Loop naar de maan! Resterende uitdagingen

Toen Emilie en ik vorig jaar startten met onze uitdagingen voor Loop naar de maan, was het de bedoeling dat we die allemaal, op de grootste na, voor het einde van de actie zouden afronden. Slaagde zij daar wel in, dan bleef er bij mij jammer genoeg één uitdaging over. Tijd dus om die aan te pakken!

10km in één uur lopen

Met twee halve marathons en meerdere trainingen van 15-18km zijn langere afstanden – ik negeer even dat dit voor ultralopers korte trainingen zijn 😉 – iets wat ik, uiteraard mits training, zeker kan. Snel lopen daarentegen blijft een probleem. Train ik alleen, dan loop ik aan 8-8,5 km/h tot max. 9 km/h; tijdens een wedstrijd kan dat wel ietsje hoger liggen, maar 10 km/h gemiddeld blijft een soort magische grens waar ik maar niet over geraak. Ook al was het de bedoeling dat ik – eens we 400 euro hadden ingezameld – in één uur tijd 10km zou lopen, tot dusver lukte dat nog niet.

Bron: Website Start to Run

Nu ik door een – om het met de woorden van de huisarts te zeggen – “dramatisch tekort” aan B12 en ijzer en de daardoor veroorzaakte bronchitis (want: weerstand weg) quasi van nul moet herbeginnen, heb ik besloten om Start to Run nog eens een kans te geven. Behalve rustig opbouwen hoop ik dat dat ook gaat helpen om mijn snelheid te verhogen. Ik loop immers te vaak een hele training aan dezelfde snelheid i.p.v. intervaltrainingen te doen. Door te moeten afwisselen tussen lopen en stappen, kan ik tijdens het lopen normaalgezien sneller gaan dan ik standaard doe en hopelijk leidt dat tot het halen van deze uitdaging later dit jaar. Starten zal vermoedelijk voor begin augustus zijn; juli staat in het teken van ijzerinfusen en B12-injecties en terug op kracht komen (op dit moment ben ik namelijk opnieuw een bassende hond…).

Marathon lopen in 2018

Mijn broer zorgde voor de ontbrekende centen om ons ingezameld bedrag te laten afklokken op 1000 euro, wat betekent dat we een marathon aan ons been hebben. Hoewel we allebei ingeschreven zijn voor de marathon van Brussel op 28 oktober, is de kans groot dat we dan de halve marathon lopen en de marathon zelf verschuiven naar volgend jaar (vermoedelijk wordt het dan Wenen op 7 april of eventueel Zürich op 28 april 2019).

Le petit requin
’t es van je broere da je ’t moet ebben 😜

De bedoeling was immers dat we een heel jaar zouden hebben om te kunnen opbouwen, maar enerzijds heeft Emilie momenteel met haar thesis andere, belangrijkere zaken aan haar hoofd dan looptrainingen. Anderzijds weet ik, door bovenstaande problemen, niet of het überhaupt haalbaar gaat zijn om tegen eind oktober een marathon te kunnen lopen, laat staan of dat op een gezonde manier kan… We houden voorlopig nog vast aan oktober als doel, maar mogelijks wordt het dus 2019. Hoe dan ook, of het nu dit of volgend jaar wordt, een marathon lopen zullen we doen! 🙂

Loop naar de maan! De uitdagingen van Emilie

Heb ik de afgelopen tijd al uitgebreid geschreven over de uitdagingen die ik deed voor Loop naar de maan, dan bleven die van Emilie – de vriendin van mijn broer, die het idee had om deel te nemen – nog onderbelicht. Aangezien ze momenteel belangrijkere dingen te schrijven heeft (go go go Emilie!) en ik niet bij al haar uitdagingen erbij was, krijgen jullie een foto-overzicht van haar prestaties!

150 euro: Emilie loopt verkleed een wedstrijd

Steenbergjogging (Le petit requin)
De enige uitdaging die we – met mijn broer en moeder als fotografen/supporters – samen deden was meteen ook de meest opvallende 🙂
Steenbergjogging (Le petit requin)
En dat zorgde meteen voor wat extra publiciteit, want het mag wel geweten zijn waarom er een Minion meeloopt 😜
Steenbergjogging (Le petit requin)
Met excuses aan meelopende mama’s en papa’s die verwacht hadden dat hun kroost hen wel het hardst zou aanmoedigen 😉
Steenbergjogging (Le petit requin)
Kwestie van mensen aan te moedigen om geld te storten, liepen we met wat extra reclame op onze rug rond
Steenbergjogging (Le petit requin)
Vlak voor de finish, die omwille van de warmte én de outfit met warme broekkousen zeer welgekomen was

250 euro: Emilie loopt een trail van 21,1km, Haaike van 15km

Een week nadat ik in Wald mijn trail liep, koos Emilie voor de halve marathon van de Ecotrail in Brussel.

450 euro: Emilie doet een loopdropping

Le petit requin
Klaar om te vertrekken 🙂
Le petit requin
Gedropt, ergens in een straal van 10km rond Haaltert, gewapend met drank en een smartphone, waarvan echter alleen de foto- en kompasfunctie toegelaten waren

750 euro: Emilie rijdt 5 hellingen uit de Ronde van Vlaanderen

Paterberg (Le petit requin)
Bovenop de Paterberg, na de Oude Kwaremont de tweede helling van de dag. Hierna volgden nog de Koppenberg, Taaienberg en Ladeuze. Oh, en de helse kasseien van Mater-Kerkgate zaten er ook tussen!

Loop naar de maan! Uitdaging: 15km trailrun

Een week nadat ik de longen uit mijn lijf fietste in de Alpen, deed ik voor Loop naar de Maan hetzelfde nog eens al lopend. Ik “moest” immers al sinds het bedrag van 250 euro een trail van 15km lopen en had kort ervoor gezien dat er in Wald – een uurtje met de trein van Winterthur – eentje georganiseerd werd tijdens het eerste weekend van september.

Na een gezellige briefing door de organisatie (lang leve kleine organisaties in deze!), was het tijd om op het plaatselijke voetbalveld van start te gaan. Een beetje gezigzag op datzelfde veld later, doken we de velden in.

Le petit requin

Al is duiken niet het correcte woord, aangezien we onmiddellijk stegen. Dat ik daar duidelijk niet genoeg getraind voor was, werd al snel duidelijk. Onderstaande foto nam ik na amper anderhalve kilometer en toch loopt iedereen al ver vooruit 🙂

Le petit requin

Kort nadien gingen een deel hoogtemeters opnieuw verloren, wat er weliswaar voor zorgde dat ik even op adem kon komen (elk nadeel heb se voordeel, weet-je-wel).

Le petit requin

Al moet een mens zich bij dat “op adem komen” ook niet al te veel voorstellen, want het duurde niet lang of het ging weer omhoog en dat voor de volgende vier kilometer. Dat klinkt niet lang, maar als je weet dat we op die korte afstand 500 – van de in totaal 700 hoogtemeters – overbrugden, dan worden dat plots héél lange kilometers…

Le petit requin

Gelukkig was het exact “juist” bewolkt: niet te warm, maar toch een mooi zicht op de omgeving. Af en toe kwam de Zürichsee piepen, dan weer de Glarnerbergen of de bergketen langs de Walensee. Al waren er evengoed momenten waarop zelfs rondkijken teveel gevraagd was, bijvoorbeeld toen we deze “Alpenweide”, inclusief koeien op de route, voor de voeten geschoven kregen.

Le petit requin

Het is op foto’s moeilijk om een steiltegraad goed weer te geven, maar onderstaande foto geeft toch een beeld. Dat ik op het gps-hoogteprofiel achteraf percentages tot 35% zag, verbaasde mij totaal niet, want op dit stuk, tja, daar was lopen echt niet meer de omschrijving van wat ik aan het doen was. Strompelen en kruipen, dat omvat het eigenlijk beter 😉 . Dat een paar van de Nordic walkers mij tijdens de tocht dan ook inhaalden, was confronterend, maar ook heel logisch.

Le petit requin

Na 6,5km kwamen we bovenop Farneralp, een plek die ik herkende van toen ik er tijdens de zomer moest zijn voor het werk. Ik ben nog maar zelden zo blij geweest een plek te herkennen, want zo wist ik dat het nu wel even bergaf moest gaan. Hoewel snel lopen er niet meer in zat (verzuurde benen, compleet verzuurde benen), was effectief lopen al een hoeraatje op zich waard 🙂

Nog meer hoera’s volgden voor het parcours in de daaropvolgende kilometers, dat – na bergop in open weilanden te zijn gebleven – het bos in ging en daar langs de Sagenraintobel naar beneden slingerde. Aangezien het er zo mooi was – en mijn tijd sowieso toch niet de moeite waard ging zijn – stopte ik zelfs een paar keer om foto’s te kunnen nemen 🙂

Le petit requin

We staken de beek ook een paar keer over en hadden daarbij geluk dat de oversteekplekken sinds de avond ervoor vrij waren komen te liggen. Pas op, puur qua ervaring zou door water waden heel leuk geweest zijn, maar ik had al genoeg afzien om niet ook nog eens met natte voeten te willen verder lopen 😉

Le petit requin

Dat dat afzien effectief het geval was, bleek een drietal kilometer voor het einde nog eens, toen ik van pure vermoeidheid over mijn eigen voeten (en een onooglijk steentje) struikelde en tegen de grond ging. Gelukkig hield ik er – behalve wat lichte schaafwonden aan kniën en handen – vooral de slappe lach aan over, omdat ik mij maar al te goed kon voorstellen hoe belachelijk die val er moet uitgezien hebben.

Ik was desondanks blij dat het vanaf dat punt niet meer al te ver was, al zat er wel nog een kort klimmetje en een venijnige trap (pestkoppen jong, die organisatie 😉 ) in de route vooraleer we definitief terug richting voetbalveld daalden. 2u37′ waren we ondertussen verder en eerlijk, ik was veel leger dan een week ervoor na 11u. Effectief lopen/stappen/strompelen deed ik gedurende 2u33′, want gezien de zwaarte van de route stopte ik effectief aan de bevoorradingen i.p.v., zoals normaal, al lopend iets te eten en drinken.

Ik heb al wel afgezien op looptochten en de halve marathon van Brussel blijft qua uitputting nog altijd de zwaarste (door te weinig training, dus absoluut mijn eigen fout), maar deze trail was zonder enige twijfel de fysiek uitdagendste en had achteraf bekeken bij een veel hoger inzamelbedrag mogen staan 😜. Toch probeer ik dit jaar opnieuw aan de start te staan. Want mooie tochten, die verdienen dat!

Loop naar de maan! Uitdaging: 3 cols op één dag oprijden

Ging ik rustig van start met de verschillende uitdagingen voor Loop naar de maan, dan volgden er in augustus en september enkele elkaar in sneltempo op. Een dikke week nadat ik mijn haar kortwiekte, was het tijd om de fiets op te springen voor een stevige uitdaging in de Alpen. De ingezamelde 800 euro betekende immers dat ik drie cols moest beklimmen, zodat ik mij opnieuw had ingeschreven voor het Alpenbrevet op 26 augustus, maar dan voor de zilveren (ofte drie passen) i.p.v. de bronzen (twee passen) editie, die ik in 2016 reed.

Vrijdagavond nam ik de trein naar Meiringen, waar op zaterdagochtend om 6u45 het startschot gegeven werd. Te midden van 2496 andere fietsers en tijdens de eerste kilometers aangemoedigd door mensen langs de weg, startte wat uiteindelijk een tocht van 11u zou worden vooraleer ik weer in Meiringen zou eindigen. Ik zocht mij een plekje in het laatste deel van de lange stroom lichtjes (we vertrokken immers nog in de schemering) en begon na ongeveer 5km in Innertkirchen aan de eerste klim van de dag: de Grimselpas.

Grimselpass (CyclingCols)
Bron: CyclingCols

Het was de derde keer dat ik deze opreed, waardoor ik ondertussen al wel weet waar de steilste stukken zijn en waar ik even kan recuperen. Dat ik aan het stuwmeer – de Räterichsbodensee – op een goede 5km voor de top pauze zou nemen, wist ik dan ook al vrij zeker op voorhand. Op dat moment had ik er immers de zwaarste kilometers van deze klim opzitten en kon ik een moment rust best wel gebruiken.

Grimselpass (Le petit requin)

Bovendien slingeren de laatste kilometers zich via zes haarspeldbochten – synoniem voor steil – langs de Grimselsee naar boven. Eens ik dit schattige meertje in zicht kreeg, wist ik dat de top binnen handbereik lag. De organisatie was dit keer beter voorbereid dan vorig jaar: hoewel het merendeel van eten en drank aan de controlepost al opgegeten was (logisch, ik kwam bij de laatsten boven), waren er dit keer – naast het water dat er vorig jaar als enige nog te vinden was – ook nog bananen en bouillon. Vooral van dat laatste ben ik – als iemand met een maag die slecht tegen sportdrank kan – heel erg fan geworden: hoewel het een warme dag was, zorgde die drank er immers voor dat ik voldoende zout binnenkreeg (iets wat met frisdrank niet lukt).

Le petit requin

Na de bevoorrading was het tijd voor de afdaling richting Gletsch, eentje die amper 6 kilometer lang is, maar wel langs een paar machtig mooie haarspeldbochten naar beneden kronkelt. In Gletsch stopte ik even voor een foto van de klim die 100 meter verder zou starten: de Furkapas. Nope, even op adem komen op een platter stuk zit er tussen deze twee passen niet in 🙂

Le petit requin

De Furkapas was de kortste van de drie passen die ik die dag zou beklimmen (op onderstaande grafiek startte ik vanaf Gletsch, op ongeveer 10km van de top), maar daarom zeker niet te onderschatten met onder andere de zwaarste kilometer van de dag met een gemiddelde van 9,5%. Het was de klim waar ik in 2016 bijna op kraakte en quasi elke twee bochten moest stoppen om naar adem te happen.

Furkapass (CyclingCols)
Bron: CyclingCols

Even stoppen onderweg deed ik weliswaar nog steeds, maar het ging dit keer een heel pak vlotter. Lang leve mijn nieuwe – en veel lichtere – koersfiets en een betere training in aanloop naar het event (al is dat relatief, want met de breuk anderhalve maand ervoor, was mijn voorbereiding zeker niet ideaal te noemen). Keek ik een jaar ervoor nog vooral smachtend naar boven in de hoop dat die top eindelijk dichterbij zou komen – nochtans niet goed voor de motivatie als je traag vooruit gaat… -, dan blikte ik dit jaar vooral content naar wat ik al achter de rug had. En naar het fantastisch mooie landschap natuurlijk 🙂

Le petit requin

Op de top was er geen bevoorrading voorzien, dus hield ik enkel halt voor de obligatoire foto van het colbordje op de top, alvorens omlaag te duiken richting Andermatt. Had ik tot dit punt nog twijfels of het wel gezond zou zijn om aan die derde pas te beginnen, dan overtuigde de afdaling mij volledig er zeker voor te gaan (of ik dan effectief boven zou geraken, was nog een andere vraag 😉 ). In 2016 reed ik immers heel verkrampt omlaag, waardoor de afdaling – nochtans iets wat ik anders heel graag doe – een halve lijdensweg werd. Dit keer genoot ik er van en dus ging ik in Andermatt richting bevoorrading i.p.v. richting de eindhalte van de bronzen afstand.

Reed ik al twee passen te midden van een select groepje van trage rijders, dan veranderde dat vanaf Andermatt helemaal. Hier voegden de rijders van het gouden en platina brevet – respectievelijk vier en vijf passen – zich immers weer bij de kortere afstand. Het zorgde meteen voor wat extra sfeer voor de zware kloefer die nog als laatste aan het wachten was, al moesten we eerst nog een geneutraliseerde afdaling doen van Andermatt via Göschenen naar Wassen: die 10km lange weg ligt immers al sinds 2014 (en nog tot 2019) deels onderbroken voor grote wegenwerken, waardoor het veel te gevaarlijk zou zijn om dit deel van de toer in de tijd mee te rekenen. Ook al is het geen wedstrijd in die zin dat er een winnaar wordt uitgeroepen, er zijn altijd fietsers die vergeten dat ze recreatief aan het rijden zijn en dus gevaarlijke toeren beginnen uit te halen in die afdaling (tussen auto’s slalommen, doorlopende witte lijnen oversteken…). Goede beslissing dus van de organisatie om dit deel te neutraliseren!

Le petit requin

Eens in Wassen startte de tijdsmeting opnieuw en begon de laatste, stevige klim van de dag: de Sustenpas, die met percentages die nergens onder 6% gaan weinig rustmomenten biedt.

Sustenpass (CyclingCols)
Bron: CyclingCols

Dat de zon ondertussen vrij fel aan het schijnen was op de flank waar we reden en de weg, die zich via een paar inhammen langs die flank slingerde, vele kilometers ver te zien was, was niet bepaald motiverend. Het mooie landschap en de blinkende gletsjer waar we naartoe moesten gelukkig wél 🙂

Le petit requin

Ik stopte onderweg een paar keer om extra water bij te tanken en om preventief mijn tenen wat te stretchen. Die durven bij hele lange of zware fietstochten (en met 133km en 4900hm was deze én zwaar én lang 😉 ) immers al eens te beginnen tintelen, wat na een tijdje voor een soort slaperig gevoel in mijn benen zorgt. Geen idee hoe mijn benen in slaap kunnen vallen, terwijl ze zo hard moeten werken, maar het is in alle geval een gevoel dat ik absoluut wil vermijden 🙂

Op een vijftal kilometer van de top raakte ik er definitief van overtuigd dat mijn uitdaging van drie cols zou lukken: ik was uiteraard al moe, maar nog niet op. En dus was het eigenlijk best wel genieten van die laatste kilometers, afwisselend naar boven en beneden blikkend en plezier hebbend in de inspanning.

Le petit requin

Bovenop de Sustenpas lag de laatste bevoorrading van de dag en trok ik mijn derde en laatste colbordje. Uitdaging “3 cols op één dag oprijden”: check!
Ik was een van de 132 (van 134 ingeschreven) vrouwen die deze uitdaging uitreden; in totaal waren we met 955 (van 997 gestarte) fietsers die deze afstand deden. De gouden afstand was de populairste met 1012 finishers. 284 zotten reden vijf cols over en 140 andere zotten kozen voor de bronzen versie met twee cols. Goed voor in totaal 2391 fietsers die die dag op en over de Alpen reden!

Le petit requin

Nadien wachtte “enkel” nog de afdaling; niet dat dat te onderschatten is (dat leerde ik het jaar ervoor wel), maar ik voelde dat ik nog fris genoeg zat om niet verkrampt af te dalen. En effectief: het werd een zalige afdaling en de eerste sinds mijn val in de afdaling van de Klausenpas waar ik opnieuw helemaal voluit durfde te gaan. Dat ik een heleboel andere fietsers voorbijvloog in de afdaling en de paar die in mijn wiel probeerden te hangen, ook kon afschudden, maakte het extra plezant (hey, als je niet snel genoeg kan rijden om competitief te zijn in de beklimming, dan maar in de afdaling 😉 ). Mijn gps klokte af op 77km/h als hoogste snelheid en hoewel ik mij kan inbeelden dat sommigen mij zot zullen verklaren om dat op zulke smalle bandjes te doen, kan ik alleen maar zeggen dat er weinig dingen zo zalig als dat zijn 🙂

Alpenbrevet (Le petit requin)
Bron foto’s: Alphafoto – Bron attest: Alpenbrevet

Die hoge snelheden haalde ik weliswaar enkel in het eerste deel van de afdaling, want vlak voor het einde kregen we plots nog een wolkbreuk te verwerken. Ach ja, aangezien het steilste deel van de afdaling al voorbij was, maakte het niet veel uit en beschouwde ik het maar als een eerste douche na de inspanning 😉

Aangezien ik dit jaar nog een extra nacht bleef, kon ik profiteren van de gratis massages die de organisatie aanbood. En de dag erna van een – eveneens gratis – bezoek aan de Aareschlucht. Een mooie manier om mijn benen wat los te stappen 🙂

Aareschlucht (Le petit requin)

Het zal al wel duidelijk geworden zijn, maar het was een contente Haaike die zondagmiddag met een meringue – de specialiteit van Meiringen – de trein terug naar huis opstapte. Ook al ben ik nog altijd ver verwijderd van mijn beste fietstijden jaren geleden, het belangrijkste was absoluut aanwezig: afzien, maar daar gigantisch van genieten!

Loop naar de maan! Uitdaging: haar kort knippen

Drie weken na de short triathlon van Zürich was het tijd voor de volgende uitdaging van Loop naar de maan. Sportief gezien was dit de makkelijkste, aangezien ik er vanaf kwam met een rustig fietstochtje van 10km. En toch was dit een van de lastigste uitdagingen van allemaal! Ik had namelijk beloofd om mijn haar kort te knippen eens we 600 euro hadden ingezameld, maar – hoewel ik gezond jaloers ben op mensen die zonder aarzelen switchen tussen lang haar en pixiecut en ondertussen nog eens het hele kleurenspectrum afgaan – ben zelf absoluut geen durver wat mijn haar betreft.

Le petit requin

Op het moment dat we de grens van 600 euro bereikten, had ik voldoende haar verzameld voor een donatie aan Geef om haar en dus besloot ik mijn kappersbezoek te plannen tijdens mijn volgende bezoek aan België. Ik polste op voorhand op Instagram welk kapsel jullie mij zouden aanraden en besloot, in overleg met de – nieuwe (aaargh! 😉 ) – kapper, om niet te gaan voor een pixiecut, zoals ik oorspronkelijk dacht te doen (vanuit het idee: als ik mijn haar dan toch “moet” kortwieken, waarom dan niet meteen gaan voor een kapsel dat ik al lang wil uitproberen, maar zonder extra reden sowieso nooit ga durven proberen?). Alleen bleek zo’n kapsel echt wel niet verenigbaar met mijn eisen:

  • Kapsel moet natuurlijk kunnen drogen
    Ik heb – en wil – namelijk geen haardroger, noch goesting om aan de slag te gaan met gel of haarlak. Aangezien ik golvend haar heb, wilt dat echter ook zeggen dat superkort haar minder praktisch is. Laat die golven maar eens deftig vallen als er geen “gewicht” is dat ze in de plooi trekt, zoiets…
  • Kapsel moet meerdere dagen mooi vallen en meerdere maanden in model blijven
    Ik was mijn haar om de vier à vijf dagen en wil dat ook zo houden: het vraagt minder tijd en is vooral gezonder voor mijn haar (en het milieu, want minder shampoo en bijhorende brol die met het water wegstroomt). Bovendien is een van de grote redenen dat ik mijn haar nog nooit gekleurd heb (naast opnieuw de gezondheidsfactor), dat ik geen zin heb om elke x weken bij de kapper te zitten voor een bijkleuring.

Jullie beginnen waarschijnlijk te begrijpen waarom ik al jaren met een gelijkaardig kapsel rondloop 😉 . Kwestie van toch enige kapselwijziging toe te laten, liet ik dus toch een van mijn eisen vallen: de anders nochtans zéér belangrijke voorwaarde dat mijn haar in een staartje moet kunnen (want oh, de horror van sporten met haar dat alle kanten opvliegt!).

En zo eindigde ik met onderstaand kapsel en twee gedoneerde staarten, die ondertussen hopelijk deel geworden zijn van een mooie pruik. Korter dan ik in jaren gehad heb (wat zorgde voor een paar weken haarfantoompijn bij het kammen ’s ochtends 😉 ), maar ook verrassend makkelijk in onderhoud. Wie weet ga ik dus wel nog eens zo kort…

Le petit requin

Bovenstaande foto’s werden na de fietstocht van de kapper naar huis genomen; eigenlijk vind ik het op deze foto van een paar dagen later mooier vallen (en die dag merkte ik ook dat het nog best wel meevalt met die sporthorror, oef 😉 ).

Uitdaging geslaagd, denk ik dan!