Bootduikweekend op de Oosterschelde

Het afgelopen weekend brachten we al duikend door: elk jaar eind juli organiseert onze duikclub een bootduikweekend op de Oosterschelde. Ik kon tot nu toe nooit mee, omdat ik nog niet voldoende ervaring had (het zijn uitdagendere duiken dan vanaf de kant, dus je moet minimaal x aantal stromingsduiken gedaan hebben). We vaarden mee met de Rijnland III, een vrachtboot uit 1911 die ze hebben omgebouwd tot live-aboard.

We waren in totaal met zes duikers van de club, dus ideaal om drie buddyparen te vormen. Vrijdagavond deden we al een nachtduik in Strijenham, waarbij vooral veel kwallen te zien waren. Op vraag van de visser haalden we ook twee sepiaconstructies boven (die oorspronkelijk dienden als steun voor klimplanten 🙂

Le petit requin

Zaterdagochtend pikten we eerst nog een koppel duikers op in de haven van Bergse diep om daarna een duik te doen op de Boomkil, een geul naast een zandplaat. Halfweg de duik stegen we even op tot op de plaat en konden we midden in de Oosterschelde rechtstaan!
Er was weliswaar niet echt iets speciaals te zien: enkele zeenaalden, een kreeft met één schaar (waarvan ik hoop dat ze de periode tot er een nieuwe schaar is aangegroeid, heeft overleefd), krabben en zeesterren…

In de namiddag trokken we naar Windgat, dat zich in het Verdronken Land van Zuid-Beveland bevindt, een deel van Zeeland dat in 1530 overstroomde als gevolg van de Sint-Felixvloed en nu deel uitmaakt van de Oosterschelde. Er waren onder andere milleniumwratslakken te zien, een zeedonderpad, een kannibalistisch aangelegde krab, maar ook een shakende krab 🙂

Na deze duik werden de twee andere duikers terug afgezet en gingen wij naar de hangcultuur van Bergse Diepsluis voor de avondduik. Johan en ik sloegen die duik over om toch niet te moe te zijn voor de rit terug naar Zwitserland de dag erna.

Le petit requin

Op zondag pikten we opnieuw vier andere duikers op in de haven om dan koers te zetten voor de eerste duik op de Fritsberg, een berg stenen die blijkbaar restanten zijn van een geruimde dijk die het begaf door de overstromingen. Het anker lag mooi op de berg, waardoor we makkelijk konden afdalen en stijgen langs de ketting. Dit werd qua leven de mooiste duik met verschillende blauwtipjes, eitjes van de bruine plooislak, verschillende sponzen en massa’s brokkelsterren.

Le petit requin

Na de duik sprongen we nog eens het water in om wat te zwemmen, wat met een watertemperatuur van 22°C echt zalig was. Het werd nog beter toen we in de verte bruinvissen zagen zwemmen.

De laatste duik werd een driftduik van Vuilnisbelt naar Tuttelhoek. Door het vele stof heen (we leken echt wel de ganse tijd achter andere duikers te hangen) zagen we wel nog wat slakkeneitjes, zeenaalden, hooiwagenkrabben en een krab die een kwal aan het opeten was…

Le petit requin

Week 2014/30

Maandag ging ik langs in het centraal station (waar blijkbaar soms vrachtwagens rondrijden…) voor een halftaxabonnement, d.w.z. een abonnement waarmee je een korting van (maximaal) 50% krijgt op al je treinritten. Daarna richting bank voor een eigen bankrekening, want ik heb weliswaar wel al een kaart gekoppeld aan Johan zijn rekening, maar kon er zelf nog geen openen zolang ik niet officeel in Zwitserland gedomicilieerd was. Jammer genoeg kon ik enkel een zeer beperkte rekening openen omdat inog geen B-permit heb. Het is weliswaar al beter dan niets, maar ik kan er in bijna geen enkele winkel mee betalen, noch in het buitenland. Beetje stom, al snap ik ook wel dat de bank niet zomaar aan Jan en alleman die hier even een paar maandjes blijft een volwaardige rekening gaat geven. Grappig was wel dat ik een papier moest ondertekenen dat ik niets met de VS te maken heb (nooit er gewoond, geen Green card…); blijkbaar worden de Amerikanen hier aan een strengere controle onderworpen vooraleer ze een rekening mogen openen.

Het levert al langer gegniffel op, maar dinsdag nam ik er pas een foto van: de achternaam van een koppel hier in het gebouw. Ik weet niet hoe ze er uit zien, maar in mijn hoofd zijn het kleine trolletjes met donker, slierterig haar en grote etterbuilen. Gaat waarschijnlijk goed meevallen eens ik hen in het echt ontmoet. Of tegenvallen natuurlijk, want wie wil er nu geen sprookjesfiguren in zijn gebouw 😉

Woensdag ging ik op bezoek bij E. in Freiburg, die ik ken van tijdens mijn Erasmusuitwisseling in Cottbus. De plannen om elkaar te bezoeken, waren er al langer, maar Brussel en Freiburg liggen nu eenmaal niet op een steenworp van elkaar. Zürich en Freiburg daarentegen, dat is amper twee uurtjes rijden met de bus (en overigens ook supergoedkoop, amper 16 euro heen en terug (tip voor wie naar/in Duitsland reist: Meinfernbus). En ajup, daarmee heb ik sneller dan verwacht nummertje 20 kunnen verwezenlijken!

Martinstor

Markthalle

Zum roten Bären (naar het schijnt het oudste gasthof van Duitsland)

Veel winkels/cafés in Freiburg hebben voor hun deur een bijpassend symbool op het voetpad, zoals bijvoorbeeld dit beertje voor het gasthof Zum roten Bären

Grappig standbeeldje, dat deel uitmaakte van cirkelvormig groepje grappige mannetjes

Neues Rathaus

Altes Rathaus

Schwabentorbrücke

Freiburger Münster vanaf de Schloßberg

Schloßberturm

Lorettokapelle: tijdens de Frans-Oostenrijkse oorlog halfweg de 18e eeuw werd de Franse koning, die op het plein voor de kapel de beschieting van Freiburg in het oog hield, met één kanonskogel beschoten. De kogel raakte de koning niet, maar sloeg in in de kapel en is daar vandaag nog te zien naast het raampje boven de kapeldeur.

Freiburger Münster

De glas-in-loodramen in de Freiburger Münster zijn bijna allemaal “gesponsord” door de toenmalige gildes. Dit raam bijvoorbeeld werd geschonken door de bakkers, die een pretzel als herkenningsteken hadden.

Originele oplossing tijdens de werf

Münsterplatz

Historisch koophuis op de Münsterplatz

Wiwilíbrücke met Herz-Jesu-kirche

Konzerthaus

Donderdag ging ik ongeveer 5km lopen langs onze waterval (die ligt op amper 3 minuutjes lopen van onze deur, dus dan mag ik “onze” zeggen, vind ik). ’s Avonds vertrokken we naar België voor een dagje familiebezoek en een weekend duiken. Onderweg was de zonsondergang mooi te zien, alleen fotografeert dat niet zo super met een klein toestelletje 🙂

Vrijdag ging Johan op bezoek bij zijn moeder, terwijl ik met mijn broer ging mountainbiken aan de Steenberg.

Week 2014/26

Maandagavond ging ik met Johan mee naar een Risk Talk, georganiseerd door Swiss Re, met als onderwerp “Swiss / EU relationship: Implications for the insurance sector”. ’t Was dus eerlijk gezegd wel een beetje afwachten of het niet te saai ging zijn voor mij 🙂
De eerste talk was echt wel interessant, omdat de spreker inging op de bilaterale verdragen tussen de EU en Zwitserland en de gevolgen die het Zwitsers referendum van februari dit jaar daarop heeft (het referendum waarmee de Zwitsers beslisten de immigratie, ook die van EU-burgers, te beperken). Doordat zijn uitleg vrij algemeen bleef, was het ook voor mij goed te volgen. 
De tweede spreker was – voor mij althans – soms iets te technisch en bovendien sprak hij ook niet echt super, waardoor ik op de duur enkel nog “blah blah blah” hoorde. Nu ja, Johan vond die lezing ook niet echt goed en een vrouw naast mij (alleen en in typische bank- en verzekeringswereldkledij, dus vermoedelijk op de hoogte van het onderwerp) had een notablokje volgetekend met leuke ventjes. Het lag dus niet (enkel) aan mij 😉
Hoe dan ook was de avond zeker de moeite, want het domein waar de lezing doorging omvat de Villa Bodmer. Ik was hier beginnen schrijven over de geschiedenis ervan, maar ik heb het opgesplitst in een apart berichtje 🙂
Hier dus maar twee fotootjes: de villa zelf en het tapijt in de aanbouw, waarvan de kleurtjes iedereen wel vrolijk maken denk ik.

Dinsdag liep ik voor het eerst in maanden nog eens meer dan 5km aan één stuk (5,8km om precies te zijn). Ik deed dezelfde route als een maand geleden, maar waar ik toen halfweg nog een korte pauze nodig had, liep ik nu een kleine drie kwartier ononderbroken. Jeeej 🙂 Bij thuiskomt stonden water en besjes op het (tussendoortjes)menu, kwestie van het “gezonder willen leven” op alle gebieden door te trekken.

Woensdag ben ik een toertje met de koersfiets gaan doen richting Sihlwald en Türlersee. Op de terugweg passeerde ik in Stallikon aan de Aumüli, een gerestaureerde graanmolen. Ik sprak een boer op de wei ernaast aan om te vragen of het zou storen om het terrein even op te lopen voor een paar foto’s, maar voor ik het wist, was die man begonnen aan een heuse rondleiding 🙂 Net zoals bij de Villa Bodmer ga ik een apart berichtje wijden aan de molen (sorry, maar geef mij erfgoed en ik ben vertrokken…). Hier wel al een paar fotootjes van onderweg en eentje van de molen. 

Türlersee

Aumüli

Donderdag mocht ik de sleutel van het nieuwe appartement ophalen! Heel leuk, alleen jammer dat de vrouw van het immokantoor een euhm.. hoe kan ik dit vriendelijk zeggen… onbeleefde trut was (ok, dat was niet echt vriendelijk, maar hey, dat was zij ook niet). Zo stond ik te praten met de vorige eigenaar en onderbrak ze ons door vanuit een andere kamer te roepen dat ik geen dingen met hém moest bespreken, maar wel met haar! Eigenlijk hadden we het over de wasmachine, die we nota bene overnemen van de vorige eigenaars en waar zij mij dus niet mee zou kunnen helpen. Nu ja, ge denkt, die heeft een beetje een slechte dag, ik zal een vraag aan haar stellen, dan is ze misschien content. Hmm, fout gedacht. Ze liet mij al niet eens mijn vraag afmaken, maar onderbrak mij met een zéér ongeduldige “ja, ik ga dus wel éérst die plaatsbeschrijving afmaken, op het einde moet je maar je vragen stellen, onderbreek mij nu niet”. Owkay, ik mocht dus eigenlijk gewoon met niemand praten, tof! 🙂
Toen ik eindelijk mijn vragen mocht stellen, vroeg ik op een gegeven moment één dingetje opnieuw, omdat ze bij de eerste vraag veel te snel in het Zwitsersduits had geantwoord, terwijl ik nochtans duidelijk had gezegd dat ik weliswaar Duits, maar geen Zwitsersduits spreek. Grote fout, want nu begon ze mij gewoon ronduit uit te kafferen dat ze dat al verteld had en of ik het dan nu ein-de-lijk wel begrepen had. Ondertussen was ze zodanig op mijn zenuwen aan het werken dat ik gewoon even kortaf als zij ben beginnen praten. Blijkbaar was dat dus de goede aanpak, want plots was ze vriendelijk “als we nog vragen hadden, moesten we zeker niet twijfelen om haar te mailen of te bellen”. Nu, wat mij betreft, hoor ik dat mens vooral zo min mogelijk 😉

Eens ze vertrokken was, was het eindelijk genieten: aaah een eigen appartement. Véél groter dan die “hotelkamer” waar we nu zitten en een plek waar je je eigen goesting mee kan gaan doen. En een terras, dus binnenkort weer bloemetjes en buitenzitten.
’s Avonds keken we naar de match van de Duivels tegen Zuid-Korea. Aangezien ik mij heb voorgenomen om vaker mijn nagels eens te lakken, ging ik hier maar al meteen all the way met de Belgische driekleur 🙂

Vrijdag waren de schilders aan het werk in het nieuwe appartement (in quasi alle kamers werden de muren en plafonds opnieuw wit geschilderd). We lieten hen ook het terras doen, want dat was in een soort vuilgeel (vuil zowel in de zin van “niet zo mooi” geel als in “niet proper”). Blijkbaar leggen de meesten hier een soort kunstgrasachtige “mat” op hun terras, maar geef mij dan toch maar gewoon geschilderd. Links is voor; rechts is na (maar dat zou wel duidelijk moeten zijn denk ik).

Zaterdag en zondag verhuisden we bijna alles van het voorlopige naar het nieuwe appartement, want daar moesten we uit tegen 1 juli, maar dan zouden we al in België zijn om ginder het appartement leeg te halen.
’s Avonds ging ik voor de – voorlopig – laatste keer lopen/wandelen in het Allmend natuurgebied, goed voor 4,4km dit keer.

Weekend 21-22/06: Verrassingsverjaardagweekend

Johan had mij van tevoren gevraagd dit weekend vrij te houden, maar meer dan dat we “iets” gingen doen, wist ik niet. Ik kreeg ook nogal tegenstrijdige tips: eerst moest ik mij bijvoorbeeld kleden op temperaturen van 8 à 15°C, maar toen ik al iets wilde klaarleggen, was het enige dat ik zeker mee moest hebben een badpak 🙂

Zaterdagmorgen vertrokken we we vrij vroeg, omdat we om 9u verwacht werden voor wat canyoning bleek te gaan worden. Of met andere woorden: starten met een rappel van 50m, springen, glijden, zwieren en kruipen, regelmatig kopje onder gaan in ijskoud water en nog veel meer… Rustig mijn verjaardag vieren stond duidelijk niet op de planning 😉 . Nu, ik heb ook niet liever, hoor!
We hebben zelf geen foto’s, op deze ene na waar we met het busje onderweg zijn naar de startplaats. Eigen foto’s nemen onderweg was niet echt een optie door het vele “kopje onder in de rivier” en de foto’s van de organisatie vonden we te duur (ik snap dat ze geld willen verdienen daaraan, maar 30 euro per persoon voor dan nog enkel digitale foto’s, tja, laat maar zitten dan). Dit promofilmpje van de organisatie geeft wel een goede indruk van wat we gedaan hebben.

Canyoning Grimsel (Le petit requin)

Wij hadden de intermediate canyon en die was – wat mij betreft – goed: uitdagend genoeg, maar ook weer niet zodanig dat je er geen plezier aan hebt omdat het té is. Die rappel om te starten was bijvoorbeeld al direct goed voor lichtelijk slappe benen (gelukkig niet zodanig slap dat ik er niet meer af kon 😉 . Bij een rots onderweg kon je tussen twee niveaus kiezen om er af te springen; het onderste was al spannend genoeg voor mij. De gids heeft denk ik 3x opnieuw moeten aftellen voor ik effectief durfde springen, dus hoger moest zeker niet… Je weet natuurlijk wel dat het allemaal veilig is, want anders zouden ze je het niet laten doen, maar op het moment dat je daar dan staat,  denk je vooral “fuuck maat, dit is (te) hoog / (te) steil / te …”!
Al neemt dat niet weg dat ik zo’n canyoning zeker nog wel eens wil doen 🙂

Na de canyoning reden we verder richting Stechelberg, waar we via twee kabelbaantjes naar Mürren gingen. Daar had Johan een hotel geboekt, met een prachtig uitzicht op het trio Eiger, Mönch en Jungfrau.

Canyoning Grimsel (Le petit requin)

Omdat we nog een groot deel van de namiddag voor ons hadden, besloten we een wandeling te doen, vanaf Mürren richting Rotstockhütte. Omdat foto’s meer zeggen dan woorden:

Wandeling Schilthorn: Mürren-Rotstockhütte (Le petit requin)
Rode lijn = onze wandelroute / Dikke zwarte lijn = kabelbanen
Jungfrau (Le petit requin)
Parapenters bij de Jungfrau
Gspaltenhorn (Le petit requin)
Gspaltenhorn
Le petit requin
Rupsenfile

Le petit requin

Schilthorn (Le petit requin)
Schilthorn
Eiger, Mönch & Jungfrau (Le petit requin)
Het trio Eiger, Mönch & Jungfrau

’s Avonds aten we opnieuw typisch Zwitsers: kaasfondue voor Johan, vegetarische rösti voor mij. Net zoals gisteren lekker, maar vrij zwaar (maar bon, dat is nogal typisch voor de Duits-Zwitsers-Oostenrijkse keuken, denk ik).

Zondagochtend moest Johan nog een telefoontje doen waar ik niet bij mocht zijn, maar eerlijk gezegd dacht ik dat hij mij gewoon iets wilde wijsmaken. Uiteindelijk hadden we gisteren al die canyoning gedaan, dus ik ging er van uit dat we vandaag zouden gaan wandelen of iets dergelijks. Tot we dan richting het kabelbaan gingen en daar aangesproken werden met “are you guys here for the flight”. Unk, flight?!
Jawel, alsof gisteren nog niet voldoende was, had Johan ook nog een parapentevlucht voorzien. Best boyfriend ever, ik denk het wel ja!
Ik had dus al bij al de volle 10 minuten om mij voor te bereiden op het feit dat ik boven een 800m hoge vallei zou gaan zweven… En zeggen dat ik gisteren, toen we parapenters zagen zweven, nog verzuchtte “ooh, dat moeten we ook ooit eens doen he, dat moet zalig zijn om daar zo te hangen”. En maar de onschuldige uithangen, tsss 😉

’t Was alleszins een zalige ervaring: het voordeel van parapente tegenover parachutespringen lijkt mij vooral dat je de diepte nog niet ziet (ik heb nog nooit parachute gesprongen, dus zeker weet ik het natuurlijk niet). Doordat je aanloopt over een helling, zit je eigenlijk al “op je gemak” vooraleer je de vallei onder je hebt. Nu, een beetje angstaanjagend is het desondanks hoor. Mijn begeleider liet mij eerst naar boven kijken “zie het ganse parapentescherm, zo groot, zoveel touwtjes…” en dan naar beneden “dat is 800m diep”. Euhm ja, terug naar boven kijken dus 😉 . Daar zo rustig zweven, zaaalig gewoon. Tegen het einde vroeg mijn begeleider of ik van achtbanen hield en na mijn bevestigend antwoord, is hij wat met die parapente beginnen slingeren. Kriebels tot en met toen! 🙂 Moest het zoveel niet kosten, ik had mij al ingeschreven voor een cursus.
Ook hier hebben we weinig foto’s (’t was nog duurder dan de canyonfoto’s gisteren…), maar toch genoeg voor een korte impressie:

Paragliding Mürren (Le petit requin)
De weide waar iedereen zich klaarmaakte
Paragliding Mürren (Le petit requin)
Johan bijna klaar voor vertrek
Paragliding Mürren (Le petit requin)
Mijn 27e levensjaar aan het inzweven

En nog een filmpje met Johans vertrek en mijn landing:

Na de parapente zijn we nog even tot aan een waterval gewandeld, alvorens terug naar boven naar Mürren te gaan om onze bagage op te halen in het hotel.

Lauterbrunnental (Le petit requin)

Omdat we ’s morgens basejumpers hadden zien passeren, besloten we even een kijkje te gaan nemen. Johan wilde wat foto’s nemen van het platform waar die mannen afspringen, maar ik kreeg al kriebels (en geen aangename dit keer) gewoon van hem in de buurt van die rand te zien komen. Ook al was in de buurt eigenlijk nog 2m tot de afgrond… Ter mijner verdediging, dat is dus wel 800m diep he! 🙂

Mürren (Le petit requin)

Terwijl we daar zaten, zagen we nog parapenters naar beneden komen en zo konden we een foto trekken die een beter beeld geeft van ons avontuur van ’s morgens.

Lauterbrunnental (Le petit requin)

Tegen dat we gingen vertrekken, kwamen er twee basejumpers en twee mannen met een wingsuit toe om vanaf het platformpje te springen. Het deed echt vies om daar naar te kijken (ik link naar ons filmpje op youtube omdat het anders te lang moet laden). Bewonderenswaardig, dat wel, dat die mannen dat durven. Maar niets voor mij; ik ben de volgende nacht minstens 5x wakker geschoten uit een nachtmerrie, waar telkens wel iemand van mijn familie naar beneden stortte… Nu ja, zeg nooit nooit, maar vooraleer ik dit ga durven… 🙂

Na de basejumpers was het echt wel tijd om naar huis te vertrekken, al stopten we onderweg nog in een cafeetje voor een verjaardagstaartje met de originele naam Very berry pie (ofte Waldbeeri Chüechli in het Zwitsers).

Waldbeeri Chüechli (Le petit requin)

De terugweg…

Le petit requin

… met ondermeer zicht op de Steingletsjer (midden), de Steinsee en de Steinlimigletsjer (uiterst rechts) vanaf de Sustenpass

Steingletscher, Steinsee, Steinlimigletscher (Le petit requin)

Schoon, schoon verjaardagsweekend! Vol verrassingen, waarvan ik er niet eentje had zien aankomen. Op deze manier wil ik gerust regelmatig een jaartje ouder worden 😉

Week 2014/25

Maandag ging ik met de auto van mijn ouders naar Brussel om nog wat extra verhuisdozen te kopen en op de terugweg wat rommel naar het containerpark te brengen (een keramische schaal met kaars hoort trouwens thuis bij het “niet-brandbaar afval”, kwestie van logisch te doen 😉
Bijna een zwaar accident gehad, toen een of andere zottin met schijnbaar zelfmoordpogingen plots zonder te kijken vanaf een parking de viervaksbaan opstormde waar ik aan +/- 70 km/h op reed. Vollenbak moeten remmen en mij opzij smijten, zodat ik met de neus van de wagen eindigde op de tegenrichting (ofte meer dan 1 rijvak verder dan waar ik reed). Uiteindelijk was het niks, maar mijn hartslag schoot wel even de hoogte in. Blij ook dat ik ooit een slip- en remcursus volgde, waardoor ik al eens had kunnen oefenen op remmen met een ABS, want dat lawaai als die in gang schiet, is toch wel verschieten.

’s Avonds kreeg ik al een pré-verjaardagscadeautje van mijn ouders en broer: twee fotoalbums met foto’s van mijn geboorte tot nu. Supermooi cadeau, zonder twijfel bij de mooiste die ik al gekregen heb!


Dinsdag trok ik weer naar ons appartement om er de laatste dozen in te pakken en te starten met de verhuislijst die je moet opmaken voor de Zwitserse douane.

’s Avonds kropen we thuis allevier in de zetel met frietjes en Bickyburgers (van het frietkot, want dat hebben ze hier in Zwitserland natuurlijk niet) en de Belgen op tv. Nu niet meteen de leukste match, maar bon, ze hebben gewonnen en dat is uiteindelijk het voornaamste 🙂

Woensdag ging ik nog een toertje lopen: 4km in totaal, enkel kort onderbroken om onderweg even een kievit te bekijken, die nogal zenuwachtig leek. Beetje opzoeken leert dat kievits hun nest meestal op de grond leggen, dus waarschijnlijk zat ik daar gewoon te dicht bij. Het lopen ging op zich wel goed, al blijft de hoest die ik nu al een paar weken meesleep wat lastig.

In de namiddag dan vertrokken richting luchthaven met een korte tussenstop in het centrum. Ik was er 100% van overtuigd dat mijn vlucht vertrok om 18u30 (met dus check-in tegen 18u) en had dus gemikt op 17u-17u15 om op de luchthaven te zijn. Bij aankomst om 17u zag ik mijn vlucht niet op het scherm, dus er dan toch maar even mijn ticket bijgehaald. Bleek dat mijn vlucht om 17u30 was en dat de check-in sloot om 16u55. Klein attackske dus, want ik moest nog én langs de ticketcontrole én langs de security én tot aan de juiste gate lopen. Nogal onhaalbaar dus, maar bon, ik ben maar beginnen spurten. Aan de security nog staan prullen, want door het gehaast was ik mijn riem vergeten uit te doen en moest ik nog apart gecheckt worden. Ik had dan ook nog wat eten en drank bij (ah ja, ik had erop gerekend om dat nog rustig te kunnen opeten voor de security), dus dat ook nog moeten inleveren. Gelukkig toonde het scherm dat mijn vlucht ondertussen van gate veranderd was, wat dus betekende dat hij nog niet vertrokken was! Die nieuwe gate was wel de verste, dus opnieuw beginnen lopen. Bij deze zijn mijn hakken trouwens helemaal goedgekeurd, want ik heb aan al dat lopen niet eens één blaartje overgehouden 🙂 Uiteindelijk waren er zelfs nog twee mensen achter mij en zat ik om 17u24 op het vliegtuig, dat met een kwartier vertraging vertrok. Dat ik niet geklaagd heb over die vertraging, kan je je wel voorstellen 😉
De luchthaven van Basel is overigens wel een leuke om in aan te komen, omdat je bij het naar buiten gaan je land moet kiezen. Er is immers een Franse (Mulhouse), Duitse (Freiburg) en Zwitserse (Basel) kant.

Donderdag nog een klein toertje gaan lopen, al was het te snel na het avondeten, waardoor we uiteindelijk quasi evenveel gewandeld hebben. Och ja, op zijn minst toch een beetje beweging gehad.

Vrijdagavond zijn we gaan eten in het centrum, in restaurant Zeughauskeller, waar ze typische Zwitserse gerechten serveren. Johan ging voor worst met zuurkool, ik voor Älplermagronen, een pasta met aardappelen en ajuinen. Lekker, maar zwaar! Erna hebben we nog een stukje meegepikt van Zwitserland-Frankrijk op groot scherm. Aangezien de Zwitsers verloren met 2-5, was de sfeer niet meteen uitgelaten.

+ verjaardagsweekend in Mürren