De 7 van 2017: foto’s

Als laatste terugblik op het afgelopen jaar eentje waar ik weinig woorden aan ga vuil maken: een foto-overzicht van het jaar in 10 beelden, 7 genomen door mij en 3 waar ik niet de fotograaf was, maar die momenten vatten waar ik (uiteraard) wel bij was.

Flumserberg (Le petit requin)
21 januari 2017: Boven de wolken in Flumserberg
9 april 2017: Zilverpunthaai in Ponta do Ouro (Foto: J.)
Ponta do Ouro (Le petit requin)
9 april 2017: Op het strand van Ponta do Ouro in Mozambique
Vulture (Le petit requin)
12 april 2017: Gier in het Hluhluwe-Imfolozipark
South-African giraffe (Le petit requin)
12 april 2017: Kaapse giraf in het Hluhluwe-Imfolozipark
Le petit requin
15 juli 2017: Zomer! Ergens tussen Regensberg en Regensburg
Museum Haus Konstruktiv (Le petit requin)
2 september 2017: Een spin in een tentoonstelling in Museum Haus Konstruktiv
Chiesa del Gesù e dei Santi Ambrogio e Andrea (Le petit requin)
22 september 2017: Koepel van de Chiesa del Gesù e dei Santi Ambrogio e Andrea in Genua
Ngā Tapuwae logo (Le petit requin)
3 november 2017: Het mooiste en gruwelijkste logo ooit, ter ere van de Nieuw-Zeelandse slachtoffers tijdens WOI en te zien in Tyne Cot Cemetery (Foto: Aarjen Peeters)
Melchsee-Frutt (Le petit requin)
3 december 2017: De oneindigheid van sneeuw en bergen in Melchsee-Frutt (Foto: Aarjen Peeters)

De 7 van 2017: boeken

Ja, ik weet het, eind januari komt in zicht en ik blijf maar terugblikken… Maar: in 2016 was ik half januari rond met mijn jaaroverzichten, maar in 2017 pas half februari, dus eigenlijk ben ik – met vandaag mijn voorlaatste en morgen mijn laatste bericht – dit jaar niet eens zo traag bezig 😉

Meer dan de vorige jaren wilde ik dit jaaroverzicht van de beste boeken van 2017 er zeker bij. Ik kwam er het afgelopen jaar namelijk niet aan toe om maandelijkse boekenoverzichten te maken en dat terwijl ik nochtans wel heel wat moois las. Door dit jaaroverzicht komen op zijn minst toch de mooiste boeken terecht in de blogannalen 🙂

Beste boeken 2017 (Le petit requin)
Bron afbeeldingen: 1234567

David Grossman, Een vrouw op de vlucht voor een bericht

Het was J.’s schoonbroer die mij dit boek jaren geleden aanraadde, maar om een of andere reden leende ik het pas eind juni vorig jaar uit in de bib. Sprak de titel mij onbewust aan (ik was op dat moment immers zelf “op de vlucht” voor het mogelijke bericht dat J. voor haar en niet voor mij zou kiezen), was het gewoon stom toeval… Het doet er op zich niet toe, maar ik ben in alle geval blij dat ik gewacht heb met dit boek. Het was immers een geval van “het juiste boek op het juiste moment”.

‘Het is heel simpel,’ zei Netta, ‘jij bent mijn levensmens, maar ik ben niet die van jou.’

David Grossman vertelt in dit boek het verhaal van de Israëlische Ora, moeder van twee zonen. Met de ene, Adam, heeft ze geen contact meer; de andere, Ofer, heeft net zijn dienstplicht in het leger afgewerkt, maar neemt toch vrijwillig deel aan een actie op de Westelijke Jordaanoever. Haar angst voor het bericht dat ze onvermijdelijk verwacht te ontvangen, zorgt ervoor dat ze samen met Avram, haar vroegere geliefde en beste vriend, vertrekt op de reis die Ofer en zij zouden maken. Te voet doorheen dat land, dat zo mooi is en tegelijk zoveel kapot maakt. Zolang “ze” haar niet kunnen vinden om haar te vertellen dat haar zoon dood is, kan hij ook niet sterven…

Ze rekt zich uit. Echt, wie had gedacht dat schrijven een mens zo goed doet?! Het is vermoeiend, uitputtender zelfs dan het lopen, maar als ze aan het schrijven is, hoeft ze niet door te lopen en constant in beweging te blijven. Het is niet helemaal te begrijpen hoe het werkt en waarom, maar wat ze voelt en wat haar lichaam weet, is: als ze schrijft, als ze over Ofer schrijft, hoeven Avram en zij niet te vluchten, nergens voor.

Dit boek gaat over zoveel: over de levens van Ora, Ilan en Avram en hoe die in elkaar verweven raakten, over de liefde van een moeder voor haar kinderen, over vriendschap en liefde, opoffering en schuld, over de invloed van oorlog op mensen, gezinnen, levens… Grossman zet zijn personages zo genuanceerd, zo realistisch neer, beschrijft het landschap van Israël op zo’n mooie wijze… En hoewel ik op voorhand al wist wat de auteur zelf overkomen is, was zijn commentaar op het einde van het boek van het meest hartverscheurende dat ik een auteur over een boek heb weten schrijven.

Matthias M.R. Declercq, De Val

De koers… dat ze diep in mijn hart zit, is geen geheim meer. Dat ze bij momenten ongelooflijk hard kan zijn, ook niet. Dit boek, over het Scheldepeleton met Iljo Keisse, Wouter Weylandt, Dimitri De Fauw, Kurt Hovelynck en Bert De Backer, wilde ik dan ook zeker lezen. Al wist ik al wat er zou beschreven worden, wist ik wat een vreselijke verhalen er zouden te lezen zijn: dat moment in de Giro dat ik mij nog zo goed herinner, die avond in het Kuipke… Zo vreselijk dat als je niet zou weten dat het echt gebeurd is, je zou denken dat de auteur toch echt wel aan het overdrijven is, dat het boek toch wel een beetje ongeloofwaardig aan het worden is… Maar dat is het niet.

Ik heb na alle tragedies moeite om diepe, intense vriendschap met iemand aan te gaan. Uit angst weer iemand te verliezen. Ik weet het niet. Nog altijd mis ik de vriendschap. En weer besef ik dat het aan mij ligt. Ik mis Wouter. Ik mis Dimi. Ik mis de onbezorgde tijd. Mijn leven had er anders uitgezien, al is dat geen constructieve manier van denken. Vrolijker wellicht, draaglijker, makkelijker.

Declercq beschrijft het heel mooi, poëtisch, maar nooit té en vooral – zo belangrijk – met veel respect voor al wie in het boek voorkomt. Hij maakt er meer van dan een boek voor koersliefhebbers, maakt van fietsen een metafoor voor het leven: over vallen en weer opstaan tot ook dat niet meer lukt, over vriendschappen die komen en gaan, over karakter en doorzettingsvermogen, over jeugdige overmoedigheid en volwassen tragiek, over leven en dood, over de willekeur van het noodlot…

Hoe ziet mijn toekomst eruit? Wie ben ik eigenlijk? Wat ga ik nog doen? Hoe plan ik de rest van mijn leven? En moet ik dat wel plannen? Wat was er show bij Dimi? Wat was echt? Wanneer heeft hij dat besluit genomen? Ben ik te egoïstisch? Heb ik genoeg vrienden? Ben ik een goede vader? Een goede man? Een goede coureur?

Zo hard. En zo mooi.

Cees Nooteboom, Allerzielen

Hoewel ik op zich wel houd van “literaire” boeken, waarin een auteur het niet schuwt grote literatuur te willen schrijven, zorgde het taalgebruik bij deze eerste kennismaking met Cees Nooteboom ervoor dat ik moeilijk in het boek kwam, het opzij legde en later weer opnam. En wat ben ik blij dat ik dat gedaan heb, want hoewel het hele verhaal, over de door de dood van zijn vrouw en zoon door afscheid geobsedeerde Arthur Daane, mij greep, gaf het mij op een gegeven moment een zodanige mokerslag dat ik even stopte met wandelen en tegen de huizen moest leunen om te bekomen (noot: het gaat niet over de hier geciteerde passages).

Hij had een vrouw gehad, en hij had een kind gehad, maar omdat die bij een vliegtuigongeluk waren omgekomen, had hij nu alleen nog maar foto’s, waarop ze, elke keer dat hij ernaar keek, steeds iets verder weg geraakt waren.

Dat het boek zo hard binnenkwam, heeft alles te maken met waar ik het afgelopen jaar door moest, maar ook voor wie dat niet het geval is, is dit boek een aanrader. Omdat Nooteboom zo mooi schrijft over afscheid en verdwijnen, zo mooi de sterkte van vriendschap en de karakters van de personages beschrijft.

Sommige mensen hadden je uitgekozen zonder iets van je te willen. Je had er niets voor hoeven doen. Ze hingen hun warmte om je heen, je wist dat je ze kon vertrouwen tot het bittere einde.

Ja, het is literair en dat zal zeker niet ieders ding zijn, maar het is vooral een prachtig boek.

Er was zoveel te denken dat hij er niet aan wilde beginnen, snel zijn, opstaan, scheren, koffie, naar buiten. Eerst filmen. Wereldkampioen afscheid. Hoe film je afscheid? De bladeren beneden, Maar bladeren vallen niet uit eigen kracht, ze moeten loslaten, ze wórden gevallen. Nee, het moest anders, beweging die iets verlaat. Degene die afscheid neemt is altijd in het voordeel. Het is de ander die achterblijft.

Stefan Brijs, De engelenmaker

Ik las zoveel goede commentaren over dit boek van Stefan Brijs dat ik een beetje schrik had om er aan te beginnen. Iets met te hoge verwachtingen, jullie weten wel… Maar Brijs schept zo’n verontrustende en tegelijk meeslepende sfeer dat ik niet anders kon dan lezen, lezen, lezen… en dan teleurgesteld zijn omdat het al voorbij was 🙂

Soms is wat onmogelijk lijkt, alleen maar moeilijk.

Het verhaal gaat over een dokter, Victor Hoppe, die met zijn drie kinderen terugkeert naar zijn geboortedorp. Brijs geeft langzaam maar zeker inzicht in het leven van de excentrieke dokter, diens moeilijke jeugd waarin hij verbannen werd naar een klooster, de invloed van religie op zijn leven en de gevolgen daarvan in zijn latere leven. Het is een boek over waanzin, over een zwart-witte kijk op goed en kwaad, over jezelf God wanen en wat daaruit kan voortkomen. Dat dat thema een heel sterke invloed gehad heeft op iemand die mij ongelooflijk lief is, maakte het bij momenten heel confronterend om te lezen.

Jeroen Brouwers, Bezonken rood

Nadat ik dit boek uitlas, schreef ik op Goodreads als eerste korte reactie “Fuck, wat een boek. Zo hard, zo hard”. En ook nu, maanden later, blijft dat gevoel overeind. Het start met het overlijden van de moeder van de auteur en zijn reactie daarop zet al meteen de toon:

Ze had best nog tien jaar kunnen leven, ze zou ook tien jaar geleden al kunnen zijn gestorven.

Een mens vraagt zich af hoe iemand zo hard kan zijn, maar het – nochtans dunne – boek legt beetje bij beetje de puzzel van een leven, getekend door een jeugd in een Japans interneringskamp in het vroegere Nederlands-Indië. Hoewel Brouwers als kleuter die periode vrij goed doorkomt – zijn moeder doet er alles aan om daar voor te zorgen – zijn de beschrijvingen ervan vreselijk om te lezen.

De geschiedenis van die Japanse kampen dreigt verloren te gaan, want wie het hebben meegemaakt hebben erover gezwegen, en wie het zwijgen hebben doorbroken hebben dit te laat gedaan: toen hun verontwaardiging en haat waren verzacht en zelfs verdwenen en toen zij al de dood waren gestorven die genaamd is: mildheid.

Wanneer hij later op internaat gestuurd wordt en dat als verraad van zijn moeder aanvoelt, begint wat later een totale vervreemding tussen moeder en zoon zal worden en blijvend invloed zal hebben op zijn relaties: zijn angst schrik voor langdurige relaties, het feit dat hij snel verliefd wordt, dat hij niet bij de bevalling van zijn kind aanwezig durft te zijn…

Vanaf dat moment ben ik verdwaald. Mijn afkeer van het leven en mijn verlangen om er niet te zijn. Vanaf dat moment weet ik dat ik verder, voortaan, altijd het liefst alleen zou wensen te zijn, zonder mij aan iemand of iets te hoeven binden, want ik wil niet zien hoe mijn liefde en de schoonheid die ik koester worden verwoest of beschadigd.

Het is geen makkelijk boek, maar zo de moeite van het lezen waard. Alleen al omdat één van de mooiste zinnen uit de Nederlandse literatuur er zijn ontstaan in vond:

Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt.

Vladimir Nabokov, Lolita

Dit boek was een van de twee boeken die ik in het begin van 2017 van J. als boekencadeau kreeg. Ik was er al langer benieuwd naar en het boek loste alle verwachtingen volledig in, want Nabokov heeft met dit boek echt een literair pareltje neergepend. Een walgelijk en verontrustend literair pareltje, dat wel, want het verhaal gaat over de ongeveer 36-jarige pedofiel Humbert Humbert die verliefd wordt op de twaalfjarige Lolita. Oh, die “fantastische” openingszin:

Lolita, light of my life, fire of my loins. My sin, my soul.

Het taalgebruik van Nabokov is fantastisch, hoe hij speelt met woorden (in een taal die dan nog niet eens zijn moedertaal is!), hoe prachtig hij de reis van de twee hoofdpersonages beschrijft, hoe hij humor in het verhaal brengt… ik kon er enkel bewonderend naar staan kijken. Het is bizar hoe een boek dat kan en je tegelijk ook doet walgen door het inzicht dat je krijgt in de psyche van een pedofiel. Want laat daar geen twijfel over bestaan: ook al zijn er blijkbaar mensen die dit boek beschouwen als een liefdesverhaal, het is een blijft een verhaal van emotioneel en fysiek misbruik.

I loved you. I was a pentapod monster, but I loved you. I was despicable and brutal, and turpid, and everything, mais je t’aimais, je t’aimais! And there were times when I knew how you felt, and it was hell to know it, my little one. Lolita girl, brave Dolly Schiller.

Niet dat ik tijdens het lezen niet geloofde dat Humbert oprecht van Lolita hield, neen, daar ben ik zelfs overtuigd van, dat het kan, dat een pedofiel oprecht van zijn slachtoffer houdt en ervan overtuigd is dat zijn liefde zijn wandaden goedpraat. Maar neen, het is niet omdat Lolita in het begin meegaat in zijn “spelletjes” en dacht dat ze wist wat ze deed, dat dat ook maar iets goedpraat. Alsof een kind van twaalf zelfs maar vaag kan beseffen wat de gevolgen van haar acties zullen zijn… Een kind dat op zoek is naar liefde en affectie van een vaderfiguur, maar nog te jong is om te beseffen dat sex daar niet – nooit – de uitdruk van mag zijn.

It was love at first sight, at last sight, at ever and ever sight.

Fantastisch en prachtig, gruwelijk en afstotelijk. Als je zoiets wilt lezen, dan bestaat er geen beter boek dan dit.

Alain de Botton, The course of love

Ik hou mijn fototoestel of notitieboekje altijd in de buurt wanneer ik aan het lezen ben, zodat ik mooie citaten kan bijhouden. Bij dit boek had ik na een tijdje het gevoel dat ik beter stopte, want ik was het eigenlijk gewoon volledig aan het kopiëren…

De Botton verweeft in dit boek fictie – het verhaal over Rabih en Kirsten, die elkaar leren kennen, verliefd worden, trouwen, kinderen krijgen, problemen in hun relatie ondervinden – met non-fictie, doordat hij tussenin in korte stukjes telkens analyseert wat er gebeurt. Hij gaat verder waar sprookjes eindigen: happily ever after is wel mooi gezegd, maar hoe doe je dat eigenlijk?

It will take Rabih many years and frequent essays in love to reach a few different conclusions, to recognize that the very things he once considered romantic – worldless intuitions, instantaneous longings, a trust in soulmates – are what stand in the way of learning how to sustain relationships. He will conclude that love can endure only when one is unfaithful to its beguiling opening ambitions; and that for his relationships to work he will need to give up on the feelings that got him into them in the first place. He will need to learn that love is a skill rather than an enthusiasm.

Het zijn de “kleine dingen” die dit boek zo de moeite maken: hoe hij beschrijft dat de hoofdpersonages nood hebben aan bevestiging van de ander, hoe ze overweldigd worden door onzekerheid, hoe ze angst hebben te falen (oh, de herkenbaarheid van de angst die een van de hoofdpersonages heeft voor werkloosheid). Alain de Botton geeft heel waardevolle inzichten in relaties, doet een mens niet alleen beseffen dat het romantische idee van liefde niet noodzakelijk wil zeggen dat een relatie moeiteloos gaat verlopen, maar geeft ook inzichten in hoe je dan om moet gaan met die momenten waarop het moeilijk gaat. Verliefd worden is één ding, die liefde behouden een heel ander.

At the heart of a sulk lies a confusing mixture of intense anger and an equally intense desire not to communicate what one is angry about. The sulker both desperately needs the other person to understand and yet remains utterly committed to doing nothing to help them do so. The very need to explain forms the kernel of the insult: if the partner requires an explanation, he or she is clearly not worthy of one. We should add that it is a privilige to be the recipient of a sulk: it means the other person respects and trusts us enough to think we should understand their unspoken hurt. It is one of the odder gifts of love.

Een mooi boek om cadeau te doen aan vers verliefde, verloofde of getrouwde koppels… al is het geen garantie op succes, dat dan weer niet (zegt zij die dit boek uitlas kort voor haar happily ever after dat niet meer wilde zijn).

There is no one more likely to destroy us than the person we marry.

Emma Sibley, Cactussen en andere vetplanten

Tot slot voeg ik, op vraag van Leen, nog één boek toe aan dit lijstje. Niet omdat het een van de beste boeken van het afgelopen jaar was, maar wel omdat ik jullie – net omdat ik geen maandelijkse leesoverzichten plaatste – een paar weken geleden vroeg of er boeken waren waar jullie zeker mijn mening over wilde lezen. Zij was benieuwd naar Cactussen en andere vetplanten, dus bij deze:

Ik zag dit mooi vormgegeven boekje (paginagrote foto’s van de planten! leuke icoontjes!) toevallig liggen op het rek met de nieuwste aanwinsten van de bibliotheek en besloot het mee te nemen, aangezien ik best wel wat planten in huis heb, maar niet altijd goed weet welke verzorging welke plant net nodig heeft.

Sibley geeft eerst kort informatie over welke soort grond, potten, gereedschap… het beste geschikt zijn, over typische kwaaltjes waar cactussen en vetplanten aan kunnen lijden en over hoe je aan de slag kan gaan als je je planten wilt vermeerderen. Alleen al dat laatste thema maakte dit boekje voor mij de moeite waard, want – woeps – een stekje gewoon rechtstreeks in de grond steken is dus niet the way the go 🙂

Daarna volgt een hele waslijst aan cactussen en vetplanten, waarbij in korte, to the point beschrijvingen ingegaan wordt op de hoeveelheid licht en water het plantje in kwestie nodig heeft, wanneer en hoe het in bloei staat, hoe je het moet snoeien… Hier en daar worden wist-je-datjes of “speciallekes” toegevoegd (bijvoorbeeld dat het sap van de ene cactus huidirritatie kan veroorzaken, dat de andere vetplant giftig is voor katten en honden…). Het is geen diepgaand naslagwerk – daarvoor is het misschien toch net iets te toegespitst op de hippe planten van het moment (hallo pannenkoekenplantje en erwtenplantje 😉 ) -, maar wel een handige inleiding, die er voor zorgde dat er nog wat meer planten op mijn verlanglijstje zijn terechtgekomen. Of euhm, we moeten daar eerlijk in zijn, ondertussen al in huis zijn gehaald 🙂

De 7 van 2017: hartverwarmende momenten

  • De leuke gesprekken met mijn grootmoeder, vooral tijdens de week dat ik bij haar bleef om voor haar te zorgen, maar ook daarna. Ik mag mijzelf al heel gelukkig prijzen dat ik op mijn 30e nog steeds een grootmoeder heb, laat staan dat ik dan ook nog eens mijn band met haar kan verdiepen! De mailtjes die ze mij stuurde, altijd al, maar nog meer vlak na de breuk met J., de ene keer met troost, de andere keer met tips (tja, als vrouw alleen vallen, dan schiet de feministe in haar driedubbel in gang 🙂 ), dan weer om gewoon “even te babbelen”…

  • Op elk moment kunnen praten met mijn dichtste familie. Of dat dan was om te bellen over leuke dingen die ik ervoor met J. zou gedeeld hebben (mijn ervaringen tijdens het Alpenbrevet bijvoorbeeld) of om te wenen… het kon allemaal. Mijn ouders die mij toen ik vlak na de breuk in België toekwam, samen opwachten op het station en mij op het perron stevig vastnamen, mij meenamen op de fiets om mijn hoofd te gaan leegrijden, niet altijd akkoord waren met al mijn beslissingen, maar mij desondanks in elke ervan steunden…
    En: ik wist al wel langer dat mijn broer een geweldige vrouw aan de haak geslagen heeft, maar dat ook zij er zo voor mij zou zijn… ’t Klinkt misschien raar, maar ’t is toch minder evident dat “aangetrouwde” familie (ze zijn weliswaar (nog) niet getrouwd, maar jullie weten wel 😉 ) zo klaar staat! Ik bedoel maar: ik ben begod bij haar ouders thuis met haar grootmoeder en zus erbij, nieuwjaar mogen gaan vieren!
  • De betere band met een aantal familieleden: niet dat die ervoor slecht was, verre van zelfs, maar het was toch nog meer “nonkel/tante versus nichtje”; nu werd het meer “twee volwassenen die een goed gesprek kunnen hebben”. Zo weet ik niet of ik vroeger met mijn nonkels over mijn relatiebreuk zou gepraat hebben, met eentje van hen op restaurant zou gegaan zijn…

  • De mooie gebaren van kennissen, maar ook van mensen die ik helemaal niet ken: oude buren die mij hun telefoonnummer meegeven “voor als ik eens wil babbelen”, nieuwe, ondertussen opnieuw “oude”, buren die mij met een kaartje verwelkomen en een mailtje sturen na mijn verhuis, de vrouw op de tram die mij een zakdoekje kwam toesteken toen ik al wenend met mijn moeder aan het telefoneren was, de man op de bus die hetzelfde deed toen ik op weg naar België met mijn vader belde en waarmee ik nadien een gezellig gesprek had, een vrouw die toevallig tegenover mij kwam zitten op de trein en waar ik plots een diep gesprek over onafhankelijkheid en verwerking mee voerde…

  • Mijn collega’s op het werk die mij overstelpten met tips om mij thuis te voelen in mijn nieuwe stad (dat zijn leuke buitenzwembaden, ginder kan je pootjebaden in de rivier, daar is een leuk café…) en mij mee vroegen op middagetentjes en afspraken na het werk.
  • Alle reacties, hier op mijn blog, op instagram, in aparte mails… nadat ik liet weten dat J. en ik uit elkaar waren. Mensen die bezorgd informeerden hoe het ging toen het langer stilbleef, afspreken met bloggers die het niet eens erg vinden dat ik mijn hart lucht terwijl we elkaar voor de eerste keer zien, onverwachte cadeautjes krijgen, een lieve (ondertussen al meer dan alleen blog)vriendin, die mij liet langskomen en uitwenen op de zetel, terwijl ze nochtans bezoek had… Ik wist al wel langer dat blogland een warm land is, maar in 2017 heb ik het meer dan ooit gevoeld. Merci, merci, merci!

  • Mijn broer. De gesprekken met hem aan telefoon, op skype, in het echt… Elk moment dat ik hem nodig had, was hij daar (of zoals hij het zelf eens op skype verwoordde toen ik zei “slaapwel! En merci om er te zijn!” en hij antwoordde “Daarvoor ej je broere eee. Slaapwel!” 🙂 ). Zijn hand om in te knijpen toen ik het lastig had tijdens het concert van Nick Cave, kunnen praten over vergeving zonder veroordeeld te worden… Maar evengoed: onnozel kunnen doen, onbedaarlijk lachen, de slappe lach krijgen en er bijna niet meer uitgeraken…

Life list, gedaan in 2017

Mijn life list blijft een lijst waar ik zelden mee bezig ben, al neem ik af en toe wel eens een puntje op in mijn voornemens of dergelijke. Maar soms onbewust, soms bewust wanneer de kans zich voordoet, doe ik elk jaar toch weer een paar dingen van de lijst. Tijd dus voor een update van wat ik in 2017 deed:

Afgewerkt (of herhaald) in 2017

100 postkaarten met de hand schrijven en versturen
Stond de teller vorig jaar op 85, dan zorgde mijn deelname aan InCoWriMo ervoor dat ik over de beoogde 100 ging. Niet dat ik nu plots ga stoppen met kaartjes schrijven, daarvoor vind ik dat veel te leuk. Vorig jaar gingen er relatief weinig verjaardagskaartjes de deur uit (komt ervan als je voorraad kaartjes en stempel- en ander knutselmateriaal een half jaar in dozen zit…), maar dit jaar ben ik vast van plan daar verandering in te brengen!

InCoWriMo 2017 (Le petit requin)
Een paar kaartjes die ik in 2017 verstuurde

Een olifant in het wild zien
Dit puntje haalde ik weliswaar al vorig jaar toen ik zowel in Addo Elephant National Park als in het Amakhala resort olifanten zag, maar aangezien ik dit jaar onverwacht opnieuw naar Zuid-Afrika ging (t.t.z. die reis werd wel gepland, maar ik had niet verwacht twee jaar op rij naar daar te trekken), zag ik opnieuw olifanten, dit keer in het Hluhluwe-Imfolozipark. En hoewel ze dit keer minder goed te zien waren, blijft het toch ongelooflijk impressionant!

Olifanten Hluhluwe-Imfolozipark (Le petit requin)

Geen tandvullingen of valse tanden voor mijn 30e
Ik schreef het al vorig jaar: ik heb blijkbaar toch een kleine vulling bij een tand waar ooit een stukje van afbrak. Tegelijk besloot ik dit puntje toch te behouden, maar een tandvulling strikter te beschouwen als “een gaatje dat moet opgevuld worden”. Dat zorgt er ook meteen voor dat, nadat ik de oorspronkelijke “niet voor mijn 25e”-doelstelling al ruim haalde, dit jaar ook de verlenging  “niet voor mijn 30e” lukte. En nu? Goh ja, blijven gaan natuurlijk en proberen mijn 35e verjaardag te halen zonder gaatjes of valse tanden! 😉

Op één jaar 52 boeken lezen
In 2017 las ik 53 boeken, hoera!

Zelf Sinterklaas/ Sint-Maarten zijn
Ik deed dit al verschillende keren de afgelopen jaren, zowel op mijn werkplek in Brussel als thuis, maar dit jaar bracht ik mijn Zwitserse collega’s voor het eerst in contact met de traditie van Sint-Maarten (ja, ik weet dat Sinterklaas bekender is, maar ik groeide zelf nu eenmaal op met Sint-Maarten 🙂 ).

Work in progress

Duiken in de “Zeven zeeën”
Dook ik de afgelopen jaren al in de Rode Zee, de Noordelijke Stille Oceaan, de Zuidelijke Atlantische Oceaan en de Indische Oceaan, dan verkende ik dit jaar opnieuw die laatste, maar ging ik ook voor het eerst op ontdekking in de Middellandse Zee.

Mohawk Deer briefing (Le petit requin)
Briefing voor de duik naar het wrak van de Mohawk Deer in de Middellandse Zee

Minstens 100 erfgoederen van de Unesco Werelderfgoedlijst bezoeken
De disclaimer is nog steeds dezelfde: puntjes die heel veel objecten omvatten (vb. Belforten in België en Frankrijk) reken ik als gezien wanneer ik er minstens drie van bezocht heb. Puntjes bestaande uit twee locaties (vb. Bauhaus in Weimar en Dessau) zijn “ok” als ik er eentje van gezien heb.
Vorig jaar stond de teller op 42 (een volledige lijst vinden jullie overigens hier); dit jaar ontdekte ik:

  • Vlaamse Begijnhoven (België)
    Eigenlijk mag dit puntje nu pas op de lijst staan, want op een of andere manier had ik nog niet beseft dat niet álle Begijnhoven tellen, maar dat er slechts een aantal effectief als Werelderfgoed erkend zijn. Dat zorgde ervoor dat ik er nog geen drie zag, want o.a. het Begijnhof van Aalst en het Klein Begijnhof in Leuven haalden de definitieve Werelderfgoedlijst niet. Dit jaar echter bezocht ik – na vroeger al de officieel erkende Begijnhoven van Diest en Brugge te hebben gezien – ook dat van Lier.
  • Belforten in België en Frankrijk (België)
    Van dit item zag ik wel al voldoende verschillende objecten, maar mijn bezoekje aan Lier zorgde er voor dat ik nog een Belfort aan mijn lijstje kon toevoegen.
  • Dom van Aken (Duitsland)
    In december besloot ik eindelijk eens niet rechtstreeks naar België te reizen, maar wel onderweg een tussenstop te maken en een van de vele steden tussenin te bezoeken. Dat zorgde er ook voor dat ik de in 1978 als Werelderfgoed erkende Dom van Aken bezocht!
  • Le Strade Nuove en het systeem van de Palazzi dei Rolli in Genua (Italië)
    Een typisch voorbeeld van een onbewuste toevoeging aan mijn lijstje is dit: ik plande een duikreis in Genua, besloot dan ook maar de stad te bezoeken en toen ik kort voor vertrek eens snel opzocht wat er allemaal te zien was, bleek er ook Werelderfgoed te vinden te zijn. Heel interessant erfgoed trouwens, want de zogenaamde Palazzi dei Rolli is een groep van paleizen die afwisselend gebruikt werden voor de ontvangst van staatsbezoeken.
    Een twijfelgeval voor Italië zijn overigens de Dolomieten. Die zag ik in 2017 namelijk voor het eerst, maar ik was er eigenlijk maar een halve dag en zag enkel de – weliswaar ongelooflijk machtige – Tre Cime di Lavaredo. Dat gaf zoveel zin in meer dat het niet eens veel uitmaakt dat ik besloten heb dit nog niet als een “bezocht Werelderfgoed” te beschouwen, ik ben toch van plan er een van de komende jaren opnieuw (en dan langer) naartoe te gaan.
Palazzo Rosso Genova (Le petit requin)
Palazzo Rosso
  • iSimangaliso Wetland Park (Zuid-Afrika)
    Staan noch het Hluhluwe-Imfolozipark noch de verschillende mariene parken waar ik dook, op de Werelderfgoedlijst, dan is dat wel het geval met het iSimangaliso Wetland Park, die het einde vormde van mijn reis in Mozambique en Zuid-Afrika. Een mooi einde, met een hoop nijlpaarden, één krokodil en machtige zeearenden!

Nijlpaard iSimangaliso Wetland Park (Le petit requin)

  • Abdij van Sankt Gallen (Zwitserland)
    De abdij van Sankt Gallen staat al een aantal jaar op mijn “te bezoeken in Zwitserland”-lijstje en dit jaar kwam het er eindelijk van. Al ga ik nog eens terug, want ik bezocht weliswaar de abdijkerk en werkte in het staatsarchief, dat in een deel van de abdij gevestigd is, maar had die dag geen tijd om de bibliotheek te ontdekken. In 2018 volgt dus waarschijnlijk “bezoek aan Sankt Gallen, deel 2” 😉

Abdij Sankt Gallen (Le petit requin)

Nieuw toegevoegd

Een workshop snijtechnieken voor koken volgen
Aangezien zo’n lijst geen vast gegeven moet zijn (waarom zou het ook, een mens verandert – en dus ook zijn interesses), zwier ik af en toe al eens iets uit mijn lijst of voeg ik er iets nieuws aan toe. Dit keer is het tijd voor dat laatste, want hoewel ik heel graag kook, ben ik niet zo heel handig met messen. Niet dat ik mijzelf veel snijd (gelukkig…), maar ik kan vol bewondering kijken naar mensen die in een oogwenk groenten in brunoise, julienne of andere Franse termen omvormen. En dus heb ik zin om ooit eens een workshop snijtechnieken te volgen, zowel om de verschillende soorten te leren als om – hopelijk – de groenten op mijn snijplank iets eleganter te lijf te gaan 🙂

De 7 van 2017: eerste keren

Het blijft een van mijn favoriete overzichtslijstjes: een opsomming van dingen die ik het afgelopen jaar voor de eerste keer deed. Soms hele kleine dingen, soms hele grote. Alles vermelden zou wat teveel zijn, maar deze 7 – en een sjiek 😉 – sprongen er in 2017 uit:

  • Ik had voor het eerst een eigen moestuin en dat was zo tof om te doen! Dat ik het moestuinieren zo miste in de tweede helft van het jaar, deed mij vrij snel besluiten in mijn nieuwe stad op zoek te gaan naar een nieuwe tuin en – mooi toeval – vandaag tekende ik het contract voor mijn tweede moestuin 🙂 . Maar de eerste keer een moestuinplan uittekenen, bedden aanleggen, zaaien, planten, schoffelen, blij zijn om de quasi volledig afwezige slakken én oogsten, dat gebeurde in 2017!

Moestuin (Le petit requin)

  • Hoewel ik al langer financieel een bijdrage aan een aantal goede doelen lever, deed ik dat dit jaar voor het eerst ook lijfelijk door deel te nemen aan Loop naar de Maan: daarvoor sportte ik voornamelijk, maar doneerde ik ook voor het eerst mijn haar. Goed voor een klein attackske toen de kapper er de schaar inzette, maar vooral voor twee lange staarten die in de vorm van een pruik hopelijk een beetje steun kunnen geven aan iemand die een gevecht moet leveren waar geen mens mee zou mogen geconfronteerd worden.

Le petit requin

  • Ik werd voor de eerste – en hopelijk laatste… – keer gedumpt… Wat de allerzwaarste eerste keer is die ik ooit heb moeten meemaken, maar tegelijk ook zorgde voor een paar heel mooie eerste keren: ik woonde voor het eerst met Zwitsers samen en maakte voor het eerst Zwitserse vrienden (tevoren bleef het beperkt tot andere expats). Ik verhuisde voor het eerst met de fiets, wat toch een beetje goedmaakte dat ik alle meubels noodgedwongen moest achterlaten.
    Maar bovenal: ik had voor het eerst in mijn leven een appartement helemaal van mij alleen: geen ouders die de huur betalen (zoals op kot), geen medehuurders (zoals in mijn eerste woning na mijn studies), geen onderhuur… nope, alles enkel en alleen van mij, nah! 😉 En hoewel ik opzag tegen een aantal eerste keren die dat ook met zich mee zou brengen (o.a. een aansprakelijkheidsverzekering afsluiten), liep dat allemaal heel vlotjes en zorgde het vooral voor een boost in mijn zelfvertrouwen.

Le petit requin

  • Op werkgebied was het ook een spannend jaar: ik kreeg voor het eerst een contract van onbepaalde duur (in het buitenland sowieso, maar eigenlijk ook algemeen, want in België werkte ik als zelfstandige…). En dat contract bracht weer wat andere eerste keren met zich mee: meerdere projecten leiden, een offerte opstellen, vergaderingen leiden, alleen gebouwen beoordelen en contact hebben met de eigenaars (wat misschien niet zo moeilijk klinkt, maar ’t blijft toch altijd afwachten of ik hun Zwitsersduits ga begrijpen 😉 )… Jup, jup, ’t was een uitdagend werkjaartje!

Le petit requin

  • Op sportgebied probeerde ik een aantal sporten voor de eerste keer: zo deed ik in de zomer stand-up paddling, wat op een rustig meer vooral heerlijk ontspannend is, zocht ik mijn evenwicht tijdens het slacklinen (maar vond het nog niet 😉 ) en startte ik met een cursus kickboxen!

Le petit requin

  • Al beleefde ik ook in de sporten die ik al langer beoefen een paar eerste keren: niet alleen dook ik voor het eerst in de Middellandse Zee, ik deed ook een eerste duik met een stage fles (ofte: een extra fles om langer onder water te kunnen blijven). The perks of diving with technical divers 😉
    Ik kocht een nieuwe koersfiets, mijn tweede ooit, maar wel mijn eerste in carbon (dat verschil!) en ik dook voor het eerst onder in het wondermooie Hallenbad City in Zürich. Daar wilde ik al sinds mijn verhuis naar dit land (meer dan 3 jaar geleden!) naartoe en ik snap echt niet waarom ik daar zo lang mee gewacht heb.

Hallenbad Zürich (Le petit requin)

  • Tot slot bracht ik al reizend voor het eerst een bezoek aan Mozambique (weliswaar maar een ieniemienie stukje van het land, maar toch: ik was op Mozambikaanse bodem 🙂 ) en ontdekte ik de steden Genua, St. Gallen en Aken.

Mozambique (Le petit requin)