Gedicht: Liedje

Ik hou van haar. Veel te intens.
Het zal vanzelf wel minder worden.
Ze wordt wel weer zomaar een mens.
Het mens. Met afspraken. En orde.

De duizend en zoveelste zoen
komt wellicht ergens naast mijn oor.
We zullen het hebben over toen.
Dus nu. Daar is het heden voor.

ik vrees het strelen van haar handen
de dag dat ze met twee slechts zijn
en met hun duimen zullen draaien.
En de langdradigheid van pijn.

Ooit zit ik weer alleen aan zee.
In plaats van alle dagen feest
is eeuwigheid tien jaar geweest
en twee ja’s minder dan één nee.

(Herman de Coninck, Nagelaten gedichten)

Gedicht: Schreeuw

Op de wanden
Van mijn hart
Pleeg ik
Elke dag
Graffiti.

Hoor mij roepen
Hoor mij tieren
Hoor mij brullen
Hoor mij gieren
Hoor mij tilt slaan
Hoor mij stilletjes luidkeels
Doodgaan.

(Sabien Jagers)

Gedicht: Ik ben moe, ik heb vandaag

Ik ben moe, ik heb vandaag
je borst tien keer
niet aangeraakt, lieve woorden
niet gezegd, gedacht aan je nagels
in mijn rug die een eeuwigheid achter
mij ligt en waaruit ik vanmorgen
ben opgestaan als uit een bed.

Ik geloof niet dat ik het kan:
niet van je houden. Drinken
en je niet kunnen vergeten,
dat kan ik. En iedere dag een beetje
sterven, zodat het tenslotte slechts
een koud kunstje wordt.

(Herman De Coninck, Met de vedel)

Gedicht: Laat

Vertraag.
Vertraag.
Vertraag je stap.
Stap trager dan je hartslag vraagt.
Verlangzaam.
Verlangzaam.
Verlangzaam je verlangen
En verdwijn met mate.
Neem niet je tijd
En laat de tijd je nemen –
Laat.

(Leonard Nolens, Laat alle deuren op een kier)