Vlechtbrood

Vanaf nu ga ik proberen om elke maand een receptje met jullie delen. Omdat mijn kookhart ligt bij bakken, start ik met het brood dat hier de laatste tijd favoriet is: vlechtbrood (grotendeels gebaseerd op een recept uit een Aveve-magazine)! Moest het niet zoveel tijd vragen, we aten het alle dagen denk ik 🙂
Je moet in totaal toch wel 1,5 à 2u rekenen tussen start en oppeuzelen, al omvat dat voornamelijk rijstijd. Niet aan beginnen dus als je een half uurtje later brood op tafel wil, maar absoluut (maar echt echt) de moeite om eens te maken.

Vlechtbrood (Le petit requin)

Ingrediënten (voor drie vlechtbroden)

  • 500g witte bloem
  • 230ml melk
  • 15g gedroogde gist
  • 75g boter of 67g zonnebloemolie
  • 5g zout
  • 40g suiker
  • 2 eieren (eentje in het deeg; eentje om los te kloppen en het deeg mee in te wrijven)

Voor een suiker- en lactosevrije versie neem je 230ml amandel- of havermelk; die soorten zijn behalve lactosevrij namelijk ook zoeter, waardoor je de suiker helemaal niet meer nodig hebt.

Vlechtbrood (Le petit requin)

Werkwijze

  • Meng alle ingrediënten in een kom (opgelet: maar één eitje meekneden; het andere heb je later pas nodig) en kneed tot je een vast, samenhangend deeg bekomt. Bedek het deeg met een propere keukenhanddoek en laat het 20 minuten rijzen.

Vlechtbrood (Le petit requin)

  • Kneed het deeg opnieuw gedurende ongeveer vijf minuten (als je dit vergeet, is het ook niet erg; ik vergeet dit de helft van de tijd en het brood smaakt er niet slechter om). Verdeel het hierna in negen bolletjes. Ik doe dit op het zicht, maar heb ze nu voor het recept eens gewogen en je moet rekenen op ongeveer 100g per bolletje. Laat de negen bolletjes opnieuw ongeveer 10 minuten rijzen.

Vlechtbrood (Le petit requin)

  • Rol de bolletjes uit tot “worstjes”. Qua lengte is dit natuurlijk afhankelijk van hoe groot je bolletjes waren, maar je rolt in feite zo ver mogelijk uit zonder dat het deeg begint te breken. Je vormt nu per drie worstjes een vlecht.

Vlechtbrood (Le petit requin)

  • Laat de vlechten nog ongeveer 40 minuten rijzen en strijk ze daarna in met een losgeklopt ei. Wie wil kan er nu nog zaadjes bovenop strooien, sesamzaadjes bijvoorbeeld zijn echt jum jum. De vlechtbroden mogen daarna een tiental minuutjes in een oven op 230°C. In principe moet de oven al volledig voorverwarmd zijn, maar ik zet hem op vlak voor ik mijn eitje losklop. Tegen dat de vlechten dan ingestreken zijn en ik de juiste zaadjes gevonden heb, is hij wel bijna op de juiste temperatuur 🙂

Vlechtbrood (Le petit requin)

  • Haal de vlechtbroden uit de oven en probeer er voldoende lang af te blijven om je vingers niet te verbranden 😉 Enjoy!

Vlechtbrood (Le petit requin)

Week 2014/32

Maandag hingen we eindelijk onze lamp op in de living. Eindelijk, omdat we ze al in januari kochten, maar ze in Brussel niet opgehangen raakte voor de verhuisbeslissing en dus al maanden in een doos stond mooi te wezen. Heel heel blij ermee!

Ik deed ook van good housewife vandaag ofte check voor nummertje 1 in dit hilarische (en tegelijk triestige) lijstje 🙂 Wie maakt dat eigenlijk, zo’n lijstjes?! Want komaan, “Maintain a respectable appearance”, “Be considerate of your spouse’s needs”, “Create the perfect atmosphere”, hallo fifties housewife! En zouden er dan ook huisvrouwen zijn die geloven dat ze die dingen moeten doen om een “goede” huisvrouw te zijn, vraag ik mij dan ook af?

Dinsdag startte ik eindelijk met de oneindige hoop foto’s die zich hier ondertussen heeft opgebouwd. Bekijken, uitsorteren, eventueel bewerken… en dat x 730. Ja, wij nemen teveel foto’s, ik weet het. Dat is plezant. Totdat je ze moet sorteren toch. Maar ’t is gedaan nu. Tenminste, voor de Zürichfoto’s, er wachten er nog zo’n 4000 van Canada. En 1000 van Barcelona. En… en… en… Zucht. En toch, ooit ga ik een perfect georganiseerde fotodatabase hebben, met geprinte fotoalbums van elke reis (’t is een mooie wereld in mijn hoofd vantijd).

’s Avonds gingen we samen lopen en stopten we bij de – onzichtbare – bevers en – wel zichtbare en spelende – otters in het Sihlwald. Jammer genoeg geen foto’s ervan, fototoestelletje vergeten.

Woensdag deden we onze eerste “meetup” met een groepje duikers. Een mens moet ergens beginnen natuurlijk om een sociaal leven op te bouwen in een land waar je geen kat kent en dan is die website echt wel een handig uitgangspunt.

Donderdag integreerde ik voor het eerst het Vitaparcours in mijn looptraining. ’t Is een leuk parcours, maar er zijn een aantal stukken waar je eigenlijk niet echt kan lopen tussen de oefeningen door (steile trappen, boomwortels over het volledige pad), waardoor het een loop/wandel/oefeningentraining wordt. Goede afwisseling voor af en toe dus!

Vrijdag ging ik terug naar de ottertjes in het Sihlwald, maar dit keer met fiets en fototoestel. Uiteraard toonden ze zich nu niet 🙂
Wel confronterend is de infografiek die er getoond wordt: van 1000 otters in het wild in 1900 naar amper 150 in 1950. Vandaag zijn ze volledig uitgestorven in het wild… Om een otterpopulatie in stand te houden moet een rivier rond de 100kg vis per hectare bevatten; de Sihl komt vermoedelijk nog niet aan de helft van die hoeveelheid!

Zaterdag deden we een andere meetup: een Franstalige rondleiding in Zürich met de Free walk vereniging, gidsen waar je enkel een fooi aan moet betalen. Onze gidse was jammergenoeg nogal gehaast: ze had amper een uurtje voorzien voor onze toer, omdat ze er vlak erna nog eentje had. Het idee achter de organisatie is dus wel leuk, maar als je het gevoel krijgt dat het gewoon lopende band werk is om zoveel mogelijk fooien binnen te halen, tja… Niet dat ik nu nooit nog zo’n rondleiding wil doen, want waarschijnlijk moet je gewoon wat geluk hebben met de gids.
Heel veel hebben we dus niet gezien en al bij al ook vrij weinig dat ik niet al gezien had toen ik met Emilie en S. het centrum bezocht. Wat wel leuk is aan zo’n gids is dat ze wel wat weetjes te vertellen hebben.

Zo heeft de St. Peterkirche de klok met de grootste wijzerplaat van Europa. Jups, ook groter dan de Big Ben, al zou je dat niet zeggen als je ze ziet.

Mooi gedecoreerde deur van Zur zahmen Taube, het huis waar Gottlieb Duttweiler geboren werd. Gottlieb wie? Die mens is de oprichter van Migros, de grootste Zwitserse detailhandel. Dat zegt jullie waarschijnlijk nog niks, maar Migros is zo’n beetje de Delhaize van Zwitserland 😉

Nieuwe ontdekking van de dag was het Lindenhof, een plein waar vroeger een Romeins kasteel stond. Dit standbeeld is opgericht ter ere van de verdeding van de Zürichse vrouwen tegen Albrecht I. Terwijl de mannen aan het vechten waren om Winterthur terug te veroveren, bleven de vrouwen alleen achter in een onverdedigde stad, het ideale moment dus voor Albrecht I om Zürich te proberen innemen. De vrouwen kleedden zich echter in een militaire uitrusting en gingen op het Lindenhof staan, waardoor het vanop afstand leek alsof er een heel leger klaarstond om de stad te verdedigen. Albrecht I durfde het dus niet aan om aan te vallen en Zürich bleef gevrijwaard van gevechten.

De havenkraan

Na de rondleiding gingen we nog wat drinken met de rest van de groep en daarna bezochten we zelf nog de campus van de universiteit, aangezien Johan die nog niet gezien had.

Decoratieve deur van het universiteitsgebouw

Schattige slagluikjes, al vraag ik mij af of dat comfortabel is om te sluiten

Zondag deden we een fietstochtje van een kleine 35km, waarbij Johan voor het eerst op de koersfiets kroop. Na 10km wisselden we wel weer; mijn schoenen zijn nu eenmaal iets te klein voor hem en na een tijdje begint dat de bloeddoorstroming in je tenen af te sluiten. Maar ondertussen is de eerste stap richting een eigen koersfiets wel gezet denk ik 🙂

Johan en de kitscherige zwanenzitbank

’s Avonds ging ik naar nog een andere meetup, al was die niet zo sociaal als de andere. Het was immers een leesgroep, waarbij je gewoon samenkomt om een paar uurtjes rustig te kunnen lezen (geen boekbesprekingen e.d. dus). Ik ga dat nog doen alleszins, want hoewel ik op voorhand wat twijfelde, was het eigenlijk heel plezant om bijna 3u compleet in een boek te verdwijnen. Al veel te lang geleden, dat gevoel!

Week 2014/31

Maandag ging ik een toertje lopen en toen ik ongeveer halfweg mijn route een half uur gelopen had en het eigenlijk wel goed ging, besloot ik te proberen het uur te halen. Tegen dat ik terug thuis toekwam, zat ik aan 55 minuten en begon mijn dijbeen een beetje pijn te doen. Maar zeg nu zelf, die 5 minuten laten liggen zou toch eigenlijk wel stom geweest zijn, niet? Nog even doorgebeten, blokje rond et voilà, 1u en 8km gelopen! En ja, ik ben daar best wel trots op eigenlijk 🙂

Le petit requin

Vrijdag 1 augustus is nationale feestdag hier in Zwitserland en dus staan er aan verschillende grootwarenhuizen standjes met vuurwerk. Zo ook aan de Lidl om de hoek, maar daar zijn ze blijkbaar niet gerust in het gezond verstand van mensen. Want serieus, hoeveel mensen kopen er vuurwerk en gaan daar dan gezellig mee winkelen?

Le petit requin

Aangezien Johan nog een paar verjaardagscadeautjes te goed had, maakte ik daar dit weekend werk van. Vrijdag stond de beloofde wandeling op de planning, waarbij het oorspronkelijke Ardennenidee (jup, de lijst werd gemaakt voor de laten-we-naar-Zwitserland-verhuizenbeslissing) werd vervangen door wat ze hier lichtelijk overdreven de Zwitserse Grand Canyon noemen: de Ruinaulta.
Jammergenoeg was het nogal str*ntweer, hoewel er eigenlijk – zeker in de voormiddag – heel mooi weer voorspeld was. We vertrokken thuis ook effectief met mooi weer, maar onderweg begon het grijzer en grijzer te worden en tegen dat we aan de wandeling begonnen, was het aan het regenen. Jammer genoeg hield het ook echt niet op, waardoor we op een gegeven moment teruggekeerd zijn en in plaats van de geplande 7u maar 2,5u wandelden. Nu ja, ik zeg “maar” 2,5u, maar gezien de regen (en de eigenlijk wel veel lastigere route dan verwacht), was dat best wel ok. En je zult het dan zien natuurlijk, tegen dat we aan de auto waren, stopte het met regen.

Ruinaulta (Le petit requin)

Echt veel goesting om opnieuw te vertrekken, hadden we op dat moment niet meer, maar we wilden wel nog naar de Caumasee rijden, een nabijgelegen meer waar we normaalgezien tijdens de wandeling zouden passeren. Ongelooflijk maar waar, tegen dat we daar waren met de auto, was er geen wolkje meer aan de hemel te zien en konden we dan toch nog de regenjasjes wisselen voor zonnecrème! De Caumasee is een vrij toeristische plek (maar geef die toeristen maar eens ongelijk!), al kwam de massa pas op gang tegen dat wij weer vertrokken. Pluspuntje voor het regenweer 🙂 Johan nam een duik in het water; voor mij was het toch iets te koud.

Le petit requin

Omdat het de nationale feestdag was, waren overigens zowel de toegang als de peddelbootjes op het meer gratis en dus hebben we daar ook maar van geprofiteerd. Toeristen jong, wijle!

Le petit requin

Zaterdag gingen we plantjes kopen voor op het terras, onder andere in het vlakbijgelegen tuincentrum, waar ook een tijdelijke tropische vlindertuin was aangelegd.

Le petit requin

We schrokken opnieuw van de Zwitserse prijzen, ik bedoel maar, 5 euro voor één minuscuul petuniaatje! De hoeveelheid aangekochte planten bleef dus nog vrij beperkt; we zullen wel wat plantjes importeren vanuit België 🙂

Le petit requin

’s Avonds kon ik eindelijk de stiekem aangekochte barbecue bovenhalen voor verrassing deel twee. Het oorspronkelijke idee om ons te installeren aan de rivieroever werd geschrapt door de zeer donkere (en iets later ook stortbuien genererende) wolken. Op het terras dus en man, ’t heeft gesmaakt (de foto is overigens helemaal op het einde getrokken, ’t is niet dat we een barbecue aansteken voor één kip- en één veggiebrochette).

Le petit requin

Zondag was het tijd voor deel drie: een bezoekje aan de thermen. Hier stonden oorspronkelijk de Thermae in Grimbergen gepland, maar dat werd dus het Thermalbad in Zürich 🙂 . Thermen betekent hier overigens echt wel thermen en niet een mix van stoombaden en sauna’s. Een beetje jammer, want wij doen ook wel graag sauna’s, maar desondanks was het wel de moeite. De omgeving was ook super: de thermen bevinden zich in (een deel van) de gebouwen van de voormalige brouwerij Hürlimann. In de kelders baad je onder 100 jaar oude bak- en natuurstenen gewelven. En ja, ik word daar blij van, gerestaureerd/gerenoveerd industrieel erfgoed! Deden ze daar in België ook maar vaker iets mee…
Omdat het (uiteraard) verboden was om binnen foto’s te nemen, verwijs ik jullie voor een blik binnenin door naar de website van de thermen.

Hürlimann-Areal (Le petit requin)

Gedicht: Bekentenis

Ik mag je.
Nee. Ik mag je niet.
Ik moet je. Dat bedoel ik.

Ik heb je lief.
Nee. Heb ik niet.
Ik word je lief. Dat voel ik.

Ik ga met jou.
Nee. Ga ik niet.
Ik sta je bij. Beloof ik.

Ben stapel op je.
Hou je vast.
Ik. Hou. Van. Jou.

Geloof ik.

(Bart Moeyaert, Verzamel de liefde)

Bootduikweekend op de Oosterschelde

Het afgelopen weekend brachten we al duikend door: elk jaar eind juli organiseert onze duikclub een bootduikweekend op de Oosterschelde. Ik kon tot nu toe nooit mee, omdat ik nog niet voldoende ervaring had (het zijn uitdagendere duiken dan vanaf de kant, dus je moet minimaal x aantal stromingsduiken gedaan hebben). We vaarden mee met de Rijnland III, een vrachtboot uit 1911 die ze hebben omgebouwd tot live-aboard.

We waren in totaal met zes duikers van de club, dus ideaal om drie buddyparen te vormen. Vrijdagavond deden we al een nachtduik in Strijenham, waarbij vooral veel kwallen te zien waren. Op vraag van de visser haalden we ook twee sepiaconstructies boven (die oorspronkelijk dienden als steun voor klimplanten 🙂

Le petit requin

Zaterdagochtend pikten we eerst nog een koppel duikers op in de haven van Bergse diep om daarna een duik te doen op de Boomkil, een geul naast een zandplaat. Halfweg de duik stegen we even op tot op de plaat en konden we midden in de Oosterschelde rechtstaan!
Er was weliswaar niet echt iets speciaals te zien: enkele zeenaalden, een kreeft met één schaar (waarvan ik hoop dat ze de periode tot er een nieuwe schaar is aangegroeid, heeft overleefd), krabben en zeesterren…

In de namiddag trokken we naar Windgat, dat zich in het Verdronken Land van Zuid-Beveland bevindt, een deel van Zeeland dat in 1530 overstroomde als gevolg van de Sint-Felixvloed en nu deel uitmaakt van de Oosterschelde. Er waren onder andere milleniumwratslakken te zien, een zeedonderpad, een kannibalistisch aangelegde krab, maar ook een shakende krab 🙂

Na deze duik werden de twee andere duikers terug afgezet en gingen wij naar de hangcultuur van Bergse Diepsluis voor de avondduik. Johan en ik sloegen die duik over om toch niet te moe te zijn voor de rit terug naar Zwitserland de dag erna.

Le petit requin

Op zondag pikten we opnieuw vier andere duikers op in de haven om dan koers te zetten voor de eerste duik op de Fritsberg, een berg stenen die blijkbaar restanten zijn van een geruimde dijk die het begaf door de overstromingen. Het anker lag mooi op de berg, waardoor we makkelijk konden afdalen en stijgen langs de ketting. Dit werd qua leven de mooiste duik met verschillende blauwtipjes, eitjes van de bruine plooislak, verschillende sponzen en massa’s brokkelsterren.

Le petit requin

Na de duik sprongen we nog eens het water in om wat te zwemmen, wat met een watertemperatuur van 22°C echt zalig was. Het werd nog beter toen we in de verte bruinvissen zagen zwemmen.

De laatste duik werd een driftduik van Vuilnisbelt naar Tuttelhoek. Door het vele stof heen (we leken echt wel de ganse tijd achter andere duikers te hangen) zagen we wel nog wat slakkeneitjes, zeenaalden, hooiwagenkrabben en een krab die een kwal aan het opeten was…

Le petit requin