Waarom ik bleef

Een jaar geleden was het, vorige week. Dat ik niet alleen de toekomst verloor die ik dacht te hebben, maar plots ook alleen kwam te staan, in dit Zwitserland dat ondertussen het mijne geworden is, maar tegelijk nog zo vaak vreemd is. Nina van Liquid skies vroeg mij een tijdje geleden waarom ik na de breuk niet teruggekeerd ben naar België: was het werk daarin doorslaggevend, was het enkel de liefde voor Zwitserland of speelde er toch nog iets anders?

Geen makkelijke vraag, want eerlijk gezegd ben ik in die eerste dagen vooral meegegaan met de flow. Ik heb er absoluut aan gedacht om terug te keren, maar eigenlijk is dat beperkt gebleven tot de eerste twee à drie dagen. Toen zat ik er immers compleet door en had ik zo nood aan mijn familie dat het mij niet mogelijk leek om 700km van hen verwijderd te zijn. Maar op het ergste moment naar daar vertrekken, een paar dagen uithuilen in hun armen en leuke dingen doen met hen, bleek voldoende om die eerste klap op te vangen. Sowieso moest ik ook wel terug, want ik had op het werk een tijdelijk contract getekend dat liep tot eind juli, op dat moment nog drie weken. Ik ben daar kwaad om geweest op J., omdat ik het gevoel had dat hij mij in die situatie gebracht had, dat hij die keuze in mijn plaats gemaakt had: hij had in mei immers gewacht mij te vertellen dat hij verliefd was op E. tot ik terug gestart was met werken omdat ik dan tenminste een inkomen had en dus hier kon leven zonder hem, maar zag daarbij over het hoofd dat hij mij daarmee vastzette voor drie maanden… Nu ja, uiteindelijk, was het wat het was en als ik écht absoluut weg gewild had op dat moment, dan had ik altijd wel een manier kunnen vinden om dat contract te verbreken.

Maar dat deed ik niet en dus keerde ik terug. Dat ik dankzij een collega meteen kon verhuizen, deed veel: zo werd ik immers niet continu geconfronteerd met hem en ons appartement dat het onze niet meer was. Voor de rest zijn die weken eigenlijk in een soort waas voorbij gegaan: verhuizen, werken, wenen, slapen. Repeat. En skypen met het thuisfront, dat ook. Hoe zij op een soort stand by stonden, waardoor ik op elk moment wanneer ik daar nood aan had – en dat was vaak – wel iemand kon bellen… Temidden van die waas kwam echter ook het besef: “hey, ik sta hier nog, ik ben nog altijd aan het werk, ik leef”. En met dat besef ook een realisatie. Zwitserland was dan misschien wel voornamelijk zijn keuze – omdat hij het land al kende en hier werk vond -, het verhuizen naar het buitenland was dat niet. Ik wilde dat al já-ren, realiseerde het een eerste, beperkte keer met mijn Erasmusuitwisseling en wist sindsdien met zekerheid dat ik ooit terug zou vertrekken. Dat ik in hem iemand vond die dat ook zag zitten, maakte de stap natuurlijk makkelijker, maar daarom niet minder de mijne.

Bovendien, en dit gaat misschien hard klinken voor sommigen, wat wachtte er op mij in België? Mijn familie, ja, absoluut. Zij zijn en blijven de enige reden dat ik de optie dat ik ooit nog terugkeer, open houd.
Maar werk, dat had ik er niet meer en hoewel ik het inhoudelijk graag deed – liever dan wat ik nu doe -, ben ik kapot vertrokken in het bureau waar ik toen werkte. Zou ik daar nog terug willen? Iets anders zoeken? Ik weet het niet.
Een huis, dat had ik er ook niet meer. Mijn eerste woonst in Brussel, die voelde niet echt goed. En mijn tweede, tja, dat was zijn appartement. Ja, ik had een tijdje kunnen intrekken bij mijn ouders; mijn broer en zijn vriendin – toen net op zoek naar een appartement – stelden zelfs voor om samen iets te zoeken. Maar iets in mij voelde aan dat ik nood had aan een plek voor mijzelf, of ik die nu hier of daar moest zoeken.
Vrienden, ja, die heb ik er. Maar, hoe jammer ik het ook vind, het zijn er weinig. Niet meer dan ik er hier heb. Het is iets dat mij vaak pijn doet, maar ik blijk geen goed mens voor vriendschappen – of misschien heb ik gewoon nog maar zelden de juiste mensen ontmoet. Dit is niet het moment om daarover te schrijven – misschien doe ik dat later nog wel eens -, maar dus ook daar: terugkeren naar vrienden betekende evenzeer vrienden achterlaten.
Het ding is: België was mijn thuis. Maar het is dat nu niet meer. Dus waarom zou ik er terugkeren?

En misschien nog het belangrijkste van alles: niet meteen terugkeren, betekende niet dat ik nooit nog kon terugkeren. Ook al maakte ik  de keuze om te blijven, moest dat tegenvallen alleen, dan kon ik die keuze altijd weer omkeren. Want keuzes zijn niet definitief, beslissingen staan niet vast. Teruggaan naar België, blijven in Zwitserland, verhuizen naar een ander land… het was allemaal mogelijk en dat gaf eigenlijk vooral een enorme rust.

Le petit requin

Heb ik schrik gehad of het alleen zou lukken? Absoluut. Maar tegelijk gaf het feit dat ik overeind bleef mij genoeg zelfvertrouwen om die angsten tegemoet te treden i.p.v. er voor weg te lopen. Want wat was het alternatief: mijn angsten laten winnen en mogelijk de rest van mijn leven spijt hebben van mijn keuze?

En dus luisterde ik naar mijn hart. Een hart dat mij liet weten hoe het verlangde naar de rust en ruimte van dit nieuwe land. Een hart dat sprongetjes maakte en maakt bij de schoonheid van de natuur hier. Een hart dat mij liet weten dat ik hier een nieuwe thuis aan het opbouwen was, met vrienden, met werk, met hobby’s… Ook de – zeer aanwezige – rationele persoon in mij zag geen reden om te vertrekken: ik kon geld lenen als buffer – al heb ik het uiteindelijk nooit nodig gehad, het gaf zo’n rust te weten dat het er was -, ik koos een appartement dat ik zeker kon betalen (wat geen evidentie is hier) en ik ging op het werk vragen om onmiddellijk een contract van onbepaalde duur te krijgen i.p.v. eerst nog eens een tijdelijk contract te moeten doorlopen, zodat ook daar onrust en onzekerheid verdwenen.

Het zijn zware maanden geweest. Maanden waarin ik mijzelf vragen stelde die ik tevoren niet stelde. Misschien had moeten stellen, misschien soms liever had laten rusten. Maar het zorgde ervoor dat naar boven kwam wat belangrijk is. Wat essentieel is, wat dat niet is. Ook al ben ik er nog niet, het is mij wel duidelijker geworden welke weg ik wil gaan. Ik ben er kwetsbaarder door geworden, maar ook zoveel rijker.

Ik ben bang geweest. Ik ben het soms nog. Maar de basis zit goed en dus ben ik gegaan voor mijn droom. Leef ik die nu. Het is geen perfecte droom, dat niet. Maar het is wel de mijne.

Wereld Bloeddonordag

World Blood Donor Day
Bron: http://www.who.int

Vandaag ga ik even schaamteloos reclame maken. Ongesponsord en al, dat wel, maar toch: pure reclame. Omdat het te belangrijk is het om het niet te doen.

Het is namelijk Wereld Bloeddonordag, een dag die door de Wereldgezondheidsorganisatie werd uitgekozen als dag om bloeddonatie in de schijnwerpers te plaatsen en alle donoren te bedanken. Waarom vandaag? Omdat op 14 juni 1868, exact 150 jaar geleden, Karl Landsteiner geboren werd, de man die ontdekte dat bloed in verschillende bloedgroepen op te delen is en het AB0 bloedgroepensysteem uitvond (iets waarvoor hij later met de Nobelprijs voor Geneeskunde werd beloond).

Dat bloed levensbelangrijk is, is vanzelfsprekend. Het doneren van bloed is dat jammer genoeg nog niet voor iedereen, terwijl het nochtans helemaal niet moeilijk is: langsgaan bij een donatiecentrum in je buurt, je laten checken (handig, want zo weet je meteen ook of je bloeddruk, hartslag e.d. in orde zijn) en een korte prik later kan je al een zakje vullen. Dat neemt niet weg dat het niet voor iedereen even evident is: zo hou ik zelf niet van naalden (nu ja, wie wel?), ben ik vroeger meermaals flauwgevallen bij het zien van bloed (zelfs een keertje toen een rood ontsmettingsmiddel nogal vloeibaar was en ik dacht dat er bloed over mijn arm liep) en heb ik sinds de film “The fly” een lichte, maar desondanks zeer aanwezige fobie voor aders (vraag mij nooit om mijn hartslag aan mijn pols te meten, want ik gruwel van het feit dat ik mijn vinger op die slagader moet drukken). En toch, zoals bij alles zorgt de overweging “stel dat ik het zelf zou nodig hebben, zou ik dan blij zijn dat een ander geeft?” er voor dat ik geen seconde moet twijfelen om te geven.

Blutspendezentrum Zürich (Le petit requin)

Ik geef zelf weliswaar veel minder vaak bloed dan ik zelf zou willen, deels omdat ik soms op reis ga naar landen waar ik minstens x maanden uit teruggekeerd moet zijn om weer bloed te mogen doneren (na mijn reizen naar Zuid-Afrika en Mozambique moest ik bijvoorbeeld zes maanden wachten), deels omdat ik vaker dan mij lief is te kampen heb met een ijzertekort en op zo’n momenten niet mag doneren – dat is noch goed voor de donor, noch voor mij namelijk. Dat neemt niet weg dat ik wel zo vaak mogelijk probeer te gaan, omdat zoveel mensen te kampen krijgen met een bloedtekort: na een ongeluk, een operatie, bloedverlies na een bevalling (*pakt S. die dankzij de bloedbank haar derde bevalling nipt overleefde, in gedachten stevig vast*), een zwaar ijzer- of bloedplaatjestekort… Elk zakje bloed, elke donor is dan ook broodnodig.

Dus hop, spoed jullie naar het dichtstbijzijnde donatiecentrum en geef een zakje bloed! En als jullie daar toch zijn, waarom niet ook registreren als stamceldonor? Of ook: zijn jullie al geregistreerd als orgaandonor? Een kleine moeite om dat bij de gemeente vast te leggen, een grote zorg minder voor je familie als het ooit (hopelijk niet…) zover zou komen.

Met dank van deze bloed-, stamcel- en orgaandonor!

Kleine stappen

Vandaag las ik bij Anna mooie woorden. Dat is niet de eerste keer (integendeel…), wel waren het woorden die hard binnen kwamen. Omdat het de laatste tijd weer moeilijk gaat. Ik teveel kopje onder ga. Ik opnieuw volgens mijn “shitlijst” leef. Foute beslissingen neem en vlucht, terwijl ik eigenlijk al zou moeten weten dat dat geen oplossing is. Teveel vergelijk, terwijl ik eigenlijk al zou moeten weten hoe vermoeiend en nutteloos dat is.

Het is vechten tegenwoordig. Tegen mijzelf. De moeilijkste strijd die er is. Telkens weer opnieuw. En dat het opnieuw en opnieuw en opnieuw gebeurt, dat maakt het mee zo vermoeiend.

En dan soms, dan denk ik plots aan het feit dat muziek zo hard kan helpen. En dus zat ik om negen uur ’s avonds nog op het werk, maar zat ik daar wel mee te kwelen met Elton John’s Believe. Melig tot en met, maar het geeft adem aan mijn hart.

En dan plots, dan komt onverwacht liedje dat mijn broer mij een tijdje geleden doorstuurde “omdat het hem aan mij doet denken”. En zit ik nu een beetje te wenen op mijn werk, omdat ik inderdaad weer vergeten ben dat ik (soms) wel sterk ben. Weer vergeten ben hoeveel makkelijker het is voor mensen die niet heel de tijd een intern gevecht met zichzelf moeten voeren.

Ik ga maar eens naar huis denk ik. En morgen kom ik terug. Met mijn rug recht. En mijn kin omhoog. Kleine stappen en de tijd nemen en dan lukt het wel weer.

Oe is ‘t?

Wie mij op Instagram volgt, is nog een beetje mee met wat mij tegenwoordig zo allemaal bezighoudt. Hier op de blog komt het er helaas minder van, want tja, snel een fotootje met onderschrift online zwieren gaat nu eenmaal sneller dan een heel bericht typen. Maar eigenlijk vind ik dat zonde, want ik blog nog altijd graag, maar er is gewoon te weinig tijd om over alles in ’t lang en in ’t breed te schrijven. Daarom dit keer kort maar krachtig over vanalles en nog wat en zo in totaal toch een lang bericht (ofte een as we speak zoals op veel blogs te lezen is (als ik het juist voorheb naar een idee van Kelly), maar dan met een andere titel 😉 ):

  • bezig met: een verhuis voor te bereiden. Weeral eentje, want nadat ik in juli verhuisde naar een tijdelijke kamer trok ik begin oktober in bij een koppel dat ik via via had leren kennen. Zij wilden graag terug in een WG (een Wohngemeinschaft) wonen; ik vond dat ergens wat raar (omdat ik – toen ik nog deel was van een wij – echt wel niemand continu in huis zou hebben willen hebben), maar tegelijk dacht ik “hey, als zij dat willen en we komen alledrie goed overeen, waarom dan niet?”. Tja, omdat ze na een maand zouden beseffen dat ze het hele WG-concept een beetje ontgroeid zijn en mij zouden vragen om weer te vertrekken, daarom bijvoorbeeld niet… Vorige week was dus een helse week met 11 appartementsbezoeken (lang leve mijn – weeral! – flexibele werkgever), maar het leverde wel een appartement op waar ik begin december naar verhuis. En met een beetje chance heb ik aan al dat verhuizen wel een vriendschap overgehouden, dus dat is ook al iets.
Le petit requin
Vorige verhuis met de fiets; dit keer zal het met de auto zijn
  • uitkijken naar: rust. Ik denk en hoop dat dit appartement (mijn vierde adres dit jaar…) eindelijk eentje zal worden waar ik wél langer dan een paar maand kan wonen. En oh, mensenlief, ik kijk er zo naar uit om terug een plekje te hebben waar mijn spullen niet voor de helft in dozen staan. Waar ik mijn ding kan doen, dat helemaal van mij is. Nog even mijn energie verzamelen voor de derde verhuis van dit jaar en dan: rust, rust, rust! En dat het leven nu niet durft om nog iets te laten gebeuren, ’t is genoeg geweest voor dit jaar!
  • trots op: het feit dat ik ondanks de voorbije onstabiele maanden vol emoties gewoon nog overeind sta. Én de anti-depressiva die ik neem tegelijk succesvol aan het afbouwen ben. Dat dat lukt, ik sta er soms nog van te kijken. En dan soms, dan denk ik gewoon: “echte Haaike is eindelijk, eindelijk terug”. Hoe slecht het met momenten ook gaat, dát gevoel en het feit dat ik voor het eerst in jaren echt oprecht vind dat ik goed bezig ben (en dat ook gewoon zeg), dat is meer waard dan wat dan ook!
  • werken aan: een goed evenwicht vinden tussen rust, werk, sporten en een sociaal leven. Het is evident dat het de voorbije maanden allemaal niet van een leien dakje liep, maar ik ben er wel aan blijven werken om dat evenwicht te vinden. Niet altijd even succesvol, maar meestal lukte dat vrij ok. En ook daar: komt dat tegen seg, dat dat gewoon lukt!
Walcheweiher Lindberg Winterthur (Le petit requin)
Zon, blauwe lucht, gouden bladeren. En de beslissing om daar van te genieten en zo voor mijzelf te zorgen #sebietleeriknogechtluisterennaarmijnlijfseg #lindberg #winterthur
  • lezen: The time of our singing. Ik ben er al veel te lang in bezig eigenlijk, deels omdat het niet het makkelijkste verhaal is, deels omdat ik de laatste tijd zelden toekwam aan langer lezen dan een kwartiertje ’s avonds. Maar ondertussen zit ik wel helemaal in het verhaal, dus het ziet er naar uit dat ik het toch nog ga uitlezen, hoera!
  • gefrustreerd over: het feit dat ik geld ga moeten geven aan iets dat ik niet eens wil, namelijk een smartphone. Mijn bank vraagt voor nieuwe betalingen namelijk steeds een bevestiging op een tweede toestel. Vroeger deed ik dat op de pc van J., na de breuk op de oude – maar eigenlijk nog vrij nieuwe en vooral super onderhouden – smartphone van mijn vader. Alleen is die twee weken geleden verdwenen op de bus: gestolen of uit mijn zak gevallen, geen idee, maar ik moet dus wel een nieuw of tweedehands exemplaar aanschaffen, want zonder kan ik geen betalingen meer doen (en kan ik niets posten op Instagram, maar dat zou geen reden geweest zijn voor een nieuwe).
  • kijken naar: meer dan normaal. Een aantal verstand-op-nul-programma’s, omdat mijn hoofd daar soms gewoon nood aan heeft en tegenwoordig nog wat vaker dan normaal (Project Runway en Ons eerste huis, ik kijk naar jullie). Daarnaast kijk ik nog steeds heel graag naar Winteruur en ontdekte ik dankzij een lezeres van deze blog (*zwaait naar C.*) de heel mooie aflevering van Alleen Elvis blijft bestaan met Ilja Leonard Pfeijffer en wil ik nu alle andere afleveringen ook bekijken (wat sowieso nooit gaat lukken, want ze zijn nog maar twee dagen beschikbaar en duren elk telkens anderhalf uur).
Winteruur (Le petit requin)
Van het mooiste dat tv te bieden heeft: Winteruur. Van het vrolijke intromuziekje en de mooie illustraties over de aandoenlijke onbeholpenheid en traagheid in de gesprekken tot hond Boris en de heerlijke mens Wim Helsen…
  • luisteren naar: veel! Lang leve mijn broer met de oneindige stroom aan goede tips. En Spotify, waar ik recent een abonnement op nam na een paar maanden gratis testen.
  • dankbaar voor: de mensen in mijn leven. Ik ben er eentje kwijtgeraakt, maar er zijn er zoveel voor in de plaats gekomen. Mijn collega’s die meer steun geven dan ze zelf waarschijnlijk beseffen, nieuwe mensen die ik in Winterthur leerde kennen, “oude bekenden” uit Zürich waar ik weer tijd voor maak… Ze kunnen de pijn niet wegnemen, maar ze verzachten hem wel.
  • nagenieten van: vorig weekend toen mijn broer hier was. De onnozele dingen waar ik met hem om kan lachen, de stevige wandeling die we deden, het fantastische concert van Nick Cave waar we naartoe gingen, het feit dat hij mij tijdens dat concert vastpakte exact toen het nodig was. Echt waar mensen, ik wens iedereen een mens als mijn broer toe!
Nick Cave Hallenstadion (Le petit requin)
Ik heb getwijfeld of ik zou gaan. Omdat het een cadeau was om een liefde te vieren terwijl die toen al aan het sterven was. Maar gelukkig was er het beste gezelschap om er naartoe te gaan, want hoe machtig is Nick Cave? Hoe krachtig kan een mens een verlies waar niemand door zou moeten gaan omzetten in zoveel moois? Tot tranen toe geroerd #nickcaveandthebadseeds #skeletontree #hallenstadionzürich #broerlief
  • verbaasd over: de verpleegster van mijn grootmoeder die mij vroeg wat mijn moedertaal was, “want dat is niet het Nederlands he, toch?”. Het is inderdaad wel zo dat ik de laatste maanden gemiddeld amper 1x per week Nederlands spreek; de rest van de tijd spreek ik voornamelijk Duits en af en toe Engels of Frans en hoor ik Zwitsersduits, “gewoon” Duits, Engels of Frans. Lezen en schrijven in het Nederlands doe ik daarentegen wel nog veel, dus ik vind het toch een beetje freaky dat die taal – mijn moedertaal! – mij nu al een beetje ontglipt. Naast de opmerking van die verpleegster merk ik immers zelf ook dat ik af en toe al eens langer naar een woord moet zoeken en rare woordcombinaties of zinsconstructies maak, gebaseerd op een vertaling uit het Duits.
  • proberen: kickboxen! Ik droom er al sinds mijn puberteit met vlagen van om een boksbal en -handschoenen in huis te halen. Die eerste is er nog niet, maar sinds begin oktober volg ik één keer per week kickboxles en dat doet meer deugd dan ik verwacht had. Het is anderhalf uur afzien en zweten gelijk zot, maar achteraf is mijn hoofd zo fantastisch leeg. Deze week deed ik de les voor het eerst ook met eigen bokshandschoenen en dat maakte het meteen nog een pak meer uitdagend, maar ook toffer (al ga ik toch maar eens kijken voor een mondstuk, nadat ik op het nippertje een – weliswaar niet heel harde – slag van mijn tegenstander kon ontwijken 😉 ).

Nog een “oe is ‘t” die ik gemist heb en waar jullie benieuwd naar zijn? 🙂

Ik? Ik val niet, ik dans.

Bijna drie maanden bleef het hier stil. Niet dat ik niet meer schreef. Maar het was te hard en dan weer te zacht, te genadeloos en dan weer te vergevend. Te persoonlijk, vooral. Want niet dat jullie niet mogen meelezen, maar sommige dingen, tja, sommige dingen, die moeten nu eenmaal eerst even kunnen bezinken, moeten eerst kunnen gedeeld worden met wie het dichtst bij mij staat. En vooral: ik moet in staat zijn ze te kunnen verwoorden voor jullie, wat de afgelopen weken niet lukte: ofwel voelde ik mij slecht en kwamen de woorden wel, maar wilde ik ze niet publiceren, ofwel voelde ik mij goed en had ik geen zin om door woorden opnieuw te verzwelgen in het slechte. Afstand nemen van al die gevoelens, het was nodig bij momenten. Wat niet betekent dat ik ze onderdrukt heb, integendeel. En tegenwoordig ben ik zelfs al eens in staat om ze bewust op te zoeken en te verwerken. Zoals nu, nu ik dit schrijf op een goede dag en weet dat de kans groot is dat ik straks weer aan het wenen zal zijn. Maar dat is niet erg. Het moet er nu eenmaal uit, niet teveel ineens, want dan bestaat de kans dat ik kopje onder ga, maar beetje bij beetje.

Hoe het nu met mij is? Het gaat. Niet goed, maar ook niet slecht. Of neen, soms gaat het goed, heel goed zelfs, soms gaat het slecht. In lijn der verwachtingen dus. Maar niet helemaal, want had je mij nog niet eens zo lang geleden gevraagd wat ik zou doen “gesteld dat”, dan had ik zonder enige twijfel “instorten” geantwoord (of neen, ik zou geantwoord hebben dat ik daar niet eens over zou moeten nadenken, want dat was toch helemaal geen optie. Want hij en ik, wij zagen elkaar toch gewoon graag, wij waren toch voor altijd?). Maar dus: instorten. Want hoe zou er een andere optie kunnen zijn wanneer de enige stabiele factor van de laatste jaren plots zou wegvallen? Hoe zou er iets anders kunnen gebeuren wanneer ik mij al zo fragiel voel, bij de psy net op het randje goedgekeurd word om met mijn depressie toch te gaan werken, daar op dat werk net overeind blijf?

En toch ben ik niet ingestort. Of ja, deels wel. Natuurlijk, hoe kan het ook anders? Ik ben de dag na de breuk naar België gevlucht, naar armen die mij wel nog wilden vasthouden en mij overeind hielden terwijl ik weende en brulde om al dat verdriet. Nooit heb ik geweten dat liefde zo fysiek pijn kon doen, dat het zo letterlijk kan voelen alsof je een stukje doodgaat, hoe hard afwijzing een mens kan treffen. Eigenlijk snap ik het nog niet helemaal hoe het komt dat ik desondanks toch overeind gebleven ben. Hoe ik na vier dagen België de trein terug nam, een tijdelijke kamer vond, alleen alles inpakte, alleen alles naar die kamer verhuisde en begon aan mijn leven alleen. Hoe ik sociaal contact opzocht, terwijl ik daar in de maanden ervoor niet eens energie voor kon opbrengen. Hoe ik doodop was door al het verdriet en toch bij momenten de ziel uit mijn lijf sportte, omdat dat meer dan ooit een uitlaatklep vormde.

Terwijl ik een stuk van mijzelf verloor, heb ik een ander stuk teruggevonden. Dat stukje kracht dat ik vroeger had, maar dacht definitief kwijt te zijn door burn-out en depressie. Dat stukje zelfvertrouwen in het feit dat ik uiteindelijk overal wel doorheen kom. Dat niemand mij klein krijgt. Zelfs niet hij. Terwijl ik dacht dat hij de enige was die mij overeind hield de afgelopen jaren. Blijkt dat zelfs de sterkste pilaar mag wegvallen, ik harder dan ooit mag wankelen, overeind komen doe ik toch.

Of alles dan ok is? Uiteraard nog niet. Er blijven nog zoveel vragen. De vraag of het eigenlijk ooit enkel wij twee geweest zijn in onze relatie? Of is zij altijd in zijn hoofd erbij geweest, wetende dat hij voor hij mij kende ook al eens op haar verliefd geweest is? De vraag hoe het kan, dat iemand thuis plannen maakt om naar het buitenland te verhuizen en de vraag stelt of ik met hem zou willen trouwen en ondertussen op het werk “passioneel verliefd” is op een collega? De vraag hoe een mens dat kan, afspreken en kussen met de nieuwe vrouw en een paar uur later in bed kruipen en kussen met de “vorige” vrouw? De vraag hoe het kan dat iemand het ene moment de belangrijkste persoon in mijn leven is en de dag erna iemand die geen rol meer speelt? De vraag hoe iemand de ene dag zo liefdevol kan zijn en de andere zo hard en koud? Het zijn vragen die gigantisch veel pijn doen en waarop geen enkel antwoord ooit bevredigend kan zijn. En dus probeer ik ze los te laten. Nu nog als een ballonnetje dat tegen het plafond zweeft, maar ik af en toe nog eens naar beneden trek. Binnen een tijdje hopelijk als een ballonnetje dat de vrije hemel in kan en niet meer terug komt.

Maar ik ga vooruit. Soms wankelend en twijfelend, vasthoudend aan al wat was, soms lichtvoetig huppelend om al wat mogelijk is. Soms struikelend, soms stevig rechtop.

Want als ik één ding geleerd heb de voorbije maanden, dan is het wel dit:

Ik?
ik val niet, ik dans.

(Uit: Een meisje)