Mee op stap: de erfgoedwaarde van een gebouw bepalen

Toen ik jullie bij het begin van 40 dagen bloggen vroeg wat jullie zouden willen weten van mij (hoe naïef was ik trouwens om te denken dat ik nog extra inspiratie nodig zou hebben, ik krijg nu al niet alles geschreven dat ik wil 😉 ), kreeg ik een paar keer de vraag om wat te vertellen over mijn job, wat die inhoudt en hoe een gemiddelde werkdag eruit ziet.

Al tijdens mijn studies ingenieurswetenschappen-architectuur wist ik dat ik verder wilde met “oude gebouwen”. Ik werkte na mijn opleiding in Brussel dan ook bij een bureau dat zich bezig hield met restauraties, renovaties en herbestemmingen van gebouwen – voornamelijk monumenten, zo werkte ik mee aan de restauratie van het Vleeshuis in Antwerpen en de abdij van Averbode. In Zwitserland bleef ik in dezelfde sector, maar doe ik het werk dat voorafgaat aan mijn werk in Brussel: het inventariseren van gebouwen en het beoordelen van de erfgoedwaarde ervan. Daarnaast adviseer ik ook gemeentes en/of eigenaars bij de verbouwingen van gebouwen die op de inventarislijst staat en/of beschermd zijn.

Het plan is om hier een reeksje van te maken, waarbij ik jullie telkens een dagje meeneem tijdens een van deze bezigheden, want ze zorgen er voor dat mijn dagen vrij gevarieerd zijn en ik niet echt een “gemiddelde” werkdag heb: afhankelijk van het soort project ziet die er namelijk nogal anders uit (al dan niet op kantoor, al dan niet veel schrijven, bepaalde computerprogramma’s gebruiken e.d.). Veel te veel om dat allemaal in één bericht te verwerken, dus neem ik jullie vandaag mee naar vorige dinsdag, toen ik op plaatsbezoek moest voor een gebouw waarvan ik de erfgoedwaarde moet beoordelen.

Mijn dag startte op kantoor, waar ik eerst wat telefoontjes afwerkte die mijn agenda wat extra vulden: een plaatsbezoek op donderdag voor een bouwadvies, onderzoek in het staatsarchief voor mijn eigen en ook een paar projecten van collega’s en een dringend telefoontje of ik diezelfde namiddag nog een tweede gebouw kon bekijken, want “een eigenaar is verbouwingen aan een gebouw in de kernzone aan het doen zonder de gemeente te verwittigen”.

Le petit requin
Elke maandag leid ik de vergadering “bouwadvies”, op woensdag en vrijdag heb ik vrijaf, omdat ik – momenteel – 60% werk.

De rest van de voormiddag was ik bezig met het voorbereidend werk op mijn plaatsbezoek (plannen printen, fototoestel van het bureau checken op volle batterij en leeg kaartje, treinticket kopen, …) en lectuur over het gebouw. Wat dat zoal inhoudt? Lezen over de geschiedenis van de gemeente, opzoeken of het gebouw in specifieke vakliteratuur is opgenomen (er bestaan een reeks “Boerenhuizen in Zwitserland” per kanton, waar niet alleen algemene beschrijvingen van de verschillende typologieën, maar ook telkens een paar specifieke gebouwen in zijn opgenomen), controleren in welke inventarissen het gebouw en eventueel de omgeving zijn opgenomen… Er zijn lijsten per gemeente, per kanton, op bondsniveau (= het hele land) en daarnaast zijn er ook inventarissen van specifieke landschaps- en natuurgebieden, beschermde dorpszichten…

Le petit requin
De – in dit geval zeer summiere – beschrijving van het gebouw in de gemeentelijke inventaris

Tegen de middag was het tijd om te vertrekken richting Dachsen, waar ik eerst naar het gemeentehuis ging. Een van de documenten die we immers ook moeten checken, zijn de documenten in het gemeentelijk archief. Die omvatten namelijk bouwaanvragen, waaruit wij eventueel kunnen afleiden of en wanneer bepaalde verbouwingen zijn uitgevoerd.

Gemeindehaus Dachsen (Le petit requin)
Jup, het was een stralende dag. Het lukt uiteraard niet altijd om dat zo in te plannen, maar als ik weet dat er mooi weer aankomt, probeer ik wel altijd om mijn plaatsbezoeken in te plannen. Beter voor de foto’s, beter voor mijn humeur 😉

Normaalgezien krijgen wij de opdracht om een “Beoordeling van de erfgoedwaarde” (ofte een “Gutachten zur Schutzwürdigkeit”) op te stellen, wanneer een eigenaar verbouwingen plant. Bij een gebouw dat in de inventaris opgenomen is, moet in dat geval bepaald worden of en wat er net het beschermen waard aan is en daarvoor worden wij dan als experten ingeschakeld. Om die waarde te bepalen, baseren we ons op de richtlijnen van het kanton (die zelf dan weer gebaseerd zijn op internationale richtlijnen): er wordt bijvoorbeeld rekening gehouden met de bouwgeschiedkundige, architecturale, sociale, economische, politieke… waarde van het gebouw, met de waarde ervan in het dorpszicht en dergelijke meer.
In dit geval plande de eigenaar geen verbouwingen, maar vond er een brand plaats, die een deel van het gebouw verwoestte. Daardoor zijn er nu – logischerwijs – wél plannen voor een verbouwing en dus moet nu bepaald worden of het gebouw het beschermen waard is. Indien wel, dan kan dat – al naargelang wat er net beschermenswaard aan is – bijvoorbeeld betekenen dat de eigenaar de dakconstructie moet behouden (of in dit geval reconstrueren, aangezien de brand vlak eronder ontstond en de dakspanten dus helemaal verkoold zijn), dat hij in bepaalde gevels geen nieuwe vensteropeningen mag maken, dat hij een oude, historische kachel moet bijhouden… (dit is een zeer beperkte opsomming van de meest voorkomende opties). Is het gebouw niet het beschermen waard, dan zou de eigenaar in dit geval mogen beslissen om het hele gebouw af te breken en iets nieuws te plaatsen (wat nog niet wilt zeggen dat hij om het even wat zou mogen bouwen, want het gebouw bevindt zich in de zogenaamde kernzone, wat betekent dat er – naast de algemene bouwregelingen – specifieke richtlijnen zijn waaraan gebouwen moeten voldoen, bijvoorbeeld over de dakrichting en -helling, de stijl…).

Le petit requin
Behalve dat het jammer is om zo’n historische spanten volledig verkoold te zien, is het ook interessant, omdat het zo goed toont waarom hout wél een brandstabiel materiaal is. De dakspanten zijn namelijk aan de buitenkant verkoold, maar hebben aan de binnenkant nog een intacte kern. Dat is ook de reden dat het hele boeltje niet is ingestort: die kern houdt de constructie overeind, in dit geval zelfs in zodanige mate dat de tijdelijke platen die ter bescherming op het dak zijn aangebracht er gewoon nog op kunnen steunen. Was dit een stalen constructie geweest, dan is de kans groot dat het hele gebouw in duigen zou liggen.

Eens ter plaatse ga ik het volledige gebouw rond. Vaak doen we dit met twee collega’s (twee paar ogen zien meer dan één), maar dit keer ging ik alleen ter plaatse, omdat een andere collega er vlak na de brand al geweest was voor een eerste kort rapport en ik dus met haar op kantoor het gebouw toch kan bespreken. Die rondgang, dat betekent dat ik elke ruimte en elke fassade in detail bekijk: welke indeling heeft het gebouw, welke materialen zijn er in de verschillende ruimtes gebruikt, welke veranderingen hebben al plaatsgevonden, welke onderdelen zijn nog historisch…? In dit geval was dat op een paar plekken wat moeilijker dan normaal, omdat ik moest manoeuvreren over een hoop verkoolde dakpannen die naar beneden gevallen waren. Anderzijds moet ik soms manoeuvreren door mensen hun rommel en dat kan minstens even uitdagend zijn 😉

Le petit requin

Het begint traditie te worden dat elk huis altijd wel een verrassing verbergt: de ene keer zijn dat schatten op zolder (oooh, dat mooie houten schommelpaard dat ik ooit zag en eigenlijk doodgraag wilde meenemen – wat uiteraard niet mag), de andere keer een badkamer in eclectische stijl: eentje waar in het bad een moderne zwart-wit-stijl clashte met een beachhouse meets grottenwoning, waar de radiator met mozaïek werd bekleed en het toilet een doorzichtige bril met prikkeldraadtekening kreeg… Ik laat het aan jullie over om te beoordelen of dit het beschermen waard is of niet 😉
In de woonkamer (ofte de Stube in het Zwitsers) stond nog een kacheloven, bekleed met groene tegels, een typisch verschijnsel hier. Een korte check, bevestigd door de documenten uit het gemeentelijk archief, toonde aan dat het niet om een historisch, maar wel om een model uit de jaren ’60 ging. De oorspronkelijke, bouwvallig geworden, versie staat blijkbaar ergens in een museum te blinken.

Le petit requin

Wel behouden zijn de voordeur en de ramen, al werden bij die laatste wel een paar glazen ingeslagen door de brandweer. Nu ja, liever dat dan dat het hele gelijkvloers er ook zou zijn aangegaan. Nu is er daar geen schade van de brand zelf te zien, wél van het bluswater. Of het gebouw als Schutzobjekt (ofte beschermd gebouw) of niet gaat beoordeeld worden, dat is – logischerwijs – iets tussen de gemeente, de eigenaar en wij, sorry 😉

Le petit requin

Na dit plaatsbezoek trok ik met een ambtenaar van de bouwkundige dienst naar het gebouw waar ik ’s ochtends dat dringend telefoontje over kreeg. Eens ter plaatse bleek dat de eigenaar al verschillende werken gedaan had waarvoor hij – omdat het gebouw in de kernzone ligt en in de inventaris staat – eigenlijk een bouwvergunning had moeten aanvragen: zo verwijderde hij de historische balken, sneed hij een stuk uit een dwars liggende onderbalk, verving de vensters…

Le petit requin
De historische vakwerkconstructie met een stukje minder ter hoogte van de drempel (de vloer lag vroeger boven de balk, de nieuwe eigenaar wil hem verlagen en verwijderde daarom het stuk ter hoogte van de deur).

Of die vervangen en afgebroken onderdelen nog waardevol waren? Dat is uiteraard niet meer te beoordelen, aangezien ze ondertussen verdwenen zijn. Of de eigenaar dat nu opzettelijk deed of niet, doet er voor mijn werk niet toe, wel moet ik de gemeente adviseren over hoe ze hier nu verder mee moeten omgaan (volstaat een kort advies of moet de beschermingswaarde bepaald worden, moeten de werken stilgelegd worden of niet…). Jullie snappen wel dat ik ook dat hier niet in detail uit de doeken kan/mag doen 🙂

Le petit requin
Behalve vuil worden, hoort bij mijn job ook dat ik best geen hoogtevrees heb. Doordat de trap al verwijderd was, moest ik in dit gebouw immers twee smalle laddertjes omhoog om de dakconstructie te kunnen bekijken.

Na beide plaatsbezoeken was het tijd om terug te keren. Dat ik in het station even moest wachten op mijn trein, vond ik bij dit weer echt niet zo erg 😉

Bahnhof Dachsen (Le petit requin)

Eens terug op kantoor bracht ik alle foto’s en digitale documenten over naar de server, sorteerde ze (kwestie van nog te weten welke foto net waar genomen is) en verwerkte een eerste deel van mijn notities. De rest van dit project breng ik binnen door: grotendeels op kantoor, waar ik ga schrijven aan een beschrijving van het gebouw, een geschiedenis van het dorp en de rol van het gebouw / de omgeving erin en natuurlijk de effectieve beoordeling van de beschermingswaarde. Al stond er vorige donderdag eerst nog een bezoek aan het staatsarchief gepland, waar ik de oude brandverzekeringen van dit gebouw doornam op zoek naar aanwijzingen van verbouwingen e.d. (die veranderen immers de verzekeringswaarde van het gebouw en worden dus gedocumenteerd).

Le petit requin
Ook al zat ik dan binnen, kijken naar de stralend blauwe hemel buiten deed ik nog een paar keer 🙂

Ik hou niet zo van die “verplichte” vragen op het einde van een blogbericht, maar dit keer ga ik het toch doen: zeg eens, vinden jullie dit interessant om te lezen en willen jullie dus graag nog meer over mijn werk lezen? Of denken jullie “mens, een beetje beknopter mag ook zenne”? 🙂

26 Comments

  1. Het lijkt me een interessante en afwisselende job! Moest je in België werken, zou je mijn man misschien tegenkomen want die werkt min of meer in deze sector, dus ik kan er mij wel een goed beeld van vormen.

  2. Oooooooh wat een boeiende job! Jaloers!! Ik werk in een oud gebouw, dus moest je in België gewerkt hebben, kwamen we elkaar misschien tegen. Want bij ons is er ook al veel verbouwd.

    1. Oh, mag ik weten in welk gebouw je net werkt? Ale, de kans is klein dat ik er tijdens mijn werkjaren in België op gewerkt heb, want ik had vooral projecten in Brussel, Antwerpen en Vlaams-Brabant, maar wie weet 🙂
      En soms ben ik ook wel jaloers op al die boeken die jij op je werk hebt hoor 😉 Al weet ik natuurlijk ook dat je echte jobinhoud niet simpelweg boeken lezen zal zijn 🙂

  3. Ik heb een tijd voor de monumentencommissie van de gemeente gewerkt. Echt heel interessant en belangrijk.
    Op dit moment staat er hier in het dorp een ware bouwval te koop, maar wel een monument. Daar krijgen de nieuwe eigenaars nog een flinke klus aan.

    1. Oh, zo fijn dat je voor de monumentencommissie hebt kunnen werken! Lijkt mij ook heel interessant om er vanaf die kant mee bezig te zijn.
      Jammer dat dat monument in het dorp al een bouwval geworden is; blijft het jammere met monumenten he, dat er soms zodanig veel restricties op zijn (en dat is dubbel, want in mijn huidige job, leg ik die zelf soms op) dat renoveren of herbestemmen zodanig duur wordt, dat niemand het nog ziet zitten. Hopelijk worden er snel nieuwe eigenaars gevonden!

    1. Dat is absoluut een van de voordelen! Want ook al kan ik op sommige dagen wel eens moe worden ervan en wensen dat mijn job veel saaier was, uiteindelijk ben ik vooral heel blij dat ik binnen een vakgebied toch veel verschillende dingen kan doen.

  4. Ik vind het fascinerend om te lezen. Ik ken daar helemaal niks van, ik weet enkel dat ze op het werk soms vloeken op de restricties die zo’n beschermd gebouw met zich meebrengt. Dankjewel om me iets nieuws te leren!

    1. Oh, fijn dat je er iets nieuws door geleerd hebt en dat ook leuk vindt (niet dat mij dat in jouw geval verbaast, maar toch, het is leuk om te lezen 🙂 ).

      Ik kan mij wel inbeelden dat ze er op je werk soms op vloeken; ’t is ook absoluut niet evident! Eigenlijk zou je bij monumenten eerst moeten kijken wat mogelijk is met het gebouw en de functie daaraan aanpassen, maar in realiteit is het natuurlijk meestal omgekeerd. Ik heb voor een gebouw van de ETH Zürich ook eens een analyse moeten maken en ja, universiteiten en hun eisen combineren met monumenten en hun restricties… er zijn makkelijkere opgaves! 🙂

  5. Je laatste zin (die ik ook heb gelezen) ‘Ik hou niet zo van die “verplichte” vragen op het einde van een blogbericht… Vragen staat natuurlijk vrij, of de lezer die dan beantwoordt, daar is diegene ook vrij in. Soms is het een manier om lezers over die drempel te krijgen. Enfin, zo bekijk ik het toch.
    Los daarvan, je schrijft duidelijk met kennis van zaken, Haaike en het doet jou goed om dat hier te kunnen- en mogen doen. Dit is tenslotte jouw eigen blog hé. Gewoon verder doen waarbij jij je goed voelt, zou ik zeggen.

    1. Tuurlijk staat vragen vrij; iedereen doet daarmee wat hij/zij wil. Maar op mij komt het vaak wat geforceerd over, alsof die vragen gesteld moeten worden omdat het zo in het “handboek voor bloggen” staat. Je hebt absoluut gelijk dat het een manier kan zijn om lezers over de drempel te krijgen, maar tegelijk krijg ik vaak het gevoel dat mensen dan enkel nog maar reageren op de vraag en niet meer op de rest van een post en dan vind ik zo’n vraag net eerder beperkend.
      Nu ja, zo erg vind ik het ook allemaal niet, ik volg zelf blogs die bij quasi elke post een vraag stellen, dus moest het mij zo gigantisch irriteren, zou ik die niet meer lezen 😉 Maar dat neemt niet weg dat ik er niet zo van hou (en dat ook mag zeggen denk ik).

        1. Euh neen, dat is niet wat ik met mijn reactie bedoelde. Ik weet niet of het uitleggen veel gaat helpen, want je lijkt om een of andere reden al vanaf je eerste reactie geïrriteerd, maar ik ga het toch proberen: net omdat jij “vragen staat “natuurlijk” vrij” zegt (en dan heb ik het dus vooral over die “natuurlijk”), krijg ik de indruk dat je afkeurt wat ik zeg en/of het persoonlijk neemt (terwijl het naar niemand specifiek gericht is, dat zou nogal absurd zijn). Vandaar dat ik je wilde uitleggen waarom ik niet zo hou van die vragen. Ik dacht dat ik dat gedaan had zonder jouw reactie af te breken (ik ga immers akkoord met wat je zegt over mensen over de drempel krijgen en geef zelf aan dat het niet iets is wat mij heel hard stoort), maar blijkbaar is dat op jou niet zo overgekomen. Jammer. Jammer dat je van heel mijn blogbericht quasi enkel daarop focust en jammer dat je zowel mijn opmerking als mijn reactie opvat als een aanval.

          1. In mijn eerste reactie gaat het niet alleen daarover, maar ook over de inhoud van jouw blogbericht…

          2. Vandaar dat ik “quasi” schrijf…
            In alle geval, ik heb geen zin om hier verder over te discussiëren of mijzelf verder te verdedigen. Ik weet niet waarom je zo geërgerd bent over die zin en mijn reactie en dat gaat mij op zich ook niets aan, maar dit is mijn blog en dus denk ik dat ik het recht heb om zo’n uitspraak – die overigens niet beledigend bedoeld was – te doen. Ik denk ook niet dat ik jou niet toegelaten heb je mening te zeggen, maar jij ziet dat blijkbaar anders en wilt mij niet verduidelijken waarom. Meer kan ik dus niet doen, behalve het jammer vinden dat je plots zo heftig op iets reageert, terwijl we – dacht ik toch – goed overeenkwamen en met respect op elkaars berichten reageerden.

  6. Ik betreur het dat je dit nu zo uit z’n context rukt en zo uitvergroot. We geraken er inderdaad niet uit en in discussies heb ik evenmin zin. Zoals ik hier al eerder schreef – en beaam wat jij hier nu nog antwoordt – ‘Dit is jouw blog. Gewoon verder doen waarbij jij je goed voelt.’ Doe zo verder, Haaike, je bent immers goed bezig!

    1. Ik denk dat we elkaars reacties wat verkeerd hebben opgepakt, waarschijnlijk omdat geschreven tekst nu eenmaal veel meer ruimte voor interpretatie laat dan gesproken. Zand erover zou ik zeggen 🙂 Want meer dan dat is dit uiteindelijk niet waard, denk ik!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *