Week 2014/46

Dinsdag is Sint-Maarten langs geweest! De Zwitsers vieren weliswaar, net zoals het merendeel van de Belgen, Sinterklaas op 6 december, maar ik blijf trouw aan Sint-Maarten 🙂 . Neemt niet weg dat ik wel benieuwd ben naar de Zwitserse Sinterklaas, die hier blijkbaar onder de naam Samichlaus gekend is. Hij wordt ook niet begeleid door Zwarte Piet, maar wel door Schmutzli (komende van schmutz, wat vuil betekent). Die Schmutzli is een wat sinistere figuur in een donkere mantel met een vuil gezicht, een twijgenbezem als roe en een zak om stoute kindjes in te stoppen. Gelijkaardig aan Zwarte Piet dus, met dat verschil dat het personage in België veel “zachter” geworden is: het is meer het hulpje van Sinterklaas geworden dan nog echt een straffen uitdelende tegenhanger te zijn. Eigenlijk wel interessant om eens andere tradities te zien, want je staat er – opgroeiende met Sint-Maarten/Sinterklaas en een brave Zwarte Piet – niet bij stil hoe die tradities in andere landen zijn. Zoek bijvoorbeeld ook eens naar Krampus, de bijfiguur van Sinterklaas in ondermeer Oostenrijk en Tsjechië. Dat is pas echt een figuur om schrik voor te hebben, zeker in vergelijking met onze kleurrijke en zeer vrolijke Zwarte Pieten!

Le petit requin

Woensdag organiseerde ik een meetup om naar een tentoonstelling in het Designmuseum te gaan kijken over 100 Jaar Zwitsers Design en daar ontdekte ik verschillende leuke dingen:

  • De vrolijke Origo-set van Alfredo Häberli (moesten ze niet zo duur zijn, ik had allang zo’n kommetje besteld!):
Le petit requin
Bron: www.alwaysmod.com
  • Het brugbureau, deel van een serie ironisch-illusionistische meubels van Trix en Robert Haussmann, die met hun Manierismo Critico op een humoristische en ironische manier de modernistische stijl tussen de jaren 1960 en 1980 in vraag stelden:

Le petit requin

  • De Choco-Chair, eveneens van het koppel Haussmann:
Le petit requin
Bron: www.we-heart.com
  • Dit werk van Richard Paul Lohse, dat deel uitmaakt van zijn serie Reihenelemente zu rhythmischen Gruppen konzentriert. Hier zou ik zeker een mooi plekje voor kunnen vinden in ons appartement 😉
Le petit requin
Bron: www.lohse.ch
  • De Kreuz und quer kasten van Neue Werkstatt:
Le petit requin
Bron: www.neuewerkstatt.ch

Donderdag ging ik naar een carrièredag, georganiseerd voor partners van expats die hier nu zelf op zoek zijn naar een job. Een deel van de presentaties was niet echt mijn ding (iets te veel “zie ons eens fantastisch zijn”), maar er zaten ook wel interessante tips tussen en er was een CV-clinic waar je je CV door recruiters kon laten screenen. Het mijne bleek (gelukkig) al in de smaak te vallen, maar dat neemt niet weg dat er natuurlijk wel nog een paar kleine aanpassingen konden gebeuren.

Le petit requin

Ik vertelde jullie al dat ik geen wijn en bier, maar wel sterke drank lust. Deze jenever is een van favorieten, al is hij jammer genoeg niet te vinden in Zwitserland. Nu ja, naast chocolade smokkelen we ook al wel eens alcohol over de grens 😉

Le petit requin

Ik ruimde deze week ook verder op, wat onder meer leidde tot deze gigantische papierstapel naast mijn bureau. De papierbak werd te klein, oeps! Het gaat hier voornamelijk om cursussen die ofwel toch nooit meer gebruikt zullen worden ofwel volstaan in een digitale versie. En ‘t is misschien raar, maar dat kan echt wel voldoening geven: zien hoeveel rommel je wegsmijt en hoeveel ruimte er daardoor weer vrijkomt.

Le petit requin

Zondag was een supermooie dag en Johan profiteerde er dan ook van om te gaan fietsen. Ik ging niet mee omdat ik al de hele week ziek was geweest: maandag en dinsdag was ik echt een slappe vod, woensdag en donderdag ging het beter, maar na die CV-clinic donderdag en de German study group vrijdagochtend kon je mij weer samenvegen; ik lag dan ook de halve vrijdagnamiddag in mijn bed. Ik voelde mij wel al beter, maar had geen zin om dat meteen weer om zeep te helpen door bezweet in de kou te gaan rondrijden.

Le petit requin

In de plaats deed ik een klein wandelingetje naar de voormalige spinnerij (en huidig bedrijvencentrum) hier in het dorp. Ik oefende wat nieuwe instellingen op mijn fototoestel, de ene al succesvoller dan de andere. Zo leerde ik de CA-stand kennen, waar je eigenlijk volautomatisch trekt, maar wel al een bepaalde “sfeer” aan je foto’s kan toekennen (kleuren levendiger maken, meteen in zwart-wit fotograferen…). Niet meteen een stand die ik veel ga gebruiken, omdat ik juist minder automatisch en meer manueel wil gaan fotograferen, maar desondanks wel handig om te weten.

Le petit requin

Ook de A-DEP stand testte ik uit, waarmee ik een scherptediepte op voor- en achtergrond zou moeten krijgen, maar – jullie horen het al aan de voorwaardelijke wijs – dat was niet meteen een succes. Eens de handleiding erbij halen om te zien wat ik verkeerd heb gedaan…

Le petit requin

25 dingen die jullie niet over mij wisten

Euhm ja, we gingen hier eens overmoedig doen zeker? De eerste over de laatste volgde vrij snel en toen werd het hier een beetje stilletjes op #projectblogboek-vlak. Niet dat ik het was vergeten, maar er waren zoveel andere dingen te vertellen en te doen dat het er maar niet van kwam. Ach ja, voor degenen die hier graag komen lezen: aan dit tempo bent u voor de komende tien jaar verzekerd van leesvoer van mijn kant 😉

#projectblogboek

De opdracht die ik dit keer uitkoos is jullie 25 dingen vertellen die jullie nog niet over mij weten. Ik heb even getwijfeld wie ik als “jullie” zou beschouwen: de lezers die ik in het echt niet ken? Of degenen die ik wel ken? Aangezien die laatste categorie onder meer bestaat uit mijn broer en Johan en het best wel moeilijk wordt om 25 dingen te verzinnen die zij nog niet weten van mij en die ik hier ook wil delen, heb ik het mijzelf gemakkelijk gemaakt en gekozen voor de eerste groep.

  1. Johan en ik hebben elkaar leren kennen tijdens het duiken. Ik volgde de basisopleiding, hij gaf les.
  2. De eerste keer dat ik in het buitenland woonde was tijdens mijn Erasmusuitwisseling in Cottbus, Duitsland.
  3. Ik heb mij laten ontdopen.
  4. Mijn beide ogen zijn drie jaar geleden gelaserd.
  5. Fruit moet al een tijdje uit de koelkast gehaald zijn voor ik het kan opeten, want anders doen mijn tanden pijn van de koude.
  6. Ik ben ooit flauwgevallen bij het zien van veel, vrij loperig rood ontsmettingsmiddel. Ah ja, dat zag er uit als veel bloed.
  7. Sinds ik een deel van “The Fly” zag, heb ik een aderfobie. De film opnieuw bekijken en verder raken dan die scène waar alles openfloept zal nog niet voor direct zijn.
  8. Ge zult mij nu waarschijnlijk niet meer geloven, maar ik ben geregistreerd als stamceldonor en orgaandonor en ik probeer regelmatig bloed te geven.
  9. Bij mijn ouders thuis hebben we altijd schapen gehad. Met bijhorende lammetjes elke lente!
  10. Vroeger werden die schapen vergezeld door de braafste gans ooit, die luisterde naar de naam “Madam”. Onze dierenarts schreef dus ooit een voorschrift voor Madam Peeters.
  11. Met bier en wijn kan je mij geen plezier doen, wel met cocktails. Probeer maar eens serieus genomen te worden als mensen u een glas wijn aanbieden, ge weigert en vervolgens op de vraag “Drink je geen alcohol misschien?” moet antwoorden met “Jawel hoor, maar enkel sterke drank”.
  12. Naast bier lustte ik ook heel lang geen frietjes. Voor wie het zich afvraagt, ik kom wel degelijk uit België en om dat te bewijzen compenseer ik met witloof en zeer veel chocolade.
  13. Ik heb vroeger een orthodontisch implantaat in mijn gehemelte gehad, ook wel gekend als “de vijs”. Pijnlijkste verdovingsspuiten ooit trouwens! Toen dat implantaat er weer uitging, was ik dus die “die een vijs kwijt was”.
  14. Niet dat dat erg is, want eigenlijk mag ik mijzelf officieel zot noemen, omdat ik de Ventoux drie keer op één dag beklommen heb. Gebrevetteerd Cinglé du Ventoux dus.
  15. Ik verdedigde mijn thesis op vrijdag, verhuisde van mijn ouderlijk huis naar Brussel de daaropvolgende zondag en begon te werken de dag daarna.
  16. Natuurdocumentaires zeggen mij weinig, ondanks dat ik ongelooflijk blij kan worden van dieren spotten. De mooiste en spannendste wildontmoetingen tot nu toe: beren, bultrugwalvis en orka’s (Canada), dolfijnen, haaien en een schildpad (Egypte).
  17. In een ideale wereld vind ik een mogelijkheid om restauratie, les geven en de Franse taal te combineren. Dan ben ik bijvoorbeeld professor in architectuurgeschiedenis en restauratietechnieken aan een Franstalige universiteit. Ofzo…
  18. Kou kende ik vroeger niet, integendeel zelfs. Zo kon ik in de winter zonder jas in de sneeuw gaan spelen, maar ben ik ooit op zomervakantie in Tenerife tijdens een wandeling in een minigrotje gekropen om maar wat schaduw te vinden. Ondertussen heeft het warmtefenomeen zich gelukkig genormaliseerd.
  19. Ik ben al twee keer geopereerd onder algemene verdoving, waarvan één keer verplicht (cyste in mijn pols) en één keer vrijwillig (liever één keer algemene verdoving dan vier keer plaatselijk voor het trekken van mijn vier wijsheidstanden).
  20. Als puber verdroeg ik het geluid van mijn eigen hakken niet. Mijn moeder heeft ooit een paar sandalen overgenomen, omdat ze in de winkel (op tapijt) geen lawaai maakten en thuis wel. Nu heb ik een vrij uitgebreide collectie hakken.
  21. Ik werkte mee aan de restauratiedossiers voor de Abdij van Averbode en het Museum Vleeshuis in Antwerpen.
  22. Muziek was tijdens het middelbaar mijn ideale examenpauze. Ik koos telkens een lang nummer (genre Child in time of Stairway to heaven), zette dat om de zoveel tijd eens zeer luid en deed dan de duur van het nummer niets anders dan liggen en luisteren. Daarna kon ik er weer tegen.
  23. Boeken werden hier vroeger met hópen gelezen. Als we in de zomer al de bibliotheekkaarten in het gezin samen legden om 15 boeken te kunnen uitlenen voor op reis, waren 10 daarvan voor mij en vijf voor mijn vader, moeder en broer samen. Die vijf boeken las ik overigens ook.
  24. Ik voel mij zeer snel ergens thuis. Dat was het geval in Brussel, in Cottbus en nu in Zürich. Dat wilt natuurlijk niet zeggen dat ik bijvoorbeeld België niet mis.
  25. Johan geeft het laatste puntje: Haaike lacht veel.

Dit is de tweede post voor #projectblogboek, volgens haar idee, gebaseerd op haar boek.

Gelezen in oktober 2014

In oktober las ik:

Dante, De goddelijke komedie

De goddelijke komedie (Dante)

Het eerste boek dat ik deze maand uitlas (maar waar ik al in september aan begon) was De goddelijke komedie van Dante.

Het verhaal zelf is natuurlijk zeer bekend: de komedie (ofte goed aflopend verhaal) vertelt Dante’s reis door het hiernamaals, waarbij hij respectievelijk de Hel, de Louteringsberg en de Hemel aandoet met als climax de aanschouwing van God.
Wat mij betreft is het eerste deel het beste en ook het leukste qua verhalen en verbeelding. De Hemel daarentegen voelde voor mij soms meer aan als de echte hel 😉 Ik overdrijf natuurlijk, zo erg was het nu ook weer niet, maar ik hou niet zo van dat belerende “gij zult goed doen zoals God het wilt”-vingertje. Het hoort er natuurlijk bij, maar geef mij maar de Hel!

De versie die ik las is een vertaling als proza i.p.v. epos. Jammer omdat het origineel natuurlijk wel in versvorm geschreven is, maar liever vlot kunnen lezen in een vorm die niet aansluit bij de oorspronkelijke dan mij zenuwachtig te maken in een te geforceerde vertaling. Bij een vertaling verlies je vaak een deel van de kracht van het origineel en al zeker in dit geval waar er gekozen is voor een rijke, zeer specifieke – en daardoor quasi onvertaalbare – structuur. Ik koos dus voor proza, de – in mijn ogen – vlotst lezende vorm, al is vlot bij momenten ook wel veel gezegd. De zinnen doen vaak wat archaïsch aan:

Nadat zij aldus had gesproken, richtte zij haar lichtende ogen op mij en zette mij daardoor nog meer tot spoed aan. En zo ben ik, gehoor gevend aan haar verlangen, naar u toe gekomen om u te bevrijden van het wilde beest dat u verhinderde rechtstreeks de schone berg der deugd te bestijgen.

Persoonlijk vind ik dat niet erg; het doet mij vaak denken aan de vertalingen die we vroeger lazen en zelf maakten in de Latijnse les.

Een ander aspect dat een grote invloed heeft op de vlotheid van het boek is de waslijst aan verklarende voetnoten. Interessant, daar niet van (ze geven immers achtergrondinformatie over de honderden historische personages en mythologische verhalen/figuren), maar als je bij wijze van spreken elke paragraaf twee keer naar achter moet bladeren om een verklarende nota te lezen, is het ondoenbaar om “in” het boek te geraken.
Ik las daardoor vorig jaar enkel het hoofdstuk van de Hel en legde het boek toen gedemotiveerd aan de kant. Deze keer was ik opnieuw begonnen, maar ik negeerde de voetnoten grotendeels en dan leest het vrij vlot weg. Misschien lees ik het wel ooit nog eens met voetnoten.

Aanrader: uiteraard! Het is geen gemakkelijk boek om te lezen, het is bij momenten echt wel “werken” om door bepaalde passages te geraken, maar de rijke beeldtaal, de manier waarop Dante de onderwereld schept en beschrijft en de veelvuldige verwijzingen naar de “oude” klassiekers, zoals Homerus, Vergilius… Fantastisch gewoon! Ik heb er ook al helemaal zin van gekregen om de Metamorfosen van Ovidius eens volledig te lezen.

Oscar Wilde, The picture of Dorian Gray

The picture of Dorian Gray (Oscar Wilde)

Het tweede boek van deze maand las ik in het kader van de “Ik lees Engels”-uitdaging van Met mijn neus in een boek. Wie mijn leeslijstje er op naslaat, ziet dat ik dit jaar nog niet één Engelstalig boek las en dat kan toch eigenlijk niet 🙂 Ik stelde mijn doel in op zeker één boek uitlezen en eventueel een tweede. Het werd uiteindelijk enkel The picture of Dorian Gray, al startte ik ook nog in The architecture of happiness van Alain de Botton.

Het boek vertelt het verhaal van Dorian Gray, die bij het aanschouwen van zijn geschilderd portret tot het besef komt dat hij oud en lelijk zal worden, terwijl het schilderij voor altijd zijn jonge en mooie versie zal tonen. Hij doet de wens dat het omgekeerde zal gebeuren: het portret wordt oud en versleten, terwijl hij jong en levendig blijft. Het is het begin van het einde: Gray verliest zich volledig in narcistische schoonheid en verval. Het boek is een sterke kritiek op de toenmalige, 19de eeuwse maatschappij, maar is wat mij betreft ook vandaag, in een tijd van selfies en Facebooklikes, nog actueel.

Niet alleen is het boek puur stilistisch bekeken de moeite, ook – en voornamelijk – inhoudelijk is het een pareltje. Wildes schrijfstijl is bij momenten zeer beschrijvend, zoals het begin van het boek al meteen illustreert:

The studio was filled with the rich odour of roses, and when the light summer wind stirred amidst the trees of the garden, there came through the open door the heavy scent of the lilac, or the more delicate perfume of the pink-flowering thorn.
From the corner of the divan of Persian saddle-bags on which he was lying, smoking, as was his custom, innumerable cigarettes, Lord Henry Wotton could just catch the gleam of the honey-sweet and honey-coloured blossoms of a laburnum, whose tremulous branches seemed hardly able to bear the burden of a beauty so flamelike as theirs; and now and then the fantastic shadows of birds in flight flitted across the long tussore-silk curtains that were stretched in front of the huge window, producing a kind of momentary Japanese effect, and making him think of those pallid, jade-faced painters of Tokyo who, through the medium of an art that is necessarily immobile, seek to convey the sense of swiftness and motion. 
The sullen murmur of the bees shouldering their way through the long unmown grass, or circling with monotonous insistence round the dusty gilt horns of the straggling woodbine, seemed to make the stillness more oppressive. The dim roar of London was like the bourdon note of a distant organ.

In sommige boeken stoort dit soort uitgebreide beschrijvingen mij soms en heb ik het gevoel dat de schrijver je als lezer geen enkel greintje fantasie toelaat. Bij The picture of Dorian Gray echter past deze manier van schrijven wonderwel en verstoort het geenszins de vlotheid.

Absoluut bij het beste wat ik dit jaar al gelezen heb! Tot mijn verbazing bleek dit boek de enige gepubliceerde roman van Oscar Wilde te zijn. Jammer, want ik had er graag nog meer van gelezen na dit boek.

Marjane Satrapi, Persepolis

Persepolis (Marjane Satrapi)

Ik eindigde de maand met twee stripverhalen, al is het eerste niet meteen lichte kost. Persepolis vertelt immers het autobiografische verhaal van Marjane Satrapi, die opgroeit in Iran ten tijde van de revolutie. Je krijgt een beeld van de manier van leven in het toenmalige Iran, de gruwel van het regime, de absurditeiten van bepaalde zaken (zo wordt het hoofdpersonage tegengehouden wanneer ze loopt om haar bus te halen, omdat lopen zorgt voor onzedige bewegingen). Later volg je Marjane ondermeer wanneer ze naar Oostenrijk vertrekt en te maken krijgt met de vooroordelen van onze maatschappij.

De tekeningen zijn zeer sober zwart-wit, maar dat is juist een van de sterktes vind ik. De aandacht gaat volledig naar het verhaal zelf, dat overigens – ondanks de thema’s – niet al te zwaarmoedig is door de humoristische manier waarop Satrapi bepaalde momenten weergeeft.

De verfilming staat hier alleszins ook op het verlanglijstje nu!

Willy Vandersteen & Marc Legendre, Amoras, Nr. 04: Lambik

Lambik (Amoras)

Als laatste boek las ik het zojuist verschenen vierde nummer in de Amorasreeks, Lambik. Het verhaal is het vervolg op de vorige drie nummers, dus inhoudelijk ga ik niets verklappen.

Inhoudelijk vond ik dit niet het sterkste nummer tot nu toe: het verhaal mag wat mij betreft in de twee vervolgnummers die er nog zitten aan te komen, weer wat meer snelheid en actie bevatten; het kabbelde nu een beetje.

Bron afbeeldingen: Goodreads

Week 2014/45

De week startte met de fantastische ontdekking dat aardvarkens in het Engels gewoon aardvarks heten. Lang leve de leuke cartoons van Harold’s Planet 🙂
Dat deze naam zo Nederlands aandoet komt – althans volgens Wikipedia – omdat de Engelse taal zich inspireerde op het Afrikaanse woord erdvark (vrij gelijkaardig dus als bij wildebeest).

Daarnaast was het ook nagenieten van de onverwachte cadeautjes die we dit weekend kregen. Mijn moeder maakte een lekker warme sjaal, die perfect past bij de muts die ik vorig jaar kreeg. Van mijn broer en zijn vriendin kregen we dan weer een pakketje Ethiopische etenswaren van bij Kokob in Brussel (aanrader!) met koffie, thee, bier en deze vier kruiden. Binnenkort gaat er hier dus zeker Ethiopisch gekookt worden!

Dinsdag slaagde ik er eindelijk in om bloed te geven! Het werd dus “vierde keer, goede keer“, al durf ik nog niet helemaal victorie kraaien, aangezien mijn bloed na analyse nog steeds afgekeurd kan worden. Fingers crossed dat ik geen vitaminetekorten heb!

Donderdag stonden we op met dit zicht. Op foto is het niet zo duidelijk (op klikken voor een vergroting), maar er ligt dus wel degelijk sneeuw op de helling waar we op uitkijken!
Tegen de middag was het natuurlijk wel weer al gesmolten, maar ik had desondanks niet verwacht om al op 6 november wakker te worden met zicht op sneeuw.
Enige nadeel ervan: ik had wel even schrik dat het te koud ging worden voor de geplande wandelingen en fietstocht tijdens het driedaagse bezoek van mijn ouders, die donderdagavond aankwamen.

Gelukkig bleek dat volledig ongegrond, want zo grijs als het donderdag was, zo stralend blauw was de hemel op vrijdag. Dat leverde tijdens ons bezoek aan Zürich ondermeer dit zalige herfstbeeld op.

Zaterdag deden we een fietstochtje in de buurt, waarbij pas echt duidelijk werd hoeveel sneeuw er hier in de buurt wel niet gevallen is. Dit is bijvoorbeeld op amper 15km fietsen van bij ons, te midden van de sneeuw. Vergelijk ook zeker met de foto’s van twee weken geleden! ‘t Is direct iets heel anders, zo’n sneeuwlandschap.

Zondag wilde we oorspronkelijk de wandeling vanaf de Sustenpass doen, maar de pas bleek al afgesloten en dus werd Stoos de uitvalbasis. Ook hier weer verbazing over de sneeuw (ik weet het, hoe vaak kunt ge u zo over iets blijven verbazen 😉
Deze foto is op ongeveer 1600m hoogte!

Meer foto’s van het weekend komen er nog aan, maar de foto’s zijn nog niet allemaal gesorteerd en ik wijd er liever een apart berichtje aan, kwestie van geen half boek van elk bericht te maken 🙂

Week 2014/44

Deze week deed ik nog eens een poging om bloed te geven. Herinnert u zich nog die keer begin oktober, toen ik twee dagen na elkaar naar huis werd gestuurd? Dit keer was ik én op tijd én lang genoeg terug uit Egypte. Het zag er dus goed uit, ik lag ook al klaar in de stoel om bloed te geven… en toen zag de verpleegster dit belachelijke wondje aan mijn vinger en had ik een te groot risico op geïnfecteerd bloed! Ik weet niet hoe het met u zit, maar ik maak mij alleszins geen zorgen over een eventuele bloedtransfusie in Zwitserland. Zuiverder dan hier ga je het niet vinden denk ik!
Ik droop dus maar weer af naar huis, maar ze mogen er ginder zeker van zijn: ik blijf gaan tot ik bloed mag geven. Jups, ze hebben de koppigaard in mij wakker gemaakt 🙂

Le petit requin

Tijdschriften lezen is in principe altijd ontspannend (toch het type dat ik lees), maar dit keer kreeg ik er bijna de slappe lach van. Want 660 calorieën verbruiken op een uur zwemmen is één ding, maar 20 km/u zwemmen (ofte dus 800 baantjes in een 25m bad), chapeau! 20 min/km lijkt mij een iets realistischere inschatting, tenzij ze Jerommeke als maatstaf nemen natuurlijk 😉

Le petit requin

Wij doen tegenwoordig aan import en export van chocolade, zo blijkt. Vandaag ging ik Zwitserse chocolade halen als cadeautje voor de familie in België en zondag zullen we ongetwijfeld terugkomen met wat Belgische chocolade voor Johan zijn collega’s. En ook een beetje voor ons ja, zo zwak zijn we dan ook weer wel.

Le petit requin

Vrijdag was een druk dagje in België: ‘s ochtends al vertrokken naar Brussel voor wat administratief geregel (Johan) en wat aankopen (ik). Daarna ging ik langs bij mijn ex-collega’s, terwijl Johan zijn zus (en dus zijn petekind) ging bezoeken. In de namiddag vertrokken we richting mijn grootmoeder (ik) en de verzekeringsagent (Johan).
Onderweg kwamen we dit getuned ding tegen, waarbij ik mij toch echt afvraag of die chauffeur zichzelf nu stoerder vindt. Want een rijbewijs halen, how jong, maar een auto pimpen, dát getuigt natuurlijk van echte kennis van het verkeer (en ja, ik heb iets tegen de “ik wil een auto, maar ben te tam om een autorijbewijs te halen”-mentaliteit).

Le petit requin

Zaterdag begon en eindigde ontspannen: eerst een fietstocht met als hoogtepunten de Muur en de Bosberg onder een – zeker voor 1 november fantastisch –
zonnetje en daarna leuk gezelschap en lekker eten bij Johan zijn moeder.

Le petit requin

Zondagochtend startte ik met een looptochtje, waarna de voormiddag gevuld werd met de auto kuisen, Wordstijlen uitleggen en de koffer volladen met alle spullen die nog bij mijn ouders stonden. Bij de verhuis begin juli waren we een beetje vergeten dat er in onze kelder ook nog spullen stonden. Die waren dus blijven staan, maar verhuisden eind augustus wel van de kelder van het appartement naar de zolder van mijn ouders, kwestie dat onze huurders een lege kelder hadden. Nu was het er dus eindelijk van gekomen om alles mee te nemen naar huis. Jeeej, nog meer spullen om op te ruimen en uit te kuisen 😉

Le petit requin

Alsof het de vorige keer overigens nog niet spannend genoeg was om thuis te komen met nog “0 resterende kilometers” in de tank, deden we dit keer nog beter: we tankten nog bij het vertrek bij mijn ouders om tot in Luxemburg te geraken, maar blijkbaar hebben we ons misrekend (ik weet het, hoe moeilijk kan zo’n rekensom zo zijn), want zo’n 25km voor de grens van Luxemburg konden we er theoretisch nog maar 10 rijden. ‘t Was niet dat er zo meteen nog een tankstation in de buurt was, dus vertraagde ik naar 90 km/h om zo weinig mogelijk te verbruiken (bij deze mijn excuses aan de normaal rijdende chauffeurs). En ja, dan zie je dat tellertje langzaam zakken: nog 3… 2… 1… en toen 0. Het bleef spannend tot we het tankstation konden binnenrijden (als we nu stilvallen, moeten we “maar” 5km stappen, als we nu stilvallen…), maar we haalden het gelukkig wel. Een ezel stoot zich geen… ik wel dus!