Kleerkast organiseren: deel 3

Tijd voor het derde (en laatste, no worries het blijft hier niet duren 😉 ) deel van de reeks over het opruimen en minimaliseren van mijn kleerkast. Deel 1 ging over het waarom en de voorbereidende aanpak, deel 2 bevatte een stappenplan voor het opruimen en nummertje drie is er eentje voor de toekomst: winkelen met beperkingen zodat je kleerkast georganiseerd blijft!

Kooplijstje

De gemakkelijkste beperking die je jezelf volgens mij kan opleggen is een kooplijstje maken. Net zoals je in de supermarkt ook minder brol in je kar gooit als je een lijstje hebt opgesteld, kan je ook wanneer je kleding koopt zorgen voor focus.

Mijn lijstje bestaat uit drie onderdelen:

Nodig
Enkel voor die zaken die je echt nodig hebt, omdat je er niet eens één item van hebt (en het kan gebruiken) of iets dringend aan vervanging toe is. Deze kleding is dan ook de absolute focus van je winkeltocht!

Mag, maar moet niet
Hierop zet ik stuks die een goede aanvulling zouden kunnen zijn op mijn garderobe of kleding die niet echt dringend aan vervanging toe is (vb. mijn zomerjas heeft haar beste tijd gehad, maar ik kan er wel nog even mee doen). Na het bepalen van mijn stijl en het bekijken van wat ik al heb, heb ik zo een aantal items vastgelegd.
Wanneer ik ga winkelen, mag ik mij hierdoor laten afleiden van de hoofdfocus, zij het niet teveel 😉

Niet kopen
Hierop zet ik die items waarvan ik er al genoeg in mijn kast heb hangen en die ik dus absoluut niet nodig heb.

Kooplijstje (Le petit requin)

Bij mij ziet dat er dan zo uit. En jawel, ik koop dus nog steeds kleren hoor. Eigenlijk heb ik dit jaar voor mijn doen zelfs al gigantisch veel gekocht met een jeansbroek, een wandelbroek en een bruine trui. Allemaal de fout van dat afvallen en het niet meer passen in mijn kleren (of toch bijna 😉 ).

Andere limieten

Eén in = één uit
Voor elk nieuw kledingstuk dat je koopt, gaat er een ander uit je kast. Op die manier houd je je totale hoeveelheid beperkt en behoud je overzicht over je kleerkast. Bovendien ga je – met een kast vol dingen die je graag draagt – niet al te snel geneigd zijn om daar iets uit te zwieren: dat nieuwe item moet immers al echt super zijn om in de plaats te komen van eentje dat je al hebt.
Als ik toch een item zou kopen van de “niet kopen”-lijst, maak ik deze regel bovendien strikter en moet er niet om het even welk, maar wel een gelijkaardig item uit (ik heb bijvoorbeeld meer dan genoeg zwarte kleedjes, maar als ik nu toch het-meest-fantastische-zwarte-kleedje-ooit tegenkom, mag ik het kopen als een van de andere zwarte kleedjes eruit gaat).

Maandelijks bedrag / koopstop
Als je overmatig veel koopt of gigantische bedragen uitgeeft, leg jezelf dan een maandelijks limietbedrag en/of een koopstop op van een aantal maanden.
Let wel op in winkels waar je voor belachelijk weinig geld kleding kan kopen. Zelfs wanneer het gaat om een tweedehandswinkel (jeej, recycleren), moet je niet plots 10 stuks kopen, enkel en alleen omdat het je toch maar 30 euro kost. Uitsluitend focussen op dat maandbedrag en voor de rest compleet losgehen is dus ook niet de bedoeling 🙂

Uitschrijven voor (kledinggerelateerde) nieuwsbrieven / reclamesticker
Vermijd dat je in de val loopt van een interessante korting of een 2+1 aanbieding, enkel en alleen omdat je er reclame van ontvangen hebt. Ongetwijfeld zal je soms wel eens een korting mislopen wanneer je wel iets nodig hebt, maar dat weegt echt niet op tegen de onnodige aankopen en – vooral – de hoop brol (mails en papier) die je kan vermijden.

Fairtrade en ecologische kleding kopen
Ik merk bij mijzelf dat dit een gigantische beperking is: plots kan ik niet meer in elke winkel kopen (en dus verleid worden). Ook impulsief kopen wordt heel erg beperkt, want ik moet eerst opzoeken of het wel “volgens de regels” is (lang leve het niet hebben van een smartphone, waardoor ik dat ook niet meteen ter plekke kan doen 😉 ).

Logo WFTO
Het WFTO-label is bijvoorbeeld een label dat wijst op fairtrade kleding (Bron: Wikipedia)

Bedenktijd
In een “echte” winkel is dit moeilijker, maar zeker online kan je je winkelmandje opslaan. Doe dat ook, geef jezelf een paar dagen en bekijk dan nog eens of er misschien niet toch een of twee impulsaankopen bijzitten.
Let ook op met de valtrap van de gratis verzendingskosten. Hoeveel mensen voegen niet nog snel een extra item toe aan hun winkelmandje omdat ze anders moeten betalen voor de verzending? Een item dat ze niet echt nodig hebben en bovendien meestal meer kost dan die paar euro verzendingskosten?

Kleuren
Een kleurenanalyse is hier de beste manier voor, want dan weet je meteen welke kleuren je het beste staan en welke je dus in de winkel kan negeren.
Anderzijds ben ik ook wel van het idee dat als je kleuren draagt die je zelf mooi vindt, dat je dat dan ook wel zult uitstralen. Stel dat roze mijn resultaat zou zijn bij een kleurenanalyse, dan zou ik er vooral niet beter uit gaan zien, omdat ik mijn eigen kleren lelijk zou vinden 😉
Ik probeer mij op dit moment dan ook gewoon te richten op die kleuren die ik al heb (en dus graag draag).

Stel jezelf vragen tijdens het winkelen

Ok, het is al een half wonder dat je na al de bovenstaande beperkingen überhaupt nog iets koopt 😉 Maar als dat dan toch gebeurt, kunnen onderstaande vragen je helpen:

Waarom koop ik dit?
Omdat je het nodig hebt? Staat het op je te kopen-lijstje? Of wil je die ene kortingsbon gewoon absoluut gebruiken? 😉

Zou ik dit kiezen i.p.v. mijn favoriete…?
Wanneer je bijvoorbeeld een trui wilt kopen, denk dan aan je favoriete trui thuis in je kast en stel jezelf de vraag of je die nieuwe trui even graag zou dragen als je favoriete (bij voorkeur zelfs liever dan). Indien niet, laat die trui in de winkel hangen, want je zal thuis toch eerder grijpen naar degene die je al had.

Kan ik dit combineren met andere items in mijn kast?
Belangrijk hierbij is uiteraard te weten wat je zo allemaal in je kast hebt hangen. Als je het niet kan combineren, maak dan de overweging of je dit stuk zo graag wilt hebben, dat je ook wilt investeren in bijhorende andere items.
Mijn leidraad hierbij is dat ik minstens twee outfits moet kunnen vormen.

Vult het mijn garderobe aan of vervangt het iets?
Die rode blazer van mijn “mag, maar moet niet”-lijstje, is een aanvulling omdat ik graag en vaak combinaties met een blazer draag en omdat rood goed combineerbaar is met andere kleuren in mijn kast.
Nog een zwart kleedje kan je geen aanvulling meer noemen, want ik heb zowel een gekleed, een casual als een “tussen de beide”-model.

Waar kan ik dit dragen?
Het is niet omdat je een kledingstuk graag ziet en dat het past bij je stijl, dat je het ook per se veel zal dragen.
Zo draag ik de geklede jurkjes voor trouw- en lentefeesttoestanden graag en is het praktisch om ze te hebben, want om de zoveel tijd is er wel weer eens zo’n feest. Daartussen echter draag ik die kleedjes quasi nooit, omdat ze te chic zijn als werk- of vrijetijdskledij. Het antwoord op bovenstaande vraag is dan ook te beperkt om veel stuks te verantwoorden.

Vraagt dit kledingstuk veel onderhoud?
Dit is misschien niet voor iedereen een drempel, maar ik strijk bijvoorbeeld quasi nooit iets. Een kledingstuk dat sowieso moet gestreken worden, zal ik dus al minder snel kopen, omdat het extra werk met zich meebrengt.
Idem met bijvoorbeeld handwas of droogkuis. Het hoeft geen probleem te zijn, maar wees je ervan bewust dat je het item misschien minder vaak of graag gaat dragen hierdoor.

Strijksymbolen
Boehoe voor strijkbeperkingen: als ik dan toch iets strijk, wil ik niet moeten nadenken of de temperatuur wel ok is… (Bron: Wikipedia)

Zit het comfortabel?
Als de pasvorm niet helemaal is wat hij moet zijn of de stof voelt niet aangenaam, koop het dan gewoon niet. Ik word bijvoorbeeld al na twee minuten onnozel van de jeuk als ik wol draag. Jammer, maar hier komen dus geen wollen kledingstukken binnen.

Samengevat

Koop / behoud enkel stuks die

  • je een goed gevoel geven
  • goed te combineren zijn met andere items uit je kast
  • passen bij je stijl
  • comfortabel zijn

Voordelen

  • Minder keuze, dus minder tijdverlies bij het kiezen van een outfit
  • Al je kleren kunnen op een overzichtelijke manier in je kleerkast
  • Je gebruikt alle kleren die je hebt
  • Je houdt budget over voor andere dingen

Kleerkast organiseren: deel 2

Gisteren lazen jullie al het eerste deel van mijn kleerkast-opruimwoede, met name over het waarom en de voorbereidende aanpak. In dit deel geef ik jullie mijn stappenplan voor het opruimen.

Alles uit de kast halen

En dat bedoel ik in dit geval letterlijk. Vroeger werkte ik namelijk steeds per stapeltje, wat op zich praktischer lijkt, omdat je tenminste geen ganse hoop kleren in één keer moet sorteren. Een belangrijk aandachtspunt gaat daarbij echter verloren: door alles er samen uit te halen, heb je immers overzicht over hoeveel stuks je eigenlijk hebt en kan je beter kijken wat met wat kan gecombineerd worden.
Bovendien verplicht je jezelf ook om in één namiddag door je kleerkast te gaan, omdat je anders meerdere dagen op die rommel moet zitten kijken 😉

Le petit requin
De inhoud van mijn kleerkast: naast kleren en accessoires ook rugzakken, een tekenmap en een werfhelm

Sorteren in stapels

1. Bijhouden
Kledingstukken die je graag en veel draagt en die passen bij je huidige stijl
Stel jezelf wel altijd de vraag: kan ik het combineren met andere items?

  • Indien wel: bijhouden. Ik gaf mijzelf de voorwaarde dat ik twee outfits moest kunnen maken, die ik bij wijze van spreken morgen zou willen dragen. Waren het “mèh”-outfits, dan telden ze niet mee.
  • Indien niet: is het de investering van bijpassende items waard? Schrijf die aan te schaffen items dan op je “te kopen”-lijst (later nog meer daarover) of ga door naar stap 2 😉

2. Wegdoen

  • Afgedragen, versleten of gescheurde kleding (die je niet meer kan/wil herstellen)
  • Kleding die je niet graag draagt omwille van kleur/motief/pasvorm/stof/maat
    En ja, hieronder valt ook die te smalle broek waar je zéker ooit opnieuw in zal passen, maar die ondertussen al vijf jaar werkloos in je kast hangt 😉
  • Kleding die je niet kan combineren en die het geld van bijkomende items niet waard is
  • Kleding waarvan je teveel stuks hebt
    In de regel is eentje of twee meestal genoeg: één paar zwarte pumps i.p.v. drie, één jeansbroek i.p.v. vijf… Dit is natuurlijk per persoon verschillend. Ik draag bijvoorbeeld heel graag en vaak jeans, dus één jeans zou echt wel weinig zijn voor mij; meer dan twee is echter ook niet nodig, want terwijl de ene in de was is, kan ik de andere dragen. Op een gegeven moment had ik zes jeansbroeken in mijn kast hangen; voornamelijk tweedehands gekregen, waardoor ik telkens dacht “handig, nog een gratis jeans”, maar uiteindelijk droeg ik maar de helft ervan echt vaak.
  • Kleding die je al meer dan een jaar niet gedragen hebt (later meer)
    Uitzonderingen zijn uiteraard toegestaan voor emotioneel geladen items, zoals bijvoorbeeld een trouwjurk; die kan je uiteraard wegdoen omdat je ze niet meer draagt, maar als je er spijt van zou krijgen, omdat ze nu eenmaal veel emotionele waarde heeft, hou ze dan vooral bij.
    Bijhouden om bij te houden is niet de bedoeling, maar wegdoen om weg te doen ook niet!

Op die eerste categorie (kapot/versleten) na, kan je al deze kleren weggeven i.p.v. weg te gooien. Indien je dat wilt, kan je de stapel verder onderverdelen in een “tweedehands te verkopen”- en een “kledingcontainer”-stapel.
Kleine tip: houd één broek en één t-shirt uit deze stapel bij als schilderskledij. Je wilt op zo’n moment niet tot het besef komen dat je enkel nog maar mooie en goede kleren hebt en dus daarop moet gaan smossen of speciaal naar de winkel moet om schilderskleren te kopen 😉

Le petit requin
De zak met de “wegdoen”-stapel

3. Twijfelgevallen
In het ideale geval is het bij elk kledingstuk duidelijk of het eentje is dat je wil bijhouden of wil wegdoen. Iedereen is echter waarschijnlijk al wel eens iets tegengekomen waar je twijfelt over de kleur, de snit… of dat je soms wel draagt, maar waar je eigenlijk geen echt waw-gevoel bij hebt.
Probeer zoveel mogelijk de knoop door te hakken, maar als je echt niet kan beslissen, leg deze stuks dan in een aparte stapel. Ofwel in een doos die je opbergt en die je wegdoet wanneer je er na een paar maand niet eens in gekeken hebt. Ofwel – en zo doe ik het – door ze in een aparte stapel in je kast te leggen. Draag ik er iets van, dan mag in het in de “gewone” stapel; die items die na een paar maand nog steeds in de twijfelstapel liggen, gaan weg.

4. Herstellen / aanpassen
Al die items die je wilt bijhouden, maar waar iets aan scheelt waardoor je ze nu niet draagt, bijvoorbeeld een knoop die opnieuw moet aangenaaid worden of een rokje dat moet ingenomen worden. Leg ze apart, want zolang ze gewoon in je kast blijven hangen, ga je pas denken aan de reparatie op het ogenblik dat je dat item wilt aandoen (en uiteraard heb je op dat moment geen tijd). Blijft die herstelstapel te lang liggen, bedenk je dan eens hoe graag je dat stuk eigenlijk hersteld wil hebben. Kan het niet gewoon weg als je zodanig lang kan blijven negeren dat het moet hersteld worden?

5. Seizoensstapel
Niet aan te raden 😉 maar voor diegenen die zoveel kleren hebben dat ze niet passen in één kast, is het uiteraard raadzaam om een winter- en zomerstapel te maken.

Tip
Hoe weet je nu nog wat je het afgelopen jaar gedragen hebt? Twee opties om dit bij te houden:

  • De omkeermethode
    Wanneer je alles terug hangt na het opruimen, hang dan alle kapstokken in de “omgekeerde” richting en draai de kapstok pas eens je het kledingstuk gedragen hebt. De kledingstukken die op planken liggen kan je binnenstebuiten draaien; als ze uit de was komen plooi je ze opnieuw op de goede manier op. Alles wat na een jaar nog op een omgekeerde kapstok hangt of nog binnenstebuiten gedraaid ligt, kan weg.
  • De documentatiemethode
    Hou per seizoen een periode bij wat je draagt d.m.v. foto’s of nota’s en ga aan de hand daarvan na afloop van een jaar door je kleerkast.

Die eerste optie vind ik persoonlijk een beetje omslachtig, maar dat is misschien vooral omdat ik te lui ben om al mijn kleren binnenstebuiten te gaan draaien 🙂 Bovendien hangen bijvoorbeeld mijn beide jeansbroeken op één kapstok, dus als ik er maar eentje van zou dragen (as if 🙂 ) dan zou ik het met die methode niet eens merken. Ik wil – eens ik terug werk – de fotomethode eens uitproberen. Op dit moment heeft dat opnieuw weinig zin, want dat gaat een vertekend beeld geven en dus foute beslissingen veroorzaken.

Terugleggen in de kast

Eerst je favoriete items
Als je niet echt zeker bent van je stijl, start dan met je favoriete stuks terug te leggen. Wat geeft dit? Toont dit een bepaald silhouet dat je vaak draagt, is een bepaalde kleur sterker aanwezig dan andere? Op basis hiervan kan je dan eventueel al meteen strenger kijken naar de rest van je items.

Kleding opbergen per onderdeel
Hang de broeken bij de broeken, kleedjes bij de kleedjes… Bij voorkeur sorteer je binnen elke categorie ook op kleur, al is dat natuurlijk makkelijker in orde te houden bij kleding op hangers dan bij liggende stapeltjes.

Le petit requin
Van links naar rechts: tunieken – pulls, vestjes en blazers – broeken – rokken – kleedjes
Le petit requin
Onderste plank: t-shirts, topjes en truien (met links de drie “twijfelgevallen”); bovenste plank met sportkledij: loopbroeken en -t-shirts, vrijetijdpulls en -pull-overs voor het lopen, skiën of fietsen

Alle kleding zichtbaar
Zorg dat je elk kledingstuk dat je hebt meteen kan zien. Tevoren lagen mijn kleren in twee rijen achter elkaar. Nu is de achterste rij vrij (t.t.z. daar ligt nu onze tweede set zetelhoezen, meteen ook weer plaats gewonnen in de berging 😉 ).
Hang dus ook elk stuk zoveel mogelijk apart op. De enige uitzondering die ik hier op maak zijn mijn twee zwarte en mijn twee jeansbroeken, omdat ik die toch allemaal vrij vaak aandoe en ze dus sowieso niet vergeet.
Mijn sjaals lagen vroeger op elkaar, nu liggen ze opgerold op een rijtje waardoor ik ze in één oogopslag allemaal kan zien. Deels door ze zo op te bergen, deels door er te verwijderen, heb ik zo voldoende plaats gewonnen om mijn handtassen ook in de “accessoireschuif” te leggen.

Le petit requin

Gebruik opbergsystemen
Om alles nog overzichtelijker te maken kan je onder andere gebruik maken van opbergdozen. Voor mijn riemen bijvoorbeeld heb ik twee opties: mijn twee grote, brede riemen hangen aan een kapstok, de kleinere riemen (en mijn enkelverbanden) zitten in een opbergdoos. Ook Johan zijn dassen zitten in zo’n doos.

Le petit requin

Alles in één kast
Als dit lukt, wilt dit zeggen dat je al zeker niet gigantisch te veel kleren hebt 😉 Het zorgt er echter vooral voor dat je steeds een overzicht hebt van wat je bezit en dus niet in de winkel dingen gaat kopen die je al hebt, maar vergeten bent omdat ze in een andere kast verdwenen zijn.
Specifieke kledij kan hier wel een uitzondering op zijn: zo ligt onze fiets- en motokledij niet in deze kast, omdat het feit of ik nu één of vijf fietsbroeken heb geen verschil zal maken bij de aankoop van gewone kledij en omgekeerd. Die kunnen dus makkelijk gescheiden worden.

Start opnieuw
Als je het gevoel hebt dat je nog steeds teveel kleren hebt, ga dan nog eens strenger door je “bij te houden”-stapel en verhuis meer stuks naar de twijfelstapel 🙂

Het resultaat

Mijn kleerkast voor & na: ik geef toe, ik had ook verwacht dat het er leger zou uitzien, maar wetende dat wat je ziet ook effectief alles is wat ik heb en er geen tweede rij vol kleren meer is, is het best wel al een stap vooruit. Jullie zien van onder naar boven:

  • Schuif: accessoires
  • Hangers: vestjes, blazers, broeken, rokken en kleedjes
  • Eerste plank: t-shirts, topjes en truien vooraan; reservezetelhoezen achteraan
  • Tweede plank: vrijetijdskledij vooraan; reservezetelhoezen en rugzak achteraan
  • Derde plank: tekenmap, werfhelm, andere rugzakken

Le petit requin

Het absolute minimum bereikt?

Neen, tuurlijk niet 🙂
Als ik alles optel, behalve accessoires (zijnde sjaals, handschoenen, riemen en schoenen), dan kom ik aan 72 stuks. Niet bepaald minimaal te noemen, maar zeker ook niet overdreven.

Dit is, zoals elke opruiming, iets dat in fases zal verlopen. Zo heb ik bijvoorbeeld nog steeds “te” veel topjes met spaghettibandjes, maar aangezien ik ze allemaal vaak draag (als extra laagje, maar ook om een overdreven decolleté te bedekken 😉 heb ik ze bijgehouden. Mijn bedoeling is wel om ze nu af te dragen en de stapel zo te herleiden naar een aantal van drie à vier. Ik ga tegelijk strenger controleren welke ervan het minst vaak gedragen worden en die gaan er dan uit voor ze versleten zijn.

Al moet ik zeggen dat het schrijven van deze berichten mijn goesting in verder opruimen nog meer aanwakkert, dus misschien wacht ik niet eens daarop en verwijder ik er straks al meteen een paar 🙂

Voor wie het nu nog niet beu is, stay tuned voor mijn kooptips 😉

Kleerkast organiseren: deel 1

In deze blog (en volgende) krijgen jullie een verslag van hoe ik mijn kleerkast minimaliseerde. Ze eens opruimen doe ik elk jaar wel eens, maar toch blijft er steeds nog “rommel” achter. Tijd dus om er eens met de grove borstel door te gaan en wat grenzen te stellen.

Waarom?

Ik hoor/lees bij veel mensen dat ze willen minderen met kleren kopen omdat ze er teveel geld aan uitgeven. Bij mij valt dat zeer goed mee; daarop besparen is dus niet echt nodig. Ik heb evenmin een zodanig grote kledingstapel dat ik mijn kleren moet spreiden over meerdere kasten, moet werken met een wisselsysteem per seizoen of dergelijke. En toch… wanneer ik voor mijn kleerkast sta, heb ik te vaak het gevoel dat ik teveel keuze heb en dus tijd sta te verdoen omdat ik niet kan beslissen, heb ik bijna elke keer dat we op reis gaan teveel kleren mee omdat ik weer niet kon kiezen uit dit kleedje of die short. Het ergste van al is bovendien dat ik meestal toch uitkom bij diezelfde items, waardoor een deel van mijn kast (gelukkig niet het grootste deel) er werkloos bijligt.

Ik heb mij eerst en vooral de vraag gesteld waarom ik die werkloze items eigenlijk niet draag en dan blijkt het meestal te zijn omdat ik ze ooit wel graag droeg, maar ze nu niet meer passen bij mijn “stijl” (voor zover je van een eenduidige stijl kan spreken, maar later meer daarover) of omdat ik ze eigenlijk met niets kan combineren. Daarnaast zijn er ook nog stuks die niet meer passen of gewoon versleten zijn.
Waarom liggen ze dan nog in mijn kast? Een aantal houd ik bij omdat ik hoop (of vrees 😉 ) dat ze mij ooit nog zullen passen, maar bij het merendeel is het vooral omdat het mij zonde lijkt om iets waar ik geld aan uitgegeven heb, weg te doen als het eigenlijk nog kan gedragen worden. Onzin natuurlijk, want eigenlijk is het nog veel erger om die kleren ongebruikt te laten liggen i.p.v. er iemand anders blij mee te maken!

Inspiratie

Vroeger deed ik bij het opruimen van mijn kleerkast enkel die stuks weg die ik al heel lang niet meer gedragen had of die echt niet meer pasten. Dit keer besloot ik eerst wat opzoekwerk te doen. Online is er massa’s informatie te vinden over het opruimen en minimaliseren van je kleerkast. De interessantste ideeën haalde ik bij:

Closet detox sheet (Anuschka Rees)
Bron: Anuschka Rees

Mijn aanpak

Diagnose
De capsule wardrobe planner van Un-Fancy vind ik heel interessant, omdat je gaat kijken naar je levensstijl en welke kledingstijl daar bij past (stel dat je bijvoorbeeld 70% van de tijd werkt en 5% naar feestjes gaat, dan heb je voornamelijk werkkledij nodig en heel weinig geklede jurkjes). Toch heb ik hem nu nog niet toegepast en wel om de simpele reden dat mijn huidige tijdsindeling niet meteen representatief is, zo werkloos zijnde en al 🙂 .

Ik kan wel een inschatting maken van mijn werktijd, maar zelfs dan nog weet ik niet in wat voor werk (en dus kledingstijl) ik terecht zal komen. Is het bijvoorbeeld een bureau waar de mannen kostuums en de vrouwen mantelpakjes dragen, dan moet ik heel andere kleding voorzien dan wanneer ik werven zou controleren en dus moet rondlopen in kledij die vuil mag worden. Ik heb de planner alleszins opgeslagen om hem bij de volgende kleerkastopruiming te gebruiken.

Wat heb ik dan wel gedaan? Allereerst de kleerkastdiagnose van Into mind, waaruit bleek dat mijn “hoofdprobleem” is dat ik geen coherent stijlconcept heb. Klopt, als je mij zou vragen om mijn stijl te omschrijven, dan komt er vooral veel ge-euhm uit 🙂

Een “vaste” stijl heb ik nog steeds niet echt bepaald (work in progress), maar als ik kijk naar wat ik het vaakst uit de kast haal, dan komen twee silhouetten duidelijk naar voor.

Silhouetten
Het eerste bestaat uit “jeans + trui + ballerina’s” (casual versie) of “jeans + trui + blazer + pumps” (geklede versie). Ik had niet gezegd dat het origineel ging zijn he 😉

Onderstaande combi is bijvoorbeeld een van mijn favoriete outfits. Van daaruit ben ik verder gaan denken: hoe kan ik dit silhouet verder ontwikkelen, welke opties biedt het?

Silhouette (Le petit requin)

Stel dat ik bijvoorbeeld de beige trui vervang door een rode, dan heb ik met één ander item al meteen een andere look (dezelfde stijl, maar i.p.v. met neutrale kleuren nu met een felle kleur). Als ik de jeans vervang door een zwarte rok, dan heb ik ook meteen weer een andere look. Met een paar stuks (één jeans, één blazer, één rok, twee truien, twee paar schoenen) kom ik zo al meteen aan acht outfits:

  • jeans + blazer + beige trui + pumps
  • jeans + beige trui + ballerina’s
  • rok + blazer + beige trui + pumps
  • rok + beige trui + ballerina’s

… en hetzelfde voor de rode trui (en dan negeer ik nog dat je ook een combi kan maken met enkel de pumps of een combi met de blazer en de ballerina’s).

Silhouette (Le petit requin)

‘t Is niet zo dat ik er elke keer totaal anders ga uitzien, maar dat is ook niet de bedoeling. Al kan het natuurlijk wel, want de combi “rok + rode trui + ballerina’s” gaat mensen niet de link doen leggen naar de combi “jeans + beige trui + blazer + pumps”, terwijl ze wel allebei starten vanuit hetzelfde basisconcept. Met andere woorden: welke mogelijkheden kan ik maken met wat ik al in mijn kast heb hangen? Wat kan gecombineerd worden en welke stijl creëer ik hiermee, een eerder geklede of een eerder informele stijl.

Idem met de tweede soort outfit die ik graag draag (eentje die aan bod kwam in een Fair wear Friday-bericht): een simpel, in dit geval zwart, kleedje. Combineer dat met een vestje, kousen en botten en je krijgt de onderstaande outfit. Combineer datzelfde kleedje met een paar platte sandalen en ik kan op citytrip. Combineer het met hoge pumps en ik kan naar een feestje. Enzovoort…

FWF 1 (Le petit requin)

Met een paar basiskledingstukken en accessoires (geklede dan wel casual schoenen, al dan niet een sjaaltje, al dan niet juwelen, met opgestoken of los haar, met gekleurde of doorzichtige kousen…) kan je al heel wat doen. Combineren is dus het sleutelwoord en een van dé vragen die ik mijzelf tijdens het uitmesten gesteld heb.

Capsule wardrobe?
Op dat gebied is het idee van een “capsule wardrobe” heel interessant: je maakt een soort minigarderobe, waarbij je per seizoen met een beperkt aantal items “rondkomt”. Je kiest bijvoorbeeld zes paar schoenen (twee paar sandalen, twee paar pumps en twee paar ballerina’s), zes paar onderstukken (twee broeken, twee shorts, twee rokken), zes paar bovenstukken (twee t-shirts, twee truien, twee topjes) enzovoort. Elk paar bestaat uit een sober en een statement stuk, dus bijvoorbeeld een simpele zwarte pump en eentje met een knallend motief. Je kiest je items uiteraard zodanig dat ze zo veel mogelijk met elkaar te combineren zijn, want het is de bedoeling dat je een gans seizoen met deze items rondkomt.

Zo extreem ben ik niet gegaan, omdat ik eigenlijk sowieso het ganse jaar door het merendeel van mijn kleren draag en er dus heel veel overlap tussen mijn seizoensgarderobes zou zitten. Ik draag topjes bijvoorbeeld in de zomer (duh), maar ook in de winter als extra onderlaag; dat kleedje van hierboven gaat met vestje perfect in de winter en zonder in de zomer. Bovendien vind ik de capsule wardrobe van Un-Fancy nog altijd vrij ruim: als je per seizoen 37 items mag hebben, dan kom je nog steeds aan bijna 150 stuks in totaal. Ik heb het idee dus in mijn achterhoofd gehouden, maar niet strikt toegepast.

Next up: het eigenlijke uitmesten van mijn kleerkast 😉