Vlooybergtoren

Vlooybergtoren (Le petit requin)

Vorige zomer zijn mijn broer en ik eens een kijkje gaan nemen naar de zwevende trap in Tielt-Winge, die er een vorige toren verving. Deze houten uitkijktoren, de Vlooybergtoren, begaf het enkele jaren geleden na stormweer.

Vlooybergtoren (Le petit requin)

Het is een beetje zoeken naar de veldweg die je moet indraaien, maar dan komt de trap plots uit de velden tevoorschijn. Voor een echt “stairway to heaven”-gevoel is hij misschien niet hoog genoeg (11m), maar het is wel een mooie en fascinerende structuur.

Vlooybergtoren (Le petit requin)

Beetje info erover: als materiaal werd gekozen voor Cortenstaal, een verwijzing naar de in die streek vaak gebruikte ijzerzandstenen. Wie er al eens komt, is het zeker al wel opgevallen dat het merendeel van de kerken opgebouwd is uit roestbruine stenen. Enkele voorbeelden zijn de Sint-Sulpitiuskerk en de Begijnhofkerk in Diest, het poortgebouw van de Abdij van Averbode…

Vlooybergtoren (Le petit requin)

Cortenstaal is een staalsoort die mag “roesten” (oxideren), omdat de oxidatielaag het materiaal beschermt tegen verder roesten. Hierdoor krijgt dit staal zo’n mooie roestbruine kleur, dezelfde als ook ijzerzandstenen hebben. De trap heeft een metalen geraamte als structuur, waar de Cortenstaalplaten als afwerking op bevestigd zijn.

Vlooybergtoren (Le petit requin)

Boven heb je een mooi zicht over het Hageland.

Vlooybergtoren (Le petit requin)

Vlooybergtoren (Le petit requin)

Deels gebaseerd op: Gemeente Tielt-Winge

Week 2014/33

De week startte sportief: ik heb wat fitnessspulletjes en een springtouw gekocht om hier thuis wat vaker en gevarieerder oefeningen te kunnen doen.

Le petit requin

Dinsdag zocht ik eindelijk op wat de schijnbaar geheime boodschap op de voordeur van een van de buren wilde zegge: ook hier gaan bij Driekoningen groepjes kinderen van deur tot deur om te zingen, het zogenaamde Sternsingen. Wat er dan echter bovenop komt en in België – voor zover ik weet – niet bestaat, is dat het huis op dat moment ook gezegend wordt en dan wordt onderstaande zegen op de deur geschreven (of in dit geval als sticker geplakt). De zegen bestaat uit de letters C+M+B, wat staat voor Christus mansionem benedicat ofte Christus zegent dit huis, al wordt soms ook aangenomen dat het de initialen zijn van de drie koningen (Caspar, Melchior en Balthasar). De cijfers 20 en 11 wijzen op het jaartal 2011 (volgend jaar zal de zegen dus 20*C+M+B+15 zijn).
Blijkbaar hebben ook de sterretjes en plusjes/kruisjes een betekenis: de ster staat voor de ster van Bethlehem en de kruisjes stellen de Drie-eenheid Vader, Zoon en Heilige Geest voor. Al naargelang de regio zijn het soms vier kruisjes zonder sterretje (20+C+M+B+11) of twee kruisjes (20+CMB+11).
‘t Is op zich wel interessant, maar eigenlijk had ik wel op iets mysterieuzers gehoopt dan deze uitleg 😉

Le petit requin

Woensdag had ik ‘s morgens mijn slechtste looptraining tot nu toe: door de regen wilde ik gaan voor kort, maar intensief, maar ik ben iets te enthousiast gestart. Gevolg: na anderhalve kilometer kramp in mijn ene onderbeen en dus de rest van de route (nog bijna 2km) te voet gedaan. Note to self: snellere trainingen zijn ok, maar 11 km/h is nog veel te snel voor mij.
‘s Middags had ik een “goestingske” dat resulteerde in pannenkoeken en ‘s avonds kwam daar nog meer snoeperij bij door een etentje (met dessert dus) bij collega’s van Johan thuis. Overigens iets om trots op te zijn, want buitenlanders worden hier niet zomaar bij Zwitsers thuis uitgenodigd. Ok, het was wel gewoon het ganse team dat was gevraagd, maar dat negeren we maar efkes, kwestie van te kunnen beweren dat we supergoed aan het integreren zijn 😉

Le petit requin

Donderdag bracht ik de strijd met de fruitvliegjes en motjes to the next level, na een aantal mislukte pogingen met natuurlijke middeltjes (afgedekt potje met azijn, lavendelplantjes…). Ik hoop dat dit gaat helpen, want ik word zot van die beestjes!

Le petit requin

Vrijdag ging ik plantjes kopen voor op het terras. En jawel, daarbij kregen zowel de plantjes als ik onderweg al water.

Le petit requin

Zaterdagochtend hadden we afgesproken met M., die ik nog kende van mijn Duitse lessen vijf jaar geleden. Hoewel we in Brussel nog geen 10km van elkaar woonden, spraken we elkaar eigenlijk enkel sporadisch eens online. Maar kijk, nu wij in Zürich wonen en hij naar hier kwam voor het EK atletiek, werd er dan toch afgesproken 🙂

We gingen eerst nog kijken naar de finale van de marathon bij de vrouwen…

Le petit requin

… en gingen daarna brunchen bij Bohemia, een gezellig, maar – naar mijn (Belgische) normen – vrij duur restaurant.

Le petit requin

Op weg naar huis passeerde we langs deze etalagepop, die reclame moest maken voor ontharingen. En ligt het aan mij of krijgen jullie hier ook een bwekes-gevoel bij?

Le petit requin

Bijna thuis spotten we nog deze reiger, die ik al verschillende keren tijdens mijn looptochtjes gezien had (hem of zijn vriendjes natuurlijk, zo goed herken ik ze nog niet), maar nog nooit had kunnen vastleggen op foto!

Le petit requin

‘s Avonds weken we af van de Game of Thrones-verslaving die hier tegenwoordig heerst en gingen voor een herhaling van Ratatouille. Mét zelfgemaakte popcorn en dat is nog vrij gemakkelijk (zegt zij die vooral niks deed, behalve kijken hoe Johan de popcorn maakte 😉 ). Hoe dan ook, dat gaat hier nog gemaakt worden!

Le petit requin

Zondag deden we eindelijk de wandeling richting Aletschgletsjer. De eerste keer kwam het er niet van door het slechte weer en de tweede keer geraakten we niet verder dan het tankstation, waarna ik met buikkrampen in mijn bed kroop. Derde keer, goede keer was hier dus wel van toepassing en man, het was het wachten meer dan waard!

Le petit requin

We namen de kabellift tot op de Fiescheralp en stapten vandaar naar de Bettmerhorn, waar de Unesco Höhenweg richting Eggishorn start, een route waarbij je de Aletschgletsjer de hele tijd volgt.

Le petit requin

Aangezien het een blauw-witte route was, hoorde er wat geklauter bij. Of dit: op zich goed doenbaar, maar – op de verftekens na uiteraard – kan je je toch wel afvragen wat eigenlijk het pad is

Le petit requin

En soms verdwijnt zo’n route ook gewoon even in het schijnbare niets:

Le petit requin

Tegen het einde krijg je dit magistrale zicht, met van links naar rechts: Aletschhorn, Jungfrau, Jungfraujoch, Mönch en Eiger, overgoten met een sausje van Aletschgletsjer

Le petit requin

En alsof dat nog niet genoeg is, kan je in de verte ook de Matterhorn zien liggen, hier met zijn kopje in de wolken.

Le petit requin

Ik amuseerde mij met een heleboel close-ups van de bergen, waaronder deze Aletschhorn.

Le petit requin

Op weg naar huis namen we dezelfde route als in het opgaan, maar stopten we wel even voor wat foto’s van de mooie passen onderweg: de Grimselpas…

Le petit requin

… en de machtig mooie Furkapas, die mij doet verlangen naar het moment waarop mijn fietsconditie terug voldoende zal zijn om hier naarboven te rijden

Le petit requin

Dit is het soort weekenddagen dat een mens dus het gevoel geeft een week op reis te zijn geweest!

Vlechtbrood

Vanaf nu ga ik proberen om elke maand een receptje met jullie delen. Omdat mijn kookhart ligt bij bakken, start ik met het brood dat hier de laatste tijd favoriet is: vlechtbrood (grotendeels gebaseerd op een recept uit een Aveve-magazine)! Moest het niet zoveel tijd vragen, we aten het alle dagen denk ik 🙂
Je moet in totaal toch wel 1,5 à 2u rekenen tussen start en oppeuzelen, al omvat dat voornamelijk rijstijd. Niet aan beginnen dus als je een half uurtje later brood op tafel wil, maar absoluut (maar echt echt) de moeite om eens te maken.

Vlechtbrood (Le petit requin)

Ingrediënten (voor drie vlechtbroden)

  • 500g witte bloem
  • 230ml melk
  • 15g gedroogde gist
  • 75g boter of 67g zonnebloemolie
  • 5g zout
  • 40g suiker
  • 2 eieren (eentje in het deeg; eentje om los te kloppen en het deeg mee in te wrijven)

Voor een suiker- en lactosevrije versie neem je 230ml amandel- of havermelk; die soorten zijn behalve lactosevrij namelijk ook zoeter, waardoor je de suiker helemaal niet meer nodig hebt.

Vlechtbrood (Le petit requin)

Werkwijze

  • Meng alle ingrediënten in een kom (opgelet: maar één eitje meekneden; het andere heb je later pas nodig) en kneed tot je een vast, samenhangend deeg bekomt. Bedek het deeg met een propere keukenhanddoek en laat het 20 minuten rijzen.

Vlechtbrood (Le petit requin)

  • Kneed het deeg opnieuw gedurende ongeveer vijf minuten (als je dit vergeet, is het ook niet erg; ik vergeet dit de helft van de tijd en het brood smaakt er niet slechter om). Verdeel het hierna in negen bolletjes. Ik doe dit op het zicht, maar heb ze nu voor het recept eens gewogen en je moet rekenen op ongeveer 100g per bolletje. Laat de negen bolletjes opnieuw ongeveer 10 minuten rijzen.

Vlechtbrood (Le petit requin)

  • Rol de bolletjes uit tot “worstjes”. Qua lengte is dit natuurlijk afhankelijk van hoe groot je bolletjes waren, maar je rolt in feite zo ver mogelijk uit zonder dat het deeg begint te breken. Je vormt nu per drie worstjes een vlecht.

Vlechtbrood (Le petit requin)

  • Laat de vlechten nog ongeveer 40 minuten rijzen en strijk ze daarna in met een losgeklopt ei. Wie wil kan er nu nog zaadjes bovenop strooien, sesamzaadjes bijvoorbeeld zijn echt jum jum. De vlechtbroden mogen daarna een tiental minuutjes in een oven op 230°C. In principe moet de oven al volledig voorverwarmd zijn, maar ik zet hem op vlak voor ik mijn eitje losklop. Tegen dat de vlechten dan ingestreken zijn en ik de juiste zaadjes gevonden heb, is hij wel bijna op de juiste temperatuur 🙂

Vlechtbrood (Le petit requin)

  • Haal de vlechtbroden uit de oven en probeer er voldoende lang af te blijven om je vingers niet te verbranden 😉 Enjoy!

Vlechtbrood (Le petit requin)

Week 2014/32

Maandag hingen we eindelijk onze lamp op in de living. Eindelijk, omdat we ze al in januari kochten, maar ze in Brussel niet opgehangen raakte voor de verhuisbeslissing en dus al maanden in een doos stond mooi te wezen. Heel heel blij ermee!

Ik deed ook van good housewife vandaag ofte check voor nummertje 1 in dit hilarische (en tegelijk triestige) lijstje 🙂 Wie maakt dat eigenlijk, zo’n lijstjes?! Want komaan, “Maintain a respectable appearance”, “Be considerate of your spouse’s needs”, “Create the perfect atmosphere”, hallo fifties housewife! En zouden er dan ook huisvrouwen zijn die geloven dat ze die dingen moeten doen om een “goede” huisvrouw te zijn, vraag ik mij dan ook af?

Dinsdag startte ik eindelijk met de oneindige hoop foto’s die zich hier ondertussen heeft opgebouwd. Bekijken, uitsorteren, eventueel bewerken… en dat x 730. Ja, wij nemen teveel foto’s, ik weet het. Dat is plezant. Totdat je ze moet sorteren toch. Maar ‘t is gedaan nu. Tenminste, voor de Zürichfoto’s, er wachten er nog zo’n 4000 van Canada. En 1000 van Barcelona. En… en… en… Zucht. En toch, ooit ga ik een perfect georganiseerde fotodatabase hebben, met geprinte fotoalbums van elke reis (‘t is een mooie wereld in mijn hoofd vantijd).

‘s Avonds gingen we samen lopen en stopten we bij de – onzichtbare – bevers en – wel zichtbare en spelende – otters in het Sihlwald. Jammer genoeg geen foto’s ervan, fototoestelletje vergeten.

Woensdag deden we onze eerste “meetup” met een groepje duikers. Een mens moet ergens beginnen natuurlijk om een sociaal leven op te bouwen in een land waar je geen kat kent en dan is die website echt wel een handig uitgangspunt.

Donderdag integreerde ik voor het eerst het Vitaparcours in mijn looptraining. ‘t Is een leuk parcours, maar er zijn een aantal stukken waar je eigenlijk niet echt kan lopen tussen de oefeningen door (steile trappen, boomwortels over het volledige pad), waardoor het een loop/wandel/oefeningentraining wordt. Goede afwisseling voor af en toe dus!

Vrijdag ging ik terug naar de ottertjes in het Sihlwald, maar dit keer met fiets en fototoestel. Uiteraard toonden ze zich nu niet 🙂
Wel confronterend is de infografiek die er getoond wordt: van 1000 otters in het wild in 1900 naar amper 150 in 1950. Vandaag zijn ze volledig uitgestorven in het wild… Om een otterpopulatie in stand te houden moet een rivier rond de 100kg vis per hectare bevatten; de Sihl komt vermoedelijk nog niet aan de helft van die hoeveelheid!

Zaterdag deden we een andere meetup: een Franstalige rondleiding in Zürich met de Free walk vereniging, gidsen waar je enkel een fooi aan moet betalen. Onze gidse was jammergenoeg nogal gehaast: ze had amper een uurtje voorzien voor onze toer, omdat ze er vlak erna nog eentje had. Het idee achter de organisatie is dus wel leuk, maar als je het gevoel krijgt dat het gewoon lopende band werk is om zoveel mogelijk fooien binnen te halen, tja… Niet dat ik nu nooit nog zo’n rondleiding wil doen, want waarschijnlijk moet je gewoon wat geluk hebben met de gids.
Heel veel hebben we dus niet gezien en al bij al ook vrij weinig dat ik niet al gezien had toen ik met Emilie en S. het centrum bezocht. Wat wel leuk is aan zo’n gids is dat ze wel wat weetjes te vertellen hebben.

Zo heeft de St. Peterkirche de klok met de grootste wijzerplaat van Europa. Jups, ook groter dan de Big Ben, al zou je dat niet zeggen als je ze ziet.

Mooi gedecoreerde deur van Zur zahmen Taube, het huis waar Gottlieb Duttweiler geboren werd. Gottlieb wie? Die mens is de oprichter van Migros, de grootste Zwitserse detailhandel. Dat zegt jullie waarschijnlijk nog niks, maar Migros is zo’n beetje de Delhaize van Zwitserland 😉

Nieuwe ontdekking van de dag was het Lindenhof, een plein waar vroeger een Romeins kasteel stond. Dit standbeeld is opgericht ter ere van de verdeding van de Zürichse vrouwen tegen Albrecht I. Terwijl de mannen aan het vechten waren om Winterthur terug te veroveren, bleven de vrouwen alleen achter in een onverdedigde stad, het ideale moment dus voor Albrecht I om Zürich te proberen innemen. De vrouwen kleedden zich echter in een militaire uitrusting en gingen op het Lindenhof staan, waardoor het vanop afstand leek alsof er een heel leger klaarstond om de stad te verdedigen. Albrecht I durfde het dus niet aan om aan te vallen en Zürich bleef gevrijwaard van gevechten.

De havenkraan

Na de rondleiding gingen we nog wat drinken met de rest van de groep en daarna bezochten we zelf nog de campus van de universiteit, aangezien Johan die nog niet gezien had.

Decoratieve deur van het universiteitsgebouw

Schattige slagluikjes, al vraag ik mij af of dat comfortabel is om te sluiten

Zondag deden we een fietstochtje van een kleine 35km, waarbij Johan voor het eerst op de koersfiets kroop. Na 10km wisselden we wel weer; mijn schoenen zijn nu eenmaal iets te klein voor hem en na een tijdje begint dat de bloeddoorstroming in je tenen af te sluiten. Maar ondertussen is de eerste stap richting een eigen koersfiets wel gezet denk ik 🙂

Johan en de kitscherige zwanenzitbank

‘s Avonds ging ik naar nog een andere meetup, al was die niet zo sociaal als de andere. Het was immers een leesgroep, waarbij je gewoon samenkomt om een paar uurtjes rustig te kunnen lezen (geen boekbesprekingen e.d. dus). Ik ga dat nog doen alleszins, want hoewel ik op voorhand wat twijfelde, was het eigenlijk heel plezant om bijna 3u compleet in een boek te verdwijnen. Al veel te lang geleden, dat gevoel!