Oe is ‘t?

Wie mij op Instagram volgt, is nog een beetje mee met wat mij tegenwoordig zo allemaal bezighoudt. Hier op de blog komt het er helaas minder van, want tja, snel een fotootje met onderschrift online zwieren gaat nu eenmaal sneller dan een heel bericht typen. Maar eigenlijk vind ik dat zonde, want ik blog nog altijd graag, maar er is gewoon te weinig tijd om over alles in ‘t lang en in ‘t breed te schrijven. Daarom dit keer kort maar krachtig over vanalles en nog wat en zo in totaal toch een lang bericht (ofte een as we speak zoals op veel blogs te lezen is (als ik het juist voorheb naar een idee van Kelly), maar dan met een andere titel 😉 ):

  • bezig met: een verhuis voor te bereiden. Weeral eentje, want nadat ik in juli verhuisde naar een tijdelijke kamer trok ik begin oktober in bij een koppel dat ik via via had leren kennen. Zij wilden graag terug in een WG (een Wohngemeinschaft) wonen; ik vond dat ergens wat raar (omdat ik – toen ik nog deel was van een wij – echt wel niemand continu in huis zou hebben willen hebben), maar tegelijk dacht ik “hey, als zij dat willen en we komen alledrie goed overeen, waarom dan niet?”. Tja, omdat ze na een maand zouden beseffen dat ze het hele WG-concept een beetje ontgroeid zijn en mij zouden vragen om weer te vertrekken, daarom bijvoorbeeld niet… Vorige week was dus een helse week met 11 appartementsbezoeken (lang leve mijn – weeral! – flexibele werkgever), maar het leverde wel een appartement op waar ik begin december naar verhuis. En met een beetje chance heb ik aan al dat verhuizen wel een vriendschap overgehouden, dus dat is ook al iets.

  • uitkijken naar: rust. Ik denk en hoop dat dit appartement (mijn vierde adres dit jaar…) eindelijk eentje zal worden waar ik wél langer dan een paar maand kan wonen. En oh, mensenlief, ik kijk er zo naar uit om terug een plekje te hebben waar mijn spullen niet voor de helft in dozen staan. Waar ik mijn ding kan doen, dat helemaal van mij is. Nog even mijn energie verzamelen voor de derde verhuis van dit jaar en dan: rust, rust, rust! En dat het leven nu niet durft om nog iets te laten gebeuren, ‘t is genoeg geweest voor dit jaar!
  • trots op: het feit dat ik ondanks de voorbije onstabiele maanden vol emoties gewoon nog overeind sta. Én de anti-depressiva die ik neem tegelijk succesvol aan het afbouwen ben. Dat dat lukt, ik sta er soms nog van te kijken. En dan soms, dan denk ik gewoon: “echte Haaike is eindelijk, eindelijk terug”. Hoe slecht het met momenten ook gaat, dát gevoel en het feit dat ik voor het eerst in jaren echt oprecht vind dat ik goed bezig ben (en dat ook gewoon zeg), dat is meer waard dan wat dan ook!
  • werken aan: een goed evenwicht vinden tussen rust, werk, sporten en een sociaal leven. Het is evident dat het de voorbije maanden allemaal niet van een leien dakje liep, maar ik ben er wel aan blijven werken om dat evenwicht te vinden. Niet altijd even succesvol, maar meestal lukte dat vrij ok. En ook daar: komt dat tegen seg, dat dat gewoon lukt!

  • lezen: The time of our singing. Ik ben er al veel te lang in bezig eigenlijk, deels omdat het niet het makkelijkste verhaal is, deels omdat ik de laatste tijd zelden toekwam aan langer lezen dan een kwartiertje ‘s avonds. Maar ondertussen zit ik wel helemaal in het verhaal, dus het ziet er naar uit dat ik het toch nog ga uitlezen, hoera!
  • gefrustreerd over: het feit dat ik geld ga moeten geven aan iets dat ik niet eens wil, namelijk een smartphone. Mijn bank vraagt voor nieuwe betalingen namelijk steeds een bevestiging op een tweede toestel. Vroeger deed ik dat op de pc van J., na de breuk op de oude – maar eigenlijk nog vrij nieuwe en vooral super onderhouden – smartphone van mijn vader. Alleen is die twee weken geleden verdwenen op de bus: gestolen of uit mijn zak gevallen, geen idee, maar ik moet dus wel een nieuw of tweedehands exemplaar aanschaffen, want zonder kan ik geen betalingen meer doen (en kan ik niets posten op Instagram, maar dat zou geen reden geweest zijn voor een nieuwe).
  • kijken naar: meer dan normaal. Een aantal verstand-op-nul-programma’s, omdat mijn hoofd daar soms gewoon nood aan heeft en tegenwoordig nog wat vaker dan normaal (Project Runway en Ons eerste huis, ik kijk naar jullie). Daarnaast kijk ik nog steeds heel graag naar Winteruur en ontdekte ik dankzij een lezeres van deze blog (*zwaait naar C.*) de heel mooie aflevering van Alleen Elvis blijft bestaan met Ilja Leonard Pfeijffer en wil ik nu alle andere afleveringen ook bekijken (wat sowieso nooit gaat lukken, want ze zijn nog maar twee dagen beschikbaar en duren elk telkens anderhalf uur).

  • luisteren naar: veel! Lang leve mijn broer met de oneindige stroom aan goede tips. En Spotify, waar ik recent een abonnement op nam na een paar maanden gratis testen.
  • dankbaar voor: de mensen in mijn leven. Ik ben er eentje kwijtgeraakt, maar er zijn er zoveel voor in de plaats gekomen. Mijn collega’s die meer steun geven dan ze zelf waarschijnlijk beseffen, nieuwe mensen die ik in Winterthur leerde kennen, “oude bekenden” uit Zürich waar ik weer tijd voor maak… Ze kunnen de pijn niet wegnemen, maar ze verzachten hem wel.
  • nagenieten van: vorig weekend toen mijn broer hier was. De onnozele dingen waar ik met hem om kan lachen, de stevige wandeling die we deden, het fantastische concert van Nick Cave waar we naartoe gingen, het feit dat hij mij tijdens dat concert vastpakte exact toen het nodig was. Echt waar mensen, ik wens iedereen een mens als mijn broer toe!

  • verbaasd over: de verpleegster van mijn grootmoeder die mij vroeg wat mijn moedertaal was, “want dat is niet het Nederlands he, toch?”. Het is inderdaad wel zo dat ik de laatste maanden gemiddeld amper 1x per week Nederlands spreek; de rest van de tijd spreek ik voornamelijk Duits en af en toe Engels of Frans en hoor ik Zwitsersduits, “gewoon” Duits, Engels of Frans. Lezen en schrijven in het Nederlands doe ik daarentegen wel nog veel, dus ik vind het toch een beetje freaky dat die taal – mijn moedertaal! – mij nu al een beetje ontglipt. Naast de opmerking van die verpleegster merk ik immers zelf ook dat ik af en toe al eens langer naar een woord moet zoeken en rare woordcombinaties of zinsconstructies maak, gebaseerd op een vertaling uit het Duits.
  • proberen: kickboxen! Ik droom er al sinds mijn puberteit met vlagen van om een boksbal en -handschoenen in huis te halen. Die eerste is er nog niet, maar sinds begin oktober volg ik één keer per week kickboxles en dat doet meer deugd dan ik verwacht had. Het is anderhalf uur afzien en zweten gelijk zot, maar achteraf is mijn hoofd zo fantastisch leeg. Deze week deed ik de les voor het eerst ook met eigen bokshandschoenen en dat maakte het meteen nog een pak meer uitdagend, maar ook toffer (al ga ik toch maar eens kijken voor een mondstuk, nadat ik op het nippertje een – weliswaar niet heel harde – slag van mijn tegenstander kon ontwijken 😉 ).

Nog een “oe is ‘t” die ik gemist heb en waar jullie benieuwd naar zijn? 🙂

Ik? Ik val niet, ik dans.

Bijna drie maanden bleef het hier stil. Niet dat ik niet meer schreef. Maar het was te hard en dan weer te zacht, te genadeloos en dan weer te vergevend. Te persoonlijk, vooral. Want niet dat jullie niet mogen meelezen, maar sommige dingen, tja, sommige dingen, die moeten nu eenmaal eerst even kunnen bezinken, moeten eerst kunnen gedeeld worden met wie het dichtst bij mij staat. En vooral: ik moet in staat zijn ze te kunnen verwoorden voor jullie, wat de afgelopen weken niet lukte: ofwel voelde ik mij slecht en kwamen de woorden wel, maar wilde ik ze niet publiceren, ofwel voelde ik mij goed en had ik geen zin om door woorden opnieuw te verzwelgen in het slechte. Afstand nemen van al die gevoelens, het was nodig bij momenten. Wat niet betekent dat ik ze onderdrukt heb, integendeel. En tegenwoordig ben ik zelfs al eens in staat om ze bewust op te zoeken en te verwerken. Zoals nu, nu ik dit schrijf op een goede dag en weet dat de kans groot is dat ik straks weer aan het wenen zal zijn. Maar dat is niet erg. Het moet er nu eenmaal uit, niet teveel ineens, want dan bestaat de kans dat ik kopje onder ga, maar beetje bij beetje.

Hoe het nu met mij is? Het gaat. Niet goed, maar ook niet slecht. Of neen, soms gaat het goed, heel goed zelfs, soms gaat het slecht. In lijn der verwachtingen dus. Maar niet helemaal, want had je mij nog niet eens zo lang geleden gevraagd wat ik zou doen “gesteld dat”, dan had ik zonder enige twijfel “instorten” geantwoord (of neen, ik zou geantwoord hebben dat ik daar niet eens over zou moeten nadenken, want dat was toch helemaal geen optie. Want hij en ik, wij zagen elkaar toch gewoon graag, wij waren toch voor altijd?). Maar dus: instorten. Want hoe zou er een andere optie kunnen zijn wanneer de enige stabiele factor van de laatste jaren plots zou wegvallen? Hoe zou er iets anders kunnen gebeuren wanneer ik mij al zo fragiel voel, bij de psy net op het randje goedgekeurd word om met mijn depressie toch te gaan werken, daar op dat werk net overeind blijf?

En toch ben ik niet ingestort. Of ja, deels wel. Natuurlijk, hoe kan het ook anders? Ik ben de dag na de breuk naar België gevlucht, naar armen die mij wel nog wilden vasthouden en mij overeind hielden terwijl ik weende en brulde om al dat verdriet. Nooit heb ik geweten dat liefde zo fysiek pijn kon doen, dat het zo letterlijk kan voelen alsof je een stukje doodgaat, hoe hard afwijzing een mens kan treffen. Eigenlijk snap ik het nog niet helemaal hoe het komt dat ik desondanks toch overeind gebleven ben. Hoe ik na vier dagen België de trein terug nam, een tijdelijke kamer vond, alleen alles inpakte, alleen alles naar die kamer verhuisde en begon aan mijn leven alleen. Hoe ik sociaal contact opzocht, terwijl ik daar in de maanden ervoor niet eens energie voor kon opbrengen. Hoe ik doodop was door al het verdriet en toch bij momenten de ziel uit mijn lijf sportte, omdat dat meer dan ooit een uitlaatklep vormde.

Terwijl ik een stuk van mijzelf verloor, heb ik een ander stuk teruggevonden. Dat stukje kracht dat ik vroeger had, maar dacht definitief kwijt te zijn door burn-out en depressie. Dat stukje zelfvertrouwen in het feit dat ik uiteindelijk overal wel doorheen kom. Dat niemand mij klein krijgt. Zelfs niet hij. Terwijl ik dacht dat hij de enige was die mij overeind hield de afgelopen jaren. Blijkt dat zelfs de sterkste pilaar mag wegvallen, ik harder dan ooit mag wankelen, overeind komen doe ik toch.

Of alles dan ok is? Uiteraard nog niet. Er blijven nog zoveel vragen. De vraag of het eigenlijk ooit enkel wij twee geweest zijn in onze relatie? Of is zij altijd in zijn hoofd erbij geweest, wetende dat hij voor hij mij kende ook al eens op haar verliefd geweest is? De vraag hoe het kan, dat iemand thuis plannen maakt om naar het buitenland te verhuizen en de vraag stelt of ik met hem zou willen trouwen en ondertussen op het werk “passioneel verliefd” is op een collega? De vraag hoe een mens dat kan, afspreken en kussen met de nieuwe vrouw en een paar uur later in bed kruipen en kussen met de “vorige” vrouw? De vraag hoe het kan dat iemand het ene moment de belangrijkste persoon in mijn leven is en de dag erna iemand die geen rol meer speelt? De vraag hoe iemand de ene dag zo liefdevol kan zijn en de andere zo hard en koud? Het zijn vragen die gigantisch veel pijn doen en waarop geen enkel antwoord ooit bevredigend kan zijn. En dus probeer ik ze los te laten. Nu nog als een ballonnetje dat tegen het plafond zweeft, maar ik af en toe nog eens naar beneden trek. Binnen een tijdje hopelijk als een ballonnetje dat de vrije hemel in kan en niet meer terug komt.

Maar ik ga vooruit. Soms wankelend en twijfelend, vasthoudend aan al wat was, soms lichtvoetig huppelend om al wat mogelijk is. Soms struikelend, soms stevig rechtop.

Want als ik één ding geleerd heb de voorbije maanden, dan is het wel dit:

Ik?
ik val niet, ik dans.

(Uit: Een meisje)

En toen was niets nog zoals het was

Verschillende keren al bleven mijn vingers boven de toetsen zweven. Want ik weet echt niet hoe ik moet vertellen wat momenteel mijn hele leven beheerst, al mijn gedachten bepaalt. Schrik heb ik ook, want het op papier zetten, het toevertrouwen aan het scherm en aan jullie maakt het nog definitiever dan het sowieso al is.

Johan en ik, wij zijn geen wij meer. Johan wil niet meer.

En ik, ik ga kapot, begrijp het niet. Begrijp niet dat hij toegelaten heeft dat die andere vrouw zo’n grote rol is beginnen spelen dat het al te laat was toen hij het mij vertelde begin mei. Begrijp niet dat hij toen inging op mijn vraag om ons nog een kans te geven om vervolgens contact te blijven houden met haar, begrijp niet dat hij haar in België kuste en vervolgens in mijn bed kroop. Begrijp niet dat wat wij hadden niet genoeg was, dat hij spreekt van de gelukkigste jaren van zijn leven en die dan toch weggooit. Want wat wij hadden was goed, was fantastisch, was het beste wat ik ooit gehad heb. 5 jaar, 2 maand, 2 weken en 5 dagen heb ik hem graag mogen zien. Ik zie hem nog altijd graag en iets in mij zou niet liever willen dan dat hij mij vastpakt, mij vertelt dat ik gewoon een slechte droom gehad heb en dat het allemaal niet waar is. Maar ik word al 10 dagen niet meer wakker, ik voel al 10 dagen zijn armen niet meer rond mij, ik loop al 10 dagen verloren. En tegelijk ben ik zo kwaad, kwaad omdat hij het zo ver heeft laten komen, omdat hij twee maanden lang gelogen heeft en vijf fantastisch mooie jaren op zo’n wrange manier beëindigt. Want ik begrijp het niet, begrijp niet dat na een ruzie in Italië in juni waarin ik zekerheid vroeg, maar die niet kon krijgen en vervolgens wegreed met de auto, hij mij nog vroeg om terug te keren omdat hij in ons geloofde. Begrijp niet hoe ik zo naïef kon zijn, zo verblind door liefde voor die man waarvan ik dacht dat ik er oud mee zou worden. Neen, niet alles tussen ons was altijd perfect. Maar wat er was, was toch veel te goed om te laten gaan?
En tegelijk begrijp ik het wel, begrijp ik dat hij net omdat hij gelukkig was met mij niet kon kiezen. Begrijp ik dat als ik voor hem niet langer de vrouw van zijn leven ben, het beter is om mij weg te sturen.

En dus ben ik nu mijn lief kwijt, mijn alles, de armen die mij vasthielden, de mond die mij kuste, de borstkas waarop ik mijn hoofd kon laten rusten.

Pijn, dat is alles wat er is momenteel. Ik hoop voor hem dat het de juiste beslissing is, want ik zie hem te graag om hem anders dan gelukkig te zien. En tegelijk ben ik zo kwaad dat hij ons kapot heeft laten gaan. Voor altijd, want goed komen, neen, dat kan dit niet meer.

En dus ga ik kapot, wil ik verdwijnen, wil ik dat alles stopt en niets nog moet.

Waarom de Dagen zonder vlees niet zullen lukken en ik dat niet eens erg vind

Ik vermoed dat de meesten onder jullie de titel wat raar zullen vinden. Want nam ik mij niet amper twee dagen geleden voor om deel te nemen aan Dagen zonder vlees, om zelfs veganistisch eten uit te proberen? En eet ik eigenlijk niet sowieso al vaker vegetarisch dan vlees? Jup.

Alleen had ik eergisteren niet gedacht dat het telefoontje naar mijn grootmoeder, net thuis na het eerste ziekenhuisverblijf in haar leven, ervoor zou zorgen dat Johan en ik halsoverkop naar België zouden vertrekken. Had ik niet gedacht dat ze momenteel niet alleen kan blijven en dat ik zou beslissen in België te blijven om tijdens de week voor haar te zorgen, aangezien dat voor de rest van de familie iets minder makkelijk is (hoera voor werkloosheid in deze!).

En dus at ik gisteren rode kool met worst. En vandaag kip met appelmoes. En zal ik waarschijnlijk volgende week elke dag vlees eten. Maar dat is niet erg, zolang mijn grootmoeder maar mee aan die tafel zit. Zolang ze maar vecht om terug beter te worden. Want ook al is ze bijna 89, dat is veel te vroeg voor zo’n felle madam als zij om er plots niet meer te zijn.

Doodgewone dingen (6)

Een foto-editie voor de zesde “aflevering” van deze rubriek (nog steeds naar een idee van Kelly van Tales from the Crib), omdat ik af en toe foto’s neem die het uiteindelijk niet halen als foto van de dag, maar wel een leuk moment vastleggen:

  • Een regenachtige dag die in de garderobe van de bibliotheek voor dit vrolijk zicht zorgt.

Le petit requin

  • Een kaartje dat perfect uitdrukt welk effect lezen op mij heeft 😉

Le petit requin

  • Johan zijn blik toen hij thuis kwam en dit tafereeltje aantrof in de living. Hij had weliswaar snel door dat het wel iets voor de blog moest zijn (jup jup), maar toch, dat korte moment van complete what the f*ck was goud waard.

Le petit requin

  • Een nieuw zadel op mijn fiets ter vervanging van dit oude. En daardoor op regendagen ook geen gewriemel meer op datzelfde zadel om te vermijden dat mijn broek het opgeslorpte vocht in de gel op zijn beurt opneemt en ik er uit zie alsof ik in mijn broek geplast heb.

Le petit requin

  • Borden als deze eerst lezen als prei-shit alvorens te beseffen dat het gaat om een Preis-hit. En vervolgens op mijn eentje de slappe lach krijgen op straat.

Le petit requin

  • De tram die op een originele manier zijn nieuwe facebookpagina aanduidt (zeker omdat er hier genoeg berghaltes zijn met plekken als de UetlibergZürichberg en Adlisberg)

Le petit requin

  • Als vrijwilliger toezicht houden op een kunstinterventie in de gebouwen van de brandweer. En dan in het protocoll het noodnummer van de brandweer vinden. Oh, ironie.

Le petit requin

  • Een dagje met mijn broer waarbij we een paar keer thuis passeren en ik telkens zo paf af in de zetel neerplof dat daar tegen het einde van de dag een hoopje schoenen verzameld staat. Hartje voor dagen die zo tof zijn dat opruimen het laatste van mijn zorgen is 🙂

Le petit requin

  • Een lang bad nemen, terwijl ik kijk naar guilty pleasure “Project Runway”. En Johan die mij dan een mojito komt brengen!

Le petit requin

  • Bij een restaurant passeren dat een paar uur gesloten is omdat het personeel op “kastanjejacht” is.

Le petit requin

  • Opnieuw naar de kine moeten is niet bepaald leuk, maar het “yoga voor koeien”-boekje dat ik tijdens het wachten kan bekijken wél.

Le petit requin

  • Johan die mij een berichtje stuurt op skype en dit meestuurt. Hartje voor mijn lievelingsmuppet! En nog veel meer voor Johan ♡