De boeken van maart 2018

Met vier boeken en één graphic novel was maart een maand waarin ik opnieuw regelmatig onderdook in de wondere wereld der letteren. Al was dat niet altijd even succesvol…

Jeroen Olyslaegers, Wil

Wil (Jeroen Olyslaegers)

Dit boek stond al langer op mijn leeslijstje, maar omdat ik niet voldoende overtuigd was om het te kopen, duurde het een tijdje voor ik er ook effectief aan begon. In “mijn” Belgische bib was het boek immers ofwel uitgeleend, ofwel was ik niet lang genoeg in België om het te kunnen uitlezen. Enter de Zentralbibliothek in Zürich die het onverwacht in huis haalde!

Inhoudelijk was ik wel fan van dit door een Antwerpse politieman vertelde verhaal over WO II. Olyslaegers geeft een goede schets van het leven tijdens de oorlogsjaren, waarbij het heel intrigerend was om te lezen over de medewerking van politie en stadsbestuur aan de jacht op joden. Het boek las ook heel vlot, ondanks dat het vaak heen en weer springt tussen tijdsperiodes. Ik kan mij inbeelden dat de manier waarop het hoofdpersonage het verhaal bij momenten afratelt, sommige lezers kan storen, maar ik vond dit bijdragen aan het gevoel dat je “luistert” naar iemands verhaal.

Toch was ik niet echt overtuigd van dit boek. Zo kan ik bij andere auteurs best wel genieten van het gebruik van ge/gij, maar hier waren er net iets teveel zinnen waar het gebruik ervan het gevoel gaf dat het gesproken volkstaal moest zijn, maar andere woorden in diezelfde zinnen dan weer veel te chic waren daarvoor. Bovendien vond ik Antwerpen te sterk aanwezig als achtergrond van het verhaal – ik hou wel van verwijzingen naar straten of gebouwen, maar hier was het soms zodanig overdreven dat ik het gevoel had er beter een kaart bij te nemen – en bleef ik achter met het gevoel dat Olyslaegers teveel thema’s wilde verwerken in zijn verhaal. Dat leidde ertoe dat meerdere verhaallijnen (met als toppunt de kleindochter) niet voldoende overtuigden. Geen slecht boek dus, maar nu ook weer niet de topper die ik verwacht had van een winnaar van de Gouden Uil (en ja, ik weet dat die prijs tegenwoordig anders heet, maar die naam is lelijk en commercieel, nah 😉 ).

Karel Glastra van Loon, Lisa’s adem

Lisa's adem (Karel Glastra van Loon)

Jullie lazen het al in mijn eerste update van de Verbeelding book challenge: dit boek lag al 12 of 13 jaar in mijn kast. Nu ik het gelezen heb, blijkt dat lang genoeg te zijn geweest en heb ik het boek verwezen naar de “mag weg”-stapel. Glastra van Loon beschrijft in dit verhaal het leven van Sophie, Sebastiaan en Talm – respectievelijk moeder, stiefvader en vriendje van Lisa – voor en na haar verdwijning.

Op zich zou dit een goed boek kunnen opleveren, maar jammer genoeg springt de auteur iets teveel heen en weer tussen de drie personages (in die mate dat het soms gaat om amper één zinnetje per persoon) en is niet alles even geloofwaardig. Zo kan ik mij wel inbeelden dat een zeventienjarige jongen getraumatiseerd is wanneer zijn vriendin verdwijnt, maar dat hij zeven jaar later plots intensief naar haar op zoek gaat – zo intensief dat hij als zwerver gaat leven -, dat lijkt mij toch wel heel onrealistisch.

Zo verstreek de tijd terwijl zijn leven stilstond.

Bovendien komt de taal soms wat gekunsteld over, omdat Glastra van Loon te literair en te uitgebreid over gebeurtenissen schrijft. Een beetje schaven had dit boek zoveel beter kunnen maken!

Chimamanda Ngozi Adichie, We should all be feminists

We should all be feminists (Chimamanda Ngozi Adichie)

Op 8 maart was ik al toe aan mijn derde boek van de maand en aangezien die dag Vrouwendag is, kon ik uiteraard niet anders dan dit boekje – een essay gebaseerd op de TEDx Talk die Ngozi Adichie in 2013 gaf – uit de kast te halen.

We spend too much time teaching girls to worry about what boys think of them. But the reverse is not the case. We don’t teach boys to care about being likable. We spend too much time telling girls that they cannot be angry or aggressive or tough, which is bad enough, but then we turn around and either praise or excuse men for the same reasons. There are so many magazine articles written telling women how to please men, but so few guides for men about pleasing women.

Het was mijn eerste kennismaking met de Nigeriaanse schrijfster en, hoewel dit natuurlijk een ander type lectuur is dan haar fictieboeken, overtuigend genoeg om zeker nog meer van haar te lezen. Ze slaagt er immers in om bondig en met humor toch heel krachtig te schrijven over de problemen – zowel de flagrante als de onopvallendere – die vrouwen ook vandaag nog ondervinden, over hoe jongens en meisjes al van kleinsaf geconfronteerd worden met bepaalde verwachtingen en hoe dat niet enkel schadelijk is voor die meisjes, maar ook voor de jongens. De we in de titel slaat dan ook niet enkel op vrouwen, maar evenzeer op mannen.

A world of happier men and happier women who are truer to themselves. And this is how to start: We must raise our daughters differently. We must also raise our sons differently.

Hoewel ik inhoudelijk net iets meer had verwacht, ben ik toch fan van dit boekje. Omdat het in al zijn simpelheid een goede inleiding is voor iedereen die geïnteresseerd is in feminisme en gender en de problemen er rond.

Some people ask: “Why the word feminist? Why not just say you are a believer in human rights, or something like that?” Because that would be dishonest. Feminism is, of course, part of human rights in general—but to choose to use the vague expression human rights is to deny the specific and particular problem of gender. It would be a way of pretending that it was not women who have, for centuries, been excluded. It would be a way of denying that the problem of gender targets women.

Carolin Walch, Roxanne & George

Roxanne & George (Carolin Walch)

Vorig jaar deed een van de bibliotheken in Zürich een uitverkoop en daarbij nam ik deze graphic novel mee. Achteraf bekeken had ik het beter iets grondiger doorgenomen, want behalve de tekeningen bleek het niet veel soeps.

Vermoedelijk – of liever: hopelijk – bedoelt Walch dit verhaal over rijke tieners Roxanne en George, die als dochter en zoon van twee bekende rockers hun 15 minutes of fame beleven in een realityserie, als een parodie op de Kardashians, Osbournes, Hiltons en andere from zero to hero‘s van deze wereld. Alleen is ze daarbij wel vergeten dat een parodie enige vorm van kritiek moet bevatten…

Bij de andere optie – dat het niet als kritiek bedoeld is -, kan ik het enkel maar jammer vinden dat ik in graphic novel-vorm gelezen heb waar ik op tv niet naar kijk.

Bernard Beckett, Genesis

Genesis (Bernard Beckett)

Ondanks dat ik in de leesgroep waar ik regelmatig naartoe ga, overstelpt word met sci fi-tips, lees ik het genre maar zelden. Deze Genesis werd echter het maandboek van de Zürich boekenclub (niet toevallig nadat ik iemand van de leesgroep de boekenclub aanraadde 🙂 ) en dus besloot ik het toch een kans te geven.

I am not a machine. For what can a machine know of the smell of wet grass in the morning, or the sound of a crying baby? I am the feeling of the warm sun against my skin; I am the sensation of a cool wave breaking over me. I am the places I have never seen, yet imagine when my eyes are closed. I am the taste of another’s breath, the color of her hair.
You mock me for the shortness of my life span, but it is this very fear of dying which breathes life into me. I am the thinker who thinks of thought. I am curiosity, I am reason, I am love, and I am hatred. I am indifference. I am the son of a father, who in turn was a father’s son. I am the reason my mother laughed and the reason my mother cried. I am wonder and I am wondrous. 

Hoewel ik de deadline van de boekenclub weeral niet haalde (note to self: sneller beginnen lezen aan de maandboeken, zelfs wanneer ze zo dun zijn als dit exemplaar!), ben ik heel blij dat ik het boek las. Dit is sciencefiction zoals ik het graag lees: een combinatie van de vaak interessante en heel actuele mogelijkheden van artificiële intelligentie met filosofische vragen over wat mensen mensen maakt, over de waarde van het leven…

Which came first, the mind or the idea of the mind? Have you never wondered? They arrived together. The mind is an idea.

Bovendien is het verhaal op een originele manier uitgewerkt, want het boek is opgebouwd als een verslag van een examen dat hoofdpersonage Anax aflegt om toe te treden tot The Academy. Voeg daar nog een verrassing van formaat, die je nog wat extra doet nadenken over wat je al gelezen hebt, aan toe en ik zat mij heel erg af te vragen waarom ik eigenlijk niet vaker sciencefiction lees.

Bron afbeeldingen: Goodreads

Verbeelding book challenge 2018 – Eerste kwartaal

De eerste drie maanden van het jaar zijn voorbij en dus is het tijd voor een eerste update van de Verbeelding book challenge:

Verbeelding book challenge (Verbeelding)
Bron: verbeelding.org

3. Een boek met een typografische cover
Jeroen Olyslaegers, Wil
Tja, hier hoort niet meer uitleg bij dan de cover te tonen, veronderstel ik? 🙂

Wil (Jeroen Olyslaegers)

5. Een boek dat al minstens één jaar ongelezen in je boekenkast staat
Karel Glastra van Loon, Lisa’s adem
Minstens één jaar betekende in het geval van dit boek 12 of 13 jaar… Het behoorde immers tot een reeks Boekentoppers die ik in het vijfde of zesde middelbaar via de school kocht. Geen idee waarom ik het boek toen niet meteen las, maar eerst universiteit en daarna het volwassen leven zorgden ervoor dat dit boek tot nu in mijn kast bleef staan (en ja, ik vind dat een beetje schaamtelijk eigenlijk).

7. Een boek met minder dan 100 reviews op Goodreads
Eberhard J. Wormer, Natuurlijke anti-depressiva. Zachte methoden om uit het dal te komen
Het eerste boek dat ik dit jaar las, was nog niet op Goodreads te vinden. Ik voegde het toe en schreef dus ook de eerste review.

11. Een boek dat origineel geschreven is in een taal die je zelf niet vaardig bent
Yuval Noah Harari, Homo deus. A brief history of tomorrow
Harari is een Israëliet en schreef zijn boek bijgevolg in het Hebreeuws. Geen taal die ik spreek of lees (noch enige ambitie toe heb) en dus perfect geschikt voor dit puntje.

12. Een boek van een auteur die minstens al tien boeken heeft geschreven
Mario Vargas Llosa, Het ongrijpbare meisje
Aangezien zowel de Engels- als Spaanstalige Wikipediapagina van de auteur ruim meer dan 10 boeken aangeven, heeft Vargas Llosa zijn plek op dit puntje meer dan verdiend.

14. Een boek met een X in de titel
Carolin Walch, Roxanne & George
Ik las de afgelopen jaren telkens één à twee boeken met een X in de titel en besloot dus niet specifiek naar een boek op zoek te gaan, maar gewoon af te wachten of er ook dit jaar weer toevallig eentje zou tussen zitten. Dankzij deze graphic novel en de naam Roxanne was dat zelfs nog sneller het geval dan verwacht.

18. Een boek dat zich afspeelt op een eiland, al dan niet bewoond
Bernard Beckett, Genesis
Het is weliswaar een fictief eiland (zij het dan vagelijk gebaseerd op Nieuw-Zeeland), maar een eiland is een eiland. En fictief of niet, het is bewoond!

21. Een boek waarin kinderen de hoofdrol spelen (maar: geen jeugdboek)
Valeria Luiselli, Tell me how it ends. An essay in forty questions
Ik zou willen dat dit boek niet bij dit puntje hoorde, omdat dat ook zou betekenen dat het niet nodig zou zijn om te schrijven over kinderen die vluchten op weg naar een ander leven. Jammer genoeg is dat wel het geval en dus las ik dit confronterende boek over kinderen uit Zuid- en Centraal-Amerika die proberen binnen te raken in de Verenigde Staten.

26. Een boek met bloemen op de cover
Julian Barnes, The Sense of an Ending
Ik geef toe dat het subtiele bloemen zijn, maar er staat nergens in de regels dat het een uitbundige bloemenpracht moest zijn 🙂 . En ook al was ik niet zo’n fan van het boek zelf, de wegvliegende vruchtpluisjes van een paardenbloem op de cover vind ik wel heel mooi!

The Sense of an Ending (Julian Barnes)

28. Een boek met een portret op de cover
Adriaan van Dis, Ik kom terug
Ik besef nu pas hoeveel puntjes met covers er dit jaar in de lijst staan 🙂 . Ook een portret kwam al voorbij, in een gestileerde versie op de cover van Ik kom terug.

Ik kom terug (Adriaan van Dis)

Na een kwart van het jaar heb ik 10 puntjes, ofte een derde van de challenge, afgewerkt. Een mooi resultaat dus, al zal ik in de komende kwartalen zeker niet telkens het merendeel van mijn gelezen boeken (in dit geval 10 van de 11) kunnen laten meetellen. Ik zie dus wel nog waar ik uitkom, maar voorlopig gaat het goed op de manier die ik het liefste heb: door gewoon te lezen waar ik goesting in heb en niet specifiek met puntjes rekening te houden.

De boeken van februari 2018

Met vier boeken was februari een dubbel zo succesvolle leesmaand als januari. Toch in aantal uitgelezen boeken, want in het derde boek dat ik deze maand uitlas, las ik een groot deel van de pagina’s in januari 🙂 .

Mario Vargas Llosa, Het ongrijpbare meisje

Het ongrijpbare meisje (Mario Vargas Llosa)

In dit boek vertelt Mario Vargas Llosa het verhaal van Ricardo, die op zijn vijftiende verliefd wordt op “het stoute meisje”. Wanneer ze op een gegeven moment verdwijnt, denkt hij haar voorgoed kwijt te zijn. Tot hij haar een aantal jaar toevallig opnieuw ontmoet. En opnieuw en opnieuw en opnieuw.

Dit was mijn eerste kennismaking met Vargas Llosa en het was niet meteen een heel overtuigende. Niet zodanig slecht dat ik nooit nog iets van hem wil lezen, maar ook niet goed genoeg om enkel op basis van dit boek te begrijpen waarom de mens ooit de Nobelprijs voor Literatuur won.

Bepaalde delen van het verhaal vond ik echt de moeite. Zo had de geschiedkundige achtergrond gerust nog wat uitgebreider gemogen en waren de verwijzingen naar de plaatsen waar Ricardo woont en naartoe reist heel fijn, vooral dan wanneer ik ze zelf herkende 🙂 (o.a. een belle époque-café waar ik in Wenen ontbeten heb). Ook sommige overpeinzingen van het hoofdpersonage – vooral dan die over zijn leven als expat – waren herkenbaar.

We hadden al eens tegen elkaar gezegd dat we nooit meer in ons eigen land zouden kunnen leven, omdat we ons daar, ik in Peru en hij in Turkije, beslist meer buitenlander zouden voelen dan in Frankrijk, ondanks het feit dat we ook hier vreemdelingen waren. Want we beseften maar al te goed dat we nooit volledig zouden integreren in het land dat we als onze woonplaats hadden gekozen en dat ons zelfs een paspoort had verstrekt.

Maar het liefdesverhaal zelf kon mij niet overtuigen. Als beschrijving van het eeuwige verlangen naar een onmogelijke liefde is het niet slecht gedaan, maar toch niet overtuigend genoeg. Dé reden waarom hij zo verliefd op haar is, haar maar niet kan loslaten, dat bleef voor mij onduidelijk. Dat het boek bovendien als erotisch omschreven wordt… tja, ’t zal misschien aan mij liggen dat een vrouw bevredigen terwijl ze zelf doodstil in bed ligt en niets doet, niet mijn idee van erotiek is…

Julian Barnes, The Sense of an Ending

The Sense of an Ending (Julian Barnes)

Na een maandboek van de (online) Verbeelding boekenclub, las ik een maandboek van de (offline) Zürich book club. Ik kreeg het weliswaar niet op tijd uit, waardoor ik de bijeenkomst dan maar oversloeg.

But I’ve been turning over in my mind the question of nostalgia, and whether I suffer from it. I certainly don’t get soggy at the memory of some childhood knick-knack; nor do I want to deceive myself sentimentally about something that wasn’t even true at the time – love of the old school, and so on. But if nostalgia means the powerful recollection of strong emotions – and a regret that such feelings are no longer present in our lives – then I plead guilty.

Jammer, want ik had wel willen weten hoe andere mensen dit boek ervaren hebben. Zelf houd ik er namelijk een dubbel gevoel aan over: het basisidee van het verhaal, namelijk de betrouwbaarheid van herinneringen, vind ik absoluut de moeite én meer pagina’s waard dan dit toch wel vrij dunne boekje bevatte.
Wat herinneren we ons, wat vergeten we? Herinneren we ons zaken op de juiste manier of anders dan ze eigenlijk waren? Het zijn vragen waar ik zelf al meer dan eens over heb zitten denken en dus was het ook interessant er over te lezen.

How often do we tell our own life story? How often do we adjust, embellish, make sly cuts? And the longer life goes on, the fewer are those around to challenge our account, to remind us that our life is not our life, merely the story we have told about our life. Told to others, but – mainly – to ourselves.

Tegelijk vind ik het verhaal dat Barnes gebruikt om dit idee aan op te hangen veel te flauw en niet overtuigend genoeg. Een van de basispremisses van het boek was voor mij echt niet sterk genoeg om de rest van het verhaal overtuigend te maken. Al helemaal voor een boek waar Barnes de Man Booker Prize mee gewonnen heeft…

Yuval Noah Harari, Homo deus. A brief history of tomorrow

Homo deus. A brief history of tomorrow (Yuval Noah Harari)i

Dit boek hield mij een dikke maand bezig, wat deels te wijten is aan de dikte ervan (kloefer: check!) en deels aan de andere boeken die ik voorrang gaf (Het ongrijpbare meisje, omdat mijn ouders dat van de Belgische bib meebrachten naar de Vogezen en ik het daar onmiddellijk uitlas; The sense of an ending, omdat ik dat nog voor de bijeenkomst hoopte uit te lezen 🙂 ). Het lag dus zeker niet aan het boek zelf, want ook al is het onderwerp – kort samengevat: de toekomst van de mens – niet het makkelijkste, het is zeer toegankelijk geschreven.

Ook al gaat het boek over de toekomst van “onze soort”, er komt ook een heel deel verleden en heden aan bod. Zelf vond ik dat eigenlijk de meest interessante stukken (wat mij benieuwd maakt naar de “voorganger” van dit boek, Sapiens), maar het was desondanks leerrijk om opties te lezen over de toekomst van artificial intelligence en de rol die de mens nog kan spelen daarin. Vooral Hararis ideeën over religie en – nog meer – zijn argumenten om dieren beter te behandelen (wij hebben onszelf naar de bovenste trede van de ladder gemanoeuvreerd ten koste van, maar wat gaat er met ons gebeuren eens we zelf van die bovenste trede verdreven worden?) zijn er boenk op. Ook de stukken over de rol van informatie en hoe makkelijk we die vrijgeven zijn de moeite van het lezen waard.

In the past, censorship worked by blocking the flow of information. In the twenty-first century censorship works by flooding people with irrelevant information. We just don’t know what to pay attention to, and often spend our time investigating and debating side issues. In ancient times having power meant having access to data. Today having power means knowing what to ignore.

Een deel van zijn betoog werd mij iets te sci-fi, al is dat misschien deels omdat mijn kennis over AI vrij beperkt is (ik ga eens wat meer moeten luisteren wanneer vrienden daarover discussiëren 😉 ).

Adriaan van Dis, Ik kom terug

Ik kom terug (Adriaan van Dis)

Februari was duidelijk een maand van nieuwe auteurs, want ook van Adriaan van Dis was dit het eerste boek dat ik las. Hij beschrijft in Ik kom terug de laatste maanden van zijn moeder, wanneer ze overeenkomen dat zij hem haar levensverhaal zal vertellen en hij haar helpt op een zachte manier te sterven.

Ik zal haar verlossen. Verlossen van verhalen, en als ik flink ben zal ik haar verlossen van het leven en haar hand vasthouden.

Tegelijk is het ook het verhaal van een toenadering tussen twee mensen, waarvan het logisch zou zijn dat ze verbonden zijn, maar die die verbondenheid nooit echt gevoeld hebben.

Hoe kan je nou loslaten terwijl het al zo moeilijk is om vast te houden? En hoe leer je “niets” te worden als je jezelf nooit wat vond?

Van Dis is namelijk de zoon van een rijke Nederlandse boerendochter, die het voor haar uitgestippelde pad verlaat om te eindigen met twee Indische mannen – wiens drie dochters respectievelijk “bastaardzoon” ze baart -, een hoop onverwerkt koloniaal en oorlogsleed en een minnaar. Het is een hard boek, boordevol scènes die even pijnlijk zijn als de woorden waarmee ze beschreven worden mooi zijn.

Er zit vaak niks anders op dan je gelukkig te liegen.

Ondanks dat alles leest het boek toch heel vlot. Omdat het ook humor bevat, omdat de zinnen mooi, maar niet moeilijk geschreven zijn.

Je karakter slijt niet als je ouder wordt, het kookt in, de kern komt boven. We worden allemaal een bouillonblokje van onze eigen soep.

Een boek over een kind van 60 dat nog steeds vruchteloos op zoek is naar erkenning van een moeder, die dat maar deels was. Vol liefde en haat, vol zachtheid en afkeer, zoals ook haar moeder-zijn was.

Mildheid is een leugen. Het is een manier om je woede te verbergen. Diep vanbinnen zijn we woedend om wat ons is afgenomen, onze dromen, een landschap, je minnaar, je dochters. De boosheid om dat verlies neemt alleen maar toe.

Bron afbeeldingen: Goodreads

De boeken van januari 2018

Dit jaar wil ik jullie opnieuw maandelijks een update geven van wat ik gelezen heb en dus is het tijd om het te hebben over januari! Een uitzonderlijke leesmaand, niet zozeer omdat ik “maar” twee boeken las, wel omdat het twee non-fictie boeken waren, terwijl fictie normaal de hoofdmoot van mijn leesvoer uitmaakt.

Eberhard J. Wormer, Natuurlijke antidepressiva

Natuurlijke Antidepressiva (Eberhard J. Wormer)

Dit boek zag ik in de kerstvakantie op het aanwinstenrek van de bibliotheek in mijn ouderlijk dorp. Aangezien ik mijn medicatie op dit moment aan het afbouwen ben – niets tegen chemische antidepressiva dus… -, leek het mij wel interessant om een aantal alternatieve methoden te bekijken, die ik eventueel – al dan niet preventief – kan inzetten wanneer ik in de toekomst opnieuw met depressie te kampen zou krijgen.

Op zich is het wel een interessant boekje, al vond ik de visie op natuurlijke versus chemische antidepressiva soms iets te eenzijdig. Want neen, je moet uiteraard niet zomaar medicijnen gaan voorschrijven, maar laten we ook niet doen alsof ze compleet onnodig zijn… Tegelijk had ik ook het gevoel dat de auteur twee soorten publiek voor ogen had: in sommige hoofdstukken legt hij de zaken heel simpel uit, bijna op het onnozele af; in andere vliegen de medische termen je dan weer om de oren. Niet dat het dan onbegrijpelijk wordt, maar het contrast is soms iets te groot om vlot te lezen. Ik haalde er uiteindelijk wel een paar tips uit over vitamines die stemmingsverbeterend en preventief kunnen werken, maar ik bleef toch wat op mijn honger zitten.

Valeria Luiselli, Tell me how it ends

Tell me how it ends (Valeria Luiselli)

Een heel ander gevoel hield ik over aan dit boek, waarin de Mexicaanse Valeria Luiselli vertelt over haar ervaringen als tolk voor het federaal immigratieagentschap in de Verenigde Staten. Ze werkt hoofdzakelijk met vluchtelingenkinderen en doorloopt met hen o.a. een 40 vragen tellende lijst die kan helpen bij het vinden en toekennen van een advocaat voor hun legalisatieprocedure. Het zijn die veertig vragen die als een rode draad doorheen dit kort – maar zeer krachtig – essay lopen: zo beschrijft ze bij de vraag “is er tijdens je reis naar de V.S. iets gebeurd dat je angst heeft aangejaagd of pijn heeft gedaan” hoe 80% van de vrouwen en meisjes op hun vlucht doorheen Mexico verkracht worden. Het zijn cijfers waar een mens meer dan even stil van wordt… Ook confronterend is de situatie waar vele kinderen in de V.S. in terechtkomen: dan denken ze ontsnapt te zijn aan o.a. de bendes die hen in hun thuisland lastigvielen, blijken op hun Amerikaanse school óók afdelingen ervan te bestaan…

Luiselli toont de menselijke kant van de vluchtelingencrisis, de gezichten achter de jongste slachtoffers ervan en geeft tegelijk inzicht in de hele procedure in de V.S., die bij momenten getuigt van een absurditeit waar je – zou het niet zo triestig zijn – eens serieus van met je ogen zou gaan draaien. Een boek dat vooral zou moeten gelezen worden door al diegenen die roepen om muren en andere methodes “om ze niet binnen te laten”, maar jammer genoeg waarschijnlijk vooral zal gelezen worden door zij die al begrip tonen.

Bron afbeeldingen: Goodreads