Gedicht: Behoud

Behoud de begeerte.
Vergeet waarvoor je in de kou
wou staan en sterven
toen je dacht dat de wereld een lente
was of een vrouw.

Verwacht dag en nacht
maar vergeet de vrees die je was.
Betaal geen rente voor je gedrag.

Morgen versnelt.
Gisteren zwelt
liefde doodt, gaat niet dood.

Behoud geen resten.
Stap over haar schreef.
Zij blijft de welriekende dreef
in jouw verwoeste gewesten.

(Hugo Claus)

What about you #40dagenblogger?

Er wachten eigenlijk nog twee stokjes om ingevuld te worden, maar nu de 40 dagen bloggen bijna voorbij zijn, besloot ik dit stokje, dat Zeg maar Babs lanceerde, toch even voorrang te geven.

Bron: Zeg maar Babs

1. Stel jezelf en de blog eens voor in max 20 woorden.
Haaike | 30 | Zwitserland | sportverslaafd | lezer | vergroener | zus | rusteloos | reiziger | ingenieur architect | ambivert | taalliefhebber | zoekend | perfectionist | avondmens | passioneel | monumentenzorger | koppig | snoeper

2. Waarover ging je eerste blogbericht?
Ik toonde het tijdelijke appartement waar we de eerste twee maanden na onze aankomst in Zwitserland woonden.

Le petit requin
Weinig plaats, veel fietsen 😉

3. Veranderde de blog al van stijl en inhoud in de loop der jaren?
Beiden slechts minimaal: zo veranderde mijn blog wel van uiterlijk toen ik van blogger naar een eigen domein overstapte, maar eigenlijk bleef dat beperkt, omdat ik in beide gevallen voor een vrij minimalistische zwart-wit layout met blauwe accenten gekozen heb.

4. Wat wil je graag nog bijleren om je blog te verbeteren?
Ik zou vooral meer kennis van html willen, zodat ik aanpassingen aan mijn blogthema kan en durf maken (of wie weet: zelfs gewoon een eigen thema kan ontwerpen). Daarnaast zou ik vooral mijn foto’s willen verbeteren: er zitten er al mooie tussen, maar vooral de dagdagelijkse kunnen een pak beter. Al is dat niet zozeer iets dat ik moet leren, maar wel iets waar ik tijd voor moet maken (al denk ik soms: hey, ’t zijn dagdagelijkse foto’s, mijn dagdagelijks leven is ook niet perfect gekadreerd en belicht 😉

5. Als je slechts één blogpost mocht kiezen om je nieuwe lezers te laten lezen, welkeen zou dat zijn?
Pfoe, geen idee eigenlijk… Ik weet dat veel mensen hier terechtkomen door mijn bericht over boekenwinkels in Brussel en dat is nog steeds een blogpost waar ik blij mee ben. Maar tegelijk is het een bericht dat niet meteen een weerspiegeling is van waar ik meestal over schrijf, zijnde de dagdagelijkse dingetjes. Misschien dit bericht dan, over waarom dat dagdagelijkse leven zich bij mij in het buitenland afspeelt? Alhoewel, ik ga de “ouwe getrouwen” onder mijn lezers gewoon deze vraag laten beantwoorden: zeg eens lieve lezers, welk bericht hier is jullie het meeste bijgebleven of vinden jullie het meest representatief voor mijn stekje? 🙂

Boekenstad Brussel (Le petit requin)

6. Op welke (blog)skill van een andere #40dagenblogger ben je stiekem jaloers?
Hebben jullie efkes? 😉 . Ik kan wel wat mensen opnoemen, al gaat het eigenlijk om bewonderen i.p.v. jaloers zijn… Als ik er eentje moet uitkiezen, dan ga ik voor de loopprestaties van Annelyse.

7. Voor welke samenwerking mogen ze je altijd contacteren?
Goh, ik heb nog nooit samengewerkt met een bedrijf en ik zou kunnen zeggen dat dat is omdat hier simpelweg geen contactgegevens te vinden zijn, maar laten we wel wezen: ik ben gewoon een te klein bloggertje om interessant te zijn 🙂 . Op zich vind ik dat eigenlijk vooral handig, want ik weet echt niet of ik samenwerkingen zou willen doen. Uiteraard niet als het niets met mijn blog te maken heeft, maar stel nu dat ik de kans krijg om een mooie reis te maken of plekken in Zwitserland gratis zou mogen bezoeken in ruil voor een blogbericht… ik weet echt niet wat ik dan zou beslissen.

Le petit requin
Zeg hier maar eens neen tegen he 😉

8. Waar, wanneer en hoe lang blog je meestal?
Dat is thuis, meestal in de zetel, soms aan tafel. Ik heb geen vaste blogmomenten, maar schrijf wanneer ik goesting heb, wat dus ’s avonds tijdens de week of overdag in het weekend kan zijn. Hoe lang ik bezig ben, hangt heel erg af van het bericht: sommige schrijf ik op 20 minuutjes, aan andere ben ik 2u bezig…

9. Wat is je ultieme blogessential (naast de computer)?
Mijn fototoestel.

10. Welke bloggers die deelnemen aan #40dagenbloggen volg je op de voet en lees je zo vaak als mogelijk?
Dezelfde als gewoonlijk. Het gaat dan o.a. om Fieke, Silke, AnneliesSamajaTrijnewijn, Liquid Skies, Upje… Miss Folies herontdekte ik door de 40 dagen bloggen en daar ben ik blij om 🙂

11. Hoe vergaat het bloggen je tijdens de #40dagenbloggen? Hoe pak je het aan? En zou je volgend jaar weer meedoen?
Eigenlijk blog ik vooral zoals altijd: wanneer ik goesting heb. Alleen heb ik er de laatste weken iets meer tijd voor gemaakt, waardoor ik – op vorige week na – meer berichten gepubliceerd heb dan anders (zeker geen 40 dagen in totaal, maar wel – zoals de bedoeling was – een drietal berichten per week). Dat is ook volledig ok zo voor mij; het is en blijft een hobby tenslotte (ik schrijf op mijn werk al vaak genoeg “verplichte” dingen), wat niet wegneemt dat ik er wel van genoten heb om vaker te schrijven.

12. Deel 1 tip of bemoedigend woordje om de andere bloggers een duwtje in de rug te geven.
’t Is bijna gedaan 😉 . Neen serieus, hou het vooral plezant!

13. Post hieronder een foto van hoe je nu aan het bloggen bent. Het leven zoals het is.

Le petit requin
Ook al blog ik meestal thuis, soms gebeurt dat ook op de trein. Zoals nu 🙂

De boeken van februari 2018

Met vier boeken was februari een dubbel zo succesvolle leesmaand als januari. Toch in aantal uitgelezen boeken, want in het derde boek dat ik deze maand uitlas, las ik een groot deel van de pagina’s in januari 🙂 .

Mario Vargas Llosa, Het ongrijpbare meisje

Het ongrijpbare meisje (Mario Vargas Llosa)

In dit boek vertelt Mario Vargas Llosa het verhaal van Ricardo, die op zijn vijftiende verliefd wordt op “het stoute meisje”. Wanneer ze op een gegeven moment verdwijnt, denkt hij haar voorgoed kwijt te zijn. Tot hij haar een aantal jaar toevallig opnieuw ontmoet. En opnieuw en opnieuw en opnieuw.

Dit was mijn eerste kennismaking met Vargas Llosa en het was niet meteen een heel overtuigende. Niet zodanig slecht dat ik nooit nog iets van hem wil lezen, maar ook niet goed genoeg om enkel op basis van dit boek te begrijpen waarom de mens ooit de Nobelprijs voor Literatuur won.

Bepaalde delen van het verhaal vond ik echt de moeite. Zo had de geschiedkundige achtergrond gerust nog wat uitgebreider gemogen en waren de verwijzingen naar de plaatsen waar Ricardo woont en naartoe reist heel fijn, vooral dan wanneer ik ze zelf herkende 🙂 (o.a. een belle époque-café waar ik in Wenen ontbeten heb). Ook sommige overpeinzingen van het hoofdpersonage – vooral dan die over zijn leven als expat – waren herkenbaar.

We hadden al eens tegen elkaar gezegd dat we nooit meer in ons eigen land zouden kunnen leven, omdat we ons daar, ik in Peru en hij in Turkije, beslist meer buitenlander zouden voelen dan in Frankrijk, ondanks het feit dat we ook hier vreemdelingen waren. Want we beseften maar al te goed dat we nooit volledig zouden integreren in het land dat we als onze woonplaats hadden gekozen en dat ons zelfs een paspoort had verstrekt.

Maar het liefdesverhaal zelf kon mij niet overtuigen. Als beschrijving van het eeuwige verlangen naar een onmogelijke liefde is het niet slecht gedaan, maar toch niet overtuigend genoeg. Dé reden waarom hij zo verliefd op haar is, haar maar niet kan loslaten, dat bleef voor mij onduidelijk. Dat het boek bovendien als erotisch omschreven wordt… tja, ’t zal misschien aan mij liggen dat een vrouw bevredigen terwijl ze zelf doodstil in bed ligt en niets doet, niet mijn idee van erotiek is…

Julian Barnes, The Sense of an Ending

The Sense of an Ending (Julian Barnes)

Na een maandboek van de (online) Verbeelding boekenclub, las ik een maandboek van de (offline) Zürich book club. Ik kreeg het weliswaar niet op tijd uit, waardoor ik de bijeenkomst dan maar oversloeg.

But I’ve been turning over in my mind the question of nostalgia, and whether I suffer from it. I certainly don’t get soggy at the memory of some childhood knick-knack; nor do I want to deceive myself sentimentally about something that wasn’t even true at the time – love of the old school, and so on. But if nostalgia means the powerful recollection of strong emotions – and a regret that such feelings are no longer present in our lives – then I plead guilty.

Jammer, want ik had wel willen weten hoe andere mensen dit boek ervaren hebben. Zelf houd ik er namelijk een dubbel gevoel aan over: het basisidee van het verhaal, namelijk de betrouwbaarheid van herinneringen, vind ik absoluut de moeite én meer pagina’s waard dan dit toch wel vrij dunne boekje bevatte.
Wat herinneren we ons, wat vergeten we? Herinneren we ons zaken op de juiste manier of anders dan ze eigenlijk waren? Het zijn vragen waar ik zelf al meer dan eens over heb zitten denken en dus was het ook interessant er over te lezen.

How often do we tell our own life story? How often do we adjust, embellish, make sly cuts? And the longer life goes on, the fewer are those around to challenge our account, to remind us that our life is not our life, merely the story we have told about our life. Told to others, but – mainly – to ourselves.

Tegelijk vind ik het verhaal dat Barnes gebruikt om dit idee aan op te hangen veel te flauw en niet overtuigend genoeg. Een van de basispremisses van het boek was voor mij echt niet sterk genoeg om de rest van het verhaal overtuigend te maken. Al helemaal voor een boek waar Barnes de Man Booker Prize mee gewonnen heeft…

Yuval Noah Harari, Homo deus. A brief history of tomorrow

Homo deus. A brief history of tomorrow (Yuval Noah Harari)i

Dit boek hield mij een dikke maand bezig, wat deels te wijten is aan de dikte ervan (kloefer: check!) en deels aan de andere boeken die ik voorrang gaf (Het ongrijpbare meisje, omdat mijn ouders dat van de Belgische bib meebrachten naar de Vogezen en ik het daar onmiddellijk uitlas; The sense of an ending, omdat ik dat nog voor de bijeenkomst hoopte uit te lezen 🙂 ). Het lag dus zeker niet aan het boek zelf, want ook al is het onderwerp – kort samengevat: de toekomst van de mens – niet het makkelijkste, het is zeer toegankelijk geschreven.

Ook al gaat het boek over de toekomst van “onze soort”, er komt ook een heel deel verleden en heden aan bod. Zelf vond ik dat eigenlijk de meest interessante stukken (wat mij benieuwd maakt naar de “voorganger” van dit boek, Sapiens), maar het was desondanks leerrijk om opties te lezen over de toekomst van artificial intelligence en de rol die de mens nog kan spelen daarin. Vooral Hararis ideeën over religie en – nog meer – zijn argumenten om dieren beter te behandelen (wij hebben onszelf naar de bovenste trede van de ladder gemanoeuvreerd ten koste van, maar wat gaat er met ons gebeuren eens we zelf van die bovenste trede verdreven worden?) zijn er boenk op. Ook de stukken over de rol van informatie en hoe makkelijk we die vrijgeven zijn de moeite van het lezen waard.

In the past, censorship worked by blocking the flow of information. In the twenty-first century censorship works by flooding people with irrelevant information. We just don’t know what to pay attention to, and often spend our time investigating and debating side issues. In ancient times having power meant having access to data. Today having power means knowing what to ignore.

Een deel van zijn betoog werd mij iets te sci-fi, al is dat misschien deels omdat mijn kennis over AI vrij beperkt is (ik ga eens wat meer moeten luisteren wanneer vrienden daarover discussiëren 😉 ).

Adriaan van Dis, Ik kom terug

Ik kom terug (Adriaan van Dis)

Februari was duidelijk een maand van nieuwe auteurs, want ook van Adriaan van Dis was dit het eerste boek dat ik las. Hij beschrijft in Ik kom terug de laatste maanden van zijn moeder, wanneer ze overeenkomen dat zij hem haar levensverhaal zal vertellen en hij haar helpt op een zachte manier te sterven.

Ik zal haar verlossen. Verlossen van verhalen, en als ik flink ben zal ik haar verlossen van het leven en haar hand vasthouden.

Tegelijk is het ook het verhaal van een toenadering tussen twee mensen, waarvan het logisch zou zijn dat ze verbonden zijn, maar die die verbondenheid nooit echt gevoeld hebben.

Hoe kan je nou loslaten terwijl het al zo moeilijk is om vast te houden? En hoe leer je “niets” te worden als je jezelf nooit wat vond?

Van Dis is namelijk de zoon van een rijke Nederlandse boerendochter, die het voor haar uitgestippelde pad verlaat om te eindigen met twee Indische mannen – wiens drie dochters respectievelijk “bastaardzoon” ze baart -, een hoop onverwerkt koloniaal en oorlogsleed en een minnaar. Het is een hard boek, boordevol scènes die even pijnlijk zijn als de woorden waarmee ze beschreven worden mooi zijn.

Er zit vaak niks anders op dan je gelukkig te liegen.

Ondanks dat alles leest het boek toch heel vlot. Omdat het ook humor bevat, omdat de zinnen mooi, maar niet moeilijk geschreven zijn.

Je karakter slijt niet als je ouder wordt, het kookt in, de kern komt boven. We worden allemaal een bouillonblokje van onze eigen soep.

Een boek over een kind van 60 dat nog steeds vruchteloos op zoek is naar erkenning van een moeder, die dat maar deels was. Vol liefde en haat, vol zachtheid en afkeer, zoals ook haar moeder-zijn was.

Mildheid is een leugen. Het is een manier om je woede te verbergen. Diep vanbinnen zijn we woedend om wat ons is afgenomen, onze dromen, een landschap, je minnaar, je dochters. De boosheid om dat verlies neemt alleen maar toe.

Bron afbeeldingen: Goodreads

Kleine stappen

Vandaag las ik bij Anna mooie woorden. Dat is niet de eerste keer (integendeel…), wel waren het woorden die hard binnen kwamen. Omdat het de laatste tijd weer moeilijk gaat. Ik teveel kopje onder ga. Ik opnieuw volgens mijn “shitlijst” leef. Foute beslissingen neem en vlucht, terwijl ik eigenlijk al zou moeten weten dat dat geen oplossing is. Teveel vergelijk, terwijl ik eigenlijk al zou moeten weten hoe vermoeiend en nutteloos dat is.

Het is vechten tegenwoordig. Tegen mijzelf. De moeilijkste strijd die er is. Telkens weer opnieuw. En dat het opnieuw en opnieuw en opnieuw gebeurt, dat maakt het mee zo vermoeiend.

En dan soms, dan denk ik plots aan het feit dat muziek zo hard kan helpen. En dus zat ik om negen uur ’s avonds nog op het werk, maar zat ik daar wel mee te kwelen met Elton John’s Believe. Melig tot en met, maar het geeft adem aan mijn hart.

En dan plots, dan komt onverwacht liedje dat mijn broer mij een tijdje geleden doorstuurde “omdat het hem aan mij doet denken”. En zit ik nu een beetje te wenen op mijn werk, omdat ik inderdaad weer vergeten ben dat ik (soms) wel sterk ben. Weer vergeten ben hoeveel makkelijker het is voor mensen die niet heel de tijd een intern gevecht met zichzelf moeten voeren.

Ik ga maar eens naar huis denk ik. En morgen kom ik terug. Met mijn rug recht. En mijn kin omhoog. Kleine stappen en de tijd nemen en dan lukt het wel weer.

Loop naar de maan! Uitdaging: haar kort knippen

Drie weken na de short triathlon van Zürich was het tijd voor de volgende uitdaging van Loop naar de maan. Sportief gezien was dit de makkelijkste, aangezien ik er vanaf kwam met een rustig fietstochtje van 10km. En toch was dit een van de lastigste uitdagingen van allemaal! Ik had namelijk beloofd om mijn haar kort te knippen eens we 600 euro hadden ingezameld, maar – hoewel ik gezond jaloers ben op mensen die zonder aarzelen switchen tussen lang haar en pixiecut en ondertussen nog eens het hele kleurenspectrum afgaan – ben zelf absoluut geen durver wat mijn haar betreft.

Le petit requin

Op het moment dat we de grens van 600 euro bereikten, had ik voldoende haar verzameld voor een donatie aan Geef om haar en dus besloot ik mijn kappersbezoek te plannen tijdens mijn volgende bezoek aan België. Ik polste op voorhand op Instagram welk kapsel jullie mij zouden aanraden en besloot, in overleg met de – nieuwe (aaargh! 😉 ) – kapper, om niet te gaan voor een pixiecut, zoals ik oorspronkelijk dacht te doen (vanuit het idee: als ik mijn haar dan toch “moet” kortwieken, waarom dan niet meteen gaan voor een kapsel dat ik al lang wil uitproberen, maar zonder extra reden sowieso nooit ga durven proberen?). Alleen bleek zo’n kapsel echt wel niet verenigbaar met mijn eisen:

  • Kapsel moet natuurlijk kunnen drogen
    Ik heb – en wil – namelijk geen haardroger, noch goesting om aan de slag te gaan met gel of haarlak. Aangezien ik golvend haar heb, wilt dat echter ook zeggen dat superkort haar minder praktisch is. Laat die golven maar eens deftig vallen als er geen “gewicht” is dat ze in de plooi trekt, zoiets…
  • Kapsel moet meerdere dagen mooi vallen en meerdere maanden in model blijven
    Ik was mijn haar om de vier à vijf dagen en wil dat ook zo houden: het vraagt minder tijd en is vooral gezonder voor mijn haar (en het milieu, want minder shampoo en bijhorende brol die met het water wegstroomt). Bovendien is een van de grote redenen dat ik mijn haar nog nooit gekleurd heb (naast opnieuw de gezondheidsfactor), dat ik geen zin heb om elke x weken bij de kapper te zitten voor een bijkleuring.

Jullie beginnen waarschijnlijk te begrijpen waarom ik al jaren met een gelijkaardig kapsel rondloop 😉 . Kwestie van toch enige kapselwijziging toe te laten, liet ik dus toch een van mijn eisen vallen: de anders nochtans zéér belangrijke voorwaarde dat mijn haar in een staartje moet kunnen (want oh, de horror van sporten met haar dat alle kanten opvliegt!).

En zo eindigde ik met onderstaand kapsel en twee gedoneerde staarten, die ondertussen hopelijk deel geworden zijn van een mooie pruik. Korter dan ik in jaren gehad heb (wat zorgde voor een paar weken haarfantoompijn bij het kammen ’s ochtends 😉 ), maar ook verrassend makkelijk in onderhoud. Wie weet ga ik dus wel nog eens zo kort…

Le petit requin

Bovenstaande foto’s werden na de fietstocht van de kapper naar huis genomen; eigenlijk vind ik het op deze foto van een paar dagen later mooier vallen (en die dag merkte ik ook dat het nog best wel meevalt met die sporthorror, oef 😉 ).

Uitdaging geslaagd, denk ik dan!