Tips voor een wintervakantie in IJsland

Gisteren verscheen een overzicht van wat we allemaal bezochten in IJsland, vandaag een paar tips voor wie er ook in de winter naartoe trekt. Zoals steeds: geen enkele link in onderstaand bericht is gesponserd.

Periode

Wij vertrokken op 30 december en keerden op 7 januari terug. Behalve dat dat betekende dat we er Nieuwjaar vierden, wilt dat ook zeggen dat we er in de donkerste periode van het jaar waren. Dat was wennen, vooral ’s ochtends, wanneer de zon pas om 11.15-11.20 op is (al wordt het langzaam licht vanaf 10.30). ’s Avonds gaat ze onder rond 15.45, wat maar een uurtje vroeger is dan hier en dus wel meeviel. Maar vooral: je hebt wel degelijk nog steeds zo’n 4,5u daglicht per dag; het blijft er, zoals nog noordelijker wel het geval is, geen hele dag donker. Je kan dus niet gigantisch veel op een dag doen, maar mits wat plannen – bijvoorbeeld bij een verder gelegen bestemming in het donker vertrekken zodat je ter plaatse bent bent bij zonsopgang – kan je best wel wat zien. En tegelijk kan je ervan genieten om ’s ochtends uitgebreid te ontbijten en ’s avonds veel tijd te hebben om te lezen en spelletjes te spelen 😉

Strokkur-geiser (Le petit requin)
Een voordeel van korte dagen: je ziet elke dag mooie zonsop- en zonsondergangen

Reisorganisatie

Wij stelden onze reis zelf samen: we kozen voor een Airbnb waar we de hele week bleven en boekten onze tickets bij Icelandair vanuit Zwitserland en WOW air vanuit België (compenseren deed ik via greenseat.nl, wat natuurlijk een soort aflatensysteem is, maar – denk ik dan maar – beter dan niets). Qua uitstappen hadden we het voordeel dat mijn ouders er al eens geweest waren en dus al grotendeels een idee hadden van wat er te zien is. Toen zij er een paar jaar geleden in de zomer voor twee weken naartoe gingen, boekten ze wel bij een reisorganisatie, o.a. omdat ze toen het hele eiland rondtrokken i.p.v. op één plek te overnachten.

Verblijf

Wij verbleven in een Airbnb in Flúðir, wat voor een winterverblijf van één week waarbij je – omwille van zowel tijdsbeperkingen als toegankelijkheid door het weer – enkel het zuidoostelijke deel van het eiland kan doen, ideaal gelegen is. Je zit er op anderhalf uur rijden van Reykjavik, een kleine twee uur van de kuststad Vík í Mýrdal, een half uurtje van Geysir en Gulfoss en een uur van het Nationaal Park Þingvellir (die laatste drie zijn de belangrijkste bezienswaardigheden op de zogenaamde Golden circle, de bekendste toeristische route op het eiland).

Breiðás Flúðir (Le petit requin)
Onze Airbnb in Flúðir

De laatste avond sliepen we in een Airbnb in Keflavík, omdat onze vlucht naar huis ’s ochtends vroeg was en we geen zin hadden om – zoals mijn ouders, mijn broer en zijn vriendin die een dag vroeger vertrokken – midden in de nacht te moeten vertrekken naar de luchthaven (leren rekening houden met mijn energieniveau, check 😉 ). Dat we door die overnachting ook in bebouwder gebied waren toen de IJslanders Jólasveinar vierden (het vertrek van de laatste van de 13 kerstjongens op 6 januari en daarmee ook het einde van de kerstperiode) en zo het vele vuurwerk konden zien was mooi meegenomen 🙂

Hallgrímskirkja (Le petit requin)
Voordeel van een verblijf in Reykjavik: je geraakt misschien wél voor sluitingsuur in de mooie Hallgrímskirkja 🙂

Veel mensen kiezen Reykjavik als uitvalsbasis, maar zelf ben ik blij dat we dat niet gedaan hebben. Enerzijds zit je er toch verder af van de meeste bezienswaardigheden (voor ons zou bijvoorbeeld enkel Þingvellir een kwartiertje dichterbij geweest zijn, maar de rest tot een uur – enkele rit! – verder afgelegen). Anderzijds heb je het grote nadeel dat je bij een heldere hemel de stad weer uit moet als je het noorderlicht wilt kunnen zien (omwille van de lichtpollutie). Wij hadden weliswaar ook een paar huizen-met-kerstverlichting in de buurt, maar behalve dat dat sowieso veel beter is dan een hele stad, konden we die met een beetje stappen ook al achter ons laten. Kies je ervoor om geen zelfstandige uitstappen te doen, maar gebruik te maken van georganiseerde tours, dan kan het wel handig zijn om in Reykjavik te overnachten, omdat velen van daaruit vertrekken (al vrees ik dat je in dat geval dat rustig ontbijt en dat lezen ’s avonds voor een groot deel kan vergeten, want dan moet je voor verschillende uitstappen veel vroeger opstaan).

Weer

In tegenstelling tot wat ik verwacht had, lag er de hele week bijna geen sneeuw; enkel de laatste dag werden we wakker met een laagje wit. Blijkbaar varieert dat heel erg: er zijn periodes waarin het bijna niet sneeuwt, maar er kan blijkbaar evengoed meerdere tientallen centimeters vallen. In de noordelijke en oostelijke delen van het eiland is de kans op sneeuw groter; ook de reden dat wij een vaste overnachting in het zuidwestelijke deel kozen.

Desondanks valt de temperatuur in de winter meestal wel mee. IJsland heeft, dankzij de warmere Golfstroom, een – gezien zijn naam verrassend – mild klimaat. Heel diep onder het vriespunt gaan de temperaturen meestal niet. Dat neemt niet weg dat je je wel degelijk warm moet kleden, want de gevoelstemperatuur ligt meestal pakken lager dan de reëele. Boosdoener: de wind!

Seljalandsfoss (Le petit requin)
Waterdichte kledij is nodig. Voor het weer, maar ook om achter watervallen te kunnen wandelen 🙂

Ik had meestal mijn winterwandelbroek aan met bovenaan thermisch ondergoed zonder mouwen, een sous-pull en mijn ski-jas (vergeet een paraplu – door de wind houdt die het toch niet vol – en zorg dus voor regendichte kledij). Op koude dagen voegde ik daar een legging en een fleecepull als extra lagen aan toe. Verder ook nog – logisch, maar ik vermeld het toch maar even – een haarband, halswarmer (sluit beter aan op het gezicht dan een sjaal) en twee paar handschoenen: een dik paar dat voor de meeste warmte zorgde, maar daaronder een dunner paar dat ik aanhield wanneer ik wilde fotograferen (wat, als je een beetje met instellingen wilt prutsen, niet handig is met dikke handschoenen 🙂 ).

Tot slot droeg ik ook steeds stevige, waterdichte wandelschoenen met een goed paar kousen, die niet alleen zorgden dat ik warme voeten had, maar ook hielpen bij de soms gladde wandelpaden (temperaturen rond het vriespunt zijn dan misschien niet heel koud; wegspattend water van een waterval vriest er desondanks bij aan).

Verkeer

Wij huurden zelf een wagen, een 4×4 met spijkerbanden, en namen een all-in verzekering (met opspattende steentjes op gravelwegen, kans op slippen… leek ons dat niet onverstandig). Zolang je op de grote ringweg blijft, is er niets moeilijk aan het rijden ginder (het eventuele rijden in het donker daargelaten, want dat is niet anders dan hier). Ga je er – vrij onvermijdelijk – af, dan wordt het soms wat verraderlijker: ook al lag er weinig tot geen sneeuw, we kregen wel degelijk een paar gladde stukken voor de wielen geschoven waar we blij waren met die spijkerbanden.

Einbreið brú (Le petit requin)
Een specialleke ginder: de aankondiging van een Einbreið brú ofte een brug die één vak breed is. Voorrang gaat naar wie het eerst op de brug is.

Hoe goed onderhouden de ringweg ook is, veel andere wegen zijn in de winter simpelweg geen optie. Wij reden een stukje van de weg richting Landmannalaugar, een dal in het binnenland, om daar een aantal dingen te bezoeken, maar de rest van die weg was afgesloten. Tenzij je gaat voor een gigantische 4×4 truck op camionwielen, vergeet het (of kom, zoals wij willen doen, gewoon in de zomer terug met een normale 4×4). Op deze website vind je alle informatie over de omstandigheden op de weg. Best altijd even bekijken voor vertrek, om zeker te zijn dat er geen onverwachte sneeuwbuien of dergelijke roet in het eten gooien.

Oh, en die wind die ik hierboven vermeldde? Die maakt ook dat je je autodeur best goed vasthoudt bij het uitstappen…

Eten

Kort samengevat: duur! Ik ben nochtans al wat gewoon door de Zwitserse prijzen, maar vond het desondanks duur genoeg (laat staan wat de rest, die in België woont, er van vond 🙂 ). Wij deden onze grote inkopen bij supermarkt Bonus in Selfoss, omdat de prijzen daar lager waren dan bij de plaatselijke kruidenier Samkaup Strax in Flúðir. Koken deden we, op twee dagen na, zelf, enerzijds omdat we nu eenmaal niet in een buurt logeerden waar er veel restaurants te vinden waren, anderzijds omdat we zo de prijs toch een beetje konden drukken. Zeker het proeven waard – voor zover je dat al niet gedaan hebt sinds het ook in België te vinden is: Skyr, IJslandse yoghurt.

De beide keren dat we toch op restaurant gingen, was dat in Reykjavik. We aten er bij:

  • Salka Valka, dat – zeker naar IJslandse normen – schappelijk is van prijs. Het menu is vrij beperkt, omdat ze uitgaan van de verse visvangst van de dag. De Plokkfiskur is een aanrader 🙂 . Voor de vegetariërs zijn er ook opties waarbij de vis weggelaten wordt, maar echt vegetarische of veganistische opties stonden er – als ik het mij goed herinner – niet op de kaart. Prijs: 165 euro voor zes volwassenen.
Salka Valka Reykjavik (Le petit requin)
Plokkfiskur (visstoofpotje) met roggebrood, broccoli en zoete aardappel
  • ROK, dat een pak duurder – maar ook luxueuzer is. Wij kozen ervoor, omdat ik graag vegetarisch wilde eten (na een hele week vlees had ik het er echt wel mee gehad), maar Johan graag IJslands lam wilde proeven. Hier zijn er zowel vegetarische als vis- en vleesgerechten te vinden. De gangen zijn klein (reken twee gerechten voor een hoofdgerecht), maar lekker. Wij proefden voor de prijs van 75 euro voor twee personen van: een paddenstoelenrisotto met rodewijnsaus en parmezaan, een vegetarisch “vleesbroodje” met cashewnoten, portobellochampignons, bloemkool en yoghurtsaus, een zwarte bonenburger met jalapeñomayonaise, augurkjes en tomaten en een ribeye van lam.
ROK Reykjavik (Le petit requin)

Aurora Borealis

De belangrijkste reden dat wij in deze periode gingen, was het noorderlicht, waarop je in de winter – in tegenstelling tot de zomer – grote kans hebt.
Niet dat je er op kan rekenen het te zien, want zelfs wanneer het vele uren donker is, zijn er twee belangrijke factoren die moeten samenvallen: de hemel moet voldoende helder zijn én er moet zonne-activiteit zijn.

Ik heb mij vooral laten leiden door de rest van de groep, met mijn moeder – die een gat in de lucht sprong bij elk beetje activiteit – op kop. Zij en Johan keken op de apps My Aurora Forecast, Aurora Forecast en Aurora Now en de website Space Weather, waardoor ze vrij goed konden inschatten wanneer we kans hadden om noorderlicht te zien. De beide keren dat we een voldoende heldere hemel hadden, hebben we ook noorderlicht gezien (zonder uren buiten in de kou te moeten staan wachten tot het zover was). Ik kan die apps dus alleen maar aanraden 🙂

Niet om de fun al op voorhand te verpesten, maar toch een paar tips om – mogelijks te hoge – verwachtingen bij noorderlicht bij te stellen naar realistische:

  • op foto’s is noorderlicht meestal heel fel en overduidelijk te zien. Dat komt door de lange sluitertijd, maar aangezien onze ogen jammer genoeg geen 30 seconden licht kunnen binnenlaten (noch andere camera-instellingen hebben 😉 ), is felgroen op de foto in het echt lichtgroen of zelfs wit. Mijn ouders hebben het ook al in Noorwegen gezien waar ze er toen dichter bij waren en daar was het echt groen van kleur; dit keer was het eerder een wit schijnsel. Neemt niet weg dat ook dat fascinerend is om te zien!
  • Witte vlekken in de lucht, dat wilt ook zeggen dat noorderlicht er al eens als wolken kan uitzien. De eerste keer dat ik het zag, heb ik een paar keer opnieuw moeten kijken (en eens geloerd op het cameraschermpje) om te beseffen dat het wel degelijk noorderlicht was. Dat gebeurt, dat is normaal.
Aurora Borealis (Le petit requin)
’t Is niet omdat het er met het blote oog als een wit schijnsel uitziet, dat ge geen spectaculaire en/of romantische foto’s kunt maken. Wel 30 seconden in dezelfde houding blijven kussen, dat wel 😜
  • Zorg dat je “paraat” bent: het kan zijn dat de activiteit meerdere uren te zien is, maar evengoed is ze al weer verdwenen tegen dat je goed en wel buiten bent. Niet dat je met al je kleren aan binnen moet zitten wachten (dat doet het warmte-effect nogal teniet namelijk 😉 ), maar zorg dat je het belangrijkste vlakbij hebt. Idem trouwens als je foto’s wilt nemen: je toestel al monteren op je statief, het eventueel zelfs al buiten laten staan (ergo: geen damp bij de overgang van binnen naar buiten), op voorhand alle instellingen overlopen… het helpt allemaal om niet als een kieken zonder kop naar buiten te lopen.

Ik ga hier geen uitgebreide tips geven om het noorderlicht te fotograferen, daarvoor bestaan er veel betere websites (weliswaar ook daar geen tips, aangezien ik een paar doorwinterde amateurfotograferen bij had die mij ter plaatse tips gaven 😉 ). Wel kort de belangrijkste zaken om op te letten:

  • statief (no way dat je scherpe foto’s kan nemen anders)
  • kabel-afstandsbediening (zelfde reden). Heb je dat niet, stel dan de zelfontspanner in.
  • manueel scherpstellen (test dit op de sterren en controleer of je toestel een knopje heeft om de scherptediepte aan te geven; bij het mijne was dat moeilijker, waardoor het wat gokken was wanneer hij effectief goed scherpgesteld stond. Ik heb daardoor foto’s die ok, maar toch een beetje onscherp zijn)
  • hoge ISO
  • lange sluitertijd
  • extra batterij (want kouder dan standaardomstandigheden en dus gaat een batterij sneller leeg. En je wilt echt niet zonder batterij komen zitten op zo’n moment)
Geysir (Le petit requin)
Zei ik al dat het licht en de kleuren er machtig mooi zijn?

Voilà, tot zover mijn tips. Wie nog vragen heeft, shoot! En dan verschijnen er hopelijk ooit nog wel eens uitgebreide verslagen van alle mooie ontdekkingen die we deden 😉

7 winterse dagen in IJsland

Zoals met elke reis ben ik altijd vast van plan om er hier op de blog veel over te schrijven. Tot nu toe is het resultaat daarvan dat ik veel concepten met wat kernwoorden heb staan en duusd mappen met ongesorteerde foto’s. Het aantal geschreven reisblogberichten: 10… (waarvan eigenlijk geen enkel écht over een reis gaat). Wetende hoeveel schone reizen ik al gedaan heb, is dat nogal een magere oogst…

Niet dat ik mij illusies maak over hoe snel er uitgebreide IJsland-berichten gaan komen (’t is misschien zelfs beter als ze er niet meteen komen, want dan ben ik vermoedelijk afleiding van mijn thesis aan het zoeken 😉 ), maar toen Elisse in de reacties vroeg naar tips, besloot ik toch al een eerste overzichtje te maken. Vandaag een overzicht van ons programma (wanneer ik later – hopelijk – uitgebreidere berichten schrijf, zal ik hier een link toevoegen); morgen een bericht met wat tips voor een bezoek aan IJsland in de winter.

Dag 1

  • Brúarhlöð, een rotsformatie in de rivier Hvítá. Niet om speciaal naartoe te rijden, maar wanneer je in de buurt bent zeker een stop waard.
  • Gulfoss, een waterval in diezelfde rivier. Absoluut de moeite, maar – zelfs in de winter – heel toeristisch.
  • Geysir, een – du-uh – geiser 🙂 . De Strokkur-geiser is zeer actief en spuit ongeveer elke 10 min de lucht in. Meer dan wat ook is dit een absolute must-see, want hoe fantastisch mooi de vele watervallen ook zijn, die kan je op zoveel plaatsen in de wereld zien. Geisers daarentegen, daarvan zijn er maar zes actieve gebieden in de hele wereld!
Gulfoss (van de Geysir zie je hier de opbollende bel vlak voor de uitbarsting en hier de uitbarsting zelf)

Dag 2

Ik kroop op deze dag doodop terug in mijn bed (de vorige dag was – mede door een oudejaarsavond met noorderlicht – wat te lang voor mij, wat gecombineerd met de vreselijke effecten van medicatie afbouwen, een wrak van mij maakte). De rest trok naar de Hjalparfoss, een waterval (foss betekent waterval) in de Fossá-rivier die in twee stromen tussen basaltzuilen naar beneden valt.

Hjalparfoss

Dag 3

Zo toeristisch als de waterval Gulfoss was, zo rustig was het in de Gjáin-vallei waar je de Gjárfoss en Gjáinfoss kan zien. Hoewel ons oorspronkelijke plan was om “even” naar de Gjárfoss te kijken en daarna verder te rijden, bleven we er de hele dag (wat natuurlijk ook maar neerkwam op een uurtje of 4 😉 ).

Gjáinfoss (een foto van de Gjárfoss zie je hier bij dag 2)

Dag 4

Nationaal Park Þingvellir – erkend UNESCO-werelderfgoed, o.a. omdat hier het Alþing, het parlement van IJsland, opgericht werd – met:

  • zichtbare Midden-Atlantische Rug, de scheiding tusssen de Noord-Amerikaanse en Euraziatische plaat
  • Öxarárfoss, brede waterval in de rivier Öxará
  • Almannagjá, de Alle-mensen-kloof, waar toespraken werden gehouden
  • Drekkingarhylur, waar misdadige vrouwen verdronken werden (de mannen werden iets verderop opgehangen…)

Hoewel ook toeristisch is dit park zeker de moeite waard. Wie met een droogpak mag duiken, kan hier tussen de twee tectonische platen zwemmen (als ik ooit terugkeer zal het met die licentie zijn 😉 ).

Zicht op de Midden-Atlantische rug met de Öxarárfoss in de achtergrond

Dag 5

Op deze dag trokken we naar Vík í Mýrdal en reden vanaf daar langs meerdere stops terug naar huis. Hadden we meer tijd gehad, dan zouden we ook de wandeling naar het vliegtuigwrak bij Sólheimasandur gedaan hebben, maar 8km wandelen én rustig rondkijken én al de rest, dat was teveel voor de hoeveelheid daglicht die we maar hadden.

  • Strand van Reynisfjara: heel mooie basaltformatie. Wel opletten met de golven, want die worden hier snel verraderlijk hoog (ik spreek uit natte ervaring 😉 )
  • Dyrhólaey: een hele mooie klif, al is er – door scheuren en daardoor afbrokkelende stenen – minder van het gebied toegankelijk dan een paar jaar geleden
Dyrhólaey (een foto van de basaltformaties op het strand van Reynisfjara vind je hier bij dag 4)
  • Skógafoss: een 60m hoge waterval in de rivier Skóga. Impressionant! Zeker ook de trappen naar de bovenkant ervan beklimmen 🙂
  • Seljalandsfoss: een ongeveer even hoge waterval in de rivier Seljalands (de opbouw van de namen van de watervallen is iedereen ondertussen wel duidelijk vermoed ik 😉 ). Je kan erachter lopen, wat behalve heel tof ook heel nat is. Goede regenkledij aandoen dus!
  • Gljúfrabúi: ook een waterval (ja kijk, ’t is niet omdat het systeem van naamgeving duidelijk wordt dat er geen uitzonderingen op zijn 😜 ) en een van de mooiste. Puur qua watervolume is hij veel minder spectaculair, maar hij zit mooi verscholen in een kloof. Absoluut de kletsnatte voeten waard 🙂
Gljúfrabúi

Dag 6

Op onze laatste dag samen deden we het rustig aan. We trokken naar:

  • Kerið: een vulkaan met een mooie 55m diepe krater, waarin zich een meertje gevormd heeft
  • Kerk van Skálholt: een vrij klein kerkje dat ooit het centrum van het belangrijkste bisdom van IJsland was. Tof als tussenstop.
  • Secret Lagoon: wij wilden heel graag naar een natuurlijke hotspring, maar hadden weinig zin om tussen de massa in de Blue Lagoon te kruipen. Het werd de – in Flúðir zelf gelegen – Secret Lagoon, waar de watertemperatuur tot 40°C oploopt en je ook de Litla Geysir een klein beetje kan zien spuiten 🙂
Glasramen in de kerk van Skálholt (een foto van de krater staat hier bij dag 5)

Dag 7

De laatste dag wilden Johan en ik oorspronkelijk het schiereiland Reykjanes bezoeken, aangezien dat in de buurt lag van de Airbnb waar we ’s avonds naartoe wilden. Uiteindelijk kwamen we daar niet meer aan toe – soms is praten om je relatie overeind te houden belangrijker dan sightseeing -, maar brachten we wel een kort, avondlijk bezoekje aan Reykjavik. Die stad is zeker meer tijd waard, maar voor ons was dit een natuur- en geen cultuurvakantie, waardoor het geen prioriteit had. Bij een eventueel volgend bezoek in de zomer zie ik er ons wel nog langer rondwandelen. Op het kleine toertje dat we wel deden, zagen we:

  • Hallgrímskirkja: een op basaltzuilen geïnspireerde kerk, die weliswaar niet kan tippen aan het echte natuurfenomeen, maar desondanks heel mooi is. Wij waren te laat om binnen te kunnen, aangezien ze in de wintermaanden slechts tot 17u geopend is.
  • Harpa concert- en congrescentrum: een impressionant gebouw waar je wel eventjes in kan ronddwalen
  • Sólfar sculptuur: een sculptuur uit roestvast staal van Jón Gunnar Árnason, die een “ode aan de zon” is
Sólfar (een foto van Harpa vind je hier bij dag 6)

Freak!

Nadat ik Stoefer! schreef, bedacht ik mij dat ik naast goede eigenschappen ook best wel wat bizarre tikjes heb. Niet dat die mijn leven bepalen, het is geen OCD of dergelijke (hoewel ik vroeger soms grapjes maakte over mijn “compulsief” gedrag, heb ik – door iemand in mijn zeer nabije omgeving die dat écht heeft – beseft hoe hard wat ik heb “gewoon” een tik is die quasi geen invloed op mijn leven heeft en die ik “als het moet” ook gewoon kan loslaten).

  • Ik lees alles wat in mijn blikveld terechtkomt. Hoe vaak ik als kind niet het brik melk gelezen heb tijdens het ontbijt… Bij apps e.d. schakel ik daarom uit zelfbescherming altijd meteen alle mogelijke meldingen uit, omdat ik anders – van zodra er een bolletje op een nieuwe gebeurtenis wijst – meteen zou willen kijken en lezen.
  • Ik heb een voorkeur voor afgeronde getallen. Zo heb ik op 30 december nog een belachelijke 1,4km gefietst, zodat ik mijn jaar zou eindigen met een mooi afgerond getal (ik heb dat nochtans een tijdje niet gedaan, maar nu ben ik er zelfs speciaal vroeger voor opgestaan, zodat het zeker zou lukken voor we naar IJsland vertrokken…). Het storten van rente zorgt dus standaard voor een extra aanvulling van mijn spaargeld, want ik moet dat rentebedrag weer rechttrekken naar een mooi getal. Gelukkig heb ik dat enkel met mijn spaar- en niet met mijn zichtrekeningen… Ook wanneer ik moet tanken, wil ik dat het te betalen bedrag een rond getal is. Ik tank dus tegen het einde met kleine beetjes met een keer, zodat ik uitkom op het getal dat ik wil. Ga ik er per ongeluk toch over, dan check ik of ik de liters kan afronden. Sinds ik geleerd heb te tanken zonder de slang te moeten blijven vasthouden, is dit wel geminderd (ah ja, vol is vol, er nog bijdoen is dan geen optie meer).
  • Lichtschakelaars moeten per groepje in dezelfde positie staan (dus niet de ene naar boven en de andere naar beneden of de ene ingedrukt en de andere niet). Ik doe het licht dus soms aan de andere kant van een kamer uit, zodat de schakelaars “kloppen”. Weliswaar enkel wanneer ik er tijd voor heb: wanneer ik mij moet haasten om een trein te halen bijvoorbeeld, dan ga ik mij daar echt niet mee bezighouden (en ja, nu ik het neerschrijf, klinkt dit echt wel absurd: of ge hebt een obsessie, of ge hebt ze niet he mens!).
Lichtschakelaars (Le petit requin)
Links: niet ok. Rechts: wel ok. Toch voor dat hoofd van mij.
  • Wanneer ik was moet ophangen met gekleurde wasknijpers, dan wordt elk kledingstuk met knijpers in dezelfde kleur opgehangen. Thuis heb ik dat opgelost door enkel houten wasknijpers te hebben (ook omdat die duurzamer zijn dan die plastieken gevallen).
  • Wanneer ik alleen wandel (en soms zelfs met andere mensen in de buurt), zeg ik goeiendag tegen dieren die ik onderweg tegenkom. Bij katten is dat meestal dag poes, bij honden vaak hela jongen / hela manneke. Ook met bijvoorbeeld spinnen die ik vang om buiten te zetten, doe ik meestal een babbeltje 🙂
  • Ik ben consequent inconsequent in wat ik graag eet: zo eet ik heel graag chocolade, maar geen choco, lust ik wel warme hesp in hespenrolletjes, maar vind ik dat vies op een croque monsieur…
  • Wij hebben zes koffie-/theetassen, waarvan er twee dezelfde zijn, twee gelijkaardig (grote tas met oor) en twee afwijken. Die moeten ook volgens die types in de kast staan: mijn Japie my skapie-tas kan dus niet naast mijn croissant-tas staan, maar enkel naast de gedichtentas. De oren van tassen die er hebben, moeten ook in dezelfde richting wijzen.
Koffietassen (Le petit requin)
Gelukkig “mogen” de paren zowel vooraan, achteraan als in het midden van het rijtje staan. Zolang ze maar per correcte twee staan is het goed 🙂
  • Het geluid van radio of tv moet op specifieke nummers staan. In dit geval niet enkel afgeronde, maar ook niet enkel even of oneven getallen. Tussen 1 en 20 zijn dit bijvoorbeeld de volumes die mogelijk zijn: 2 – 3 – 5 – 7 – 10 – 12 – 15 – 20 (vraag mij niet waarom, het is gewoon zo).
  • Ik verslik mijzelf regelmatig en begin dan gigantisch te hoesten, terwijl ik niet eens iets gedaan heb. Gewoon inademen kan al voldoende zijn om dat uit te lokken. Waardoor ik dus op vergaderingen al eens rare blikken krijg, omdat ik gewoon aan het luisteren ben en ineens begin te proesten – ah ja, ik probeer het nog in te houden – en hoesten en dan naar buiten loop omdat ik er niet meer uit kom.
  • Ik eet zuurtjes, pralines en andere kleine snoepjes in paren. M&M’s eet ik bijvoorbeeld in paren geschikt naar kleur én grootte (één grote groene M&M combineer ik dus met een andere grote groene of met twee kleine groene; een grote groene in mijn mond steken met een kleine blauwe, no way). Blijven op het einde enkelingen over, dan bijt ik die in twee, zodat ik zo toch weer een “paar” kan eten (jaaaah, ik weet het, raaaar!). Ik eet ook telkens eentje van het paar met de tanden aan de linkerkant, eentje met die aan de rechterkant, omdat ik het gevoel heb mijn tanden zo gelijkmatig te laten afslijten (dat ik dat bij ander voedsel meestal niet doe en het dus toch om zeep is, doet er niet toe).
m&m's (Le petit requin)
Even een handje m&m’s eten, kan ik dus niet. Wat er mij weliswaar niet van weerhoudt er veel van te eten (ah ja, elke “nog eentje” betekent bij mij “nog twee”…)

Wie nu medelijden begint te krijgen met iedereen die al ooit met mij heeft samengewoond (of denkt, geen wonder dat die J. zich een ander gezocht heeft, ge zoudt voor minder*): ik verwacht niet dat anderen daar in mee gaan, integendeel zelfs: ze moeten vooral niet toegeven aan de zottigheid in mijne kop! Als ik onnozele tiks heb, is dat mijn probleem, niet het hunne.

* grapje he

Kerekewere: 24 januari

2012

Zeven jaar geleden was ik ramen aan het opmeten die hun beste tijd gehad hadden, want er vielen brokken af telkens ik er mijn lat tegenhield. Ik schreef er jammer genoeg niet bij om welke ramen het ging, maar als ik het mij goed herinner gaat het om een raam in het Vleeshuis van Antwerpen (en anders om een van de tuinkapellen van de Abdij van Averbode).

2013

Zes jaar geleden kreeg ik van een collega dit doorgestuurd met de vraag of de restauratie van de IJskelders van de VUB kon worden aangemeld als project. Jammer genoeg bleek “Vlaams” enkel van toepassing op het grondgebied en niet op de eigenaar… (en oh, wat zou ik zo graag nog eens aan een restauratie werken!)

2014

Vijf jaar geleden woonde ik ondertussen al dik anderhalf jaar in Molenbeek en spotte ik toch pas op deze dag de stadhuistoren vanaf het kanaal.


2015

Een jaar later vonden mijn ontdekkingen in een ander land plaats. Bijvoorbeeld op de Rigiberg tijdens een sneeuwwandeling, waarbij we tot vlak voor de top in een mystiek, mistig landschap wandelden.

2016

Nog een jaar later zag het landschap waar ik naar keek er weer helemaal anders uit. Met Dumbooo in Zuid-Afrika!

2017

Na twee uithuizige jaren kwam in 2017 de huisvrouw in mij in beeld. Of dan toch die huisvrouw die een kerstgevoel krijgt wanneer de was klaar is 🙂

2018

Een jaar geleden was ik op deze dag ’s avonds aan het zwemmen. Een goede reminder, want dit jaar ben ik nog geen enkele keer in het zwembad geraakt, tsss… 🙂