Loop naar de Maan!

Hallo allemaal,

zoals jullie al lazen (in mijn mail of mijn vorige blogpost), wagen Emilie en ik ons aan een buitenaards avontuur: we lopen in de komende maanden immers naar de maan voor Kom op tegen Kanker! Aangezien we beiden heel graag en – de ene al meer dan de andere – regelmatig lopen, zetten we deze sport met veel plezier in het teken van een goed doel. Er worden immers nog steeds veel te veel mensen geconfronteerd met kanker, iets wat ook wij in onze – nabije en verre – omgeving al te vaak gezien hebben, en hoewel het risico om aan de ziekte te sterven jaar na jaar daalt, kunnen zowel de diagnose als de behandelingen nog steeds verbeterd worden. De opbrengst van deze editie van Loop naar de Maan gaat naar klinisch onderzoek dat een directe meerwaarde biedt voor de behandeling van de kankerpatiënt én waarvoor er onvoldoende interesse is bij de farmaceutische industrie (o.a. omdat het geen effect heeft op de verkoop of enkel van toepassing is op zeldzame kankers, waardoor het aantal patiënten te laag is om commercieel interessant te zijn).

Loop naar de maan (Kom op tegen Kanker)
Bron: loopnaardemaan.be

En wat doen wij dan net? Wij proberen minstens 250 euro per persoon (maar natuurlijk liefst meer 😊 ) in te zamelen en gaan in ruil daarvoor per specifieke som geld die we samen ingezameld hebben, een aantal (voornamelijk loop-)uitdagingen aan:

100 euro: Haaike loopt een week lang elke dag 5km

Dit lijkt misschien niet zo spectaculair, maar aangezien het lopen de afgelopen maanden door blessures op een laag pitje stond, vormt dit zeker wel een uitdaging (laat staan het feit dat ik op werkdagen na 11u van huis nog mijn moed bij elkaar ga moeten rapen).

150 euro: Emilie loopt verkleed een wedstrijd

Hoewel we allebei keihard aan het genieten zijn van het zonnetje momenteel, hopen we stiekem dat het niet té warm is op de dag dat Emilie dit gaat moeten doen… 🙂

250 euro: Emilie loopt een trail van 21,1km, Haaike van 15km

We liepen allebei al een halve marathon, maar dat was op asfalt. Daarom gaan we nu voor een stapje meer, zijnde op onverharde weg. Omdat ik het nadeel heb dat dat hier in Zwitserland bijna onvermijdelijk veel hoogtemeters inhoudt (en vooral: omdat ik veel minder getraind ben dan Emilie momenteel), ga ik voor een iets kortere afstand.

400 euro: Haaike loopt 10km in één uur

Ahum ja, ik liep dan misschien al wel langere afstanden, maar een snelle loper, dat ben ik nog steeds niet. Met 10 km/h moeten vele lopers waarschijnlijk nog steeds lachen, maar voor mij zou dat een gigantische stap vooruit betekenen.

450 euro: Emilie doet een loopdropping

Ofte: ze wordt op een haar onbekende plek gedropt en zoekt al lopend – zonder hulpmiddelen zoals gps, gsm… – de weg terug naar huis. No worries, ze krijgt wel een gsm (zonder internet) mee voor het geval ze echt verdwaalt, maar dan moet ze de uitdaging natuurlijk wel nog eens doen 😉

500 euro: Haaike doet een short triatlon in minder dan 1,5 uur

Bij Loop naar de Maan draait het natuurlijk in de eerste plaats om lopen, maar aangezien mijn hart ook bij andere sporten ligt, was het een logische keuze om ook daarin een aantal uitdagingen te zoeken. De combinatie met twee grote favorieten, zijnde fietsen en zwemmen, lag het meeste voor de hand en dus ga ik proberen mijn tijd van vorig jaar in Zürich te verbeteren.

600 euro: Haaike knipt haar haar kort

Bij deze de enige uitdaging waar totaal geen sport bij komt kijken, maar die desondanks misschien wel het meeste moed van allemaal zal vragen. Ik twijfel immers al jaren om mijn haren eens écht kort te knippen, maar eens ik in die kapperstoel zit, durf ik het toch niet en eindig daardoor uiteindelijk elke keer met quasi hetzelfde model. En dus laat ik het nu aan jullie over: als jullie genoeg geld geven, dan moet ik wel 😉

750 euro: Emilie rijdt 5 hellingen uit de Ronde van Vlaanderen

Waar Emilie in het lopen duidelijk de betere van ons beiden is, is fietsen iets minder haar ding. Maar we doen niet voor niets dingen die buiten onze comfortzone liggen en dus gaat ze vijf hellingen uit de Ronde van Vlaanderen oprijden. En nope, het zullen niet de makkelijkste zijn… 🙂

800 euro: Haaike rijdt 3 cols op één dag

Er was eens… een jaar waarin ik dit al deed op de Ventoux. Maar dat is lang geleden (12 jaar al!) en dus opnieuw een hele uitdaging. Vorig jaar raakte ik met veel puffen en blazen – en veel stoppen – twee Alpencols over; als jullie in totaal 800 euro storten dan voeg ik er daar nog eentje aan toe!

1000 euro: Emilie en Haaike lopen in 2018 een marathon

Ahum ja, ergens willen we doodgraag dat we 1000 euro zouden kunnen inzamelen, tegelijk snappen jullie misschien wel dat we daar ook een beetje schrik voor hebben. Want jawel, als we aan dat zotte bedrag komen – toch het dubbele van wat we zouden “moeten” inzamelen – dan gaan we een marathon lopen. Weliswaar niet meer voor het einde van de actie op 8 oktober, aangezien een marathon niet iets is dat een mens “zomaar eventjes” kan doen, maar wel volgend jaar. Zij die gaan sterven, groeten u 😉

Samengevat komt het er dus op neer dat hoe zotter de bedragen zijn die jullie storten, hoe zotter de uitdagingen worden die wij aangaan 😊 Wie op jaarbasis minstens 40 euro aan Kom op tegen Kanker stort, heeft recht op een fiscaal attest en kan zo via de belastingen 45% van zijn of haar donatie recupereren. Helpen jullie kanker mee naar de maan?

Een kleine stap voor ons, een gigantische stap in de strijd tegen kanker!

Jullie kunnen deze actie steunen via onze pagina’s:

Heel erg bedankt!

Emilie en Haaike

Short triatlon Zürich 2016

De afgelopen weken broebelde mijn hoofd wat over met een hele hoop leuke, maar ook minder leuke dingen: al het geregel rond de renovatiewerken, de aankomende verhuis, beslissingen over onze auto, mijn studie, tussendoor ook nog bezoek, sportwedstrijden… Blogs lezen, dat ging nog wel, maar zelf verwoord krijgen wat er allemaal in mijn hoofd rondzweefde, dat lukte dan weer niet. Ach ja, het voordeel is dat ik nu extra veel te vertellen heb 😉
Om te beginnen: onze eerste triatlonwedstrijd!

Le petit requin

Voorbereiding

In het voorjaar schreven we ons in voor de korte triatlon van Zürich, goed voor een halve kilometer zwemmen, 20 km fietsen en vijf kilometer lopen. We overwogen ook de Olympische triatlon (1,5 km zwemmen – 40 km fietsen – 10 km lopen), maar hoewel we die afstanden elk apart wel aankunnen, leek de korte combinatie ons uiteindelijk wel genoeg uitdaging voor een eerste wedstrijdervaring. Achteraf bekeken waren we heel blij met die keuze, want waar we bij de inschrijving iets te weinig rekening mee hadden gehouden, was de voorbereiding. Met vijf weken België en bijhorende bezoekjes kwam er van trainen namelijk niet zo veel in huis: enkel het lopen werd echt op peil gehouden; verder ging ik amper twee keer een toertje fietsen. Door mijn oogoperatie mocht ik bovendien een tijdje niet zwemmen…
Voeg daar nog aan toe dat we op de terugweg naar Zürich door file pas tegen middernacht in ons bed lagen en de ochtend erna al om 5u uit de veren moesten om onze startnummers en dergelijke af te halen en jullie begrijpen waarschijnlijk wel waarom Johan even overwoog om niet mee te doen. Ik wilde echter absoluut aan de start verschijnen, nadat ik een vorige wedstrijd door vermoeidheid al had moeten laten schieten en ja, als ik dan toch opstond, kon hij evengoed ook meedoen 😉 (op het moment zelf heeft hij mij wel eventjes vervloekt, maar no worries, uiteindelijk was hij heel blij dat we hebben deelgenomen).

De wisselzone

Eens we onze startnummers hadden afgehaald en identificatiestickers op onze fietsen, helmen en rugzakken gekleefd hadden, konden we naar de wisselzone. Na wat gespiek bij de sporters rondom ons, kwamen we uiteindelijk tot onderstaande configuratie:

  • koershandschoentjes aan het stuur bevestigd en koersschoenen ingeklikt in de pedalen, om al rijdend aan te doen (ging bij mij goed; Johan daarentegen heeft zo ongeveer gezworen het nooit meer op die manier te doen 🙂 )
  • koersbroek en looptruitje op de fiets gehangen om zo snel mogelijk te kunnen wisselen met de zwemkledij (misschien kopen we op termijn wel een triatlonpakje, maar het leek ons wat zot om daar al meteen in te investeren)
  • helm los op de fiets gehangen, zodat we die ook direct konden aandoen (het is namelijk verboden om met je fiets te bewegen – zowel lopend als fietsend – zonder je helm te dragen)
  • loopschoenen op de grond met een zak tegen de regen erover als bescherming

Short triathlon Zürich (Le petit requin)

Bij het verlaten van de wisselzone kregen we een chip voor de tijdsmeting, die we aan onze enkel moesten bevestigen. Meer dan op de kaart met het fiets- en loopparcous kijken en aan land eens van het eind- naar het startpunt van het zwemmen wandelen, deden we uiteindelijk niet meer. We waren te moe om energie te willen verspillen aan veel opwarmen en hoopten dan maar dat de fietstocht van 10 km van thuis naar de start ‘s ochtends vroeg wel voldoende zou zijn 🙂

Zwemmen

Het eerste onderdeel was meteen hetgene dat ons het minste ligt: Johan, wiens wedstrijd 20 minuten voor de mijne startte, slaagde er weliswaar in om de volledige afstand in crawl te zwemmen, maar is niet zo’n snelle zwemmer. Ik was in totaal dan weer iets sneller, maar was nog maar – ruw geschat – 50m ver toen ik al moest overschakelen van crawl op schoolslag. Nog wat werk dus aan de winkel, want hoewel ik ben blijven afwisselen tussen beide slagen, zou het uiteraard sneller gaan moest ik de volledige afstand in crawl aankunnen.

De start zelf is trouwens vrij chaotisch: samen het water inlopen is voor mij weliswaar het beste (anders sta ik 10 minuten te treuzelen voor ik de kou kan overwinnen 😉 ), maar zeker de eerste tientallen meters is het opletten om geen slagen uit te delen of te krijgen van andere zwemmers.

Om te onthouden voor de volgende keer:

  • chip vaster aanspannen, want die komt tijdens het zwemmen losser te zitten (zou ik nochtans moeten weten van het duiken, want mijn horloge en kompas span ik boven water ook altijd heel strak aan, zodat ze onder water goed zitten).
  • sportbeha onder mijn zwempak aandoen was een goed idee: het hindert het zwemmen niet en ik moet bij het omkleden tenminste niet staan prullen met een beha op een vochtig lichaam (want ik weet niet hoe dat bij jullie zit, maar bij mij krult dat dan langs alle kanten op)
Short triathlon Zürich (Le petit requin)
Geen foto’s van tijdens het zwemmen, wel eentje van toen we uit het water kwamen. En ook: oh boy, ik wist het wel al, maar het is echt wel héél duidelijk wie van ons twee het strakste staat… (Bron: http://www.finisherpix.com)

Fietsen

Aangezien de volgorde van de sporten tijdens een triatlon blijkbaar bepaald wordt door de veiligheid, was het na het zwemmen tijd om op de fiets te klimmen. Als er tijdens het zwemmen iets misgaat, kunnen de gevolgen immers veel erger zijn dan op de fiets en op de fiets erger dan al lopend, omdat je enerzijds tijdens het lopen minder zwaar kan vallen en anderzijds makkelijker kan overschakelen naar stappen bij complete uitputting.

Onze fietsroute bestond uit twee rondes van elk 10km, wat het voordeel had dat Johan en ik elkaar onderweg kruisten, toen hij in zijn laatste en ik in mijn eerste ronde zat, en we elkaar dus even konden aanmoedigen. Toen ik aan mijn tweede ronde bezig was, kwam ik hem overigens nog eens al lopend tegen.
Het fietsen ging bij allebei vrij vlot (Johan fietste 33 minuten; ik vijf minuten langer): bij mij was het samen met het lopen mijn beste nummer, want ik eindigde bij beide nummers op ongeveer dezelfde plaats in de ranking. We hadden weliswaar geluk dat onze route vrij vlak was, omdat we op de weg langs het meer bleven; de Olympische triatlon moest tijdens hun 40km een aantal keer een stevig klimmetje over.

Om te onthouden voor de volgende keer:

  • zorgen dat ik geen waarschuwing van de scheidsrechter krijg 🙂 . Het was gelukkig “maar” een waarschuwing, omdat ik niet rechts genoeg reed en het achterkomers dus moeilijker maakte om mij in te halen; sommige andere overtredingen kunnen namelijk zorgen voor een stop and go in de penaltybox (rechts inhalen, fietsen in de wisselzone), een twee minuten durende stop in de penaltybox (wanneer je gebruikt maakt van de slipstream van je voorganger) of zelfs diskwalificatie (o.a. – en geheel terecht – wanneer je afval weggooit).
  • drinkbussen meenemen! Doordat onze drinkbussen nog ergens in een verhuisdoos zaten, hadden we er totaal niet aan gedacht om ze mee te nemen. Maar aangezien er geen bevoorrading was tijdens het fietsen, wilde dat zeggen dat we zowel het zwemmen als het fietsen zonder drank aflegden, wat toch niet meteen ideaal te noemen is. Stomme fout, maar bon ja, eentje die we volgende keer – met een opnieuw ingerichte keuken – normaal niet meer zullen tegenkomen 🙂

 

Short triathlon Zürich (Le petit requin)
Bron: http://www.finisherpix.com

Lopen

Ging de overgang van zwemmen naar fietsen nog vrij vlot, dan was de overgang naar het lopen serieus doorbijten: mijn benen leken de eerste honderden meters wel 100 kilo te wegen… Ook die overgang is dus duidelijk iets waar we nog wat op kunnen trainen.

Bij Johan was het lopen zijn beste nummer: hij legde de 5km af in net geen 24 minuten. En dan mispakte hij zich op het einde nog, omdat je – best wel verwarrend – onder een eerste boog doorging vooraleer naar de effectieve finishboog te lopen. Johan dacht dat die eerste boog de finish was en perste er dus een spurtje uit, om dan – compleet leeggelopen – te merken dat hij nog 300m moest afleggen. De oudere man die hij net nog vrolijk overgegaan was, haalde hem zo vlak voor de meet toch weer in…

Short triathlon Zürich (Le petit requin)
Bron: http://www.finisherpix.com

Ik zat – gelukkig – te leeg om bij de eerste boog nog te willen spurten, al zorgden Johans aanmoedigingen ervoor dat ik in het zicht van de echte meet mijn laatste krachten toch nog aansprak 🙂 . Goed voor een tijd van net geen 31 minuten, zeker niet slecht dus wetende dat ik vaak trager dan dat loop (en dan niet eerst gezwommen en gefietst heb).

Heel tof was ook dat bij de laatste bocht je naam op de aankomstboog verscheen, waardoor de speaker je persoonlijk kon verwelkomen aan de aankomst.

Short triathlon Zürich (Le petit requin)
Bron: http://www.finisherpix.com

Hoewel we allebei vrij achteraan in onze leeftijdscategorie eindigden (Johan in 1u25′ op plaats 89 van 105 en ik in 1u34′ op plaats 91 van 103), waren we best wel tevreden met die uitslagen. Gezien de voorbereiding, de vermoeidheid en vooral het feit dat dit onze eerste triatlonervaring was, is ongeveer anderhalf uur best wel ok. We weten alleszins waar we op moeten trainen voor de volgende keer, want jup, die volgende keer, die komt er zeker! Wanneer en of het opnieuw de korte of toch de Olympische wordt, dat zien we nog wel 🙂

Halve marathonplog Genève

Na alle voorbereidingen was het zondag tijd voor het echte werk. Al startte ons halve marathon-weekend al op zaterdag, want na een treinrit van ruim 3u kwamen we aan in Genève.

Vanaf het station ging het onmiddellijk richting airbnb, waar vooral loopkleren in de kleerkast terechtkwamen 🙂

Halve marathon Genève (Le petit requin)

Waarna we richting loopdorp trokken om er ons loopnummer en -t-shirt af te halen…

Halve marathon Genève (Le petit requin)

… en er wat rondliepen tussen de verschillende standjes met loopkleren, energiedrankjes, -gels, -repen en dergelijke meer.

Halve marathon Genève (Le petit requin)

We wierpen een blik op wat ik eerst dacht dat onze finishlijn ging zijn, maar uiteindelijk die van de wedstrijden zaterdagavond (10km en de kortere Genevoise van 6,5km) bleek te zijn. Voor de halve en de volledige marathon op zondag werd namelijke een volledige brug afgesloten.

Halve marathon Genève (Le petit requin)

De rest van de dag brachten we door met een bezoekje aan Genève, later toon ik nog wel eens meer daarvan. We deden het vooral rustig aan om onze voeten wat te sparen, dus een heel uitgebreid bezoek was het niet. ‘s Avonds had ik geboekt in een pastarestaurant, ah ja, wat anders?!

Halve marathon Genève (Le petit requin)

Terug in ons tijdelijk appartement deden we de laatste voorbereidingen: loopnummer bevestigen, kleren klaarleggen…

Halve marathon Genève (Le petit requin)

… en nog een half uurtje yoga met stretchoefeningen!

Halve marathon Genève (Le petit requin)

Ons ontbijt ‘s ochtends bestond opnieuw uit pasta, dit keer met ahornsiroop en aangevuld met bananen. Een ontbijt dat ik vroeger, toen weliswaar met bruine suiker, wel vaker at voor de zwaarste fietstochten 🙂

Halve marathon Genève (Le petit requin)

Daarna was het tijd om vanuit het centrum te vertrekken naar de start in Chêne-Bourg, een dorpje vlak naast Genève. Uiteraard moest ik ondertussen al voor de derde keer die ochtend naar de wc en dus was het aanschuiven in de rij.

Halve marathon Genève (Le petit requin)

Een moment waar we dan maar van profiteerden om een “voor”-foto te nemen, eentje waar we er eigenlijk allebei nogal moe op uitzien, vind ik.

Halve marathon Genève (Le petit requin)

Kort voor 8h gingen we het zakje met onze truien en mijn fototoestelletje afgeven. Die werden op nummer in vrachtwagens gesorteerd en zo naar de aankomst gebracht. Super georganiseerd, want zowel bij het afgeven als bij het afhalen verliep dit heel vlot!

Halve marathon Genève (Le petit requin)

Aangezien ik mijn toestelletje afgaf, heb ik uiteraard ook geen foto’s van tijdens de wedstrijd. Niet dat ik daar sowieso aan zou gedacht hebben eigenlijk 🙂
Hieronder dus een paar foto’s van de organisatie: eerst van Johan, want die liep – uiteraard – véél sneller dan mij en finishte in een zotte 1u41′, goed voor zijn snelste halve marathon ooit!

Halve marathon Genève (Le petit requin)
Bron: marathon-photos.com

Tegen alle verwachtingen in ging het ook bij mij vrij vlot en voelde ik mijn enkel tijdens het lopen totaal niet (nochtans deed hij bij het opstaan wél pijn). Ik liep veel trager dan Johan natuurlijk, maar met 2u17′ – goed voor 9,3 km/h gemiddeld – wel veel sneller dan ik zelf gedacht had! Daarmee liet ik 600 mensen achter mij, dus jeeej, niet laatste 😉 . Maar vooral: het was eigenlijk heel plezant lopen, met regelmatige aanmoedigingen van mensen aan de kant, kindjes die handjeklap wilden doen (en eentje die – op basis van het vlagje op mijn nummer – “ouais, la Belgique” riep), een DJ in de tunnel waar we door liepen, een onbekende Belg die mij “Haaike, ge doet dat goed” toeriep (heel verrassend, want ondanks dat mijn naam ook op mijn nummer stond, had ik een persoonlijke aanmoediging echt niet verwacht!)…

Het was vrij warm, maar gelukkig waren er voldoende bevoorradingen om water (en stukjes banaan) bij te tanken. De verwachte klop rond 10km bleef uit, al had ik het tussen kilometer 18 en 20 iets lastiger, omdat alles wat pijn begon te doen. Gelukkig gaf het zicht op de boog van de laatste kilometer voldoende moed om er nog een versnelling uit te schudden. Heel blij dat dat nog kon!

Halve marathon Genève (Le petit requin)
Bron: marathon-photos.com

Johan stond ondertussen al ruim een half uur te genieten van het zonnetje aan de finish 😉 . Zalig om in zijn armen te kunnen eindigen! En samen op de foto te kunnen gaan, want jeej, we hebben het beide uitgelopen! 🙂

Halve marathon Genève (Le petit requin)

Aangezien we nog wat tijd aan de finish doorbrachten met stretchen en wat eten en drinken, was het tegen dat we naar het appartement terug wilden, al bijna tijd voor de aankomst van de marathon. We bleven dus nog even kijken en zagen de eerste man na 2u11′ over de meet komen! En jup, professioneel atleet of niet, die doet dus 6min minder dan ik over de dubbele afstand, auwtch 😉

Halve marathon Genève (Le petit requin)

Daarna was het tijd om ons te gaan omkleden en de trein terug naar Zürich te nemen. En af en toe eens blij en trots piepen op mijn horloge 😉

Halve marathon Genève (Le petit requin)

Op naar de volgende, want dat loopvirus, dat lang gesluimerd heeft, is hier in Zwitserland echt wel doorgebroken. Afspraak op 8 juni voor een avondwedstrijd 🙂

Halve marathon Genéve: de voorbereiding, deel 2

Half maart kregen jullie al een eerste, nogal uitgebreid, verslag van de voorbereidingen in aanloop naar mijn eerste halve marathon. Morgen is het zover, tijd dus voor een verslagje van hoe het tweede deel verlopen is.

Daar waar ik in het eerste deel van de voorbereiding gemiddeld genomen wel het aantal voorziene kilometers in mijn trainingsschema haalde, kan het tweede deel kort samengevat worden als lichtelijk dramatisch. Dé grote schuldige is mijn enkel, die vanaf de week na de vorige update pijn begon te doen en dat nu eigenlijk nog steeds af en toe doet. Lief van mijn lichaam dat het zich solidair toonde met Johan, maar allebei een – weliswaar andere soort – enkelblessure hebben, dat was nu precies toch ook niet het plan… Al is het voor mij bijlange nog niet zo erg als voor Johan, want die heeft door zijn blessure de geplande marathon moeten inruilen voor de halve.

Le petit requin

Die enkel zorgde er in alle geval voor dat ik weken aan een stuk niet verder kwam dan trainingen van 5km per keer en dat meestal maar 1 à 2x per week. Half april gingen we langs bij onze trainer/kinesist, die liet weten dat er vocht op mijn ligamenten zit, maar ook dat ik gerust mocht verder trainen (en in mijn schema het aantal trainingen van twee verhoogde naar drie per week). Vanaf dat ogenblik heb ik dus weer wat meer gelopen, al durfde ik het toch niet echt aan om voluit te gaan. Wetende dat ik die enkel al twee zwaar verstuikt heb en die ligamenten dus echt wel een zwak punt zijn, wilde ik het toch niet te hard pushen. Lopen is tof en een halve marathon een leuke uitdaging, maar er een blessure op lange termijn door oplopen, is het mij nu ook weer niet waard.

Le petit requin

Gelukkig lukte het vorige week met 18,8km eindelijk nog eens om – vrij pijnloos – een echt lange afstand te lopen, want met al die korte afstanden begon ik wat schrik te krijgen dat ik weliswaar mijn conditie onderhield, maar dat mijn lichaam onvoldoende voorbereid zou zijn op de lange afstand die een halve marathon voor mij toch wel is (die ene 18km die ik al deed, dateert ondertussen namelijk alweer van half februari). Die afstand ging – met rugzak – al bij al vrij ok, al had ik halfweg toch een serieuze dip en bestond de laatste 3km vooral uit een eindeloze herhaling van “ik ben er bijna” 🙂 . Deels motiverend dus voor morgen, want als ik bijna 19km aankan en mijn enkel niet zo hard voel, dan zal die 2km extra ook wel nog lukken. Deels demotiverend, want ik weet met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat ik ga afzien (ok ja, dat had ik eigenlijk al wel kunnen weten, maar mijn hoofd was het ondertussen mogelijks wat idealer gaan zien 😉 ).

Bovendien, en dat is eigenlijk echt wel niet zo tof, bleek vorige week uit een bloedonderzoek dat ik met een ijzertekort en bloedarmoede kamp. Ondertussen neem ik al een week ijzersupplementen, maar aangezien het momenteel ook “die periode van de maand” is, voel ik daar nog geen effect van. Integendeel, deze week kroop ik al drie dagen op rij rond 20-21h doodop in bed, daar waar ik normaal eerder rond 23h ga slapen… Geen idee wat het effect daarvan morgen zal zijn, maar dat ik niet topfit aan de start ga kunnen staan, is jammer genoeg een feit.

Le petit requin

Door de combinatie van bovenstaande factoren vermoed ik dat mijn gemiddelde dichter bij mijn gebruikelijke 8 à 8,5 km/h zal liggen en zeker ver van de 10km/h die mijn testresultaten aangaven als mogelijkheid. Ach ja, zo weet ik dat er nog progressie mogelijk is bij een volgende wedstrijd, ahum 😉

Maar serieus, sowieso stel ik mij geen specifieke tijd als doel voor morgen. Het is de allereerste keer dat ik zo’n afstand ga lopen; gewoon uitlopen lijkt mij al meer dan prestatie genoeg. Al heb ik wel één doel, hetzelfde dat ik bij elke loopwedstrijd heb: niet laatste worden 😉 En verder zo weinig mogelijk afzien en zoveel mogelijk genieten! Hopelijk helpt onderstaand zicht daar wat bij…

Lac Leman Genève (Le petit requin)

Halve marathon Genève: de voorbereiding

Op 8 mei staat hier ten huize de halve marathon van Genève op de planning en dat vraagt natuurlijk wel wat voorbereiding. Eind december deden we daarom allebei een inspanningstest en lieten we een trainingsschema opstellen; ondertussen zijn we net over halfweg in dat schema, tijd dus om eens te kijken hoe het er voor staat.

Inspanningstest

Het belangrijkste resultaat van de test (een inspanningstest met lactaatmeting, maar zonder VO2 max-meting) waren natuurlijk de juiste hartslagzones waarin ik moet trainen. Blijkt dat ik vrij hoge hartslagen haal – mijn maximale hartslag is 198 slagen per minuut en mijn overslagpols ligt bij 192 (in rust zit ik rond 55 bpm) – en dat zorgde meteen voor de grootste verandering in mijn trainingen tot nu toe. Daar waar ik in het begin vooral gewoon op gevoel liep, had ik de laatste weken voor de test al wel eens gelopen met een hartslagmeter, mij daarbij baserend op de hartslagen van een test die ik vijf jaar geleden deed. Achteraf bekeken vrij onnozel, want behalve dat mijn conditie niet meer vergelijkbaar is (gelukkig in positieve zin), was dat een fietstest en hartslagen tijdens het fietsen liggen een pak lager dan tijdens het lopen, waardoor ik – gebaseerd op die hartslagzones – continu in recuperatie aan het lopen was. Best wel gezellig en lang vol te houden, maar echt snel ging dat natuurlijk niet 🙂 Om mijn gemiddelde snelheid te verhogen, mag (of moet) ik dus zeker een tandje hoger schakelen in de hartslagzones. Want, en dat was best wel verrassend, ik blijk meer potentieel te hebben dan ik dacht: mijn resultaten geven aan dat een halve marathon binnen de twee uur zeker mogelijk moet zijn, aangezien ik begin te verzuren rond 12 km/h.

Le petit requin

Trainingsschema

Het trainingsschema dat voor mij werd opgesteld, werkt dan ook op twee gebieden. Enerzijds moet ik mijn basis verbreden en daardoor de eerste verzuring langer uitstellen: er wordt namelijk gesproken van “echte” verzuring van zodra je meer dan 4 mMOL/l lactaat in je bloed hebt – dit bepaalt je overslagpols -, maar er treedt eigenlijk tevoren al verzuring op (zo heb ik rond 9km/h al 2,2 mMOL/l in mijn bloed). Hoe beter getraind je bent, hoe langer je die “beginverzuring” kan uitstellen. Anderzijds moet dus ook mijn snelheid omhoog, want ik liep over het algemeen aan een tempo van 8 à 8,5 km/h met uitzonderlijk eens een uitschieter richting 9 km/h. Serieus wat werk aan de winkel dus om dat naar méér dan 10 km/h te krijgen.

Mijn schema bestaat uit twee looptrainingen per week (een afwisseling van duurlopen en intervaltrainingen) en één fietstraining. Die fietstraining heb ik specifiek gevraagd, omdat ik ook wil blijven fietsen en drie looptrainingen én nog een fietstraining én dan af en toe eens zwemmen, wat yoga doen of eens gaan skiën of wandelen, jah, er zijn grenzen he 😉 Hoe dan ook kan ik de fietstraining altijd laten vallen en één van de looptrainingen twee keer doen.

Gelopen kilometers

Of dat is toch de theorie… Want in de praktijk bleken een geblokkeerde rug, een reis en veel werk voor universiteit er toch voor te zorgen dat het meestal bij twee looptrainingen bleef. Daarnaast deed ik altijd wel nog iets van sport, maar de geplande fietstrainingen bleken ondoenbaar zwaar, waardoor die derde training ofwel fietsen aan een normaal tempo ofwel zwemmen (of eventueel skiën) werd, maar zonder daarbij rekening te houden met hartslagzones.

De realiteit ziet er dan zo uit (bij schema reken ik enkel de twee looptrainingen):

Le petit requin

Week 2 was een ramp doordat mijn rug teveel protesteerde en ik niet verder raakte dan wat rustige yoga-oefeningen. Weken 3 & 4 zijn ook gene vette, maar dat was gepland: we zaten toen immers in Zuid-Afrika. Op twee weken na (week 3 met 1 training en week 5 met 3 trainingen) loop ik twee keer per week, gemiddeld 10 km per keer met als maximale afstand 18km. Mijn gemiddelde snelheid ligt weliswaar nog steeds op 8,5 km/h…

Dat ligt aan een paar zaken:

  • enerzijds doe ik het echt wel al beter, want vorig jaar liep ik 8,5 km/h over een afstand van 5km, nu doe ik hetzelfde over een afstand van 10 à 15km. Bovendien loop ik nu “slimmer”: ik warm op en koel af aan een rustig tempo (dat mijn gemiddelde naar omlaag haalt) en loop tussenin sneller, daar waar ik vroeger gewoon startte en de hele tijd aan datzelfde tempo bleef lopen.
  • anderzijds loop ik minder dan de geplande drie trainingen en blijkt het toch vrij lastig om sneller te gaan lopen: een beetje sneller dan ik gewoon ben (9km/h) lukt goed, maar de echt hogere hartslagen en snelheden blijven lastig. In mijn excelfile schrijf ik bij elke training een korte commentaar en dan zie je dat dat af en toe te verklaren is (rugpijn, zware benen door het skiën), maar meestal gewoon ligt aan “niet kunnen”. Ik ga dus echt nog moeten leren om meer door te bijten, wil ik dat gemiddelde omhoog krijgen!

Verhard versus onverhard

Mijn knieën kunnen al dat geloop verrassend goed aan, maar ik loop natuurlijk wel het merendeel van de tijd op ideale wegen: onverhard, maar niet hobbelig. Als ik langere tijd op verharde wegen loop, beginnen ze soms wél te protesteren. Aangezien de halve marathon in Genève voor het overgrote deel op asfalt gelopen wordt (voor zover ik teruggevonden heb, is er enkel halverwege een strook van 1,5 km onverhard), ben ik dan ook langzaamaan mijn knieën aan het laten wennen. Ik ben gestart met een kilometertje of twee asfalt, momenteel bestaan mijn afstanden meestal voor de helft uit verharde ondergrond. Niet slecht, maar ik ga er de komende weken toch nog wat meer aandacht voor hebben, want nu wisselen de stukken verhard en onverhard zich meestal mooi af, waardoor ik maximaal 6 aaneensluitende kilometers op asfalt gelopen heb. Dat ik dat al voelde aan mijn knieën zegt genoeg…

Le petit requin

Conclusie

Ik ben in de eerste plaats vooral zeer content dat ik tegenwoordig zo vaak 10 à 15 km KAN lopen, want ik blijf ergens in mijn hoofd toch nog steeds die eeuwige en trage start-to-runner. Bovendien weet ik door die training van 18km dat de afstand zelf doenbaar moet zijn en dat is al een overwinning op zich. Het uitlopen binnen de twee uur, wat zéker haalbaar zou moeten zijn… tja, dat zal toch niet voor dit keer zijn denk ik. Blijkbaar heb ik het toch wat moeilijker dan verwacht werd om hogere snelheden te halen. Misschien ben ik er nog net niet gemotiveerd genoeg, is gewoon het idee “zot, ik ga een halve marathon lopen” momenteel al voldoende en gaat de echte goesting om sneller te lopen er pas komen eens ik een tijd te verbeteren heb, wie weet 😉
Alleszins: nog acht trainingsweken te gaan en dan is het zover!

Om af te sluiten nog een korte loopvlog van mijn training van afgelopen zondag. In navolging van mijn online loopidool Annelies, die niet alleen zotte snelheden en afstanden loopt, maar daar ook elke week een filmpje van maakt!
Het heeft wel wat voeten in de aarde gehad: mijn eerste filmpjes las mijn pc om onverklaarbare reden niet, de tweede reeks las hij wel, maar toen bleek mijn klein toestelletje vooral veel ruis en weinig stem op te nemen. Ik had het dus al ongeveer opgegeven toen Johan voorstelde om zijn smartphone te gebruiken: ik heb dus “maar” één training gefilmd, maar hey, ik ben al lang content dat er na vijf vruchteloze filmpjes toch iets uit de bus gekomen is 😉 Al ben ik niet zeker of er een vervolg gaat komen, daarvoor voelt mijzelf filmen en in de camera praten precies toch nog net iets te bizar.