 🙂 ), was het wel hét moment om het te proberen.

Een beeld van hoe onze klimzondag er uitzag, geef ik jullie in mijn eerste plog:

9u13: ik word – eindelijk – wakker. Mijn wekker / Belgische gsm stond weliswaar om 8u, maar die zette ik in halve slaaptoestand af (gevaarlijk, opletten dat dat tijdens de week niet gebeurt!). Johan werd wel wakker, maar vond dat ik een beetje extra slaap best wel kon gebruiken en liet mij dus uitslapen. Zaligheid!

Le petit requin

9u30: nog met een half slaaphoofd bekijken we op cyclingcols.com het klimprofiel van de Sustenpass en de Grimselpass en beslissen uiteindelijk te gaan voor die laatste. We kunnen volgens het hoogteprofiel van Google Maps immers het makkelijkste opwarmen vanuit een dorpje kort bij startplaats Innertkirchen. Het besef dat we straks ruim 25km gaan moeten klimmen maakt mij al meteen een pak wakkerder!

Grimselpass (cyclingcols.com)

10u: we zijn bijna klaar met ontbijten. Geen idee of Johan het er om deed, maar hij zette mijn favoriete tas op tafel, goed voor extra moed 😉

Le petit requin

10u30: en wijle weg! De fietsen zijn ingeladen in de koffer, we hebben een frigobox met drinkbussen en energiebars mee en een zak met helmen, fietsschoenen…

Le petit requin

12u15: na 1u15 rijden parkeren we de auto, laden alles uit en maken ons klaar. Het eerste stuk is de voorziene opwarming, hier nog effectief de platte weg die we wilden, iets verderop blijkt echter dat die hoogteprofielen van Google Maps nog steeds met een serieuze korrel zout genomen moeten worden, wanneer het – zeker voor een opwarming – al vrij serieus bergop gaat.

Le petit requin

12u45: in het dorpje Innertkirchen start de eigenlijke klim, dus stoppen we daar nog eventjes, zodat ik mijn kilometerteller terug op nul kan zetten. En ja, ook de obligatoire “voor”-foto wordt genomen 😉

Grimselpass (Le petit requin)

13u30: Johan is het eerste deel van de klim bij mij gebleven, maar gaat er vlak na het dorpje Guttannen vandoor. Binnen de kortste keren zie ik hem totaal niet meer rijden, ons tempo is dan ook te verschillend om op zo’n klim bij elkaar te blijven.

Grimselpass (Le petit requin)

14u15: gelukkig is er onderweg genoeg ander moois om naar te kijken!

Grimselpass (Le petit requin)

14u30: de ene keer is zo’n uitzicht trouwens heel hoopvol, omdat je ziet hoeveel hoogtemeters je op korte afstand hebt kunnen overbruggen…

Grimselpass (Le petit requin)

15u00: … en de andere keer is het vooral demotiverend, wanneer je ziet waar je nog naartoe moet (namelijk die twee gebouwen in het midden van de foto) én weet dat de laatste kilometers qua stijgingspercentage bij de zwaarste van de hele klim horen.

Grimselpass (Le petit requin)

15u50: een paar kilometers afzien later krijg ik echter Johan – en dus ook bijna de top – in zicht. En Jerommeke, die met stevige tred over de parking wandelt…

Grimselpass (Le petit requin)

15u53: nog een laatste blik opzij, naar die mooie bergen en naar dat dal vanwaar ik kom. Ik heb mijn kilometerteller de hele rit op het aantal kilometers laten staan, maar verzet hem nu voor het eerst om mijn gemiddelde (8,3 km/h) en mijn tijd te kunnen zien.

Grimselpass (Le petit requin)

15u55: die tijd toont dat ik 3u12′ onderweg geweest ben. Geen supertijd (en 50′ trager dan Johan, de zot!), maar wel eentje waar ik heel blij mee ben, omdat ik op voorhand eigenlijk vreesde dat ik niet eens boven zou geraken. Johan neemt de nog veel obligatere “na”-foto: bijna dezelfde houding, maar de licht verkrampte rug en ingezakte schouders tonen toch duidelijk dat ik al een pak meer op mijn fiets steun dan een paar uur ervoor 😉

Grimselpass (Le petit requin)

16u15: we blijven nog even op de top: even bekomen, een hapje eten en wat slokken drinken. Een andere rijder komt vragen om een foto te nemen, wat we uiteraard doen en waar we dan maar meteen van profiteren om ook een foto van ons beiden te vragen 🙂 Daarna is het tijd om aan de afdaling te beginnen, het deel waar ik beter in ben (al is het een kwestie van tijd – en bijhorende ervaring – voor Johan mij daar bij beent). Mijn kilometertellertje heeft er blijkbaar geen zin meer in, dus geen idee welke snelheid ik gehaald heb: minstens 70km/h, maar vermoedelijk meer, want het eerste stuk waar mijn snelheidsmeter wel nog werkte, was niet het snelste van de ganse afdaling.

Grimselpass (Le petit requin)

19u15: na de afdaling en de rit terug naar huis, is het tijd voor “echt” eten. Ook al waren de nieuwe energierepen die we vandaag mee hadden verrassend lekker, het voelt immers toch niet echt als een maaltijd. Vandaag staat een bloemkool-broccolitaart op het menu, al starten we tegelijk ook al met de voorbereidingen van vegetarische spaghetti.

Bloemkool-broccolitaart (Le petit requin)

20u00: het klaarmaken van dat laatste laat ik echter over aan Johan, er staat immers een skype-sessie met mijn ouders gepland.

Le petit requin

21u30: na het skypen ruimen we de keuken nog op, de spaghettisaus verdwijnt in de diepvries.

Le petit requin

21u45: terwijl Johan het sportnieuws en Vive le Velo bekijkt (die laatste met een dag vertraging, dus lieve VRT, zet dat volgend jaar eens op de livestream voor Belgen-in-het-buitenland aub!), plooi ik de was die op het rek hangt op en hang meteen een nieuwe was te drogen.

Le petit requin

21u50: ik duik met een boek in bad, eventjes tijd om tot rust te komen en de toch wel wat zware benen te laten ontspannen! Veel te kort naar mijn goesting…

Le petit requin

22u32: … maar ‘t is dan ook dringend tijd om te gaan slapen, wetende dat de wekker om 6u zal aflopen…

Le petit requin

Schone dag!

#projectblogboek

Dit is de elfde post voor #projectblogboek, volgens haar idee, gebaseerd op haar boek.