Gedicht: Landverhuizers

We zwaaien uital wat niet op de rug kande tuba, de moestuin, de badkuipdie bij gebruik als een walvis door het huis zong de boot vertrekt ook zonder ons aan boordwe binden onze heimwee aan bolderswapperen naar de kade waar bekenden en onbekendenversmelten tot boter, een vetlaagje op het water hoe bespeel je voor het…

Continue reading →

7 jaar. Of toch ongeveer.

wij. hier. nu. ja en ach, misschien zullen er ooit bergen rijzenvalleien splijten tussen ons in, zullen wijmet rookpluimen moeten seinen: weet je nog daar. toen. wij. toch maar zolang we niet vergeten dat er een momentwas in ons leven waarop we dachtendit en voor eeuwig, dit heden is een eden vinden wij ons wel…

Continue reading →

Gedicht: Violently happy (blue room)

Dat de flonkerende luchtervol beenderscherven hingalsof het heelal erin samengezogen werden dat die luchter daarna ongezien wegzeilde. Dat ik vertraagd neervielop mijn schaduw alsof ik plaatsnamin de stroperige bloedsomloopvan een nacht, terwijl een donkere omhelzing begon. Dat ik ze in mij voelde wemelen,mijn witte bloedlichaampjeswaarna ze op hun beurt gingen liggenrond de deeltjes angst en…

Continue reading →

Gedicht

Ik weet het weldit is gestolen tijdwaarin ik nog evennet niet slapen wil langs jou om met trage handenmijn dromen los te knopenen neer te halen. Dat ik ze dan nog natrillendals vlindervleugels in winterluchtover je heen wil leggen. met stiekem wat streeltussen de vingersen wat gevonden warmte Ook al weet ikdat ik het beter…

Continue reading →