De boeken van januari 2019

Anna Enquist, Contrapunt

Al een hele tijd geleden kwam dit boek, door een lovende review van B.-met-de-goede-boekensmaak op Goodreads, op mijn leeslijst terecht. In dit boek schetst Anna Enquist het verhaal van een vrouw die haar dochter verloor en haar verdriet verwerkt door de Goldbergvariaties van Bach te spelen en bestuderen.

Binnen die leegte bevindt zich alles. Nu speelt ze, nu en altijd speelt de vrouw de aria voor haar dochter.

Door dat fictieve personage, dat ze nooit specifieker benoemt dan “vrouw” of “moeder”, verwerkt ze haar eigen rouw om haar dochter die in een auto-ongeluk om het leven kwam. De manier waarop Enquist het gefragmenteerde verhaal van een moeder over haar dochter verweeft met de beschrijvingen van de variaties vond ik heel indrukwekkend.

Langzaamaan komt er toenadering. De vader tilt het kind uit de wieg. Het kind ruikt een nieuwe, een andere geur en hoort een diepere stem. Als de vader boven de wieg tetterend zijn neus snuit schrikt ze huilend op. Al snel weet ze: zo is dat, hij klinkt zo, hij hoort erbij.
Steeds dichter klimt de bas tegen de beide canonstemmen aan. Niet meer weg te denken.

De stukken over de variaties lezen weliswaar niet echt vlot – toch niet als je er effectief iets van wilt oppikken -, omdat Enquist er best wel wat vakterminologie in verwerkt (ik luister graag naar muziek, maar vraag mij bijvoorbeeld niet wat een sarabande is), maar zijn wel heel leerrijk.

De moeder ziet de opstandigheid en het verdriet met zorg aan. Met een zweem van schuld, ook. Had ze de dochter niet beter kunnen voorbereiden op de moeite die het kost om gewoon te leven? Het kind heeft moeite genoeg ervaren in haar studententijd, denkt de moeder, het was een dagelijkse strijd om zelfstandig dat grillige bestaan het hoofd te bieden. Ze deed het met inzet, met bijna te veel energie. Na elke tegenslag nam ze zich voor iets nieuws te leren. Salsales na een akelig afgelopen liefde, een bridgecursus om de scriptieproblemen te overwinnen. Achter de toewending tot de verraderlijke werkelijkheid is kennelijk een kinderfantasie blijven bestaan: alles komt goed na het examen. Die fantasie stort nu in elkaar en de moeder staat met lege handen.

Ze maakten ook dat ik trager door dit boek ging dan anders misschien het geval zou geweest zijn: ik startte en eindigde elk hoofdstuk immers door naar de bijhorende variatie te luisteren. Op die momenten koos ik voor de vertolking van Gould, waar ook Enquist naar verwijst, maar op het einde heb ik nog eens alle variaties beluisterd, dit keer gespeeld door Murray Perahia, op aanraden van B. Mooi om zo mijn lees- en luisterjaar te beginnen!

Waarom stemt een melodie die de hoogte in gaat en weer neerdaalt zo treurig? Was je een stuk verder opgeschoten als je dat wist? Hoopvolle ademteug, teleurgesteld uitblazen. Bergop, en dan, noodgedwongen, bergaf. Iets krijgen en het weer op moeten geven. Het leven zelf, dus. Vandaar de brok in de keel.

Matt Haig, Reasons to stay alive

Ik kocht dit boek een tijdje geleden, omdat ik dacht dat het herkenbaar zou zijn en misschien kon helpen; omdat het té herkenbaar was, legde ik het weer neer. In januari, nadat ik terugkwam van IJsland, kon ik niet anders dan het opnieuw beginnen lezen, al kwam het nu dichter dan ik ooit gedacht had dat het zou doen.

Life is hard. It may be beautiful and wonderful, but it is also hard. The way people seem to cope is by not thinking about it too much. But some people are not going to be able to do that.

Hoewel het verhaal bij momenten uiteraard gigantisch hard is, heb ik evenzeer zitten glimlachen tijdens het lezen. Bitter sweet, dat is het en dat komt grotendeels door de manier waarop Haig zijn verhaal vertelt: hij wisselt af tussen een verhalende stijl met anekdotes en lijstjes.

Life is waiting for you. You might be stuck here for a while, but the world isn’t going anywhere. Hang on in there if you can. Life is always worth it.

Hoewel die lijstjes, met titels als “Things I have enjoyed since the time I thought I would never enjoy anything again”, “Things that make me worse”, “Things that (sometimes) make me better” of “Things people say to depressives that they don’t say in other life-threatening situations” op zich een serieuze inhoud hebben, zit er vaak wel een knipoog in. Zo omvat dat laatste lijstje puntjes als Come on, I know you’ve got tuberculosis, but it could be worse. At least no one’s died. en Oh, Alzheimer’s you say? Oh, tell me about it, I get that all the time.

In vergelijking met andere boeken over het thema die ik al las, gaf dit boek mij nog meer inzichten. En leerde het mij hoe een depressie ook kan zijn, want zelfs op het diepste bleef ik altijd goede dingen zien, kon ik nog steeds naar de winkel… En dan waren er tegelijk zinnen die er zo boenk op waren dat het pijn deed om ze te lezen.

The desire to step out of myself for a while. A week, a day, an hour. Hell, just for a second.

Dit is een boek is dat zowel nuttig kan zijn voor wie er mee te maken heeft en probeert inzicht te krijgen als voor diegenen die mensen in hun omgeving ermee zien worstelen. Absolute aanrader!

Depression is also smaller than you.
Always, it is smaller than you, even when it feels vast. It operates within you, you do not operate within it. It may be a dark cloud passing across the sky, but – if that is the metaphor – you are the sky.
You were there before it. And the cloud can’t exist without the sky, but the sky can exist without the cloud.

Philippe Daucourt, Jeanne Bueche. Architecte

Veel lectuur voor mijn thesis zal er niet in deze rubriek verschijnen, aangezien een groot deel bestaat uit artikels en hoofdstukken van boeken. Deze publicatie echter las ik volledig, aangezien ze een overzicht geeft van het werk van Jeanne Bueche, de architecte over wie ik mijn thesis schrijf.

De inhoud is niet heel diepgaand (maar dan zou ik ook geen thesisonderwerp hebben 😉 ), maar geeft een goed overzicht van haar werk met een bondige tekst voor een groot aantal van haar gebouwen. Het meest interessante voor mij was vooral de tekst over de invloed van de Franse architect Auguste Perret op haar ontwerpen.

Zennor Compoton, 365 bullet journal: Voor iedere dag een opdracht om te leren je leven te organiseren

Tja, temidden van een hoop werk, gaat een mens al eens op zoek naar manieren om al dat werk beter georganiseerd te krijgen 🙂 . Dit bleek daar echter niet meteen het juiste boekje voor. De korte uitleg over het principe van bullet journaling is op zich interessant, maar had ik al elders – en beter – gelezen.

Het boek is bedoeld als een oefenboek en de papiersoort laat dat zeker wel toe, alleen vond ik de oefeningen vaak teveel gefocust op “extraatjes” en te weinig op echt praktische tips. Ik ben absoluut een lijstjesmeisje 🙂 , maar er is nog een verschil tussen lijstjes maken om lijstjes te maken en lijstjes maken omdat ze je effectief helpen om dingen te verwezenlijken. Zeker voor mensen die het systeem voor het eerst uitproberen, zou het wel nuttig geweest zijn aan te geven dat je best enkel die lijstjes uitkiest die voor jou nut hebben i.p.v. maar klakkeloos elk mogelijk idee over te nemen.

En heb ik er nu overgekeken of werd de uitvinder van het systeem, Ryder Caroll, niet eens vermeld? Credit where credit’s due, jongens! Geen slecht boek, maar zeker ook niet een van de betere in het genre.

Bron afbeeldingen: Goodreads

8 van 2018: boeken

Jullie lazen eerder deze week al de cijfertjes over mijn leesjaar, maar welke boeken waren nu eigenlijk de toppers? Bij deze: de 8 beste boeken van 2018, in dit bericht telkens summier beschreven in twee termen; wie er meer over wil weten, komt via de links terecht op mijn uitgebreidere reviews.

Boeken van 2018 (Le petit requin)
  1. Genesis van Bernard Beckett: filosoferend – verrassend
  2. Ik kom terug van Adriaan van Dis: pijnlijk – mooi
  3. Kokoro van Sōseki Natsume: kabbelend – minzaam
  4. Les âmes grises van Philippe Claudel: hard – zacht
  5. Oceaan van een zee van Alessandro Baricco: dromerig – bizar
  6. Scheiden of blijven van Mira Kirschenbaum: verhelderend – herkenbaar
  7. To the lighthouse van Viriginia Woolf: traag – alledaags
  8. Wild swans van Jung Chang: confronterend – verbijsterend

Reis om de wereld in 196 boeken, gelezen in 2018

Eind februari besloot ik een boekenreis rond de wereld te starten, eentje waarmee ik jaren papieren reisplezier voor de boeg heb. Eens kijken welke landen ik het afgelopen jaar al bezocht 🙂 . Ter herinnering: een boek – fictie of non-fictie – telt mee voor een land, wanneer het boek zich in dat land afspeelt en de auteur een sterke verbinding met het land heeft (hij/zij is er opgegroeid, woont er al jaren, heeft er zijn/haar roots…).

Boekenreis om de wereld (Le petit requin)
  • België: Jeroen Olyslaegers, Wil
  • China: Jung Chang, Wild Swans
  • Duitsland: Bernhard Schlink, Olga
  • Frankrijk: Philippe Claudel, Les Âmes grises
  • Hongarije: Melinda Nadj Abonji, Tauben fliegen auf
  • Japan: Natsume Sōseki, Kokoro: de wegen van het hart
  • Mexico: Valeria Luiselli, Tell me how it ends
  • Nederland: Adriaan van Dis, Ik kom terug
  • Nigeria: Chimamanda Ngozi Adichie, We should all be feminists
  • Peru: Mario Vargas Llosa, Het ongrijpbare meisje
  • Somalië: Waris Dirie, Mijn Woestijn
  • Verenigd Koninkrijk: Julian Barnes, The Sense of an Ending
  • Verenigde Staten van Amerika: Lori Nelson Spielman, The life list
  • Zwitserland: Luise von der Crone, Di blau Riitschuel

Veertien landen is, om niet doelbewust landen gekozen te hebben, een mooi aantal, al ga ik – met 196 landen in totaal – effectief nog eventjes aan het boekenreizen zijn 😉

De boeken van december 2018

Cal Newport, Diep werk

Diep werk (Cal Newport)

Nu er een thesis aankomt, ben ik op zoek ben naar manieren om zo gefocust mogelijk te werken (kwestie van het dit keer vlotter te laten gaan…). Deze Diep werk stond al een tijdje op mijn leeslijst en hoewel ik tijdens het lezen vaak het gevoel had dingen al wel te weten, staat “weten wat goed is” daarom nog niet gelijk aan “doen wat goed is” natuurlijk… Newport gaat eerst in op het belang van diep werk en hoe dit in onze huidige maatschappij steeds meer verdwijnt. Daarna focust hij op hoe je dat diep werk voor elkaar kan krijgen. Zo behandelt hij o.a. een aantal manieren om aan diep werk te doen, gaande van “op elk moment dat het even past” over “ritmisch elke dag een beetje” tot “in grote blokken van meerdere weken/maanden”.

Niets doen is niet alleen een vakantie, een privilege of een tekort, het is voor de hersenen net zo onmisbaar als vitamine D voor het lichaam […] Niets doen is paradoxaal genoeg noodzakelijk om iets gedaan te krijgen.

Hij gaat ook o.a. in op hoe gevaarlijk het is om continu toe te geven aan hunkeringen (je telefoon checken, zelfs wanneer je maar eventjes staat te wachten in de winkel…). Enerzijds ben ik op dat gebied niet slecht bezig, omdat ik bijvoorbeeld zeer bewust geen internet heb op mijn gsm, zowel mijn facebook- als mijn instagramprofiel opzegde… Anderzijds doe ik het bij momenten desondanks veel te veel: ik switch bijvoorbeeld vaak tussen veel te veel openstaande tabbladen, poets niet gewoon mijn tanden, maar ruim ondertussen op… (hoewel ik dat laatste eigenlijk vooral zeer efficiënt vind 😉 ). Newport beschrijft hoe dit constante toegeven aan cravings ervoor zorgt dat je wilskracht verzwakt en je het moeilijker hebt om terug gefocust te werken. Hoe meer je jezelf went aan dit toegeven, hoe moeilijker het is om er aan te weerstaan (en op den duur wordt het proberen weerstaan een afleiding op zich).

Zonder structuur verkwist je je tijd te gemakkelijk aan oppervlakkigheden als e-mail, sociale media en internetsurfen. Zulke oppervlakkige activiteiten zijn op het moment zelf wel bevredigend, maar aan creativiteit dragen ze niets bij. Met structuur weet je daarentegen zeker dat je regelmatig blokken in je schema hebt waarin je je over nieuwe ideeën kunt buigen, diep aan een moeilijke klus kunt werken of een afgebakende periode kunt brainstormen – precies de activiteiten die de meeste kans hebben om tot innovatie te leiden.

Newport ondersteunt zijn these niet alleen met onderzoek, maar vult dit ook aan met een hoop weetjes over succesvolle mensen en hoe zij werkten.

Charles Darwin had voor zijn werkzame leven in de tijd dat hij On the Origin of Species schreef een soortgelijke strakke structuur. Zijn zoon Francis herinnerde zich later dat zijn vader elke ochtend om zeven uur opstond en met een korte wandeling begon. Daarna ontbeet hij in zijn eentje en trok hij zich van acht tot halftien terug in zijn werkkamer. Vervolgens trok hij een uur uit voor het lezen van de brieven die de dag ervoor waren bezorgd, en daarna verdween hij van halfelf tot twaalf weer naar zijn werkkamer. Na die sessie wandelde hij, diep in gedachten verzonken, een vast rondje dat bij zijn plantenkas begon en daarna over de rest van zijn grondgebied leidde. Hij liep door tot hij tevreden was met wat hij bedacht had, en zette dan een punt achter zijn werkdag.

Al bij al een zeer interessant boek dat mij een aantal inzichten opleverde. Nu ze in de praktijk omzetten…

Gretchen Rubin, Better Than Before: Mastering the Habits of Our Everyday

Better than before (Gretchen Rubin)

Dit boek draait volledig om gewoontes, volgens auteur Gretchen Rubin dé manier om onszelf te veranderen. Voor haar zijn gewoontes weliswaar niet makkelijk om te vormen, maar wel de bouwsteen om een beter leven te krijgen. Hoewel ik maar deels akkoord ga met dat uitgangspunt, vond ik haar ideeën over hoe je die gewoontes dan kunt vormen wel heel leerrijk. 

Habits eliminate the need for self-control.

Ze deelt mensen op in vier profielen, al naargelang hoe je met – externe en interne – verwachtingen omgaat (upholders, questioners, obligers en rebels) en verklaart aan de hand ervan o.a. waarom het moeilijk is om gewoontes te maken van dingen die je graag doet, waarom je bepaalde gewoontes op 1, 2, 3 kan vormen en anderen nooit lijken te lukken… Al naargelang jouw wijze waarop je aan verwachtingen voldoet, gebruik je best andere strategieën om gewoontes in te bouwen.

I use a kind of magical thinking to procrastinate. I make up questionable rules like ‘I can’t start working at 10:10, I need to start on the hour’ or ‘It’s already 4:00, it’s too late to start working.’ But the truth is that I should just start.
It’s common to hear people say, “I’ll start my new habit after the holidays are over/I’ve settled into my new job/my kids are a little older.” Or worse, the double-­remove: “I’ll start my new habit once I’m back in shape.”

Daarbij geeft ze weliswaar een pak meer tips voor upholders en obligers dan voor rebels, dus afhankelijk van je eigen type zal je meer of minder aan dit boek hebben.

Procrastinators hate last-­minute pressure and wish they could force themselves to work before the deadline looms. Unlike Sprinters, Procrastinators often agonize about the work they’re not doing, which makes it hard for them to do anything fun or meaningful with their time. They may rush around doing busywork as a way to avoid doing what they know they have to do.

Ik moet eerlijk toegeven dat ik na een tijdje lezen wel zin kreeg om te roepen dat “niet iedereen een treadmill kan of wil kopen en neen, ik wil ook niet low-carb eten. Zwijgt eens seg daarover!”. Een mens kan soms ook iets te ver gaan met voorbeelden “uit het dagdagelijkse leven”… Neemt niet weg dat het een boek is dat motiveert om een paar al lang gewenste gewoontes te proberen implementeren.

Lives Sarah Knight, The Life-Changing Magic of Not Giving a F**k

The life-changing magic of not giving a f**k (Sarah Knight)

In deze Marie Kondo-parodie geeft Sarah Knight tips om je leven op te ruimen: geen materiële, maar wel mentale rommel. Haar belangrijkste punten om dit te bereiken zijn zelfzorg, jezelf toestaan “nee” te zeggen en de angst en het schuldgevoel die daarbij horen loslaten.

I don’t know about you, but for me, it’s simply not possible to completely fill ­twenty-­four hours every day with things I give a fuck about. In other words, I have a lot of downtime, and it’s fucking great.

Het grappige is dat sommige voorbeelden (naar de supermarkt gaan zonder make-up) voor mij wat overdreven aanvoelden (zou ik al ooit mét make-up gegaan zijn?), andere zaken weliswaar herkenbaar, maar niet onoverkomelijk zijn (ondanks dat ik in het land der ochtendmensen woon, begin ik meestal pas tegen 9u30 à 10u te werken) en anderen er dan weer boenk op zijn (oh, dat voldoen aan verwachtingen van anderen).

Sure, some meetings are required. No way around them. But if you find those meetings to be black holes of useless chatter, not to mention a total fucking waste of your time, you could decide to not give a fuck about paying attention. And you can most certainly stop giving a fuck about taking notes. Seriously, have you ever used the notes you took in a meeting? Let’s be real.

Het boek blijft wat mij betreft jammer genoeg iets te oppervlakkig, maar was desondanks bij momenten evenzeer een wake-up call. Alleen jammer dat Knight net iets te hard haar best doet om grappig te zijn en zo het leesplezier wat weg nam. Oh, en ook: het was te verwachten aangezien het woord al in de titel staat, maar het was een beetje vermoeiend hoe vaak ze het woord fuck in haar tekst wilde verwerken.

NN, Sprookjes uit de Sovjet-Unie

Sprookjes uit de Sovjet-Unie

Dit boek met “Sprookjes uit de Oekraïne, Wit-Rusland en Moldavië” heb ik al sinds ik kind was. Ik haalde het omwille van de Verbeelding book challenge nog eens uit de kast, wat zorgde voor een heerlijk nostalgisch momentje lezen over Piepklein, Fet-Froemos en anderen. En – meer dan toen ik kind was, denk ik – genieten van de mooie tekeningen bij de verhalen.

Toen ik het boek op Goodreads wilde ingeven, ontdekte ik – bij de zoektocht naar een afbeelding van de cover – dat er nog meer boeken uit dezelfde serie bestaan, waarin de rest van de voormalige Sovjet-Unie aangedaan wordt. Misschien een idee om daar eens tweedehands naar op zoek te gaan 🙂

Arthur Japin, Een schitterend gebrek

Een schitterend gebrek (Arthur Japin)

Behalve bovenstaande sprookjes las ik amper één roman deze maand (ik ben duidelijk een grotere non-fictie lezer geworden in 2018), maar gelukkig was het er eentje die het lezen absoluut waard was. Japin vertelt het verhaal van Lucia, een geliefde van Casanova en doet dat aan de hand van anekdotes uit haar verleden – toen Casanova en zij elkaar eeuwige trouw beloofden, maar ze toch uit zijn leven verdween – en haar heden – wanneer ze hem na jaren opnieuw ontmoet.

Voor het eerst besefte ik dat ik in korte tijd erg ver was gekomen. Te ver om ooit de weg naar huis nog terug te vinden.

Hoewel ik mij zeker niet kan vinden in alle keuzes van Lucia, kwam ze wel over als een sterk personage dat haar eigen keuzes maakt. Bij het lezen van de korte inhoud en de naam Casanova had ik immers toch wel even schrik dat dit een zeemzoeterig “ik ben verliefd en verlies vervolgens elk gevoel van zelfwaarde voor de liefde van mijn leven”-verhaaltje zou worden.

Zolang het leven ons nog oplossingen biedt werkt ons brein op volle toeren. Wij voelen ons verantwoordelijk voor ons eigen lot en willen de beste mogelijkheid, maar we zijn bang de verkeerde te kiezen. Meer dan de uitkomst is het de keuze zelf die ons vertwijfelt. Het is deze twijfel die ons onrustig maakt. Alleen in de meest extreme situaties, zodra wij voelen dat we aan ons lot niets meer kunnen veranderen, worden de gedachten uitgeschakeld. Eindelijk durven wij te vertrouwen op onze intuïtie. Die laat voor aarzeling geen ruimte. We geven ons over aan onze eerste impuls. Zo vinden wij rust. Zo overleven wij.

Het verhaal speelt zich af in de zeventiende eeuw en het was fijn om nog eens onder te duiken in een historische roman. Vroeger las ik niet liever, tegenwoordig lees ik dit type roman minder vaak, terwijl ik er nog steeds heel erg van geniet. Het inzicht dat je krijgt in bepaalde periodes zonder dat het als “leren” aanvoelt… heel fijn vind ik dat 🙂 . En soms, hoeveel eeuwen er ook tussen zitten, blijven dingen dezelfde.

De rust waarvan ik in een bibliotheek zo geniet bestaat niet alleen uit stilte. Al dat papier dempt ieder geluid, maar ook het ruisen van mijn gedachten. Hun ongedurigheid vindt troost in de overmacht aan kennis langs de wanden. Die is zoveel groter dan ooit in mijn hoofd zal passen. Dat kalmeert me en herinnert mij eraan dat ik niet per se alles hoef te weten en begrijpen. Zoveel is al opgeschreven en ik heb het allemaal binnen handbereik. Daar hoef ik mij dus niet meer mee bezig te houden. Zelfs al zal ik nooit meer dan een fractie van al die feiten tot mij kunnen nemen, ze zijn er, het staat er, de wereld is gerubriceerd, en als ik er eens nodig iets uit moet begrijpen kan ik het opslaan. Als de werkelijkheid zo onder controle en verifieerbaar is, kan ik haar makkelijker loslaten.

Het was mijn eerste Japin, maar zeker niet mijn laatste. Hij schrijft mooie zinnen, zonder het verhaal “zwaar” te maken.

Ik heb losgelaten.
Ik ben niet onder gegaan.

Rachel Wilkerson Miller, How To Bullet Plan

How to bullet plan (Rachel Wilkerson Miller)

Hoewel ik al jaren een relatief goed werkend systeem heb (een soortement agenda meets bullet journal, al van voor het hip was en al 😉 ), vind ik het wel leuk om – zeker nu het thema zo populair geworden is – rond te kijken naar tips en ideeën om dingen nog beter te laten werken. In deze mooi vorm gegeven, praktische gids ligt de focus – gelukkig maar! – op het inhoudelijke (dat is, alle picture perfect instagram- en pinterestfoto’s ten spijt, toch de essentie) en worden nuttige ideeën voor lijstjes gegeven.

Het esthetische komt ook wel aan bod, maar op een minimalistische wijze, die mooi aansluit bij hoe ik het zelf het liefste heb. Het grootste “nadeel” was dat ik er weinig nieuws uit haalde, maar dat is vooral mijn eigen “fout”: ik integreer immers al lang, zonder het vroeger te beseffen, veel typische BuJo-elementen. Dit boek was voor mij dus meer een bevestiging van de keuzes die ik zelf wel of niet maak, met een uitzonderlijk nieuw ideetje. 

Dat neemt niet weg dat het een handig boek is dat een hoop informatie op één plaats verzamelt (info die je, met wat zoekwerk, weliswaar ook online kan vinden).

Bron afbeeldingen: Goodreads

Verbeelding book challenge 2018 – Vierde en laatste kwartaal

De volle vijf dagen voor de “deadline” las ik het laatste boek voor de Verbeelding book challenge. Tijd voor de finale update dus, waarbij ik hieronder enkel nog die boeken beschrijf die er in het laatste kwartaal zijn bijgekomen. De hele lijst van wat ik voor de challenge gelezen heb, staat hier.

Verbeelding book challenge (Verbeelding)
Bron: verbeelding.org

8. Een boek dat begint met “Er was eens”
NN, Sprookjes uit de Sovjet-Unie
Het bleek verbazingwekkend moeilijk om een sprookjesboek te vinden dat begint met “Er was eens”… Ik heb er een aantal in de kast staan, waarvan de meeste bundels zijn, maar ofwel begon geen enkel sprookje met die drie befaamde woorden, ofwel een sprookje verderop in de bundel i.p.v. datgene waarmee het boek begon. Net toen ik op het punt stond voor die laatste optie te gaan, sloeg ik deze Sprookjes uit de Sovjet-Unie open, waarin het eerste verhaaltje start met “Er waren eens” 🙂

10. Een boek van een auteur met dezelfde initialen als jou
Hagar Peeters, Malva
Ook dit was geen evident puntje, al vond ik gelukkig wel een paar opties. Daarvan sprak Malva mij het meeste aan, waardoor ik niet alleen mijn initialen, maar ook mijn achternaam met de auteur deel.

24. Een boek dat zich afspeelt in China
Jung Chang, Wild Swans
Voor dit puntje las ik een boek dat al een hele tijd op mijn leeslijstje stond en daar achteraf bekeken veel te lang gestaan heeft. Een boek dat zich afspeelt in China, maar vooral veel inzicht geef in de communistische periode van dat land.

Ik weet nog niet of er een nieuwe challenge aankomt, maar indien wel, dan neem ik opnieuw deel met dezelfde instelling als de voorbije jaren: lezen waar ik goesting in heb, zien wat ik daarmee kan afvinken en waar nodig af en toe eens iets anders lezen dan ik normaal zou doen. Een combinatie die goed werkt voor mij: teveel focussen op de lijst zou mij mijn leesplezier ontnemen, maar net die paar boeken die ik anders niet zou lezen, maken dat het deelnemen de moeite waard is (die andere boeken zou ik immers sowieso lezen).