De boeken van november 2018

Marie Kondo, The life-changing magic of tidying up

The life-changing magic of tidying up (Marie Kondo)

Ik heb lang getwijfeld of ik dit boek wel wilde lezen, omdat ik niet het gevoel heb dat ik zoveel hulp bij opruimen nodig heb dat ik er een heel boek over zou moeten lezen (ter illustratie: ik schreef zelf ooit een reeksje over de opruiming van mijn kleerkast en bleek al spontaan mijn sjaals à la Konmari op te plooien, ahum). Ergens begin dit jaar ontdekte ik echter dat de Zentralbibliothek in Zürich het boek ook had en dus reserveerde ik het toch. Ik bleek echter verre van de enige te zijn, waardoor ik maanden moest wachten vooraleer ik het effectief in handen kreeg.

Letting go is even more important than adding.

Iedereen kent haar uitgangspunt – enkel iets bijhouden wanneer je de vraag Does it spark joy? positief beantwoord wordt – ondertussen waarschijnlijk wel en hoewel ik mij daar zeker wel in kan vinden voor een groot deel van mijn spullen (boeken, kleren e.d.), vind ik het voor een aantal, voornamelijk praktische huishoudelijke, zaken toch wat te kort door de bocht. Dat neemt niet weg dat Kondo best wel wat praktische tips deelt over de volgorde waarin je best opruimt, hoe je dingen best stockeert (waarbij ik heel erg akkoord ga met haar mening dat extra opslagruimte voorzien niet the way to go is)… Jammer genoeg – al kan Kondo daar zelf natuurlijk weinig aan doen – heb ik door de jaren heen duidelijk al teveel blogs, magazines en andere reviews van haar boek en haar methode gelezen, waardoor ik niet het gevoel had ook maar iets nieuws te lezen.

When we really delve into the reasons for why we can’t let something go, there are only two: an attachment to the past or a fear for the future.

Bovendien was het boek, zoals verwacht, soms wat te zweverig: ik heb weliswaar, net zoals de auteur, respect voor mijn spullen, in die zin dat ik ze goed verzorg (zo gaan ze immers langer mee en dat is duurzamer), maar bijvoorbeeld elke dag mijn kleren, handtas en jas aanspreken en bedanken… nope, sorry, niets voor mij. Desondanks is Kondo er op een of andere manier toch in geslaagd om mij zin te geven in een nieuwe opruimbeurt van mijn – nochtans zeker niet overvolle – appartement. Doel wel degelijk bereikt dus 😉

Bernhard Schlink, Olga

Olga (Bernhard Schlink)

Bernhard Schlink ken ik van Der Vorleser, waarvan ik al de mooie verfilming The reader zag (het boek zelf staat nog ongelezen in de kast, woeps). Toen deze Olga van hem het maandboek van november werd in de Verbeelding book club op Goodreads, besloot ik dan ook mee te lezen, al was het maar als extra motivatie om in het Duits te lezen. Hoewel ik heelder dagen Duitse teksten lees en schrijf op het werk, lees ik immers amper fictie in die taal.

Am Anfang war ich wütend. Jetzt bin ich nur noch traurig. Du hast, was unser war, zerschlagen, und warum Du’s getan hast – der eine Grund ist so schlimm wie der andere: Du wahrst für die Wahrheit zu feige, oder Du warst für sie zu bequem, oder Du hast gar keinen Gedanken daran gewandt, was Du mit Deinen Lügen anrichtest. Ich weiß nicht, wie es zwischen uns noch gehen soll.

In dit boek beschrijft Schlink het verhaal van Olga, die als weeskind opgroeit bij haar grootmoeder in het Duitsland van vlak voor de Eerste Wereldoorlog. Ze sluit vriendschap met de twee kinderen van een plaatselijke landheer en krijgt later een relatie met de zoon, Herbert. Zijn personage is, zoals Becky in de bespreking zeer terecht opmerkte, gebaseerd op een echte persoon, al geeft Schlink dat, al naargelang de editie, niet of niet duidelijk aan (en verandert hij ook data, wat op zich natuurlijk kan, al is het niet altijd duidelijk waarom dat voor het verhaal nodig zou zijn). Herbert heeft een leven lang een verlangen naar het – zoals Schlink zo mooi omschrijft – Irgend- und Nirgendwo (ergens en nergens) en trekt naar de poolgebieden om er op expeditie te gaan. Olga stuurt hem wekelijks een brief en dat gedurende jaren.

Ich weiß nicht, was ich will. Ich will mehr, mehr als das hier, die Felder, das Gut, das Dorf, mehr als Königsberg und Berlin und mehr als die Garde […]. Ich will etwas, das all das hinter sich lässt.

Die brieven zijn, naast Olga zelf en Frederick die haar als kind leerde kennen, een van de drie invalshoeken die Schlink gebruikt om zijn verhaal te vertellen. De overgangen gebeuren telkens heel vloeiend, wat zeker een van de pluspunten van het boek was. Het was jammer genoeg niet het meest verrassende boek, maar het was wel fijn om een verhaal te lezen tegen de achtergrond van het Duitsland van de twintigste eeuw. Leuk, vlot lezend tussendoortje, maar geen boek dat lang zal blijven hangen.

Herman de Coninck, Geef me nu eindelijk wat ik altijd al had

Geef me nu eindelijk wat ik altijd al had (Herman de Coninck)

Dat Herman de Coninck een van mijn favoriete dichters is, is geen geheim meer voor wie hier al een tijdje meeleest. Deze selectie van zijn gedichten werd gemaakt door zijn weduwe Kristien Hemmerechts en mooi door haar ingeleid. Het bevat verschillende van mijn favoriete pareltjes en ook een paar nieuwe ontdekkingen.

Kies mij. Kies mij uit de hele
wereldbevolking. Bij enkele anderen
mag je een beetje aarzelen,
maar kies mij.

Ik kan het alleen maar samenvatten op de manier waarop ik het op Goodreads deed: ach Herman, wat schrijft ge toch zo mooi!

Sien Volders, Noord

Noord (Sien Volders)

Vijf jaar geleden beleefde ik in Canada een van de mooiste vakanties van mijn leven. Ik beloofde mijzelf toen dat ik ooit terug zou komen en nog noordelijker zou gaan, de Yukon in. Dit boek deed dat verlangen opnieuw heel hard oplaaien, want oh, wat beschrijft Sien Volders toch mooi dat noorden.

De weg meandert tussen bossen, gaat soms een paar mijl rechtdoor, buigt dan af voor een slingerende rivier, volgt de oever om uit te wijken voor een bergkam. […] De lengte begint zich hier nog maar net een weg door de sneeuw te smelten. De toendra ligt er als een grillig dambord van witte sneeuwvlakken en bruin gras bij. De berkenbossen zijn nog kaal. Witte, tere stammen met een kantwerk van bruine twijgjes eromheen.

Volders beschrijft het verhaal van Sarah, die als zilversmid een bepalende keuze moet maken op professioneel gebied. Om letterlijk en figuurlijk afstand te kunnen nemen, trekt ze naar het noorden, waar ze in een goudzoekersstadje intrekt bij Mary. Ze maakt er kennis met de plaatselijke bevolking en vooral met twee mannen die leven voor muziek en vrijheid. Het is een verhaal over een zoektocht naar wat belangrijk is in het leven, over de middenweg tussen vrij zijn en vast zitten, over onrust en comfort, over graag zien en toch moeten loslaten.

Dat het gelukt was, een week lang. Dat ze het kon. Niet werken. Leven.

Het is op zich al verfrissend dat Volders als Belgische auteur haar verhaal ver buiten de landsgrenzen laat plaatsvinden. Bovendien schrijft ze heel mooi, al komt ze niet altijd los van bepaalde clichés, zo was de parallel tussen heden en verleden wat mij betreft iets té gelijklopend om volledig overtuigend te zijn.

Als er niets is om naar terug te keren is er geen reden meer om te vertrekken.

Dat neemt niet weg dat dit een veelbelovend debuut was. En een boek dat Canada zo mooi omschrijft en mijn verlangen naar dat land opnieuw aanwakkert, is sowieso de moeite waard.

J.M.H. Berckmans, Ontbijt in het vilbeluik

Ontbijt in het vilbeluik (J.M.H. Berckmans)

Ik weet echt niet goed hoe ik dit boekje moet omschrijven. In het begin dacht ik even een soort Godverdomse dagen op een godverdomse bol te lezen te krijgen, maar hoewel dit ook bedoeld is als een aanklacht op de maatschappij en Berckmans verwijst naar liedjes (Mia, Het is een nacht…) en actualiteiten uit de tijd van de publicatie (het boek verscheen in 1997), vond ik er echt niets aan.

And did you find Jeanien
the Zyklon B fuckin’ machine.
And did you find Julie.
And did you find Melissa.
And did you find An.
And did you find Eefje.
And did you find Loubna Benaïssa.
No no no no no no no no no no no no no no no no no no no no.

Dat komt omdat het boek enerzijds niet vlot las, maar vooral omdat ik er inhoudelijk weinig interessant aan vond. Het voelde eerlijk gezegd eerder als wat doelloos gezwets… Mogelijks heb ik het gewoon niet begrepen, maar of dat aan auteur of lezer ligt…?

Het was een nacht die je normaal in de schotse scheve films ziet, het was een nacht die wordt bezongen en bezopen in het stompzinnigste lied, het was een nacht waarvan ik dacht dat ik ‘em nooit beleven zou, en toch beleefde ‘k ‘em met jou, Baba Malade, mijn vrouw, veertien hoog op een steenworp van Speendorp, zal ik in m’n flikker in de goot gaan liggen janken voor jou. Ik zal het doen.

Bron afbeeldingen: Goodreads

De boeken van oktober 2018

Oktober lijkt een bescheiden leesmaand met twee boeken. In realiteit las ik weliswaar minstens evenveel als in andere maanden, maar artikels en stukken uit wetenschappelijke boeken, die komen hier natuurlijk niet terecht 🙂

Hagar Peeters, Malva

Malva (Hagar Peeters)

Ik had al wel gehoord van Hagar Peeters, maar kende haar werk totaal niet. Dat dit boek toch op mijn e-reader terecht kwam, heeft alles te maken met de Verbeelding book challenge, waarvoor ik immers een boek moest lezen van een auteur met dezelfde initialen als mij. Ik vond een aantal opties, maar deze HP verenigde twee eisen: de inhoud sprak mij aan en het boek was makkelijk vindbaar. Dat ik uiteindelijk niet enkel mijn initialen, maar ook mijn achternaam met de auteur deel, is een leuk toeval (niet dat het mij extra punten opleverde voor de challenge 😉 ).

Ik ben niet eens kapot; ik was nooit heel.

In Malva schrijft Peeters in naam van Malva Marina Trinidad Reyes Hagenaar, ook wel gekend als de dochter van de Chileense dichter en Nobelprijswinnaar Pablo Neruda. Hoewel “gekend” niet het juiste woord is, aangezien haar vader haar kort na haar geboorte verstootte en met geen woord meer over haar repte, omdat ze een waterhoofd bleek te hebben.

Geduldig als een kind dat nog veel leren moet, ben je voor de gedichten die je na eerste lezing afkeurde. Je gaf ze altijd een herkansing, hulde ze in een nieuwe versie. “Waarom kon ik niet worden herzien?” vraag ik hem. “Net zo lang tot ik aan je verwachtingen voldeed, tot je tevreden bromde: ‘Klaar!'”

De jonge Malva vertrekt met haar Nederlandse moeder naar diens thuisland en komt er bij een pleeggezin terecht – haar moeder moet immers werken en kan dus niet voor haar dochter zorgen. Op achtjarige leeftijd sterft Malva en het is dan dat Peeters in haar huid kruipt.

Dood was ik eindelijk zoals ik bij leven leek bedoeld. […] Misschien had mijn vader mij moeten zien zoals ik eruitzag als dode, in plaats van als levende; misschien dat hij dan wel van mij had kunnen houden.

Wat volgt is een fascinerend verhaal over een meisje op zoek naar erkenning door haar vader, met mooie overpeinzingen, een hoop literaire verwijzingen (oh, wat heb ik nog veel te lezen!) en een soms zeer dichterlijke schrijfstijl – Peeters debuteerde als dichteres. Bij momenten vallen auteur en hoofdpersonage daarbij samen, want toen Neruda stierf was Peeters’ vader als journalist in Chili en dus zijn er ook verwijzingen naar haar eigen (soms evenzeer afwezige) vader.

Hoe lang leeft een mens uiteindelijk? Duizend jaren of slechts één? Is het een week of zijn het eeuwen? Hoe lang duurt de dood? Wat wil dat zeggen, voor altijd?

En toch, ondanks – of misschien omwille van – het bovenstaande, pakte het boek mij niet helemaal. Het is de moeite van het lezen degelijk waard, maar het is geen echte topper.

Jung Chang, Wild Swans

Wild Swans (Jung Chang)

Ook het tweede boek dat ik deze maand las, belandde omwille van de Verbeelding book challenge op mijn nachtkastje, al was dit er eentje dat al heel lang op mijn leeslijst stond (en waarvan ik mij na het beëindigen van dit boek afvroeg waarom ik het er toch zo lang op heb laten staan).

Under a dictatorship like Mao’s, where information was withheld and fabricated, it was very difficult for ordinary people to have confidence in their own experience or knowledge. Not to mention that they were now facing a nationwide tidal wave of fervour which promised to swamp any individual headedness. It was easy to start ignoring reality and simply put one’s faith in Mao. To go along with the frenzy was by far the easiest course. To pause and think and be circumspect meant trouble.

Chang vertelt het levensverhaal van drie vrouwen – haar grootmoeder, moeder en zichzelf – tegen de achtergrond van de geschiedenis van China in de twintigste eeuw. Een periode die grote veranderingen omvat: haar grootmoeder wordt geboren op een moment waarop de Qing-dynastie aan haar laatste jaren bezig is – wat ook betekent dat haar voeten worden gebroken om zogenaamde “Lotusvoetjes” te krijgen – en wordt tijdens het Kuomintang-bewind aan een krijgsheer uitgehuwelijkt als concubine. Haar moeder beslist in haar puberjaren als rebel voor het communistische leger te werken en klimt later, net zoals haar man, op binnen de partij. Jung Chang zelf, dochter dus van twee partijfunctionarissen, groeit op onder het regime van Mao, maar slaagt er in 1978 in naar het Verenigd Koninkrijk te gaan om te studeren en keert niet meer terug. Ook al zijn deze drie vrouwen duidelijk de drie hoofdpersonages, de vader van de auteur is dat al evenzeer en is voor mij qua “karakterontwikkeling” ook het meest interessante “personage” (een beetje raar om dit te zeggen over een echte mens i.p.v. over een fictief persoon).

I was extremely sad to see the lovely plants go. But I did not resent Mao. On the contrary, I hated myself for feeling miserable. By then I had grown into the habit of ‘self-criticism’ and automatically blamed myself for any instincts that went against Mao’s instructions.

Ik wist al wel dat het leven onder Mao – om het zeer eufemistisch uit te drukken – geen lachertje was, maar dat het zo erg was… neen, dat wist ik niet. Het is interessant en verhelderend, maar tegelijk verbijsterend en confronterend om te lezen over bepaalde belangrijke gebeurtenissen. Zo is er de hongersnood, waarbij het niet alleen hallucinant is om te lezen hoe het zover is gekomen, maar ook hoe er mee wordt omgegaan. Lees maar onderstaand fragment, dat eerder leest als een of ander absurd theaterstuk… Self-deception while deceiving others, zoals de auteur het beschrijft.

On another occasion there was a giant pig squeezed into a truck. The peasants claimed they had bred an actual pig this size. The pig was only made of papier-mâché, but as a child I imagined that it was real. Maybe I was confused by the adults around me, who behaved as though all this were true. People had learned to defy reason and to live with acting.

Ook het gedeelte over de Culturele Revolutie zal mij nog lang bijblijven. De manier waarop er met mensen omgegaan werd: de complete willekeur waarmee iemand de ene dag een hoge functionaris binnen de partij is, maar de andere beschouwd wordt als een kapitalist die land en partij verraad, de hardheid waarmee met mensen omgegaan wordt, de bijeenkomsten waarop mensen aan zelfkritiek moeten doen en zware kritiek krijgen, de absurditeit van het platleggen van het onderwijs en hoe je enerzijds moet gelezen hebben over het Marxisme-Leninisme om te mogen toetreden tot de partij, maar anderzijds bekritiseerd wordt wanneer je leest, omdat dat een teken van bourgeoisie is…

Where there is a will to condemn, there is evidence.

Het is een boek waarbij ik meerdere keren mijn hoofd heb geschud in ongeloof en verdere opzoekingen over de recentere geschiedenis van China zorgden daar ook voor. Want ja, de omgang met mensen is sterk verbeterd – gelukkig maar -, maar nog steeds is er slechts één partij, nog steeds hangt Mao’s beeld op het Tiananmenplein, nog steeds is dit boek er verboden lectuur…

[…] he was confident that much of the population would not be able to make rational deductions with the fragmentery information available to them. Indeed, at the age of eighteen I was still only capable of vague doubts, not explicit analysis of the regime. No matter how much I hated the Cultural Revolution, to doubt Mao still did not enter my mind.

De schrijfstijl is vrij droog, maar het is en blijft natuurlijk eerder een geschiedkundig verhaal met een persoonlijke invalshoek dan een roman. Toch merk je wel dat naarmate de schrijfster haar eigen verhaal nadert, de stijl ook vlotter en persoonlijker wordt, in die mate zelfs dat ik het boek nog amper aan de kant kon leggen.

‘Father is close, Mother is close, but neither is as close as Chairman Mao.’

Bron afbeeldingen: Goodreads

De boeken van september 2018

September werd terug een rustigere leesmaand met vier boeken (en een paar stukken van boeken voor mijn studie):

Richard Feynman, Surely you’re joking, Mr. Feynman!

Surely you're joking, Mr. Feynman! (Richard Feynman)

Ik kocht dit boek oorspronkelijk voor J., zelf fysicus van opleiding, maar toen het in de Zürich book club gekozen werd als maandboek, besloot ik het ook zelf te lezen. Mijn kennis over Feynman voor dit boek liet zich samenvatten tot de kernwoorden “fysicus – Feynman lectures – Nobelprijs”. Wat hij echter exact deed als onderzoek, daar had ik geen idee van… Dit boek is niet het juiste als je daar meer over wilt weten, want Feynman gaat er enkel op in wanneer het relevant is om een bepaalde anekdote te begrijpen. Want dat is waar dit boek om draait: een hoop grappige, bij momenten absurde, anekdotes over zijn leven. Gaande van de manier waarop hij zijn oversten duidelijk wil maken dat de veiligheid beter moet door manieren te bedenken om kluizen te kraken tot scherpe – maar niet onterechte – kritiek op het onderwijssysteem, van de verkoop van een eigen schilderwerk tot zijn deelname aan een trommelvoorstelling… de man is duidelijk van vele markten thuis en verliest zich regelmatig in onconventionele experimenten.

So I  found hypnosis to be a very interesting experience. All the time you’re saying to yourself, ‘I could do that, but I won’t’ – which is just another way of saying that you can’t.

Het is natuurlijk geen autobiografie in de ware zin van het woord, omdat een groot – en niet bepaald onbelangrijk – deel van zijn leven amper aan bod komt, maar het is wel een fijne manier om een kijkje te nemen in het hoofd van iemand (wat daarom niet wilt zeggen dat ik de persoon zelf ook altijd even fijn vond; zo had ik eerlijk gezegd een veel progressievere houding tegenover vrouwen verwacht). Eigenlijk is dit hele boek een wandelende reclame voor de “creatieve generalist”, want Feynman is extreem succesvol op één gebied, maar verdiept zich tegelijk ook min of meer succesvol in een hele hoop ongerelateerde andere dingen.

Overigens: wie dit boek ook wilt lezen, kan ik enkel maar aanraden om eerst naar een van zijn interviews (dit op Youtube bijvoorbeeld) te kijken. Zo “hoor” je hem tijdens het lezen zijn anekdotes vertellen en dat maakt het nog net wat leuker, vind ik.

Christian Eigner, Kleine Räume – viele Möglichkeiten

Kleine Räume - viele Möglichkeiten (Christian Eigner)

Met een kleine 80 vierkante meter voor twee personen valt ons appartement weliswaar zeker niet onder de noemer “klein”, maar het is wel 20 tot 45 m² kleiner dan de appartementen waarin ik tot nu toe samenwoonde. Toen ik dit boek in de bib tegenkwam, besloot ik het dan ook uit te lenen met de verwachting er misschien wat ideeën voor praktische ruimte-indelingen of opslagruimte uit op te doen. Jammer genoeg staan er schijnbaar zeer veel ideeën in, maar enerzijds zijn een deel ervan samen te vatten tot een herhaling van steeds hetzelfde – daarom weliswaar niet oninteressante – basisidee en anderzijds zat er – toch voor mij – weinig tot niets vernieuwend bij.

Neemt niet weg dat het wel leuk gelay-out en overzichtelijk ingedeeld is, maar het is misschien eerder een boek voor mensen die de Pinterests en Instagrams van deze wereld nog niet kennen…

Virginia Woolf, To the lighthouse

To the lighthouse (Virginia Woolf)

Ondanks dat ik indertijd heel enthousiast was over Mrs. Dalloway, duurde het toch drie jaar voor ik mij aan een tweede boek van Virginia Woolf waagde. Lang leve de Verbeelding book club, waar het boek gekozen werd als maandboek en die mij zo de spreekwoordelijke schop onder mijn gat gaf. De belangrijkste reden dat ik niet eerder spontaan naar dit boek greep, is de schrijfstijl van Woolf: net zoals bij Mrs. Dalloway was het in het begin immers wennen aan de lange zinnen en de soms vrij moeilijke woordenschat. Een woord als eddy bijvoorbeeld, kende ik helemaal nog niet (het betekent wervelstroom of draaikolk, wat ikzelf in het Engels als een whirl zou omschrijven).

[…] he belonged, even at the age of six, to that great clan which cannot keep this feeling seperate from that, but must let future prospects, with their joys and sorrows, cloud what is actually at hand, since to such people even in earliest childhood any turn in the wheel of sensation has the power to crystallise and transfix the moment upon which its gloom or radiance rests […]

Ik was dan ook blij dit boek op mijn e-reader met ingebouwd woordenboek te lezen, want op papier zou het opzoeken van de woorden het lezen meer onderbroken hebben. En doorlezen, dat is toch wel nodig bij deze schrijfstijl. Dit is overigens de eerste keer dat ik duidelijk de e-reader boven papier zou verkiezen, daar waar ik tot nu toe geen uitgesproken voorkeur had, o-ow 😉

He never seemed for a moment to think, But how does this affect me? But then if you had the other temperament, which must have praise, which must have encouragement, naturally you began (and she knew that Mr Ramsay was beginning) to be uneasy; to want somebody to say, Oh, but your work will last, Mr Ramsay, or something like that.

Eens ik echter volledig ondergedompeld was in het verhaal, was het – net zoals indertijd bij Mrs. Dalloway – weer genieten van de mooie beschrijvingen. Heel traag en kabbelend vertelt Woolf in dit boek het verhaal van een groot gezin, die de zomer samen met een paar gasten, doorbrengen in hun vakantiehuis.

These two she would have liked to keep for ever just as they were, demons of wickedness, angels of delight, never to see them grow up into long-legged monsters. Nothing made up for the loss.

Het is echt “het leven zoals het is”: de kleine alledaagse observaties, de interacties tussen mensen, de overpeinzingen en twijfels die elk mens wel eens heeft… Wie nu denkt dat dit toch wel wat zware kost is, Woolf komt ook best wel grappig uit de hoek soms 😉

Of course it was French. What passes for cookery in England is an abomination (they agreed). It is putting cabbages in water. It is roasting meat till it is like leather. It is cutting off the delicious skins of vegetables.

Omvat het hele eerste deel slechts drie dagen in totaal, dan springt Woolf in deel twee – zonder dat het geforceerd aanvoelt – in grote sprongen doorheen de tijd, aan de hand van het oh zo mooi beschreven verval van een huis. Daarbij vermeldt ze zeer nonchalant bepaalde gebeurtenissen, die voor de familie zelf zeer belangrijk en bepalend zijn, maar die dat – gezien over generaties en eeuwen – eigenlijk niet zijn. Opnieuw: het gewone leven dus…

The house was left; the house was deserted. It was left like a shell on a sandhill to fill with dry salts now that life had left it.

Deel drie schakelt terug over naar een trager tempo en is vooral mooi, omdat het zo invoelend beschrijft hoe mensen ook na hun dood blijven “verder leven” in het leven van anderen…

What does one live for? Why, one asked oneself, does one take all these pains for the human race to go on? Is it so very desirable?

Om een reden die ik niet echt kan verklaren, pakte dit boek mij toch net iets minder dan Mrs. Dalloway, maar dat neemt niet weg dat het “werken” om in het boek te geraken ruimschoots gecompenseerd werd eens ik in the flow zat. Ik ga dit keer vermoedelijk geen drie jaar wachten vooraleer ik aan een volgend boek van haar begin 🙂

Dirk De Wachter, Liefde. Een onmogelijk verlangen

Liefde. Een onmogelijk verlangen (Dirk De Wachter)

Net zoals de vorige keer, vond ik ook nu weer leesvoer in het vakantiehuis waar we logeerden in Frankrijk. Dit keer pikte ik er een exemplaar van Dirk De Wachter uit, van wie ik zelf Borderline times (weliswaar nog ongelezen) in de kast heb staan. De – ondertussen in Nederlandstalig België alombekende – psychiater geeft zijn visie op de liefde en de impact van onze hedendaagse maatschappij erop.

Soms moeten we zonder te begrijpen door de duisternis van volstrekt akelige raadselachtigheid. De liefde is niet altijd te richten, te vatten, te maken; ze raakt aan de afgronden van het bestaan. We lopen verder met de ogen dicht, bang voor de misstap, in de hoop om niet in de diepte te storten.

Hoewel ik het boekje net iets te kort en soms wat oppervlakkig vond, was wat er in stond gelukkig vaak wel de moeite van het lezen waard. De Wachter houdt immers een mooi en – wat mij betreft – belangrijk pleidooi voor gewoonheid in het leven en in de liefde. Een pleidooi voor genieten van de kleine dingen, voor leren stil zijn en in stilte te zijn, voor niet altijd streven naar het grootste, mooiste, beste, hoogste geluk, maar durven ongelukkig zijn. Wie hier al langer meeleest, weet waarschijnlijk wel dat ik De Wachter wat dat betreft helemaal volg (wat niet wegneemt dat ik samen met het zien van kleine gelukjes evenzeer moeite heb met het loslaten van bepaalde, (te) grootse idealen).

Het genieten van Levinas gaat over het kleine, het onzichtbare en het heel vanzelfsprekende. Zintuiglijke waarnemingen kortbij. Oog hebben voor doodgewone dingen waar we dagelijks voorbijlopen, zoals een spelend kind of de eerste bloemen. We zijn de mogelijkheid om het kleine op te merken en ervan te genieten wat kwijtgeraakt door de grote schoonheid die ons overrompelt en die mediageniek en oorverdovend is. De gewone schoonheid van kleine dingen zien we niet meer: dat gevoel voor genot is uitgeschakeld door de doordenderende comsumptiemaatschappij.

Eigenlijk gaat dit boek over meer dan enkel de liefde, maar uiteindelijk leiden al die dingen ook naar een mooie houding in de liefde zelf. Een houding waarbij liefde gewoon gewoon mag zijn…

In dat ‘kleine’, en niet in het overrompelende, zal de liefde zijn weg zoeken. In de blik, een woord, een niet-woord, een geur en andere heel persoonlijke details die andere mensen niet zien.

Voeg daar nog een betoog voor meer literatuur aan toe, geïllustreerd aan de hand van een paar mooie citaten (uit de literatuur- en muziekwereld) en dit boekje is, ondanks zijn beknoptheid, het lezen toch best wel waard 🙂

Bron afbeeldingen: Goodreads

De boeken van augustus 2018

In augustus gooide ik nog een extra boek bovenop het aantal van juli, zodat ik aan een mooie negen boeken kwam (het valt vooral niet op dat ik thuis zat, zeker? 🙂 ).

Mira Kirshenbaum, Scheiden of blijven

Scheiden of blijven (Mira Kirshenbaum)

Samen met mijn e-reader kreeg ik ook een paar e-books cadeau en dit was er eentje van. Ik zou het sowieso wel bekeken hebben, maar in de nasleep van wat er vorig jaar gebeurde, interesseerde het mij nu zeker. Kirshenbaum, zelf relatietherapeute, helpt je aan de hand van een dertigtal vragen te bepalen of je een relatie wilt behouden dan wel beëindigen.

Twijfel kan veel schade aanrichten. Vertwijfeld vastzitten kan je emotioneel de das omdoen wanneer je bij je partner blijft terwijl je eigenlijk weg zou moeten gaan. Twijfel kan je relatie ten gronde richten als je steeds maar denkt aan weggaan, terwijl alle problemen opgelost zouden kunnen worden door meer energie in je relatie te steken. Op den duur kan door nietsdoen alle plezier en vrijheid, intimiteit en hoop voor je verloren gaan. Alleen maar wachten levert je geen antwoord op op de vraag wat voor jou het beste is. Twijfel biedt geen oplossing. Het is een gevaarlijke val.

In die vragen gaat ze in op een aantal thema’s, zoals vertrouwen, gemeenschappelijke interesses, fysieke en seksuele aantrekkingskracht, grensoverschrijdend gedrag – startend met de vraag wat jouw grenzen zijn en hoe je bepaalt waar die liggen – en de manier waarop je met elkaar omgaat (wordt je minachtend behandeld, krijg je steun van je partner…). Sommige vragen lijken zeer evident, maar wetende dat bijvoorbeeld veel mensen die te maken krijgen met fysiek geweld in hun relatie, het toch moeilijk hebben om uit zo’n relatie te stappen, zijn ze desondanks zeker relevant.

Dat leugens in en de gevolgen daarvan voor een relatie voor mij zeer dichtbij kwamen, spreekt waarschijnlijk voor zich. Bepaalde passages hakten er dan ook hard op in.

Liegen is slecht omdat de communicatie daardoor wordt uitgehold. Als iemand tegen je liegt, ben je slechter af dan eerst. Daarvóór wist je alleen iets niet. Na de leugen denk je iets te weten, maar dat is niet zo. Liegen is voor de communicatie wat moord is voor het leven. Beide nemen weg wat echt en kostbaar is.
[…]
Als iemand tegen je gelogen heeft, kun je heel erg kwaad worden en heel wantrouwend en je heel bedreigd gaan voelen. Het is begrijpelijk dat je na het horen van een grote leugen een tijdlang denkt dat alles wat je partner zegt gelogen is en misschien ook alles wat hij in het verleden tegen je gezegd heeft.

Kirshenbaum staat overigens zeker wel “open” voor misstappen in een relatie, in die zin dat ze ook zeer uitgebreid ingaat op hoe het vergeven en het herstellen van zo’n vertrouwensbreuk kunnen verlopen en in hoeverre bepaalde tekens erop wijzen dat zo’n herstel überhaupt kan.

Het belangrijkste en meest fundamentele element is wel dat degene die gekwetst is, zich niet blijft vastklampen aan wrok en verdriet, angst en rouw. Je kunt je partner niet vergeven als je je niet kunt losmaken van het gevoel dat je zware schade is toegebracht en als je je partner daar voortdurend mee om de oren slaat.

In zekere zin voelt dit boek bij momenten bijna té nuchter voor het toch vaak zeer romantische beeld dat we soms van liefde hebben, want wie beslist er nu over een relatie door op een aantal vragen “ja” of “nee” te antwoorden? En toch, ik vond het een heel interessant boek dat mij een pak nieuwe inzichten opleverde en – gelukkig maar 🙂 – ook leidde tot een ik wil blijven. Enkel jammer van de bij momenten zeer Amerikaanse toon en stijl, maar als je daar voorbij kan kijken is dit het lezen echt wel waard 🙂

John Tiffany, Harry Potter and the cursed child

Harry Potter and the cursed child (John Tiffany)

Na de zwaardere kost die het vorige boek toch wel was, besloot ik onder te duiken in de luchtige wereld van Harry Potter (met mijn excuses aan de die hard-fans die het waarschijnlijk heiligschennis vinden deze boeken “luchtig” te noemen 😉 ). Het was – shame on me – het eerste boek van Harry Potter dat ik in het Engels las, wat er voor zorgde dat ik al eens moest opzoeken welk personage nu net aan bod kwam (gelukkig blijven de namen van de belangrijkste spelers wel herkenbaar), maar dat deed niets af aan de vertrouwdheid van de toverwereld. Dit boek bouwt verder op de reeks: Harry Potter is dus volwassen, al betekent dat niet dat zijn kinderjaren hem loslaten.

There is never a perfect answer in this messy, emotional world. Perfection is beyond the reach of humankind, beyond the reach of magic. In every shining moment of happiness is that drop of poison: the knowledge that pain will come again. Be honest to those you love, show your pain. To suffer is as human as to breathe.

Hoewel het fijn was om nog eens terug te keren naar de wereld van Harry Potter, was dit verhaal jammer genoeg bijlange niet zo overtuigend en goed uitgewerkt als de “echte” boeken. Het is natuurlijk de neerslag van een theaterstuk, dus ergens is dat logisch, maar toch: ook theaterstukken verdienen sterke personages en verhaallijnen.

Willem Schinkel, De leegte van westerse waarden

De leegte van westerse waarden (Willem Schinkel)

Dit dunne boekje is de neerslag van de Paul Verbraekenlezing die socioloog en filosoof Schinkel in 2016 aan de VUB gaf en dat is meteen te merken aan het vrij academische taalgebruik.

De ander is een noodzakelijke vaagheid, dat is waarom hij ons bedreigt. Hij is altijd chaotischer, onstabieler, vluchtiger dan het zelf en het eigene, hoewel hij tegelijk de ondankbare taak heeft de veronderstelde eenheid van het zelf en het eigene te stabiliseren.

Dat neemt niet weg dat dit een zeer interessante tekst geworden is over wat onze westerse waarden net inhouden, over de scheiding tussen terrorisme en “militair ingrijpen” en waarom aanslagen steeds bekeken worden als een “aanval op onze waarden”.

Is het laffer jezelf op te blazen dan op een afstand vliegtuigen of drones te sturen om bommen te werpen op mensen die je nooit in de ogen hoeft te kijken?

Daarbij haalt hij het voorbeeld aan van oorlogsvoering met drones en hoe bepaalde slachtoffers doelbewust een bepaald label opgeplakt krijgen om de eigen zijde er mooier uit te laten komen.

De ratio burgerslachtoffers vs. slachtoffers onder wat ‘combatants’ heten is officieel onbekend, maar duidelijk is dat zeer veel eufemistisch genoemde ‘collateral damage’ op de koop toe genomen wordt. Daarmee gaat de VS om middels het concept ‘Military Age Male’: wie in de buurt van een doelwit staat, en man is van militaire leeftijd, is per implicatie zelf ook legitiem doelwit. Op die manier kunnen officieel lage burgerslachtoffers gerapporteerd worden.

Een boek dat mij meer inzicht in het thema opleverde en voor de zoveelste keer achterliet met het gevoel hoe fucked up bepaalde aspecten van onze “samenleving” – wat een wrang woord in het kader van dit boek – zijn.

Gevaarlijke mensen hebben overtuigingen; de rest heeft meningen.

Schinkels voorkeur komt weliswaar soms iets te hard naar voor, iets wat natuurlijk wel kan, maar van een academische lezing verwacht ik net iets meer objectiviteit.

Jos de Valk, Over de grens

Over de grens (Jos de Valk)

Met Over de grens keerde ik even terug naar mijn jeugdjaren toen ik dit jeugdboek voor het eerst las. Het verhaal gaat over Martin, die na een periode in de gevangenis zijn leven terug op orde probeert te krijgen, maar daar niet in slaagt. Als volwassene miste ik vooral meer achtergrond bij de geschiedenis van de Belgische opstand, waarin het verhaal zich afspeelt. Dat draagt er toe bij dat het verhaal, dat voor de rest best wel ok is, fijn is om te lezen, maar mij – ondanks het herlezen – waarschijnlijk toch niet lang zal bijblijven.

Alessandro Baricco, Oceaan van een zee

Oceaan van een zee (Alessandro Baricco)

Hoewel het Zijde van Baricco was dat op mijn leeslijst stond, las ik toch eerst deze Oceaan van een zee, een heerlijk, bizar en fascinerend verhaal. Een kleurrijke schare aan personages, ondermeer een schilder die water i.p.v. verf gebruikt, vindt elkaar in een herberg vlak bij de zee. Schilderen, dat is ook wat Baricco doet, maar dan met woorden. Zijn beschrijvingen van de zee, van de herberg en van de mensen die er hun toevlucht zoeken zijn dromerig, waardoor dit bijna meer aanvoelt als een sprookje, een ervaring die mij wat deed denken aan De kleurenvanger van Peter Verhelst.

Het leek alsof de herberg – daar, zo eenzaam – achtergelaten was. Bijna alsof er op een dag een optocht van herbergen was langsgekomen, in allerlei soorten en leeftijden, langs de kust trekkend, en een ervan zich had losgemaakt van de rest omdat zij moe was, en terwijl zij haar reisgenoten langs zich heen liet paraderen had besloten om zich op die indicatie van een heuvel te vestigen, zich overgevend aan haar eigen zwakheid, het hoofd buigend en wachtend op het einde. Zo was herberg Almayer. Zij had de schoonheid die alleen verliezers kunnen hebben.

De zee is al evenzeer een hoofdpersonage als de mensen in het verhaal, al bieden die op zichzelf ook al genoeg stof tot nadenken. Zo is er het vijftienjarige meisje Elisewin – … een meisje dat te broos is om te leven en te levendig om te sterven… – die ziek is van angst om te leven, maar tegelijk niet liever wil dan dat.

Ik wilde zeggen dat ik het wel wil, het leven, ik zou er alles voor doen om het te kunnen hebben, alles wat er is, zoveel om gek van te worden, dat doet er niet toe, ik wil best gek worden, maar dat leven wil ik niet mislopen, ik wil het, echt waar, al zou het vreselijke pijn doen, ik wil leven. Ik red het wel, toch?

Of de heerlijke professor Bartleboom die zijn leven wijdt aan het onderzoeken van het begin en einde van dingen en zich nu concentreert op het einde van de zee. Het zorgt voor grappige momenten, maar evenzeer voor poëtische beschrijvingen van golven die sterven op het strand. En dan zijn er ook die passages die mijn hart even een tel doen overslaan.

Ik weet niet. Sommige mensen gaan dood en, met alle respect, je verliest er niks aan. Maar hij was een van die mensen waarvan je het merkt als ze er niet meer zijn. Alsof de hele wereld van de ene dag op de andere een beetje zwaarder werd. Het kan zijn dat deze planeet met alles erop en eraan alleen in de lucht blijft drijven omdat er zoveel Bartlebooms rondlopen, het kan zijn dat zij de wereld omhoog houden. Met die lichtheid van hun. Ze zien er niet uit als helden, maar ondertussen houden zij de boel overeind. Zo zijn ze gewoon.

Ondertussen haalde ik Zijde al in huis – de editie met tekeningen van de fantastische Rébecca Dautremer -, want Baricco, ja, daar wil ik nog wel meer van lezen.

Niets doen is één ding. Niets kunnen doen is een ander ding. Het is niet hetzelfde.

Een auteur die je even doet verdwijnen in een sprookjeswereld en ondertussen je hart verzacht met mooie woorden, die moet een mens immers koesteren.

Angelique Vandewinkel, Iedereen mooi

Iedereen mooi (Angelique Vandewinkel)

Ook al ben ik op zich veel te nonchalant om dagelijks make-up te dragen, toch zou ik het graag goed kunnen aanbrengen. Alleen geraakte ik eigenlijk helemaal niet wijs uit alle mogelijke producten die er bestaan: toners, dagcrèmes, foundation, concealer, bronzer, blush, primer… Ik kon mij alleen maar verbaasd afvragen hoeveel soorten producten een mens zo eigenlijk op zijn gezicht kan smeren. Gelukkig gaat het gros van dit boek over de basics, die ik tot nu toe nergens echt duidelijk neergeschreven vond: hoe reinig je? Welke producten gebruik je waarvoor en in welke volgorde? Wat behoort tot een basisverzorging en wat is “extra”?

Er komen verschillende looks aan bod, die opbouwen van een minimale naturelle look naar uitgebreidere versies met bijvoorbeeld meerdere kleuren oogschaduw of een smokey eye. Aan de looks zelf ben ik nog niet eens toegekomen, maar alleen al de hele uitleg over hoe te reinigen heeft mijn badkamerkastje al wat verandert. Daarbij ben ik weliswaar niet voor de in het boek aangeraden producten gegaan, want ook al ben ik blij dat er op zijn minst al voor gezondere – want minerale – make-up gekozen werd, zelf ga ik toch liever nog een stap verder (biologisch, gegarandeerd niet op dieren getest…). Voor een leek als mij was dit boek dus echt wel heel handig; voor wie dat stadium al voorbij is, zijn waarschijnlijk vooral de verschillende looks interessant. Het enige echte minpunt vond ik het bij momenten nogal “zie mij eens hip wezen”-taaltje.

Brian Tracy, Eat That Frog

Eat That Frog (Brian Tracy)

Aangezien dit boek omschreven wordt als een “klassieker over productiviteit” was ik best wel benieuwd. Toen ik een weekje in België was, leende ik het dan ook uit in de bib, hopende op handige tips om productiever te worden. Op het basisidee – beginnen met de belangrijkste, meest impactvolle taken – valt op zich weinig aan te merken en de 21 stappen die Tracy geeft om je te helpen focussen op die taken zijn best wel goed uitgewerkt. Toch kwam ik niet echt veel vernieuwende informatie tegen, maar dat kan ook liggen aan het feit dat dit niet het eerste boek over productiviteit is dat ik lees.

Wat echter heel jammer is, is dat Tracy naast de interessante en praktische tips ook een heleboel onzin uitkraamt. Mensen aanraden om vroeger te starten en langer te blijven, te zeggen dat elke minuut kletsen met je collega’s een minuut minder tijd betekent voor de klussen die je af moet krijgen als je het goed wilt doen in je werk, als “stappen naar meesterschap” kiest voor minstens een uur per dag vakliteratuur lezen, elke training en ieder seminar over essentiële skills die je nodig hebt volgen en in de auto naar educatieve cd’s luisteren…, bij mij doet dit vooral veel alarmbellen afgaan. Misschien neem ik die dingen te persoonlijk op, maar als iemand die een burn-out gehad heeft, die uitgemond is in een depressie, kan ik dit enkel maar ronduit domme – en zelfs gevaarlijke – uitspraken vinden. Tegen dat ik onderstaande zin tegenkwam, had ik veel goesting om het boek de vuilbak in te zwieren (want ja, zwijgen over je problemen, dát gaat dingen oplossen…).

Zeur niet over je problemen. Houd ze voor je.

Een goed boek dus voor immer gezonde, energieke en burn-outresistente mensen, ofte dus een onrealistisch ideaal dat er net voor zorgt dat mensen onderuit gaan. Ik heb al intelligentere boeken gelezen eerlijk gezegd…

Kurt Vonnegut, Slaughterhouse-Five

Slaughterhouse-Five (Kurt Vonnegut)

Ik kan er moeilijk de vinger op leggen waarom science fiction mij zo weinig aantrekt, maar dankzij de twee boekenclubs waar ik in zit (de Verbeelding book club online, de Zürich book club offline) lees ik er desondanks toch af en toe eentje. In dit geval een klassieker in het genre, die tot de soort bleek te horen die ik wél graag lees: diegene waarbij tijdreizen, aliens e.d. gebruikt worden om hedendaagse thema’s aan te kaarten, in dit geval oorlog, posttraumatische stress en wat dat met een mens doet. Een van de krachtigste passages vond ik deze, waarin het hoofdpersonage een scène in omgekeerde volgorde beleeft:

When the bombers got back to their base, the steel cylinders were taken from the racks and shipped back to the United States of America, where factories where operating night and day, dismantling the cylinders, seperating the dangerous contents into minerals. Touchingly, it was mainly women who did this work. The minerals were then shipped to specialists in remote areas. It was their business to put them into the ground, to hide them cleverly, so they would never hurt anybody ever again.

Het hoofdpersonage, dat het zware bombardement op Dresden meemaakte en later ontvoerd wordt door aliens, is op zoek naar betekenis en zingeving: waarom bestaat hij – en bij uitbreiding de mensheid – eigenlijk? Een universeel thema dus, dat Vonnegut op een mooie manier verwerkt.

He had never had an old gang, old sweethearts and pals, but he missed one anyway

Alleen jammer dat zijn zinnen bij momenten net iets te monotoon aanvoelden en dat hij zijn “stopzinnetje” maar bleef herhalen. Ik snap waarom, daar niet van, maar na de driehonderdste keer – of zo voelde het toch – had ik het wel gehad 🙂

Johanna Spyri, Heidi

Heidi (Lori Nelson Spielman)

Tja, vier jaar in Zwitserland wonen en toch dé grote kinderverhalentrots nog niet gelezen hebben, dat kon toch eigenlijk niet? 😉
Ondanks dat het overduidelijk een kinderboek is, las het niet altijd even vlot, vooral omdat er toch al wat ouderwetser Duits in gebruikt wordt. De twee delen – in mijn versie gebundeld in één e-book – verschenen natuurlijk ook al in 1880 en 1881.

Het verhaal gaat over Heidi (surprise!), haar grootvader Alm-Öhi (van het Zwitserse Alm – bergweide – en Oheim – nonkel), vriend Peter (ofte Geisenpeter – Geitenpeter -, omdat hij de geiten van het dorp hoedt) en vriendin Klara. Het was heel fijn om dit verhaal eindelijk te leren kennen en ik herkende mijzelf bij momenten wel in het enthousiasme van Heidi. Met weliswaar dat verschil dat bij mij de realiteit wél om de hoek komt loeren 🙂

Heidi wurde niemals unglücklich, denn es sah immer irgendetwas Erfreuliches vor sich.

De liefde voor de bergen is doorheen heel het boek overduidelijk aanwezig, al sloeg de auteur soms iets teveel door naar het zeemzoete; soms zelf in die mate dat het vooral grappig werd. Onderstaand fragment is daar een voorbeeld van, maar wat mij het meeste luidop deed lachen waren de “dansende en zoemende kleine, vrolijke muggen”. Hoeveel mensen beschouwen muggen als vrolijke beesten? Wat mij betreft zijn het vooral – excuseer mij mijn taalgebruik – klotebeesten. En neen, dat heeft helemaal niets te maken met het feit dat ik dit schrijf na een vakantie waarin ik ondermeer op één dag dertig muggenbeten verzamelde 😉

So sassen die Kinder nebeneinander unter den alten Tannen, und je eifriger sie im Erzählen wurden, desto lauter pfiffen die Vögel oben in den Zweigen, denn das Geplauder da unten freute sie, und sie wollten auch mithalten.

Dat de boeken al zo oud zijn, valt ook wel op in het verhaal: kinderen gaan enkel tijdens de winter naar school, omdat ze in de zomer moeten meehelpen, de mannen zwaaien de plak en wanneer Heidi “geadopteerd” wordt, zegt haar adoptievader dat hij nu ook “recht heeft” op Heidi. Mijn relativerende zelf rolde enkel eens keihard met haar ogen, maar mijn feministische zelf kreeg er toch het opstandige gevoel van dat Zwitserland op dat gebied nog altijd een pak te leren heeft.

Bron afbeeldingen: Goodreads

Verbeelding book challenge 2018 – Derde kwartaal

Het jaar is ondertussen alweer voor driekwart voorbij; tijd dus om eens te kijken hoe het staat met de Verbeelding book challenge en te zien hoe haalbaar de laatste puntjes zijn:

Verbeelding book challenge (Verbeelding)
Bron: verbeelding.org

1. Een boek met een dier in de titel
Melinda Nadj Abonji, Tauben fliegen auf
Tauben zijn duiven, check dus 🙂

4. Een boek van een auteur die helaas het afgelopen decennium gestorven is
Renate Dorrestein, Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor
De auteur stierf in mei van dit jaar op de te vroege leeftijd van 64 jaar.

16. Een boek geschreven door een zoon/dochter van een andere auteur
Zita Theunynck, Het wordt spectaculair. Beloofd
Vader Peter Theunynck stond samen met zijn dochter op de boekenbeurs, beiden met hun romandebuut.

19. Een boek waarin tijdreizen voorkomt
John Tiffany, Harry Potter and the cursed child
Dat in Harry Potter al eens een Time-Turner gebruikt wordt, kwam zeer goed van pas voor dit puntje.

20. Een boek dat zich in de ruimte afspeelt
Kurt Vonnegut, Slaughterhouse-Five
Het boek speelt zich weliswaar niet volledig in de ruimte af, maar met een ontvoering door aliens was ze toch voldoende aanwezig.

22. Een boek waarin de zee een belangrijke rol speelt
Alessandro Baricco, Oceaan van een zee
Tja, dat een boek met oceaan en zee in de titel zou passen bij dit puntje, dat was wel te verwachten 🙂 . Het verhaal speelde zich ook effectief grotendeels af in een herberg bij de zee.

23. Een boek over een alleenstaande ouder
Johanna Spyri, Heidi
Afhankelijk hoe strikt je de noemer “alleenstaande ouder” opvat, telt dit boek al dan niet mee. Zelf vond ik eerst een tante en daarna de grootvader die Heidi alleen opvoeden, voldoende om te spreken van alleenstaande ouders. En wie dat toch niet voldoende vindt: Peter, een van de vrienden van Heidi, wordt opgevoed door zijn moeder en grootmoeder; van een vader is geen sprake.

27. Een boek waarin een gevangenis voorkomt
Jos de Valk, Over de grens
Een van de hoofdpersonages belandt voor een misdrijf in de gevangenis.

Ondertussen zit ik aan 27 puntjes (het volledige overzicht vinden jullie hier, want in deze post ben ik enkel ingegaan op de nieuwe boeken van het afgelopen kwartaal). Met nog slechts de drie onderstaande puntjes te gaan – waarvan ik voor eentje al de afgelopen week een boek las -, zou de challenge moeten lukken.

8. Een boek dat begint met “Er was eens”
10. Een boek van een auteur met dezelfde initialen als jou
24. Een boek dat zich afspeelt in China