Halve marathonplog Genève

Na alle voorbereidingen was het zondag tijd voor het echte werk. Al startte ons halve marathon-weekend al op zaterdag, want na een treinrit van ruim 3u kwamen we aan in Genève.

Vanaf het station ging het onmiddellijk richting airbnb, waar vooral loopkleren in de kleerkast terechtkwamen 🙂

Halve marathon Genève (Le petit requin)

Waarna we richting loopdorp trokken om er ons loopnummer en -t-shirt af te halen…

Halve marathon Genève (Le petit requin)

… en er wat rondliepen tussen de verschillende standjes met loopkleren, energiedrankjes, -gels, -repen en dergelijke meer.

Halve marathon Genève (Le petit requin)

We wierpen een blik op wat ik eerst dacht dat onze finishlijn ging zijn, maar uiteindelijk die van de wedstrijden zaterdagavond (10km en de kortere Genevoise van 6,5km) bleek te zijn. Voor de halve en de volledige marathon op zondag werd namelijke een volledige brug afgesloten.

Halve marathon Genève (Le petit requin)

De rest van de dag brachten we door met een bezoekje aan Genève, later toon ik nog wel eens meer daarvan. We deden het vooral rustig aan om onze voeten wat te sparen, dus een heel uitgebreid bezoek was het niet. ‘s Avonds had ik geboekt in een pastarestaurant, ah ja, wat anders?!

Halve marathon Genève (Le petit requin)

Terug in ons tijdelijk appartement deden we de laatste voorbereidingen: loopnummer bevestigen, kleren klaarleggen…

Halve marathon Genève (Le petit requin)

… en nog een half uurtje yoga met stretchoefeningen!

Halve marathon Genève (Le petit requin)

Ons ontbijt ‘s ochtends bestond opnieuw uit pasta, dit keer met ahornsiroop en aangevuld met bananen. Een ontbijt dat ik vroeger, toen weliswaar met bruine suiker, wel vaker at voor de zwaarste fietstochten 🙂

Halve marathon Genève (Le petit requin)

Daarna was het tijd om vanuit het centrum te vertrekken naar de start in Chêne-Bourg, een dorpje vlak naast Genève. Uiteraard moest ik ondertussen al voor de derde keer die ochtend naar de wc en dus was het aanschuiven in de rij.

Halve marathon Genève (Le petit requin)

Een moment waar we dan maar van profiteerden om een “voor”-foto te nemen, eentje waar we er eigenlijk allebei nogal moe op uitzien, vind ik.

Halve marathon Genève (Le petit requin)

Kort voor 8h gingen we het zakje met onze truien en mijn fototoestelletje afgeven. Die werden op nummer in vrachtwagens gesorteerd en zo naar de aankomst gebracht. Super georganiseerd, want zowel bij het afgeven als bij het afhalen verliep dit heel vlot!

Halve marathon Genève (Le petit requin)

Aangezien ik mijn toestelletje afgaf, heb ik uiteraard ook geen foto’s van tijdens de wedstrijd. Niet dat ik daar sowieso aan zou gedacht hebben eigenlijk 🙂
Hieronder dus een paar foto’s van de organisatie: eerst van Johan, want die liep – uiteraard – véél sneller dan mij en finishte in een zotte 1u41′, goed voor zijn snelste halve marathon ooit!

Halve marathon Genève (Le petit requin)
Bron: marathon-photos.com

Tegen alle verwachtingen in ging het ook bij mij vrij vlot en voelde ik mijn enkel tijdens het lopen totaal niet (nochtans deed hij bij het opstaan wél pijn). Ik liep veel trager dan Johan natuurlijk, maar met 2u17′ – goed voor 9,3 km/h gemiddeld – wel veel sneller dan ik zelf gedacht had! Daarmee liet ik 600 mensen achter mij, dus jeeej, niet laatste 😉 . Maar vooral: het was eigenlijk heel plezant lopen, met regelmatige aanmoedigingen van mensen aan de kant, kindjes die handjeklap wilden doen (en eentje die – op basis van het vlagje op mijn nummer – “ouais, la Belgique” riep), een DJ in de tunnel waar we door liepen, een onbekende Belg die mij “Haaike, ge doet dat goed” toeriep (heel verrassend, want ondanks dat mijn naam ook op mijn nummer stond, had ik een persoonlijke aanmoediging echt niet verwacht!)…

Het was vrij warm, maar gelukkig waren er voldoende bevoorradingen om water (en stukjes banaan) bij te tanken. De verwachte klop rond 10km bleef uit, al had ik het tussen kilometer 18 en 20 iets lastiger, omdat alles wat pijn begon te doen. Gelukkig gaf het zicht op de boog van de laatste kilometer voldoende moed om er nog een versnelling uit te schudden. Heel blij dat dat nog kon!

Halve marathon Genève (Le petit requin)
Bron: marathon-photos.com

Johan stond ondertussen al ruim een half uur te genieten van het zonnetje aan de finish 😉 . Zalig om in zijn armen te kunnen eindigen! En samen op de foto te kunnen gaan, want jeej, we hebben het beide uitgelopen! 🙂

Halve marathon Genève (Le petit requin)

Aangezien we nog wat tijd aan de finish doorbrachten met stretchen en wat eten en drinken, was het tegen dat we naar het appartement terug wilden, al bijna tijd voor de aankomst van de marathon. We bleven dus nog even kijken en zagen de eerste man na 2u11′ over de meet komen! En jup, professioneel atleet of niet, die doet dus 6min minder dan ik over de dubbele afstand, auwtch 😉

Halve marathon Genève (Le petit requin)

Daarna was het tijd om ons te gaan omkleden en de trein terug naar Zürich te nemen. En af en toe eens blij en trots piepen op mijn horloge 😉

Halve marathon Genève (Le petit requin)

Op naar de volgende, want dat loopvirus, dat lang gesluimerd heeft, is hier in Zwitserland echt wel doorgebroken. Afspraak op 8 juni voor een avondwedstrijd 🙂

Halve marathon Genéve: de voorbereiding, deel 2

Half maart kregen jullie al een eerste, nogal uitgebreid, verslag van de voorbereidingen in aanloop naar mijn eerste halve marathon. Morgen is het zover, tijd dus voor een verslagje van hoe het tweede deel verlopen is.

Daar waar ik in het eerste deel van de voorbereiding gemiddeld genomen wel het aantal voorziene kilometers in mijn trainingsschema haalde, kan het tweede deel kort samengevat worden als lichtelijk dramatisch. Dé grote schuldige is mijn enkel, die vanaf de week na de vorige update pijn begon te doen en dat nu eigenlijk nog steeds af en toe doet. Lief van mijn lichaam dat het zich solidair toonde met Johan, maar allebei een – weliswaar andere soort – enkelblessure hebben, dat was nu precies toch ook niet het plan… Al is het voor mij bijlange nog niet zo erg als voor Johan, want die heeft door zijn blessure de geplande marathon moeten inruilen voor de halve.

Le petit requin

Die enkel zorgde er in alle geval voor dat ik weken aan een stuk niet verder kwam dan trainingen van 5km per keer en dat meestal maar 1 à 2x per week. Half april gingen we langs bij onze trainer/kinesist, die liet weten dat er vocht op mijn ligamenten zit, maar ook dat ik gerust mocht verder trainen (en in mijn schema het aantal trainingen van twee verhoogde naar drie per week). Vanaf dat ogenblik heb ik dus weer wat meer gelopen, al durfde ik het toch niet echt aan om voluit te gaan. Wetende dat ik die enkel al twee zwaar verstuikt heb en die ligamenten dus echt wel een zwak punt zijn, wilde ik het toch niet te hard pushen. Lopen is tof en een halve marathon een leuke uitdaging, maar er een blessure op lange termijn door oplopen, is het mij nu ook weer niet waard.

Le petit requin

Gelukkig lukte het vorige week met 18,8km eindelijk nog eens om – vrij pijnloos – een echt lange afstand te lopen, want met al die korte afstanden begon ik wat schrik te krijgen dat ik weliswaar mijn conditie onderhield, maar dat mijn lichaam onvoldoende voorbereid zou zijn op de lange afstand die een halve marathon voor mij toch wel is (die ene 18km die ik al deed, dateert ondertussen namelijk alweer van half februari). Die afstand ging – met rugzak – al bij al vrij ok, al had ik halfweg toch een serieuze dip en bestond de laatste 3km vooral uit een eindeloze herhaling van “ik ben er bijna” 🙂 . Deels motiverend dus voor morgen, want als ik bijna 19km aankan en mijn enkel niet zo hard voel, dan zal die 2km extra ook wel nog lukken. Deels demotiverend, want ik weet met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat ik ga afzien (ok ja, dat had ik eigenlijk al wel kunnen weten, maar mijn hoofd was het ondertussen mogelijks wat idealer gaan zien 😉 ).

Bovendien, en dat is eigenlijk echt wel niet zo tof, bleek vorige week uit een bloedonderzoek dat ik met een ijzertekort en bloedarmoede kamp. Ondertussen neem ik al een week ijzersupplementen, maar aangezien het momenteel ook “die periode van de maand” is, voel ik daar nog geen effect van. Integendeel, deze week kroop ik al drie dagen op rij rond 20-21h doodop in bed, daar waar ik normaal eerder rond 23h ga slapen… Geen idee wat het effect daarvan morgen zal zijn, maar dat ik niet topfit aan de start ga kunnen staan, is jammer genoeg een feit.

Le petit requin

Door de combinatie van bovenstaande factoren vermoed ik dat mijn gemiddelde dichter bij mijn gebruikelijke 8 à 8,5 km/h zal liggen en zeker ver van de 10km/h die mijn testresultaten aangaven als mogelijkheid. Ach ja, zo weet ik dat er nog progressie mogelijk is bij een volgende wedstrijd, ahum 😉

Maar serieus, sowieso stel ik mij geen specifieke tijd als doel voor morgen. Het is de allereerste keer dat ik zo’n afstand ga lopen; gewoon uitlopen lijkt mij al meer dan prestatie genoeg. Al heb ik wel één doel, hetzelfde dat ik bij elke loopwedstrijd heb: niet laatste worden 😉 En verder zo weinig mogelijk afzien en zoveel mogelijk genieten! Hopelijk helpt onderstaand zicht daar wat bij…

Lac Leman Genève (Le petit requin)

Halve marathon Genève: de voorbereiding

Op 8 mei staat hier ten huize de halve marathon van Genève op de planning en dat vraagt natuurlijk wel wat voorbereiding. Eind december deden we daarom allebei een inspanningstest en lieten we een trainingsschema opstellen; ondertussen zijn we net over halfweg in dat schema, tijd dus om eens te kijken hoe het er voor staat.

Inspanningstest

Het belangrijkste resultaat van de test (een inspanningstest met lactaatmeting, maar zonder VO2 max-meting) waren natuurlijk de juiste hartslagzones waarin ik moet trainen. Blijkt dat ik vrij hoge hartslagen haal – mijn maximale hartslag is 198 slagen per minuut en mijn overslagpols ligt bij 192 (in rust zit ik rond 55 bpm) – en dat zorgde meteen voor de grootste verandering in mijn trainingen tot nu toe. Daar waar ik in het begin vooral gewoon op gevoel liep, had ik de laatste weken voor de test al wel eens gelopen met een hartslagmeter, mij daarbij baserend op de hartslagen van een test die ik vijf jaar geleden deed. Achteraf bekeken vrij onnozel, want behalve dat mijn conditie niet meer vergelijkbaar is (gelukkig in positieve zin), was dat een fietstest en hartslagen tijdens het fietsen liggen een pak lager dan tijdens het lopen, waardoor ik – gebaseerd op die hartslagzones – continu in recuperatie aan het lopen was. Best wel gezellig en lang vol te houden, maar echt snel ging dat natuurlijk niet 🙂 Om mijn gemiddelde snelheid te verhogen, mag (of moet) ik dus zeker een tandje hoger schakelen in de hartslagzones. Want, en dat was best wel verrassend, ik blijk meer potentieel te hebben dan ik dacht: mijn resultaten geven aan dat een halve marathon binnen de twee uur zeker mogelijk moet zijn, aangezien ik begin te verzuren rond 12 km/h.

Le petit requin

Trainingsschema

Het trainingsschema dat voor mij werd opgesteld, werkt dan ook op twee gebieden. Enerzijds moet ik mijn basis verbreden en daardoor de eerste verzuring langer uitstellen: er wordt namelijk gesproken van “echte” verzuring van zodra je meer dan 4 mMOL/l lactaat in je bloed hebt – dit bepaalt je overslagpols -, maar er treedt eigenlijk tevoren al verzuring op (zo heb ik rond 9km/h al 2,2 mMOL/l in mijn bloed). Hoe beter getraind je bent, hoe langer je die “beginverzuring” kan uitstellen. Anderzijds moet dus ook mijn snelheid omhoog, want ik liep over het algemeen aan een tempo van 8 à 8,5 km/h met uitzonderlijk eens een uitschieter richting 9 km/h. Serieus wat werk aan de winkel dus om dat naar méér dan 10 km/h te krijgen.

Mijn schema bestaat uit twee looptrainingen per week (een afwisseling van duurlopen en intervaltrainingen) en één fietstraining. Die fietstraining heb ik specifiek gevraagd, omdat ik ook wil blijven fietsen en drie looptrainingen én nog een fietstraining én dan af en toe eens zwemmen, wat yoga doen of eens gaan skiën of wandelen, jah, er zijn grenzen he 😉 Hoe dan ook kan ik de fietstraining altijd laten vallen en één van de looptrainingen twee keer doen.

Gelopen kilometers

Of dat is toch de theorie… Want in de praktijk bleken een geblokkeerde rug, een reis en veel werk voor universiteit er toch voor te zorgen dat het meestal bij twee looptrainingen bleef. Daarnaast deed ik altijd wel nog iets van sport, maar de geplande fietstrainingen bleken ondoenbaar zwaar, waardoor die derde training ofwel fietsen aan een normaal tempo ofwel zwemmen (of eventueel skiën) werd, maar zonder daarbij rekening te houden met hartslagzones.

De realiteit ziet er dan zo uit (bij schema reken ik enkel de twee looptrainingen):

Le petit requin

Week 2 was een ramp doordat mijn rug teveel protesteerde en ik niet verder raakte dan wat rustige yoga-oefeningen. Weken 3 & 4 zijn ook gene vette, maar dat was gepland: we zaten toen immers in Zuid-Afrika. Op twee weken na (week 3 met 1 training en week 5 met 3 trainingen) loop ik twee keer per week, gemiddeld 10 km per keer met als maximale afstand 18km. Mijn gemiddelde snelheid ligt weliswaar nog steeds op 8,5 km/h…

Dat ligt aan een paar zaken:

  • enerzijds doe ik het echt wel al beter, want vorig jaar liep ik 8,5 km/h over een afstand van 5km, nu doe ik hetzelfde over een afstand van 10 à 15km. Bovendien loop ik nu “slimmer”: ik warm op en koel af aan een rustig tempo (dat mijn gemiddelde naar omlaag haalt) en loop tussenin sneller, daar waar ik vroeger gewoon startte en de hele tijd aan datzelfde tempo bleef lopen.
  • anderzijds loop ik minder dan de geplande drie trainingen en blijkt het toch vrij lastig om sneller te gaan lopen: een beetje sneller dan ik gewoon ben (9km/h) lukt goed, maar de echt hogere hartslagen en snelheden blijven lastig. In mijn excelfile schrijf ik bij elke training een korte commentaar en dan zie je dat dat af en toe te verklaren is (rugpijn, zware benen door het skiën), maar meestal gewoon ligt aan “niet kunnen”. Ik ga dus echt nog moeten leren om meer door te bijten, wil ik dat gemiddelde omhoog krijgen!

Verhard versus onverhard

Mijn knieën kunnen al dat geloop verrassend goed aan, maar ik loop natuurlijk wel het merendeel van de tijd op ideale wegen: onverhard, maar niet hobbelig. Als ik langere tijd op verharde wegen loop, beginnen ze soms wél te protesteren. Aangezien de halve marathon in Genève voor het overgrote deel op asfalt gelopen wordt (voor zover ik teruggevonden heb, is er enkel halverwege een strook van 1,5 km onverhard), ben ik dan ook langzaamaan mijn knieën aan het laten wennen. Ik ben gestart met een kilometertje of twee asfalt, momenteel bestaan mijn afstanden meestal voor de helft uit verharde ondergrond. Niet slecht, maar ik ga er de komende weken toch nog wat meer aandacht voor hebben, want nu wisselen de stukken verhard en onverhard zich meestal mooi af, waardoor ik maximaal 6 aaneensluitende kilometers op asfalt gelopen heb. Dat ik dat al voelde aan mijn knieën zegt genoeg…

Le petit requin

Conclusie

Ik ben in de eerste plaats vooral zeer content dat ik tegenwoordig zo vaak 10 à 15 km KAN lopen, want ik blijf ergens in mijn hoofd toch nog steeds die eeuwige en trage start-to-runner. Bovendien weet ik door die training van 18km dat de afstand zelf doenbaar moet zijn en dat is al een overwinning op zich. Het uitlopen binnen de twee uur, wat zéker haalbaar zou moeten zijn… tja, dat zal toch niet voor dit keer zijn denk ik. Blijkbaar heb ik het toch wat moeilijker dan verwacht werd om hogere snelheden te halen. Misschien ben ik er nog net niet gemotiveerd genoeg, is gewoon het idee “zot, ik ga een halve marathon lopen” momenteel al voldoende en gaat de echte goesting om sneller te lopen er pas komen eens ik een tijd te verbeteren heb, wie weet 😉
Alleszins: nog acht trainingsweken te gaan en dan is het zover!

Om af te sluiten nog een korte loopvlog van mijn training van afgelopen zondag. In navolging van mijn online loopidool Annelies, die niet alleen zotte snelheden en afstanden loopt, maar daar ook elke week een filmpje van maakt!
Het heeft wel wat voeten in de aarde gehad: mijn eerste filmpjes las mijn pc om onverklaarbare reden niet, de tweede reeks las hij wel, maar toen bleek mijn klein toestelletje vooral veel ruis en weinig stem op te nemen. Ik had het dus al ongeveer opgegeven toen Johan voorstelde om zijn smartphone te gebruiken: ik heb dus “maar” één training gefilmd, maar hey, ik ben al lang content dat er na vijf vruchteloze filmpjes toch iets uit de bus gekomen is 😉 Al ben ik niet zeker of er een vervolg gaat komen, daarvoor voelt mijzelf filmen en in de camera praten precies toch nog net iets te bizar.

Grimselpassplog

Vorige zondag deden Johan en ik wat we al een tijdje wilden doen, maar telkens uitstelden, vooral doordat ik er nog schrik voor had: een Alpencol beklimmen. Niet dat ik nu plots wel vond dat we genoeg getraind waren, maar wetende dat afgelopen weekend het laatste vrije in weken zou zijn (we worden zo’n beetje overspoeld met bezoek uit België vanaf deze week 🙂 ), was het wel hét moment om het te proberen.

Een beeld van hoe onze klimzondag er uitzag, geef ik jullie in mijn eerste plog:

9u13: ik word – eindelijk – wakker. Mijn wekker / Belgische gsm stond weliswaar om 8u, maar die zette ik in halve slaaptoestand af (gevaarlijk, opletten dat dat tijdens de week niet gebeurt!). Johan werd wel wakker, maar vond dat ik een beetje extra slaap best wel kon gebruiken en liet mij dus uitslapen. Zaligheid!

Le petit requin

9u30: nog met een half slaaphoofd bekijken we op cyclingcols.com het klimprofiel van de Sustenpass en de Grimselpass en beslissen uiteindelijk te gaan voor die laatste. We kunnen volgens het hoogteprofiel van Google Maps immers het makkelijkste opwarmen vanuit een dorpje kort bij startplaats Innertkirchen. Het besef dat we straks ruim 25km gaan moeten klimmen maakt mij al meteen een pak wakkerder!

Grimselpass (cyclingcols.com)

10u: we zijn bijna klaar met ontbijten. Geen idee of Johan het er om deed, maar hij zette mijn favoriete tas op tafel, goed voor extra moed 😉

Le petit requin

10u30: en wijle weg! De fietsen zijn ingeladen in de koffer, we hebben een frigobox met drinkbussen en energiebars mee en een zak met helmen, fietsschoenen…

Le petit requin

12u15: na 1u15 rijden parkeren we de auto, laden alles uit en maken ons klaar. Het eerste stuk is de voorziene opwarming, hier nog effectief de platte weg die we wilden, iets verderop blijkt echter dat die hoogteprofielen van Google Maps nog steeds met een serieuze korrel zout genomen moeten worden, wanneer het – zeker voor een opwarming – al vrij serieus bergop gaat.

Le petit requin

12u45: in het dorpje Innertkirchen start de eigenlijke klim, dus stoppen we daar nog eventjes, zodat ik mijn kilometerteller terug op nul kan zetten. En ja, ook de obligatoire “voor”-foto wordt genomen 😉

Grimselpass (Le petit requin)

13u30: Johan is het eerste deel van de klim bij mij gebleven, maar gaat er vlak na het dorpje Guttannen vandoor. Binnen de kortste keren zie ik hem totaal niet meer rijden, ons tempo is dan ook te verschillend om op zo’n klim bij elkaar te blijven.

Grimselpass (Le petit requin)

14u15: gelukkig is er onderweg genoeg ander moois om naar te kijken!

Grimselpass (Le petit requin)

14u30: de ene keer is zo’n uitzicht trouwens heel hoopvol, omdat je ziet hoeveel hoogtemeters je op korte afstand hebt kunnen overbruggen…

Grimselpass (Le petit requin)

15u00: … en de andere keer is het vooral demotiverend, wanneer je ziet waar je nog naartoe moet (namelijk die twee gebouwen in het midden van de foto) én weet dat de laatste kilometers qua stijgingspercentage bij de zwaarste van de hele klim horen.

Grimselpass (Le petit requin)

15u50: een paar kilometers afzien later krijg ik echter Johan – en dus ook bijna de top – in zicht. En Jerommeke, die met stevige tred over de parking wandelt…

Grimselpass (Le petit requin)

15u53: nog een laatste blik opzij, naar die mooie bergen en naar dat dal vanwaar ik kom. Ik heb mijn kilometerteller de hele rit op het aantal kilometers laten staan, maar verzet hem nu voor het eerst om mijn gemiddelde (8,3 km/h) en mijn tijd te kunnen zien.

Grimselpass (Le petit requin)

15u55: die tijd toont dat ik 3u12′ onderweg geweest ben. Geen supertijd (en 50′ trager dan Johan, de zot!), maar wel eentje waar ik heel blij mee ben, omdat ik op voorhand eigenlijk vreesde dat ik niet eens boven zou geraken. Johan neemt de nog veel obligatere “na”-foto: bijna dezelfde houding, maar de licht verkrampte rug en ingezakte schouders tonen toch duidelijk dat ik al een pak meer op mijn fiets steun dan een paar uur ervoor 😉

Grimselpass (Le petit requin)

16u15: we blijven nog even op de top: even bekomen, een hapje eten en wat slokken drinken. Een andere rijder komt vragen om een foto te nemen, wat we uiteraard doen en waar we dan maar meteen van profiteren om ook een foto van ons beiden te vragen 🙂 Daarna is het tijd om aan de afdaling te beginnen, het deel waar ik beter in ben (al is het een kwestie van tijd – en bijhorende ervaring – voor Johan mij daar bij beent). Mijn kilometertellertje heeft er blijkbaar geen zin meer in, dus geen idee welke snelheid ik gehaald heb: minstens 70km/h, maar vermoedelijk meer, want het eerste stuk waar mijn snelheidsmeter wel nog werkte, was niet het snelste van de ganse afdaling.

Grimselpass (Le petit requin)

19u15: na de afdaling en de rit terug naar huis, is het tijd voor “echt” eten. Ook al waren de nieuwe energierepen die we vandaag mee hadden verrassend lekker, het voelt immers toch niet echt als een maaltijd. Vandaag staat een bloemkool-broccolitaart op het menu, al starten we tegelijk ook al met de voorbereidingen van vegetarische spaghetti.

Bloemkool-broccolitaart (Le petit requin)

20u00: het klaarmaken van dat laatste laat ik echter over aan Johan, er staat immers een skype-sessie met mijn ouders gepland.

Le petit requin

21u30: na het skypen ruimen we de keuken nog op, de spaghettisaus verdwijnt in de diepvries.

Le petit requin

21u45: terwijl Johan het sportnieuws en Vive le Velo bekijkt (die laatste met een dag vertraging, dus lieve VRT, zet dat volgend jaar eens op de livestream voor Belgen-in-het-buitenland aub!), plooi ik de was die op het rek hangt op en hang meteen een nieuwe was te drogen.

Le petit requin

21u50: ik duik met een boek in bad, eventjes tijd om tot rust te komen en de toch wel wat zware benen te laten ontspannen! Veel te kort naar mijn goesting…

Le petit requin

22u32: … maar ‘t is dan ook dringend tijd om te gaan slapen, wetende dat de wekker om 6u zal aflopen…

Le petit requin

Schone dag!

#projectblogboek

Dit is de elfde post voor #projectblogboek, volgens haar idee, gebaseerd op haar boek.

Forchlauf 2015

In maart schreven Johan en ik ons in voor de Forchlauf, een loopwedstrijd hier in Zürich. Gisteren was het dan eindelijk zover! Toch wel een beetje spannend: onze eerste wedstrijd in Zwitserland, onze eerste avondwedstrijd (start om 19h) en voor mij meteen met ruime voorsprong de langste waar ik ooit aan deelnam, aangezien ik tot nu toe wedstrijden liep van maximaal 5 km (en dat meervoud klinkt trouwens spectaculairder dan het is hoor: het gaat er om welgeteld vier, verspreid over ongeveer 15 jaar 😉

Wedstrijdgegevens

Le petit requin
Bron: http://portal.asvz.ethz.ch/
  • Afstand: 15,1 km
  • Hoogtemeters: 265 hm
  • Parcours: quasi de hele tijd door bos, op een paar 100 m na volledig onverhard
  • Temperatuur: het is hier in Zürich momenteel heel warm (richting 30 °C). Heel plezant, maar ik hoopte toch op een plaatselijke koudegolf 🙂 Uiteindelijk bleek het tijdens de wedstrijd gemiddeld 26 °C te zijn, maar gelukkig liepen we het merendeel van de tijd in de schaduw.
  • Bevoorrading: drie stuks, elk met banaan, sportdrank en water, al hield ik het enkel bij dat laatste aangevuld met een tabletje druivensuiker. Misschien niet ideaal, maar ik word mottig van sportdrank, dus dat was zeker geen optie. Ik at de dag ervoor en ‘s middags pasta en twee uur voor de wedstrijd een paar pannenkoeken en een energybar. Sowieso drink ik altijd veel water, maar nu heb ik er tijdens de dag nog iets meer op gelet omwille van de temperaturen.

Opwarming
Onnozel misschien, maar ik had schrik om teveel op te warmen, omdat 15km al uitdagend genoeg zou zijn, laat staan nog meer kilometers. Ik hield het dus bij een paar kleine rondjes en veel stretchen.

Wedstrijd

  • KM 0: de 21,1 en 15,1 km starten samen om 19h, 10min later gevolgd door de lopers van de kortste afstand, 7,5 km
Le petit requin
Deze foto was tijdens de opwarming en niet bij de effectieve start, toen stond er wel wat meer volk 🙂
  • KM 2,5: steil stuk naar beneden, zo gaat het vlotjes. Maar wacht, het parcours gaat straks langs hier terug, dus ik moet na 12,5 km die 12% naar omhoog, aaaargh!
  • KM 3: euh, wat rijdt die fietser van de organisatie hier nu? Ow wacht, dat is de begeleider van de eerste loper van de 7,5 km, hoe rap loopt die wel niet? (achteraf zag ik in de uitslag dat hij 17 gemiddeld liep! En er zo ook voor zorgde dat ik nipt niet de splitsing met de korte afstand haalde zonder door een paar lopers ervan ingehaald te worden 🙂 )
  • KM 4: de eerste bevoorrading. Al lopend van een bekertje drinken is verdorie lastig, mijn neus zit vol water en mijn t-shirt ook. Al is dat laatste niet zo erg, want de afkoeling is meer dan welkom.
  • KM 6: ahoi, de eerste van de 15,1 km is daar ook al in de tegenovergestelde richting!
  • KM 7: oh, irritante loper in mijn buurt! Ik begrijp dat bergop lastig en dat je moet stappen. Ik begrijp ook dat het misschien niet plezant is dat ik je inhaal op die stukken, maar om mij dan op de plattere stukken volle gas voorbij te vliegen en 100 m verder weer te voet te gaan… ik weet niet hoor, maar volgens mij is dat niet de beste looptactiek (gelukkig komt er na een paar keer haasje over een lang stuk bergop, waardoor ik hem definitief kan afschudden).
  • KM 8: we zijn ondertussen teruggedraaid en ik ben blij dat ik daarover kan denken “al” i.p.v. “nu pas”. Ik loop wel helemaal alleen ergens achteraan te bengelen. Ach ja, dat is nu eenmaal mijn natuurlijke habitat tijdens loopwedstrijden.
  • KM 8,5: we zitten terug samen met de 21,1 km, waarvan de eerste ondertussen al gepasseerd is. Gedaan met quasi alleen lopen, vanaf nu word ik continu ingehaald door de snelle lopers van de lange afstand. Ook gezellig.
  • KM 10: damn, er zit verdorie de volle 100 m asfalt in en ik voel mijn linkerknie steken. Hopen dat die pijn overgaat in het bos, want die 5 km die ik nog moet doen is op zich niet veel, maar als die kniepijn erger wordt, kan dat nog heel lang duren.
  • KM 11: tweede bevoorrading, nog “maar” 4 km te gaan. Dat gaat hier lukken jong (de kniepijn is quasi weg)!
  • KM 12: te vroeg gejuicht, het gaat plots moeilijk vooruit, dat beetje bergop is voldoende om veel pijn in mijn onderrug te voelen. En bah, zo meteen komt dat hele steile stuk van 12% er nog aan. Even checken, hoe lang ben ik eigenlijk al aan het lopen? Oh waw, 1u29′! Dat is keigoe, ik ben helemaal niet slecht bezig, ik ga die 2u die ik wilde lopen gewoon nog halen ook, want ik ga echt wel niet meer dan een half uur bezig zijn aan die laatste 3 km. Joehoe! (ofte: laat eens een dipje verdwijnen)
  • KM 13,5: het steilste stuk is achter de rug, ‘t was lastig, ik heb er nog eentje te voet opgeraapt, maar werd vooral zelf door veel lopers ingehaald, want mijn tempo viel er amper nog te omschrijven als lopen. Ach ja, het doet er niet meer toe, het is voorbij, nog 1,5 km met hoogstens een licht knikje bergop. Tempo omhoog!
  • KM 15,1: ik ben er! In een voor mij zotte tijd van 1u49’08”, ofte 8,3 gemiddeld. Ik deed ongeveer even lang over de eerste als over de tweede helft; daarbij liep ik het snelst tijdens het eerste en het laatste kwart, in het begin door het “meezuigeffect” van de andere lopers, op het einde door het besef dat ik nog over had en dus sneller kon gaan lopen zonder te moeten vrezen voor een inzinking. En ahoi, ik heb de volle 9 lopers achter mij gelaten 😉

Le petit requin

Een klein kwartier later komt ook Johan aan in een tijd van 2u02’22”, of dus 10,4gem over 21,1km. Ik vind dat ongelooflijk goed; hij is content, maar vindt het tegelijk ook een beetje jammer dat hij niet onder de 2u is kunnen blijven, ondanks dat hij de laatste 6km zijn tempo de hoogte heeft ingejaagd om het nog te proberen halen.
Zalig dat we dit soort dingen samen kunnen doen: allebei in spanning aan de start staan, nog een laatste kus vlak voor de start gegeven wordt en dan elk op ons eigen tempo en/of eigen afstand lopen om elkaar aan de aankomst content weer terug te vinden!

Achteraf
Goh ja, veel stretchen he 🙂 Ik voelde mij zelfs vlak na de wedstrijd niet kapot, dus misschien zat er wel nog meer in. Vandaag, een dag later, ben ik verrassend genoeg niet heel stijf. Ik voel mijn linkerknie wel, dus daar moet ik toch wat mee oppassen. Mijn benen zelf zijn niet stijf (t.t.z. ik kan normaal stappen ;-), maar voelen wel zwaar, dus vandaag houd ik het bij wat stretchyoga.

En dan nu? Vooral gewoon blijven lopen en mij amuseren met af en toe zo’n wedstrijd 🙂
Ergens denken we eraan om ons in te schrijven voor de halve marathon in Brussel begin oktober. Puur naar afstand ben ik vrij zeker dat ik het kan, maar ik vrees een beetje dat mijn knieën zoveel verharde ondergrond niet gaan kunnen verteren. Misschien proberen om dat langzaam op te bouwen?

Alleszins, ook al is mijn resultaat voor veel lopers waarschijnlijk peanuts, ik ben heel tevreden ermee en trots op mijzelf dat ik dit gekund heb. Ik, de eeuwige starter, de eeuwige “jeej, ik heb 4 km gelopen, laat ik anders weer eens stoppen met lopen gedurende een paar maand”, heb gewoonweg 15 km gelopen! Hoeraatjes voor mijzelf 😉