Amaryllis

Een tijdje geleden kocht ik een Amaryllis en waar ze zaterdag en zondag nog vrij voorzichtig kwam piepen, was ze vandaag in al haar glorie – en al meteen in tweevoud – te bewonderen.
Ik moet dan ook altijd een beetje aan het gedicht van Paul van Ostaijen denken.

Schone bloem, schoon gedicht, schone dag vandaag.

Amaryllis (Le petit requin)

Zeer kleine speeldoos

Amarillis
hier is
in een zeepbel
Iris

hang de bel
aan een ring
en de ring
aan je neus
Amarillis

Schud je ’t hoofd
speelt het licht
in de bel
met Iris
Schud je fel
breekt de bel
Amarillis

Waar is
Iris
Iris is hier geweest
Amarillis
aan een ring
en de ring
aan jouw neus

Wijsneus
Amarillis

(Paul van Ostaijen)

Cactusvijgen- en frambozenconfituur

Fruit en ik, dat is liefde. Ik eet normaalgezien alle dagen minstens één stuk fruit; ik lust ook heel veel soorten fruit, ik hou van zomer- en winterfruit. En toen kocht ik cactusvijgen.

Serieus mensen, wat is dat? Er stond in de winkel “te eten met of zonder pitjes”. Ik had mij dus wel verwacht aan wat pitjes, maar niet overdreven. Fout, fout, zeer fout. Dat is niet anders dan pitjes. Hoe je dat kan eten mét pitjes, ik snap het niet. Ik bedoel, pitjes in druiven, no problemo, ik proef dat zelfs niet en ik slik dat door. Maar dat zijn kleine pitjes, die in cactusvijgen zijn groot, niet gigantisch, maar echt wel te groot om op te eten. En vooral met teveel. Je eet enkel pit als het ware.
Ok mens, zaag niet zo en haal die pitten er dan uit, denken jullie nu waarschijnlijk. Maar dat gaat dus ook niet, want dan blijft er gewoon niks meer over om op te eten. Fruit bestaat voor mij uit vruchtvlees met af en toe een pitje, niet omgekeerd verdorie! En alsof dat dan allemaal nog niet erg genoeg is, steken zo’n dingen ook nog. Ah ja, ’t komt van een cactus he… Tuinhandschoenen zijn dus ook vereist.
Dus vanaf nu: als jullie nog cactusvijgen willen eten, doe gerust, maar zeg niet dat ik jullie niet gewaarschuwd heb!

Maar wij zaten natuurlijk wel met vijf cactusvijgen, nadat we allebei een halve hadden opgegeten en absoluut geen goesting meer hadden om zo’n onding nog ooit in onze mond te steken. Alleen haat ik één ding nog meer dan cactusvijgen en dat is goed fruit weggooien. Er moest dus iets mee gebeuren en toen floepte mijn 27 before 28-lijst plots in mijn hoofd: yes, confituur! Briljant, dit kon niet misgaan.

Cactusvijg (Le petit requin)

Ik vond online zowel een recept als alle mogelijke informatie om confituur te kunnen maken (steriliseren van potjes, kookwijzes…) en toog dus aan het werk.

Cactusvijgenconfituur

Ingrediënten

  • 5 cactusvijgen, goed voor 250g
  • daaruit volgt 125g confituursuiker (ah ja, origineel recept was 1kg vs. 500g en ik kan toch wel rekenen zeker)
  • een kwart citroen (je perst dus een halve citroen, drinkt dat glas voor de helft op en kapt de rest bij je cactusvijgen)

Confituur benodigdheden (Le petit requin)

Werkwijze

  • schil de cactusvijgen (remember die tuinhandschoenen) en snij in stukken
  • gooi in een kom met de suiker en het citroensap
  • kook en zeef (ah ja, want je wilt die verdomde pitjes niet ook in je confituur)
  • kook het sap verder tot het dik genoeg is
  • ga op het cruciale moment naar toilet, omdat je eigenlijk al gans de tijd dringend moet, maar niet wilt gaan, want ah ja, je weet niet wanneer dat cruciaal moment gaat komen
  • doe de test met het koude schoteltje en het druppeltje confituur om te weten wanneer de confituur in de potjes mag gegoten worden
  • bekom geen lichtjes opgesteven confituur, maar een druppel waar je evengoed een loszittende plank mee had kunnen vastlijmen en besef dat het cruciale punt al gepasseerd is
  • giet toch maar je confituur in een potje en besef ondertussen dat je je vergist hebt: die 2-1 regel tussen cactusvijgen en suiker is namelijk wel tof als je je pitjes houdt (zoals de vrouw van het recept ook doet), maar niet als je je pitjes filtert. Ik kan dus wel rekenen, maar niet logisch nadenken. Ik had namelijk geen 250g cactusvijgen, maar veel minder.
  • open de dag erna het volledig opsteven potje en breek er bijna je mes op als je er iets wilt uithalen
  • doe er dan in een halve wanhoopspoging wat warm water en citroensap bij, omdat dat dat kan helpen bij te hard opgesteven confituur
  • heb nu een veel te lopende siroop waar je nog niks mee kunt doen en herlees de tip
  • zie dat er staat warm water OF citroensap en niet EN
  • geef het op

Gelukkig maakte ik diezelfde avond ook frambozenconfituur en werd dat wel een succes.

Frambozenconfituur (Le petit requin)

Frambozenconfituur

Ingrediënten

  • 1kg frambozen (vers of diepvries, as you wish)
  • 800g confituursuiker
  • 10g pec
  • een halve citroen

Frambozenconfituur (Le petit requin)

Werkwijze

  • ga eerst naar het toilet
  • doe de frambozen met het citroensap en een beetje water in een pot
  • verwarm tot frambozenmoes en los daar vervolgens de confituursuiker en de pec in op (je kan uiteraard ook enkel confituursuiker gebruiken, maar ik nam nog wat pec om de hoeveelheid suiker iets lager te kunnen houden)
  • breng opnieuw aan de kook
  • test en giet de confituur in de potjes
  • geniet van superlekkere, zelfgemaakte confituur

Frambozenconfituur (Le petit requin)

Oktobervoornemens update

Ik had mij een aantal dingen voorgenomen voor deze maand oktober. Kleine update zo halfweg.

In oktober at ik:

1: Witlooftaart
2: Paprika en courgette in zoetzure saus met noedels en vegetarische schnitzel

Paprika en courgette in zoetzure saus met noedels en vegetarische schnitzel (Le petit requin)

3: Brood
4: Chili sin carne met mango (recept van aMuse Rouge, maar dan met veggie gehakt)
5: Vegetarische pompoenlasagne (dit recept werd eerst op gefrons, maar toen toch op “mmm” onthaald)
6: Rest dag 05
7: Vegetarische wrap
8: Tagliatelle met spinazie en champignons (recept van eva)

Tagliatelle met spinazie en champignons (eva)

9: Pasta met halloumi
10: Vegetarische pita met falafel
11: Vegetarische curry met bloemkool en kikkererwten
12: Thais @ Ah-Hua
13: Rest dag 09 en 11
14: Witloofsoep
15: Paprika, champignons en hesp in pesto-kaassaus met pasta
16: Vegetarische pizza

Ofte dus 14x vegetarisch en 2x vlees, waarbij die keer op restaurant eigenlijk niet de bedoeling was. Ik had een vegetarisch gerecht besteld, Johan eentje met vlees, dat vrij pikant bleek te zijn en waardoor we 50/50 deelden.
De andere vleesdag, zijnde gisteren, kwam er omdat het kiezen was tussen hesp wegsmijten (zou slecht gaan worden) of vlees eten. En ja, dan gooi ik toch precies liever geen eten weg.

In oktober ruimde ik op:

Ik heb niet genoteerd wat ik welke dag deed, maar er werd een hoop gedaan. Mijn laptop werd volledig opgekuist (van amper 10GB vrije ruimte naar 105GB), backup gemaakt, mijn mailboxen uitgekuist (honderden mails weggesmeten), mijn favorieten volledig opgeruimd, Pinterestborden idem. Ik ben begonnen met een grondige opkuis van mijn externe harde schijven: alle dubbels van files zijn eruit en de helft van mijn documenten is al opgekuist. Nu nog de andere helft en al mijn afbeeldingen, dus ik heb wel nog wat te gaan 🙂 . Mijn bureaukast werd ook volledig uitgekuist: een hoop papieren in de vuilbak en plaats gewonnen.

Le petit requin

Ik deed al mijn betalingen en administratie, wat normaal weinig werk vraagt, maar sinds de verhuis was alles nogal door elkaar geraakt. Bijvoorbeeld betalingen die al gedaan waren omdat ik een scan ervan had gekregen van mijn ouders, maar waarvan de originele factuur pas een maand later mee uit België naar hier was gekomen. Dubbel gecheckt dus of alles wel betaald was en dan de originelen ofwel in de vuilbak ofwel in de juiste map.

We ruimden het terras volledig op, waarbij Johan weliswaar het meeste werk deed, maar ik toch voldoende om het mee te tellen als opruimpuntje 😉

Le petit requin

Le petit requin

Ik heb niet geteld of ik nu exact 5 dagen per week iets doe of niet, maar ik ben vrij zeker van wel. En zelfs indien niet, er is hier hoe dan ook al een pak opgeruimd en dat is uiteindelijk het voornaamste!

In oktober ging ik:

1x met de koersfiets en 1x met de mountainbike rijden, 3x lopen, 1x duiken, deed 3x arm- en buikspieroefeningen en dag 2 t.e.m. 11 van de yoga challenge op youtube.

Meer dan 16x sport dus, al deed ik toch 2 dagen niets. De ene dag was ik gewoon te tam (shame on me), andere dag voelde ik mij te ziek (als ge overgeefneigingen hebt, barstende koppijn en al om een ontiegelijk vroeg uur (zijnde 21u30) in uw bed kruipt, tja, dan is sport wel het laatste waar ge zin in hebt). Moest ik heel streng zijn voor mijzelf, dan zou ik dus zeggen dat ik nu al niet geslaagd ben, want ik moest alle dagen sporten. Maar aangezien ik mijzelf vooral heb voorgenomen (al langer dan oktober en ook voor langer dan deze maand) om vooral niet te streng te zijn voor mijzelf, vind ik dat het goed is zo. ’t Was misschien niet elke dag, maar aangezien ik sommige dagen 2x gesport heb, telt dat evengoed. Nah 😉

Duiken in de Walensee (Broder)

Afgelopen zondag werd nog een puntje van mijn 27 before 28 lijst geschrapt, namelijk gaan duiken in een Zwitsers meer. We waren een tijdje geleden al eens langsgegaan in een plaatselijke duikwinkel, die elke dinsdag en zondag duiken organiseert, waar je gratis aan kan deelnemen. Het beloofde vrij mooi weer te worden en aangezien ik ook niet te lang meer wilde wachten (ik duik met een natpak en voel de lagere watertemperaturen dus een pak meer dan Johan in zijn droogpak), besloten we mee te gaan voor een duik in de Walensee, meer specifiek de duikstek Broder bij Mols.

Walensee (Le petit requin)

Het was wel even slikken bij de materiaalhuur: betaal ik in België bij onze club amper zes euro om een week een jacket en een fles uit te lenen (ik geef toe, dat is zéér goedkoop), dan kwam het hier neer op 40 euro voor één dag! Misschien toch maar eens uitkijken om dat zelf aan te kopen, ofwel tweedehands, ofwel op een duikbeurs, want met deze huurprijzen ga ik het er snel uitgehaald hebben.

Le petit requin

De duik zelf was absoluut de moeite: een heel goede zichtbaarheid en al bij al vrij veel leven. In het begin viel dat wat tegen want op één school vissen en rotsen begroeid met mosseltjes na, was er een hele tijd niets te zien. Het mooie, rotsige landschap maakte dat wel goed, maar ik hoopte toch op iets meer vis, zeker omdat ons was verteld dat er bij deze duikstek veel onderwaterleven was (ik had eerlijk gezegd al een beetje schrik dat ik mijn Oosterscheldestandaarden wat naar omlaag ging moeten halen 😉

Tegen het einde van de duik werd ons wachten wel beloond: eerst wat slakjes, daarna een gigantische school kleine visjes, waar we zeker vijf minuten mee hebben kunnen meezwemmen, en tot slot nog twee steurachtigen. En ja, ik zie u al denken, slakken beikes. Boven water zijn die beesten inderdaad niet de meest aantrekkelijke, maar onder water komen ze voor in de meest diverse vormen en kleuren (google maar eens op nudibranch). Degene die we hier gezien hebben waren niet zo kleurrijk, maar ’t is wel leuk om te weten dat er ook hier dit soort klein onderwaterleven zit.

Na de duik gingen we nog iets drinken, maar dat verliep een beetje stroef. Op twee Zwitsers na (eentje met buitenlandervaring, de andere de eigenaar van de duikwinkel) was het nogal moeilijk om contact te leggen. De groep babbelde immers de ganse tijd in het Zwitsersduits, dus we begrepen er (bijna) geen woord van. En ja, ik spreek wel Duits, maar je moet natuurlijk eerst weten waarover het gaat vooraleer je kan meepraten. Ik snap die mensen natuurlijk ook wel: je gaat rustig duiken op zondag, vrienden ontmoeten en plots moet je dan moeite doen om in het Engels met twee vreemdelingen te praten. Niet evident, noch voor hen, noch voor ons. Ik hoop maar dat het in de toekomst iets vlotter gaat.

Week 2014/41

Die keer met het bloedcentrum van Zürich

Maandag startte met een klein attackske toen mijn laptop plots sneeuw vertoonde. Gelukkig bleek gewoon eens heropstarten wel te volstaan, maar de schrik zit er toch in dat ik een van dezer dagen geen geluk meer ga hebben. De cd voor herinstallatie ligt nog bij mijn ouders thuis, dus voorlopig hoop ik dat een volledige opkuis zonder herinstallatie volstaat.

Dinsdag ging ik naar een German Table om 19u en besloot ik op voorhand langs te gaan om bloed te geven. Op de website van het bloedcentrum stond dat ik als nieuwe donor een uur voor sluitingstijd aanwezig moest zijn, ofte dus ten laatste om 18u. Ik kwam aan om 18u03 en… mocht geen bloed meer geven. Ah ja, 57 minuten is geen uur he. Zwitserse stiptheid, meestal plezant, soms ook een beetje grrrr.

Brave donor die ik ben, besloot ik dan maar woensdagochtend direct terug te gaan. Dit keer mocht ik wel op onderzoek bij de dokter, maar… mocht ik nog steeds geen bloed geven. Blijkbaar moet je minstens een maand terug zijn uit een land als Egypte en ja, dat was dus nog niet het geval bij mij. Een van de verpleegsters vond het een beetje gênant dat ik al twee keer voor niets was gekomen en drong er op aan dat ik drank en eten zou meenemen, maar dat vond ik dan weer wat gênant, ik had tenslotte niet eens bloed gegeven en had dus geen “versterking” nodig. Nu ja, ik snap haar wel, tenslotte wil je je donoren vooral motiveren zodat ze regelmatig bloed komen geven. Iemand twee dagen na elkaar naar huis moeten sturen, is dat natuurlijk niet echt, dus ik denk dat ze wat schrik had dat ik misschien helemaal niet meer ga terugkomen. No worries, binnen een tweetal weken ga ik terug en bloed geven zal ik! 😉
Enig voordeel: was ik bloed gaan geven, had ik niet meer mogen sporten, nu kon ik wel nog een half uurtje gaan lopen.

’s Avonds maakte ik voor het eerst confituur, maar daar ga ik nog een apart postje aan wijden.

Wij wonen vlakbij het Wildnispark Zürich, dat enerzijds bestaat uit het Sihlwald, een beschermd natuurgebied (een zaligheid om te gaan lopen en fietsen), en anderzijds Langenberg, een dierenpark. Hoewel we hier nu toch al een tijdje wonen, gingen we daar deze week pas voor het eerst eens een kijkje nemen. We werden al onmiddellijk verwelkomd door een stel vechtende alpensteenbokken, ook de enige beesten waarvan ik nog foto’s kon nemen voor het te donker werd. Spotten we verder ook nog: vier wolven, wat herten in de verte en wilde zwijnen. Er zit nog veel meer natuurlijk, maar we bezochten maar een klein stukje van het park en bovendien waren sommige beesten te goed verstopt (onder andere de beren en de lynxen). Het blijft altijd een beetje dubbel, zo’n dierparken: de dieren krijgen, in vergelijking met andere dierenparken waar ik al geweest ben, wel veel plaats; het is goed voor wetenschappelijk onderzoek of voor het verderzetten van de soort (zo kunnen otters in de Sihl momenteel niet overleven in het wild, omdat er te weinig vis in de rivier zit; in het park worden ze wel nog in stand gehouden). Maar uiteindelijk zijn en blijven het dieren in gevangenschap natuurlijk. 

Vrijdag nam ik deel aan een vrij interessant colloquium over steenimitatie aan de ETH (Faculteit architectuur, Instituut voor Monumentenzorg). Ook het moment om eens te polsen naar mogelijkheden voor een doctoraat, maar dat leverde jammer genoeg weinig op. Het hoofd van het instituut gaat binnenkort op pensioen, dus zij wilt zelf geen nieuwe doctoraatsstudenten meer begeleiden en blijkbaar is er nog geen vervanging in zicht, waardoor dat allemaal wat stilligt. Idem met de organisatie van hun MAS Conservation Science, die er heel interessant uitzag. Allebei is dat dus iets voor ten vroegste binnen 2 à 3 jaar; jammer, maar wel goed om te weten. Of het dat instituut veel deugd gaat doen om een aantal jaar geen nieuwe instroom te hebben, vraag ik mij ook wel af…