De boeken van juni 2018

Hoewel onbedoeld, lijkt 2018 wel het jaar van de non-fictie te gaan worden nu ongeveer de helft van wat ik dit jaar al las uit die categorie bestaat. Van de zes boeken die ik in juni las, waren er amper twee echte fictie:

Joëlla Opraus en Nathalie van Wingerden, De financiële detox

De financiële detox (Joëlla Opraus en Nathalie van Wingerden)

Eerlijk is eerlijk: ik ben nooit heel erg geïnteresseerd geweest in financiën. Toen ik vorig jaar echter een eigen appartement wilde huren en dus een veel grotere uitgavenlast zou hebben, besloot ik alles bij te houden in een budgetprogramma. Het voelt nog steeds als een half mirakel, maar een dik half jaar later, vind ik het niet alleen nog steeds heel plezant om met die cijfertjes bezig te zijn, maar zorgt het ook voor een overzicht en rust die ik tevoren nooit had. Niet dat ik toen geldstress had, maar eigenlijk deed ik maar wat…

Het merendeel van de beschreven tips uit dit boek pas ik ondertussen dan ook al toe (exact weten wat er binnenkomt en uitgaat, welke administratie wel/niet bewaren bijvoorbeeld), zodat ik de “detox” van zes weken grotendeels kon overslaan. Andere tips waren dan weer handig om meer inzicht in mijn eigen geldgedrag te krijgen.

Welke overtuigingen heb jij jezelf aangemeten als het om geld gaat? Ofwel aan welke verwachtingen vind jij zelf dat je financieel gezien moet voldoen?

Met andere tips was ik het niet eens, bijvoorbeeld dat het voldoende is om je budget drie maanden bij te houden. Zo zou ik voor minstens een jaar gaan, want elk seizoen brengt bepaalde specifieke kosten met zich mee (de zomervakantie bij gezinnen met kinderen, kosten voor lidmaatschappen die vaak allemaal in het begin van het jaar komen…).
Het hoofdstuk “praten over geld” gaf wat nieuwe inzichten, al is het maar omdat dat tussen J. en mij achteraf bekeken best wel een probleem was (hallo schuldgevoel omdat je werkloos bent en niets binnenbrengt).

Bespreek ook met je partner hoe jullie het financieel willen regelen, mocht er ooit iets gebeuren. Dat kan bijvoorbeeld zijn wanneer jullie besluiten om niet meer met elkaar verder te gaan, of wanneer een van jullie komt te overlijden. Juist omdat je van elkaar houdt, is het goed om daarover na te denken. Je wilt toch het beste voor je partner.

Wel vond ik het heel jammer dat je op de website van de auteurs verplicht wordt om je e-mailadres te geven om de – nochtans interessant lijkende – test over je geldtype te doen. Al bij al een meestal leuk (op het bij momenten overdreven “hippe” taalgebruik na, met vroegâh als irritant hoogtepunt), vlot geschreven én informatief boek. Gezien mijn relatie met het thema is dat al een prestatie op zich 😉

Huub Buijssen, Als een dierbare depressief is

Als een dierbare depressief is (Huub Buijssen)

Op zich is dit boek beter geschikt voor mensen in mijn omgeving, maar vooraleer het aan te raden, wilde ik het toch eerst zelf eens lezen.

Het is belangrijk dat je contact houdt. Ook als het contact met je depressieve familielid voor je gevoel veel stroever verloopt dan anders en óók als je naaste er geen blijk van geeft dat hij het contact waardeert. Houd ook contact als je daartoe steeds zelf het initiatief moet nemen. Tijdens een depressie gelden even andere wetten: je familielid kan het niet helpen dat hij opgesloten zit in zichzelf en zelf nauwelijks in staat is tot het nemen van initiatieven. Het is niet een kwestie van ‘niet willen’, maar van ‘niet kunnen’.

Huub Buijssen geeft in dit boek uitleg over hoe iemand met depressie zich voelt – beschrijvingen waar ik mij regelmatig in kon vinden – en biedt handvatten voor de naasten, zodat zij kunnen helpen zonder zichzelf compleet weg te cijferen.

Vaak zijn je emoties verbonden met je depressieve familielid. Je kunt ze dan ook het best met hem bespreken. Sommige mensen laten dit achterwege omdat ze het idee hebben dat ze hiermee hun naaste belasten of omdat ze denken dat hij het toch niet begrijpt. Deze angsten zijn vaak ongegrond. Vaak is het bespreken van je gevoelens wel degelijk mogelijk en is het familielid in staat echt te luisteren. Het kan een opening zijn naar meer wederzijds begrip en toenadering.

Hoewel de tips soms voor de hand liggen, maken ze wel de essentie uit van wat nodig is om zelf niet te verdrinken terwijl je iemand anders aan land probeert te krijgen. Zo is het bijvoorbeeld heel belangrijk dat je, ondanks dat je kan helpen, niet de rol van een dokter of therapeut opneemt. Dat ben je namelijk niet en je mag een relatie niet laten verworden tot die van hulpbehoevende en zorgverlener.

‘Ik wil niet dat je me helpt. Ik wil dat je bij me bent. […] Ik heb geen inwonende therapeut nodig. Ik heb behoefte aan een echtgenoot. […] Als ik je vertel hoe rot ik me voel, wil ik niet samen met jou mijn medicijnen nagaan, ik wil geen antwoord hoeven geven op jouw vragen, ik wil niet proberen het allemaal onder woorden te brengen. Ik wil niet luisteren naar peppraatjes, of naar een hele reeks adviezen. […] Je hoeft me alleen maar vast te houden. Bij me komen zitten. Je arm om me heen slaan. Luisteren terwijl ik mijn best doe je te vertellen hoe het voelt, zonder dat jij het nodig vindt alles in een logisch klinisch commentaar samen te vatten. Ik verwacht niet van je dat je me beter maakt. Ik weet dat je dat niet kunt. Maar ik denk dat jij het idee hebt dat je, als je je maar genoeg inspant, me wel beter kunt maken.’

Voltaire, Candide

Candide (Voltaire)

Dit boekje stond al een hele tijd ongelezen in mijn kast, maar dankzij de Verbeelding boekenclub toog ik eindelijk aan het lezen in dit boek, waarin Voltaire zijn zeer satirisch antwoord op de zogenaamde these van Leibniz geeft. Deze Duitse filosoof opperde namelijk het optimistische idee dat de huidige wereld de beste van alle mogelijke werelden is (ah ja, als het beter kon, dan had God dat toch wel gedaan zekers…). De naïeve hoofdpersoon Candide groeit op in een kasteel en gelooft zijn leermeester – en sterk aanhanger van Leibniz – blindelings. Tot hij in de echte wereld terechtkomt, een wereld met oorlogen, onderdrukking en slavernij, lelijkheid en onrecht.

Ceux qui ont avancé que tout est bien ont dit une sottise: il fallait dire que tout est au mieux.

Ondanks de ouderdom, was dit boek bij momenten best wel grappig, al was ik blij met de broodnodige historische context in de voetnoten; bepaalde “actualiteiten” uit het boek waren mij immers totaal onbekend. Dat waren overigens de enige momenten waarop ik besefte dat het boek wel degelijk ouder is dan het tijdens het lezen aanvoelde; voor de rest leest het namelijk ongelooflijk vlot. Ik denk niet dat ik het nog opnieuw ga lezen, daarvoor was het niet goed genoeg, maar ik ben wel blij dat ik het eindelijk gelezen heb.

Waris Dirie, Mijn woestijn

Mijn woestijn (Waris Dirie)

Ik las dit boek voor het eerst in het laatste jaar van het middelbaar en het maakte toen een grote indruk op mij. Dertien jaar later vond ik het boek minder aangrijpend dan toen, hoewel het deel over Waris Diries leven als nomade in Somalië en haar besnijdenis absoluut de moeite waard is. Onderstaand citaat is niet voor gevoelige zielen, maar toont perfect aan waarom dit “ritueel” pure verminking is.

Toen voelde ik dat mijn vlees werd weggesneden, mijn geslacht. Ik hoorde het geluid van het botte mesje dat heen en weer zaagde door mijn huid. Wanneer ik eraan terugdenk, kan ik me echt niet voorstellen dat dit met mij is gebeurd. Ik heb het gevoel alsof ik het over iemand anders heb. Op geen enkele manier kan ik uitleggen hoe dit voelt.

Na het eerste deel over haar “woestijnleven” volgde een iets te lang uitgesponnen middendeel over haar leven als model. Het laatste deel over haar werk als UN-ambassadrice had dan weer veel uitgebreider gemogen. De – dan weer vrij monotone, dan weer kinderlijke – schrijfstijl sprak mij minder aan, maar dat neemt niet weg dat het de moeite waard is om dit boek te lezen. Omdat de inhoud te belangrijk is. Omdat het vreselijk is dat ook vandaag nog zovele meisjes sterven of voor het leven verminkt worden bij een ritueel dat, ja, waarvoor dient? Het is gruwelijk om te lezen, maar het is nog veel gruwelijker dat het nog steeds gebeurt.

Waris Dirie, Onze verborgen tranen

Onze verborgen tranen (Waris Dirie)

Meteen na Mijn woestijn las ik dit theoretischer vervolg. In Onze verborgen tranen vertelt Dirie niet zozeer haar eigen verhaal, als wel dat van de meisjes die in Europa leven, maar toch besneden worden: in Europa door een professionele arts of een overgevlogen midgaan, op vakantie in Afrika… De cijfers – ondertussen weliswaar meer dan tien jaar oud – zijn schokkend en ook vandaag nog lopen volgens het Europees Instituut voor Gendergelijkheid 180 000 vrouwen en meisjes in de EU het risico besneden te worden! Hoewel de situatie langzaam verbetert, wordt op de website van UNICEF duidelijk dat er nog veel werk aan de winkel is, in Europa, maar ook in de landen waar de praktijk zijn oorsprong vindt: werden in 1985 51% van de meisjes besneden, dan was dat in 2016 nog 37%. Beter, ja, maar nog bijlange niet genoeg!

Dirie gaat in op de redenen – religieus en cultureel – voor FGM (female genital mutilation), onderzoekt wie de slachtoffers en de daders zijn en wat soort wetgeving er in de verschillende Europese landen bestaat.

Oorspronkelijk was het een overgangsritueel dat de volwassenheid inluidde en feestelijk werd gevierd (net als bij de besnijdenis van mannen). De gedachte erachter is in veel gebieden verloren gegaan, maar de ingreep op zich wordt nog wel uitgevoerd. FGM is in deze culturen voorwaarde voor een huwelijk; niet-besneden vrouwen worden beschouwd als onrein en als hoeren en worden niet opgenomen in de gemeenschap. Als redenen noemt men: de kuisheid van de vrouw, de zekerheid dat ze maagd blijft tot aan het huwelijk, hygiëne, esthetiek, gezondheid. In veel landen denkt men dat onbesneden vrouwen geen kinderen kunnen baren en dat het contact met de clitoris voor de pasgeborene dodelijk is.

Hoewel ik het straf blijf vinden dat ze haar verhaal naar buiten gebracht heeft en zo duizenden meisjes een stem gegeven heeft, in dit boek vond ik haar stem jammer genoeg vaak eerder storen dan bijdragen. Zo is haar houding bij momenten zeer inconsequent: eerst heeft FGM niets met de Islam te maken, dan weer wel; Nederland is zowel een voorbeeld van een gelukte als een mislukte multiculturele samenleving… Jammer, want voor de rest is dit boek heel informatief.

Dimitri Verhulst, Spoo Pee Doo

Spoo Pee Doo (Dimitri Verhulst)

Net zoals Godverdomse dagen op een godverdomse bol is Spoo Pee Doo een lange, razende tirade: dit keer niet rechtstreeks tegen de wereld, wel als de marginale en sarcastische visie van een dronkaard. Een “typische” Verhulst dus, wat ik graag lees. Alleen klopte wat ik las niet met wat de flaptekst aankondigde: daar lijkt het boek immers te gaan “over de botsing tussen godsdienstfanatisme en vrijheden, van wat dan ook”.

Een expert ben je nooit geweest, volgens een Zweedse sociaal psycholoog, zijn naam ontsnapt je even, moet een mens tienduizend uren ervaring hebben in iets alvorens hij zich expert mag noemen. De helft van de Zweedse mannelijke bevolking heet Anders Ericsson, de andere helft heet Eric Andersson, laat ons gokken dat de bedenker van de tienduizendurentheorie Anders heet, voor zover het allemaal belang heeft, want onnozel is die theorie natuurlijk wel. Wat je wou zeggen: tienduizend uren heb jij waarschijnlijk nog niet bij elkaar geschaakt, en het zal nog maar moeten blijken of jij jezelf überhaupt in iets expert mag noemen. Tienduizend uren roken, tienduizend uren koffiedrinken, tienduizend uren dromerig door het raam staren, de drie zijn perfect te combineren. Tienduizend uren schrijven en daar ontevreden over zijn. Tweehonderdtachtigduizend en enige uren als wees op de wereld.

Ik had het verhaal uiteindelijk sterker gevonden zonder de aanslag, als een pure dronkemansnacht met alle meer en minder zin makende overdenkingen die er bij horen… Nu voldeed het niet helemaal aan mijn (te) hoge verwachtingen. Gelukkig bleek dat enkel te gelden voor het boek en niet voor mijn nieuwe e-reader, die met dit boek gedoopt werd 😉

Bron afbeeldingen: Goodreads

Verbeelding book challenge 2018 – Tweede kwartaal

We zijn halfweg het jaar; tijd dus om eens te kijken hoe het staat met de Verbeelding book challenge:

Verbeelding book challenge (Verbeelding)
Bron: verbeelding.org

2. Een boek met een plaatsnaam in de titel
Hergé, De avonturen van Kuifje, Bundel 2: Kuifje in Amerika / De sigaren van de farao / De blauwe lotus
Amerika is een plaatsnaam, dus voilà 🙂

6. Een boek dat op de Rory Gilmore boekenlijst staat
Voltaire, Candide
Ondanks dat ik vroeger al wel eens naar Gilmore Girls had gekeken, had ik eerlijk gezegd geen idee wat voor boeken er op die boekenlijst zouden te vinden zijn. Het bleek niet alleen een aangename verrassing, maar ook een goede aanleiding om deze Franse klassieker eindelijk eens te lezen.

9. Een boek waarin de dood centraal staat
Natsume Sōseki, Kokoro
De dood speelt op meerdere manieren een rol in dit boek: enerzijds is er de dood van de keizer die een nieuwe periode inluidt, anderzijds de dood van een personage die een schaduw werpt op het leven van een ander.

13. Een boek met minstens 10 uitgaves/herdrukken
Francine Jay, Gelukkig met minder
Een snelle zoektocht online leerde mij dat dit boek in minstens 12 verschillende talen is uitgegeven, voldoende dus om mee te tellen voor dit puntje.

15. Een boek met een alliteratie in de titel
Richard Sennett, The culture of the new capitalism
Op voorhand ging ik er vanuit dat een of andere Suske en Wiske dit puntje wel zou opvullen, maar uiteindelijk ging Sennett met culture en capitalism met de eer lopen. Al zou het misschien nog beter geweest zijn, had hij gekozen voor current of contemporary capitalism i.p.v. new 😉

25. Een tweedehands boek
Waris Dirie, Mijn Woestijn
Toen ik dit boek had uitgelezen en snel de lijst van de Verbeelding book challenge scande, dacht ik eerst dat het bij geen enkel puntje zou passen. Tot ik mij plots herinnerde dat ik mijn exemplaar niet nieuw kocht, maar 12 jaar geleden kreeg van mijn grootmoeder die het eerst las.

29. Een boek dat je volledig buitenshuis leest
Bettie Elias, Een vluchtige zoen
Ahum ja, met 48 pagina’s was het niet bepaald een prestatie om dit boek volledig buitenshuis (ofte: bij mijn ouders) te lezen, maar kijk, het was het eerste dat voldeed aan dit puntje 🙂

30. Een boek dat drie van de bovenstaande items combineert
Philippe Claudel, Les Âmes grises (puntjes 9, 12 en 13)
Met Wereldoorlog I op de achtergrond en de moord op een meisje op de voorgrond, staat de dood zeker centraal in dit boek (puntje 9); bovendien schreef Claudel alleen al in de categorie “romans” meer dan 10 boeken – en daarnaast nog kort- en kinderverhalen en toneel – (puntje 12), en werd dit boek in minstens 15 talen vertaald (puntje 13).

Zonder speciaal op deze challenge te letten, heb ik een mooie 18 puntjes kunnen afstrepen (het volledige overzicht vinden jullie hier, aangezien ik in deze post enkel ingegaan ben op de nieuwe boeken van het afgelopen kwartaal). De onderstaande, nog te lezen, puntjes zullen ongetwijfeld, zoals de vorige jaren, deels op dezelfde manier in orde komen en deels een effectieve inspanning vragen 🙂 . Tips zijn steeds welkom, want ook al heb ik nog een lange leeslijst, extra leesinspiratie is altijd super!

1. Een boek met een dier in de titel
4. Een boek van een auteur die helaas het afgelopen decennium gestorven is
8. Een boek dat begint met “Er was eens”
10. Een boek van een auteur met dezelfde initialen als jou
16. Een boek geschreven door een zoon/dochter van een andere auteur
19. Een boek waarin tijdreizen voorkomt
20. Een boek dat zich in de ruimte afspeelt
22. Een boek waarin de zee een belangrijke rol speelt
23. Een boek over een alleenstaande ouder
24. Een boek dat zich afspeelt in China
27. Een boek waarin een gevangenis voorkomt

De boeken van mei 2018

Mei werd een bibliotheekboekenmaand met drie boeken die ik uit / via de Zentralbibliothek Zürich leende en twee boeken uit de bibliotheek van Haaltert. Ik was immers het weekend voor en na de steenkapcursus in België en kon er dus van profiteren om nog eens mijn slag te slaan in een Nederlandstalige bib 😉

Richard Sennett, The Culture of the New Capitalism

The Culture of the New Capitalism (Joëlla Opraus en Nathalie van Wingerden)

Het was mijn psy die mij dit boek aanraadde, aangezien werk regelmatig een rol speelt in onze gesprekken (boehoe voor een systeem waarbij je elk kwartier moet opschrijven wat je gedaan hebt, zeker voor een perfectionist als ik…). Socioloog Richard Sennett beschrijft in dit boek de evolutie van het kapitalisme, van de industriële naar de globale vorm: waar een werknemer vroeger vooral beoordeeld werd op resultaten en vakmanschap telt nu in de eerste plaats iemands potentieel (ofte: je moet je blijven bewijzen). Ook wisselen mensen vandaag veel vaker van job, terwijl het vroeger veel evidenter was een hele carrière binnen een en hetzelfde bedrijf te blijven. Niet elke mens kan echter even goed om met de onstabiliteit die dat met zich meebrengt.

Judgments about potential ability are much more personal in character than judgements of achievement. An achievement compounds social and economic circumstances, fortune and chance, with self. Potential ability focuses only on the self. The statement “wou lack potential” is much more devastating than “you messed up”. It makes a more fundamental claim about who you are.

Daarnaast vond ik ook het hoofdstuk over de “mogelijkheid” van aankopen heel interessant, waarbij Sennett meent dat we dingen vaak kopen omwille van de mogelijkheden die ze in zich dragen.

Potency is something we can buy […]. A commonplace in the electronics industry is that ordinary consumers buy equipment whose capabilities they will never use: memory hard-drives which can store four hundred books, though most people will store at best a few hundred pages of letters, or software programs which sit unopened on the computer. The behavior of these punters parallels that of buyers of super-fast sports cars who mostly crawl in bumper-to-bumper traffic, or of the owners of the infamous SUV machines meant for desert navigation used mostly to shepherd children to and from school. These are al consumers of potency. 

Ondanks dat ik bij een paar stukken in het boek maar moeilijk mijn aandacht kon houden (wanneer de auteur branding en politiek vergelijkt bijvoorbeeld) en het door het academische taalgebruik niet altijd even vlot las, was het zeker interessant om te lezen.

Philippe Claudelt, Les Âmes grises

Les Âmes grises (Philippe Claudel)

Nadat ik in de afgelopen jaren van Philippe Claudel al La petite fille de monsieur Linh en Meuse l’oubli las, zorgde de Zürich book club voor mijn derde – en mooiste – leeservaring van deze auteur. Les âmes grises speelt zich af in een Noord-Frans dorpje in 1917, dat – omdat de fabriek in het dorp bemand moet blijven – op het eerste zicht weinig te lijden heeft onder de oorlog die zich nochtans vlakbij afspeelt. Het verhaal wordt daarentegen opgehangen aan de moord op een tienjarig meisje en de verteller begeleidt je als lezer doorheen de zoektocht naar de moordenaar, weliswaar zonder dat het boek een whodunit wordt.

On sait toujours ce que les autres sont pour nous, mais on ne sait jamais ce que nous sommes pour les autres.

Het is een aangrijpend boek over het verlies van liefde en van schoonheid, over de dood en hoe die de levenden achterlaat als minder dan ze ervoor waren, omdat een stukje van jezelf verdwijnt samen met degene die je verliest. De oorlog speelt op de achtergrond als een perfecte metafoor en maakt het in die zin toch een – atypisch, maar fantastisch – oorlogsverhaal. Of, zoals ik het op Goodreads kort verwoordde: “Ik ga naar Where the wild roses grow van Nick Cave luisteren nu… Ofwel komen daardoor de wachtende tranen naar buiten, ofwel verdwijnen ze, omdat een ander ze weent. Merci Claudel, om mij op de mooiste manier pijn te doen.”

Anuschka Rees, The Curated Closet

The Curated Closet (Anuschka Rees)

Een aantal jaar geleden ontdekte ik toevallig de blog van Anuschka Rees en aangezien ik er toen een aantal inspirerende teksten las over het verbeteren – en en passant ook minimaliseren – van je kleerkast, wilde ik haar boek ook wel lezen. Kleding is voor mij weliswaar een pak minder belangrijk dan het voor haar lijkt te zijn, maar dat neemt niet weg dat ze een verfrissende en interessante aanpak heeft: op zoek gaan naar je eigen stijl aan de hand van wat je mooi vindt en hoe je levensstijl er uit ziet i.p.v. je te baseren op lichaamstypes, de huidige mode of de hipste en duurste merken.

As a result, the online world is so saturated with ads and brand messages, it’s impossible to escape. And so most of us spend our days surrounded by pretty pictures of stuff and glamorous people talking about that stuff. Every day, we see fashion bloggers and Instagrammers buying more and more, without thinking about it too much. And even if at first we think, “What, you bought another pair of leopard heels?!” over time that constant exposure changes our own perception of what’s normal and we ourselves get used to buying more and more without thinking about it too much. Flash sales, two-for-one deals, and constantly changing collections teach us to make fast decisions. Being less selective becomes the new normal.

Haar proces is duidelijk gestructureerd (hoera voor lijstjes en boomdiagrammen 😉 ), maar wel zeer – om niet te zeggen te – uitgebreid. Hoewel er veel beelden in het boek staan, hadden dat er gerust nog meer mogen zijn: o.a. wanneer ze het heeft over “stevige, goede naden”, zou een detailfoto van een slechte en een goede naad meer hebben kunnen verduidelijken dan tekst dat kan. Ook het hoofdstuk “duurzaamheid” had nog uitgebreider gemogen, maar het is al goed dat het er überhaupt inzit (en wie haar hele filosofie volgt, zal sowieso al een duurzamere – want minder gevulde – kleerkast krijgen). Al bij al een inhoudelijk interessant boek, dat weliswaar vrij veel herhaalt van wat ook op haar blog te vinden is.

Pedro Brugada, Ons hart. Gebruiksaanwijzing en onderhoudsboekje

Ons hart (Pedro Brugada)

Nadat mijn grootmoeder vorig jaar een hartaanval kreeg, belandde dit boek van hartspecialist Brugada op haar tafel. Ik begon er toen in te lezen, maar kon het niet uitlezen. In de bib bleek het sindsdien, telkens ik in België was, uitgeleend of gereserveerd. Tot eind mei dus 🙂

Het volstaat niet om roestplekken te overschilderen en je kar in de was te zetten. Wat onder de motorkap zit, verdient veel meer aandacht. Want inderdaad, we bekommeren ons vooral om de uiterlijke tekenen van verval – we haten het dat we verrimpelen, levervlekken krijgen, uitzakken en kaal worden – en vergeten dat onze binnenkant net zo goed veroudert. Bottom line: mensen worden vanzelf ouder als hun niets overkomt, maar ze blijven niet vanzelf gezond.

De inleiding, die het levensverhaal van Brugada vertelt, was wat mij betreft niet echt nodig, maar was tegelijk ook niet storend. Daarna gaat hij in op de verschillende hartziektes in een hoofdstuk dat je bij momenten wat doet duizelen omdat er zo veel instaat – zowel veel informatie per ziekte als veel ziektes an sich. Verder in het boek gaat het over behandelmethodes en – nog belangrijker – preventie van hartziektes.

De natuur heeft ervoor gezorgd dat we honger krijgen en eten lekker vinden, zodat we zeker voldoende gemotiveerd zouden zijn om ons straalkacheltje brandend te houden. Iets lekker vinden is een vorm van genot, en genot heeft met emotie te maken. Daardoor is eten, zonder dat we het altijd beseffen, een emotioneel en psychologisch zwaarbeladen aangelegenheid. Geen wonder dat mensen met emotionele problemen als compensatie, straf of beloning vaak abnormaal gaan eten: ze krijgen vreetbuien, worden anorectisch of gaan aan de drank. Eten vult niet alleen de gaten in onze buik, maar ook die in onze hersenen.

Hoewel die tips in zekere zin vanzelfsprekend waren, confronteerden ze mij toch met een paar slechte gewoontes (hoezo, ik eet teveel suiker…). Een interessant, vlot geschreven boek – iets wat gezien het onderwerp niet evident is – en nuttig voor zowel gezonde mensen als hartlijders. Moest ik ooit met een hartziekte geconfronteerd worden, zie ik mij zeker teruggrijpen naar dit boek om het betreffende hoofdstuk nog eens te lezen (nu was het bij momenten zoveel info dat het moeilijk was om alles te onthouden 🙂 ).

[…] het belang van beweging en sport om ziekten te voorkomen, vroeg aan het licht te brengen – wie vooral in zijn luie stoel blijft zitten, merkt niet hoe hij langzaam aftakelt – en zelfs om ziekten te bestrijden, kan niet genoeg worden benadrukt. Als je nooit sport, dan kun je ook niet doodvallen tijdens het sporten, maar is het risico dat je sowieso vroegtijdig doodvalt ettelijke malen groter dan voor sporters.

Wim Oosterlinck, Ik wilde geen kinderen (en nu heb ik er twee)

Ik wilde geen kinderen (en nu heb ik er twee) (Wim Oosterlinck)

De mens achter “de radiopresentator Wim Oosterlinck” wilde blijkbaar eerst geen kinderen, maar heeft er nu toch twee. Voldoende om dit boek mee te nemen uit de bib, want – zoals wie hier al langer meeleest, waarschijnlijk wel weet – ook hier was de kindervraag niet makkelijk beantwoord. Jammer genoeg sluit het boek veel te weinig aan bij de titel, die, bij mij toch, de indruk wekt dat het gaat over twijfels over het ouderschap, over al dan niet kinderen willen… Blijkt dat hele vraagstuk in twee pagina’s beschreven te worden en neer te komen op “ik wilde eerst averechts doen en dus wilde ik geen kinderen en toen kreeg ik een vriendin en waren er vrienden met kinderen en wilde ik er wel”…
Dat neemt niet weg dat het best wel een grappig boek is, dat mij bij momenten deed denken aan de – weliswaar nog leukere – boekjes van Wouter Deprez. Wie echter op zoek is naar een boek over twijfels over ouderschap, laat dit best in de rekken staan 🙂

Bron afbeeldingen: Goodreads

De boeken van april 2018

Non-fictie, een stripverhaal, cadeau gekregen fictie, ver-van-mijn-bed fictie en een kinderboek. April was een fijne en vooral zeer gevarieerde leesmaand!

Francine Jay, Gelukkig met minder

Gelukkig met minder (Francine Jay)

Dit boek stond al een tijdje op mijn leeslijst, maar ik twijfelde lang over de aankoop: er is over minimalisme immers al zoveel te lezen online, dat ik niet zeker wist of het wel de moeite waard zou zijn om het boek in huis te halen. Lang leve onverwachte kortingen, waardoor het uiteindelijk toch in mijn handen belandde 😉

Hoewel ik een groot deel van wat Jay schrijft al wel wist – door het elders te lezen of door het zelf te ondervinden – was het leerrijk om op een overzichtelijke manier over minimalisme te kunnen lezen. Het basisidee is dat je enkel bijhoudt wat je plezier geeft of wat je gebruikt en daar kan ik mij helemaal in vinden. Want laten we wel wezen: hoewel ik niet blij word van mijn afwasproduct (tenzij misschien een heel klein beetje omdat het ecologisch is), heb ik het wél nodig. Bovendien was dit een van de eerste keren dat ik een hoofdstuk las over hoe leven met minder ook een goede impact heeft op het milieu. Dat is – naast rust in mijn hoofd – namelijk een van de grote redenen dat ik probeer minimalistisch(er) te leven (niet extreem, daarvoor hou ik van teveel verschillende sporten met elk hun eigen spullen, vrees ik…), maar het is een aspect dat vaak nog over het hoofd gezien word, vind ik. Het enige jammere aan het boek is dat Jay verschillende keren zaken herhaalt. Hoewel ik begrijp waarom (zo dringen ze nu eenmaal beter door), is dat toch een beetje ironisch voor een boek over “minder” 🙂

Hergé, De avonturen van Kuifje, Bundel #2: Kuifje in Amerika / De sigaren van de farao / De blauwe lotus en Bundel #3: Het gebroken oor / De zwarte rotsen / De scepter van Ottokar

De avonturen van Kuifje, Bundel #2 (Hergé)

In tegenstelling tot de eerste bundel, kreeg ik in deze verhalen (vooral dan De sigaren van de farao en De blauwe lotus) het gevoel dat Hergé vooral lacht met de blanken die zichzelf oh zo superieur vinden (en daardoor dit gedrag dus ook bekritiseert). Kuifje in Amerika bulkte weliswaar nog van de clichés; het is, samen met de Sovjets en Afrika vooral interessant als getuige van zijn tijd, maar minder leuk als strip op zich. De andere zijn best wel leuk om te lezen; ik hou als volwassene wel van wat meer diepgang en dat biedt Kuifje niet echt, maar het kindje in mij vindt zijn avonturen best wel spannend 🙂

Griet Op de Beeck, Gezien de feiten

Gezien de feiten ( Griet Op de Beeck)

Samen met het boek van Francine Jay kwam ook dit Boekenweekgeschenk in huis. Wie hier al langer leest, weet dat ik hou van de schrijfstijl van Griet Op de Beeck en dat was in dit boekje niet anders. Het was weliswaar veel te kort, maar bon ja, daar kan Griet zelf niet aan doen, Boekenweekgeschenken zijn nu eenmaal geen kloefers van boeken 🙂

Op de laatste pagina na (ach, was dat nu echt nodig?), vond ik dit opnieuw een sterk verhaal met herkenbare personages (oh, de dochter die maar niet los kan komen van haar eigen verdriet en daardoor geen ruimte laat voor dat van anderen). Een verhaal met een optimistische inslag, over hoe het nooit te laat hoeft te zijn om nog iets van het leven te maken.

Natsume Sōseki, Kokoro: de wegen van het hart

Kokoro (Natsume Sōseki)

Ik heb mij tijdens het lezen even afgevraagd of het verhaal ergens toe zou leiden (niet dat dat noodzakelijk hoeft), maar dat neemt niet weg dat het aangenaam lezen was over de relatie tussen de vertellende, maar anoniem blijvende hoofdpersoon en een oudere man, die hij aanspreekt met Sensei (ofte meester). Bovendien was het ook intrigerend om te lezen over het Japan van toen (het einde van het Meiji-keizerrijk) en de gebruiken en maatschappelijke structuren die er toen (nog) waren (de overduidelijke ondergeschiktheid van de vrouw, de zelfmoord voor eer…).
Uiteindelijk komt in het laatste hoofdstuk toch alles samen en blijkt dit een mooi boekje over waarom mensen zich afkeren van anderen, over schuldgevoel en hoe dat een mens kan verteren, over waarom het donker kan worden in iemands hoofd en dood soms gekozen wordt boven leven, over mensen en de (verschillende) waardes die ze aan relaties toekennen…
Ik heb nog maar weinig ervaring met Japanse schrijvers (één boek van Murakami en nu dit van Soseki), maar hun stijl ligt mij wel. Mooi, kabbelend, zacht en tegelijk vol inzichten.

Bettie Elias, Een vluchtige zoen

Een vluchtige zoen (Bettie Elias)

Dit kinderverhaaltje over alleen of samen zijn, over vriendschap en ruzies haalde ik nog eens uit de kast bij mijn ouders. Als kind las ik het heel graag, als volwassene was het logischerwijs iets te simpel, maar wel fijn om nog eens opnieuw te lezen. Niet meer, maar ook niet minder dan dat.

Bron afbeeldingen: Goodreads

De boeken van maart 2018

Met vier boeken en één graphic novel was maart een maand waarin ik opnieuw regelmatig onderdook in de wondere wereld der letteren. Al was dat niet altijd even succesvol…

Jeroen Olyslaegers, Wil

Wil (Jeroen Olyslaegers)

Dit boek stond al langer op mijn leeslijstje, maar omdat ik niet voldoende overtuigd was om het te kopen, duurde het een tijdje voor ik er ook effectief aan begon. In “mijn” Belgische bib was het boek immers ofwel uitgeleend, ofwel was ik niet lang genoeg in België om het te kunnen uitlezen. Enter de Zentralbibliothek in Zürich die het onverwacht in huis haalde!

Inhoudelijk was ik wel fan van dit door een Antwerpse politieman vertelde verhaal over WO II. Olyslaegers geeft een goede schets van het leven tijdens de oorlogsjaren, waarbij het heel intrigerend was om te lezen over de medewerking van politie en stadsbestuur aan de jacht op joden. Het boek las ook heel vlot, ondanks dat het vaak heen en weer springt tussen tijdsperiodes. Ik kan mij inbeelden dat de manier waarop het hoofdpersonage het verhaal bij momenten afratelt, sommige lezers kan storen, maar ik vond dit bijdragen aan het gevoel dat je “luistert” naar iemands verhaal.

Toch was ik niet echt overtuigd van dit boek. Zo kan ik bij andere auteurs best wel genieten van het gebruik van ge/gij, maar hier waren er net iets teveel zinnen waar het gebruik ervan het gevoel gaf dat het gesproken volkstaal moest zijn, maar andere woorden in diezelfde zinnen dan weer veel te chic waren daarvoor. Bovendien vond ik Antwerpen te sterk aanwezig als achtergrond van het verhaal – ik hou wel van verwijzingen naar straten of gebouwen, maar hier was het soms zodanig overdreven dat ik het gevoel had er beter een kaart bij te nemen – en bleef ik achter met het gevoel dat Olyslaegers teveel thema’s wilde verwerken in zijn verhaal. Dat leidde ertoe dat meerdere verhaallijnen (met als toppunt de kleindochter) niet voldoende overtuigden. Geen slecht boek dus, maar nu ook weer niet de topper die ik verwacht had van een winnaar van de Gouden Uil (en ja, ik weet dat die prijs tegenwoordig anders heet, maar die naam is lelijk en commercieel, nah 😉 ).

Karel Glastra van Loon, Lisa’s adem

Lisa's adem (Karel Glastra van Loon)

Jullie lazen het al in mijn eerste update van de Verbeelding book challenge: dit boek lag al 12 of 13 jaar in mijn kast. Nu ik het gelezen heb, blijkt dat lang genoeg te zijn geweest en heb ik het boek verwezen naar de “mag weg”-stapel. Glastra van Loon beschrijft in dit verhaal het leven van Sophie, Sebastiaan en Talm – respectievelijk moeder, stiefvader en vriendje van Lisa – voor en na haar verdwijning.

Op zich zou dit een goed boek kunnen opleveren, maar jammer genoeg springt de auteur iets teveel heen en weer tussen de drie personages (in die mate dat het soms gaat om amper één zinnetje per persoon) en is niet alles even geloofwaardig. Zo kan ik mij wel inbeelden dat een zeventienjarige jongen getraumatiseerd is wanneer zijn vriendin verdwijnt, maar dat hij zeven jaar later plots intensief naar haar op zoek gaat – zo intensief dat hij als zwerver gaat leven -, dat lijkt mij toch wel heel onrealistisch.

Zo verstreek de tijd terwijl zijn leven stilstond.

Bovendien komt de taal soms wat gekunsteld over, omdat Glastra van Loon te literair en te uitgebreid over gebeurtenissen schrijft. Een beetje schaven had dit boek zoveel beter kunnen maken!

Chimamanda Ngozi Adichie, We should all be feminists

We should all be feminists (Chimamanda Ngozi Adichie)

Op 8 maart was ik al toe aan mijn derde boek van de maand en aangezien die dag Vrouwendag is, kon ik uiteraard niet anders dan dit boekje – een essay gebaseerd op de TEDx Talk die Ngozi Adichie in 2013 gaf – uit de kast te halen.

We spend too much time teaching girls to worry about what boys think of them. But the reverse is not the case. We don’t teach boys to care about being likable. We spend too much time telling girls that they cannot be angry or aggressive or tough, which is bad enough, but then we turn around and either praise or excuse men for the same reasons. There are so many magazine articles written telling women how to please men, but so few guides for men about pleasing women.

Het was mijn eerste kennismaking met de Nigeriaanse schrijfster en, hoewel dit natuurlijk een ander type lectuur is dan haar fictieboeken, overtuigend genoeg om zeker nog meer van haar te lezen. Ze slaagt er immers in om bondig en met humor toch heel krachtig te schrijven over de problemen – zowel de flagrante als de onopvallendere – die vrouwen ook vandaag nog ondervinden, over hoe jongens en meisjes al van kleinsaf geconfronteerd worden met bepaalde verwachtingen en hoe dat niet enkel schadelijk is voor die meisjes, maar ook voor de jongens. De we in de titel slaat dan ook niet enkel op vrouwen, maar evenzeer op mannen.

A world of happier men and happier women who are truer to themselves. And this is how to start: We must raise our daughters differently. We must also raise our sons differently.

Hoewel ik inhoudelijk net iets meer had verwacht, ben ik toch fan van dit boekje. Omdat het in al zijn simpelheid een goede inleiding is voor iedereen die geïnteresseerd is in feminisme en gender en de problemen er rond.

Some people ask: “Why the word feminist? Why not just say you are a believer in human rights, or something like that?” Because that would be dishonest. Feminism is, of course, part of human rights in general—but to choose to use the vague expression human rights is to deny the specific and particular problem of gender. It would be a way of pretending that it was not women who have, for centuries, been excluded. It would be a way of denying that the problem of gender targets women.

Carolin Walch, Roxanne & George

Roxanne & George (Carolin Walch)

Vorig jaar deed een van de bibliotheken in Zürich een uitverkoop en daarbij nam ik deze graphic novel mee. Achteraf bekeken had ik het beter iets grondiger doorgenomen, want behalve de tekeningen bleek het niet veel soeps.

Vermoedelijk – of liever: hopelijk – bedoelt Walch dit verhaal over rijke tieners Roxanne en George, die als dochter en zoon van twee bekende rockers hun 15 minutes of fame beleven in een realityserie, als een parodie op de Kardashians, Osbournes, Hiltons en andere from zero to hero‘s van deze wereld. Alleen is ze daarbij wel vergeten dat een parodie enige vorm van kritiek moet bevatten…

Bij de andere optie – dat het niet als kritiek bedoeld is -, kan ik het enkel maar jammer vinden dat ik in graphic novel-vorm gelezen heb waar ik op tv niet naar kijk.

Bernard Beckett, Genesis

Genesis (Bernard Beckett)

Ondanks dat ik in de leesgroep waar ik regelmatig naartoe ga, overstelpt word met sci fi-tips, lees ik het genre maar zelden. Deze Genesis werd echter het maandboek van de Zürich boekenclub (niet toevallig nadat ik iemand van de leesgroep de boekenclub aanraadde 🙂 ) en dus besloot ik het toch een kans te geven.

I am not a machine. For what can a machine know of the smell of wet grass in the morning, or the sound of a crying baby? I am the feeling of the warm sun against my skin; I am the sensation of a cool wave breaking over me. I am the places I have never seen, yet imagine when my eyes are closed. I am the taste of another’s breath, the color of her hair.
You mock me for the shortness of my life span, but it is this very fear of dying which breathes life into me. I am the thinker who thinks of thought. I am curiosity, I am reason, I am love, and I am hatred. I am indifference. I am the son of a father, who in turn was a father’s son. I am the reason my mother laughed and the reason my mother cried. I am wonder and I am wondrous. 

Hoewel ik de deadline van de boekenclub weeral niet haalde (note to self: sneller beginnen lezen aan de maandboeken, zelfs wanneer ze zo dun zijn als dit exemplaar!), ben ik heel blij dat ik het boek las. Dit is sciencefiction zoals ik het graag lees: een combinatie van de vaak interessante en heel actuele mogelijkheden van artificiële intelligentie met filosofische vragen over wat mensen mensen maakt, over de waarde van het leven…

Which came first, the mind or the idea of the mind? Have you never wondered? They arrived together. The mind is an idea.

Bovendien is het verhaal op een originele manier uitgewerkt, want het boek is opgebouwd als een verslag van een examen dat hoofdpersonage Anax aflegt om toe te treden tot The Academy. Voeg daar nog een verrassing van formaat, die je nog wat extra doet nadenken over wat je al gelezen hebt, aan toe en ik zat mij heel erg af te vragen waarom ik eigenlijk niet vaker sciencefiction lees.

Bron afbeeldingen: Goodreads