De boeken van mei 2018

Mei werd een bibliotheekboekenmaand met drie boeken die ik uit / via de Zentralbibliothek Zürich leende en twee boeken uit de bibliotheek van Haaltert. Ik was immers het weekend voor en na de steenkapcursus in België en kon er dus van profiteren om nog eens mijn slag te slaan in een Nederlandstalige bib 😉

Richard Sennett, The Culture of the New Capitalism

The Culture of the New Capitalism (Joëlla Opraus en Nathalie van Wingerden)

Het was mijn psy die mij dit boek aanraadde, aangezien werk regelmatig een rol speelt in onze gesprekken (boehoe voor een systeem waarbij je elk kwartier moet opschrijven wat je gedaan hebt, zeker voor een perfectionist als ik…). Socioloog Richard Sennett beschrijft in dit boek de evolutie van het kapitalisme, van de industriële naar de globale vorm: waar een werknemer vroeger vooral beoordeeld werd op resultaten en vakmanschap telt nu in de eerste plaats iemands potentieel (ofte: je moet je blijven bewijzen). Ook wisselen mensen vandaag veel vaker van job, terwijl het vroeger veel evidenter was een hele carrière binnen een en hetzelfde bedrijf te blijven. Niet elke mens kan echter even goed om met de onstabiliteit die dat met zich meebrengt.

Judgments about potential ability are much more personal in character than judgements of achievement. An achievement compounds social and economic circumstances, fortune and chance, with self. Potential ability focuses only on the self. The statement “wou lack potential” is much more devastating than “you messed up”. It makes a more fundamental claim about who you are.

Daarnaast vond ik ook het hoofdstuk over de “mogelijkheid” van aankopen heel interessant, waarbij Sennett meent dat we dingen vaak kopen omwille van de mogelijkheden die ze in zich dragen.

Potency is something we can buy […]. A commonplace in the electronics industry is that ordinary consumers buy equipment whose capabilities they will never use: memory hard-drives which can store four hundred books, though most people will store at best a few hundred pages of letters, or software programs which sit unopened on the computer. The behavior of these punters parallels that of buyers of super-fast sports cars who mostly crawl in bumper-to-bumper traffic, or of the owners of the infamous SUV machines meant for desert navigation used mostly to shepherd children to and from school. These are al consumers of potency. 

Ondanks dat ik bij een paar stukken in het boek maar moeilijk mijn aandacht kon houden (wanneer de auteur branding en politiek vergelijkt bijvoorbeeld) en het door het academische taalgebruik niet altijd even vlot las, was het zeker interessant om te lezen.

Philippe Claudelt, Les Âmes grises

Les Âmes grises (Philippe Claudel)

Nadat ik in de afgelopen jaren van Philippe Claudel al La petite fille de monsieur Linh en Meuse l’oubli las, zorgde de Zürich book club voor mijn derde – en mooiste – leeservaring van deze auteur. Les âmes grises speelt zich af in een Noord-Frans dorpje in 1917, dat – omdat de fabriek in het dorp bemand moet blijven – op het eerste zicht weinig te lijden heeft onder de oorlog die zich nochtans vlakbij afspeelt. Het verhaal wordt daarentegen opgehangen aan de moord op een tienjarig meisje en de verteller begeleidt je als lezer doorheen de zoektocht naar de moordenaar, weliswaar zonder dat het boek een whodunit wordt.

On sait toujours ce que les autres sont pour nous, mais on ne sait jamais ce que nous sommes pour les autres.

Het is een aangrijpend boek over het verlies van liefde en van schoonheid, over de dood en hoe die de levenden achterlaat als minder dan ze ervoor waren, omdat een stukje van jezelf verdwijnt samen met degene die je verliest. De oorlog speelt op de achtergrond als een perfecte metafoor en maakt het in die zin toch een – atypisch, maar fantastisch – oorlogsverhaal. Of, zoals ik het op Goodreads kort verwoordde: “Ik ga naar Where the wild roses grow van Nick Cave luisteren nu… Ofwel komen daardoor de wachtende tranen naar buiten, ofwel verdwijnen ze, omdat een ander ze weent. Merci Claudel, om mij op de mooiste manier pijn te doen.”

Anuschka Rees, The Curated Closet

The Curated Closet (Anuschka Rees)

Een aantal jaar geleden ontdekte ik toevallig de blog van Anuschka Rees en aangezien ik er toen een aantal inspirerende teksten las over het verbeteren – en en passant ook minimaliseren – van je kleerkast, wilde ik haar boek ook wel lezen. Kleding is voor mij weliswaar een pak minder belangrijk dan het voor haar lijkt te zijn, maar dat neemt niet weg dat ze een verfrissende en interessante aanpak heeft: op zoek gaan naar je eigen stijl aan de hand van wat je mooi vindt en hoe je levensstijl er uit ziet i.p.v. je te baseren op lichaamstypes, de huidige mode of de hipste en duurste merken.

As a result, the online world is so saturated with ads and brand messages, it’s impossible to escape. And so most of us spend our days surrounded by pretty pictures of stuff and glamorous people talking about that stuff. Every day, we see fashion bloggers and Instagrammers buying more and more, without thinking about it too much. And even if at first we think, “What, you bought another pair of leopard heels?!” over time that constant exposure changes our own perception of what’s normal and we ourselves get used to buying more and more without thinking about it too much. Flash sales, two-for-one deals, and constantly changing collections teach us to make fast decisions. Being less selective becomes the new normal.

Haar proces is duidelijk gestructureerd (hoera voor lijstjes en boomdiagrammen 😉 ), maar wel zeer – om niet te zeggen te – uitgebreid. Hoewel er veel beelden in het boek staan, hadden dat er gerust nog meer mogen zijn: o.a. wanneer ze het heeft over “stevige, goede naden”, zou een detailfoto van een slechte en een goede naad meer hebben kunnen verduidelijken dan tekst dat kan. Ook het hoofdstuk “duurzaamheid” had nog uitgebreider gemogen, maar het is al goed dat het er überhaupt inzit (en wie haar hele filosofie volgt, zal sowieso al een duurzamere – want minder gevulde – kleerkast krijgen). Al bij al een inhoudelijk interessant boek, dat weliswaar vrij veel herhaalt van wat ook op haar blog te vinden is.

Pedro Brugada, Ons hart. Gebruiksaanwijzing en onderhoudsboekje

Ons hart (Pedro Brugada)

Nadat mijn grootmoeder vorig jaar een hartaanval kreeg, belandde dit boek van hartspecialist Brugada op haar tafel. Ik begon er toen in te lezen, maar kon het niet uitlezen. In de bib bleek het sindsdien, telkens ik in België was, uitgeleend of gereserveerd. Tot eind mei dus 🙂

Het volstaat niet om roestplekken te overschilderen en je kar in de was te zetten. Wat onder de motorkap zit, verdient veel meer aandacht. Want inderdaad, we bekommeren ons vooral om de uiterlijke tekenen van verval – we haten het dat we verrimpelen, levervlekken krijgen, uitzakken en kaal worden – en vergeten dat onze binnenkant net zo goed veroudert. Bottom line: mensen worden vanzelf ouder als hun niets overkomt, maar ze blijven niet vanzelf gezond.

De inleiding, die het levensverhaal van Brugada vertelt, was wat mij betreft niet echt nodig, maar was tegelijk ook niet storend. Daarna gaat hij in op de verschillende hartziektes in een hoofdstuk dat je bij momenten wat doet duizelen omdat er zo veel instaat – zowel veel informatie per ziekte als veel ziektes an sich. Verder in het boek gaat het over behandelmethodes en – nog belangrijker – preventie van hartziektes.

De natuur heeft ervoor gezorgd dat we honger krijgen en eten lekker vinden, zodat we zeker voldoende gemotiveerd zouden zijn om ons straalkacheltje brandend te houden. Iets lekker vinden is een vorm van genot, en genot heeft met emotie te maken. Daardoor is eten, zonder dat we het altijd beseffen, een emotioneel en psychologisch zwaarbeladen aangelegenheid. Geen wonder dat mensen met emotionele problemen als compensatie, straf of beloning vaak abnormaal gaan eten: ze krijgen vreetbuien, worden anorectisch of gaan aan de drank. Eten vult niet alleen de gaten in onze buik, maar ook die in onze hersenen.

Hoewel die tips in zekere zin vanzelfsprekend waren, confronteerden ze mij toch met een paar slechte gewoontes (hoezo, ik eet teveel suiker…). Een interessant, vlot geschreven boek – iets wat gezien het onderwerp niet evident is – en nuttig voor zowel gezonde mensen als hartlijders. Moest ik ooit met een hartziekte geconfronteerd worden, zie ik mij zeker teruggrijpen naar dit boek om het betreffende hoofdstuk nog eens te lezen (nu was het bij momenten zoveel info dat het moeilijk was om alles te onthouden 🙂 ).

[…] het belang van beweging en sport om ziekten te voorkomen, vroeg aan het licht te brengen – wie vooral in zijn luie stoel blijft zitten, merkt niet hoe hij langzaam aftakelt – en zelfs om ziekten te bestrijden, kan niet genoeg worden benadrukt. Als je nooit sport, dan kun je ook niet doodvallen tijdens het sporten, maar is het risico dat je sowieso vroegtijdig doodvalt ettelijke malen groter dan voor sporters.

Wim Oosterlinck, Ik wilde geen kinderen (en nu heb ik er twee)

Ik wilde geen kinderen (en nu heb ik er twee) (Wim Oosterlinck)

De mens achter “de radiopresentator Wim Oosterlinck” wilde blijkbaar eerst geen kinderen, maar heeft er nu toch twee. Voldoende om dit boek mee te nemen uit de bib, want – zoals wie hier al langer meeleest, waarschijnlijk wel weet – ook hier was de kindervraag niet makkelijk beantwoord. Jammer genoeg sluit het boek veel te weinig aan bij de titel, die, bij mij toch, de indruk wekt dat het gaat over twijfels over het ouderschap, over al dan niet kinderen willen… Blijkt dat hele vraagstuk in twee pagina’s beschreven te worden en neer te komen op “ik wilde eerst averechts doen en dus wilde ik geen kinderen en toen kreeg ik een vriendin en waren er vrienden met kinderen en wilde ik er wel”…
Dat neemt niet weg dat het best wel een grappig boek is, dat mij bij momenten deed denken aan de – weliswaar nog leukere – boekjes van Wouter Deprez. Wie echter op zoek is naar een boek over twijfels over ouderschap, laat dit best in de rekken staan 🙂

Bron afbeeldingen: Goodreads

De boeken van april 2018

Non-fictie, een stripverhaal, cadeau gekregen fictie, ver-van-mijn-bed fictie en een kinderboek. April was een fijne en vooral zeer gevarieerde leesmaand!

Francine Jay, Gelukkig met minder

Gelukkig met minder (Francine Jay)

Dit boek stond al een tijdje op mijn leeslijst, maar ik twijfelde lang over de aankoop: er is over minimalisme immers al zoveel te lezen online, dat ik niet zeker wist of het wel de moeite waard zou zijn om het boek in huis te halen. Lang leve onverwachte kortingen, waardoor het uiteindelijk toch in mijn handen belandde 😉

Hoewel ik een groot deel van wat Jay schrijft al wel wist – door het elders te lezen of door het zelf te ondervinden – was het leerrijk om op een overzichtelijke manier over minimalisme te kunnen lezen. Het basisidee is dat je enkel bijhoudt wat je plezier geeft of wat je gebruikt en daar kan ik mij helemaal in vinden. Want laten we wel wezen: hoewel ik niet blij word van mijn afwasproduct (tenzij misschien een heel klein beetje omdat het ecologisch is), heb ik het wél nodig. Bovendien was dit een van de eerste keren dat ik een hoofdstuk las over hoe leven met minder ook een goede impact heeft op het milieu. Dat is – naast rust in mijn hoofd – namelijk een van de grote redenen dat ik probeer minimalistisch(er) te leven (niet extreem, daarvoor hou ik van teveel verschillende sporten met elk hun eigen spullen, vrees ik…), maar het is een aspect dat vaak nog over het hoofd gezien word, vind ik. Het enige jammere aan het boek is dat Jay verschillende keren zaken herhaalt. Hoewel ik begrijp waarom (zo dringen ze nu eenmaal beter door), is dat toch een beetje ironisch voor een boek over “minder” 🙂

Hergé, De avonturen van Kuifje, Bundel #2: Kuifje in Amerika / De sigaren van de farao / De blauwe lotus en Bundel #3: Het gebroken oor / De zwarte rotsen / De scepter van Ottokar

De avonturen van Kuifje, Bundel #2 (Hergé)

In tegenstelling tot de eerste bundel, kreeg ik in deze verhalen (vooral dan De sigaren van de farao en De blauwe lotus) het gevoel dat Hergé vooral lacht met de blanken die zichzelf oh zo superieur vinden (en daardoor dit gedrag dus ook bekritiseert). Kuifje in Amerika bulkte weliswaar nog van de clichés; het is, samen met de Sovjets en Afrika vooral interessant als getuige van zijn tijd, maar minder leuk als strip op zich. De andere zijn best wel leuk om te lezen; ik hou als volwassene wel van wat meer diepgang en dat biedt Kuifje niet echt, maar het kindje in mij vindt zijn avonturen best wel spannend 🙂

Griet Op de Beeck, Gezien de feiten

Gezien de feiten ( Griet Op de Beeck)

Samen met het boek van Francine Jay kwam ook dit Boekenweekgeschenk in huis. Wie hier al langer leest, weet dat ik hou van de schrijfstijl van Griet Op de Beeck en dat was in dit boekje niet anders. Het was weliswaar veel te kort, maar bon ja, daar kan Griet zelf niet aan doen, Boekenweekgeschenken zijn nu eenmaal geen kloefers van boeken 🙂

Op de laatste pagina na (ach, was dat nu echt nodig?), vond ik dit opnieuw een sterk verhaal met herkenbare personages (oh, de dochter die maar niet los kan komen van haar eigen verdriet en daardoor geen ruimte laat voor dat van anderen). Een verhaal met een optimistische inslag, over hoe het nooit te laat hoeft te zijn om nog iets van het leven te maken.

Natsume Sōseki, Kokoro: de wegen van het hart

Kokoro (Natsume Sōseki)

Ik heb mij tijdens het lezen even afgevraagd of het verhaal ergens toe zou leiden (niet dat dat noodzakelijk hoeft), maar dat neemt niet weg dat het aangenaam lezen was over de relatie tussen de vertellende, maar anoniem blijvende hoofdpersoon en een oudere man, die hij aanspreekt met Sensei (ofte meester). Bovendien was het ook intrigerend om te lezen over het Japan van toen (het einde van het Meiji-keizerrijk) en de gebruiken en maatschappelijke structuren die er toen (nog) waren (de overduidelijke ondergeschiktheid van de vrouw, de zelfmoord voor eer…).
Uiteindelijk komt in het laatste hoofdstuk toch alles samen en blijkt dit een mooi boekje over waarom mensen zich afkeren van anderen, over schuldgevoel en hoe dat een mens kan verteren, over waarom het donker kan worden in iemands hoofd en dood soms gekozen wordt boven leven, over mensen en de (verschillende) waardes die ze aan relaties toekennen…
Ik heb nog maar weinig ervaring met Japanse schrijvers (één boek van Murakami en nu dit van Soseki), maar hun stijl ligt mij wel. Mooi, kabbelend, zacht en tegelijk vol inzichten.

Bettie Elias, Een vluchtige zoen

Een vluchtige zoen (Bettie Elias)

Dit kinderverhaaltje over alleen of samen zijn, over vriendschap en ruzies haalde ik nog eens uit de kast bij mijn ouders. Als kind las ik het heel graag, als volwassene was het logischerwijs iets te simpel, maar wel fijn om nog eens opnieuw te lezen. Niet meer, maar ook niet minder dan dat.

Bron afbeeldingen: Goodreads

De boeken van maart 2018

Met vier boeken en één graphic novel was maart een maand waarin ik opnieuw regelmatig onderdook in de wondere wereld der letteren. Al was dat niet altijd even succesvol…

Jeroen Olyslaegers, Wil

Wil (Jeroen Olyslaegers)

Dit boek stond al langer op mijn leeslijstje, maar omdat ik niet voldoende overtuigd was om het te kopen, duurde het een tijdje voor ik er ook effectief aan begon. In “mijn” Belgische bib was het boek immers ofwel uitgeleend, ofwel was ik niet lang genoeg in België om het te kunnen uitlezen. Enter de Zentralbibliothek in Zürich die het onverwacht in huis haalde!

Inhoudelijk was ik wel fan van dit door een Antwerpse politieman vertelde verhaal over WO II. Olyslaegers geeft een goede schets van het leven tijdens de oorlogsjaren, waarbij het heel intrigerend was om te lezen over de medewerking van politie en stadsbestuur aan de jacht op joden. Het boek las ook heel vlot, ondanks dat het vaak heen en weer springt tussen tijdsperiodes. Ik kan mij inbeelden dat de manier waarop het hoofdpersonage het verhaal bij momenten afratelt, sommige lezers kan storen, maar ik vond dit bijdragen aan het gevoel dat je “luistert” naar iemands verhaal.

Toch was ik niet echt overtuigd van dit boek. Zo kan ik bij andere auteurs best wel genieten van het gebruik van ge/gij, maar hier waren er net iets teveel zinnen waar het gebruik ervan het gevoel gaf dat het gesproken volkstaal moest zijn, maar andere woorden in diezelfde zinnen dan weer veel te chic waren daarvoor. Bovendien vond ik Antwerpen te sterk aanwezig als achtergrond van het verhaal – ik hou wel van verwijzingen naar straten of gebouwen, maar hier was het soms zodanig overdreven dat ik het gevoel had er beter een kaart bij te nemen – en bleef ik achter met het gevoel dat Olyslaegers teveel thema’s wilde verwerken in zijn verhaal. Dat leidde ertoe dat meerdere verhaallijnen (met als toppunt de kleindochter) niet voldoende overtuigden. Geen slecht boek dus, maar nu ook weer niet de topper die ik verwacht had van een winnaar van de Gouden Uil (en ja, ik weet dat die prijs tegenwoordig anders heet, maar die naam is lelijk en commercieel, nah 😉 ).

Karel Glastra van Loon, Lisa’s adem

Lisa's adem (Karel Glastra van Loon)

Jullie lazen het al in mijn eerste update van de Verbeelding book challenge: dit boek lag al 12 of 13 jaar in mijn kast. Nu ik het gelezen heb, blijkt dat lang genoeg te zijn geweest en heb ik het boek verwezen naar de “mag weg”-stapel. Glastra van Loon beschrijft in dit verhaal het leven van Sophie, Sebastiaan en Talm – respectievelijk moeder, stiefvader en vriendje van Lisa – voor en na haar verdwijning.

Op zich zou dit een goed boek kunnen opleveren, maar jammer genoeg springt de auteur iets teveel heen en weer tussen de drie personages (in die mate dat het soms gaat om amper één zinnetje per persoon) en is niet alles even geloofwaardig. Zo kan ik mij wel inbeelden dat een zeventienjarige jongen getraumatiseerd is wanneer zijn vriendin verdwijnt, maar dat hij zeven jaar later plots intensief naar haar op zoek gaat – zo intensief dat hij als zwerver gaat leven -, dat lijkt mij toch wel heel onrealistisch.

Zo verstreek de tijd terwijl zijn leven stilstond.

Bovendien komt de taal soms wat gekunsteld over, omdat Glastra van Loon te literair en te uitgebreid over gebeurtenissen schrijft. Een beetje schaven had dit boek zoveel beter kunnen maken!

Chimamanda Ngozi Adichie, We should all be feminists

We should all be feminists (Chimamanda Ngozi Adichie)

Op 8 maart was ik al toe aan mijn derde boek van de maand en aangezien die dag Vrouwendag is, kon ik uiteraard niet anders dan dit boekje – een essay gebaseerd op de TEDx Talk die Ngozi Adichie in 2013 gaf – uit de kast te halen.

We spend too much time teaching girls to worry about what boys think of them. But the reverse is not the case. We don’t teach boys to care about being likable. We spend too much time telling girls that they cannot be angry or aggressive or tough, which is bad enough, but then we turn around and either praise or excuse men for the same reasons. There are so many magazine articles written telling women how to please men, but so few guides for men about pleasing women.

Het was mijn eerste kennismaking met de Nigeriaanse schrijfster en, hoewel dit natuurlijk een ander type lectuur is dan haar fictieboeken, overtuigend genoeg om zeker nog meer van haar te lezen. Ze slaagt er immers in om bondig en met humor toch heel krachtig te schrijven over de problemen – zowel de flagrante als de onopvallendere – die vrouwen ook vandaag nog ondervinden, over hoe jongens en meisjes al van kleinsaf geconfronteerd worden met bepaalde verwachtingen en hoe dat niet enkel schadelijk is voor die meisjes, maar ook voor de jongens. De we in de titel slaat dan ook niet enkel op vrouwen, maar evenzeer op mannen.

A world of happier men and happier women who are truer to themselves. And this is how to start: We must raise our daughters differently. We must also raise our sons differently.

Hoewel ik inhoudelijk net iets meer had verwacht, ben ik toch fan van dit boekje. Omdat het in al zijn simpelheid een goede inleiding is voor iedereen die geïnteresseerd is in feminisme en gender en de problemen er rond.

Some people ask: “Why the word feminist? Why not just say you are a believer in human rights, or something like that?” Because that would be dishonest. Feminism is, of course, part of human rights in general—but to choose to use the vague expression human rights is to deny the specific and particular problem of gender. It would be a way of pretending that it was not women who have, for centuries, been excluded. It would be a way of denying that the problem of gender targets women.

Carolin Walch, Roxanne & George

Roxanne & George (Carolin Walch)

Vorig jaar deed een van de bibliotheken in Zürich een uitverkoop en daarbij nam ik deze graphic novel mee. Achteraf bekeken had ik het beter iets grondiger doorgenomen, want behalve de tekeningen bleek het niet veel soeps.

Vermoedelijk – of liever: hopelijk – bedoelt Walch dit verhaal over rijke tieners Roxanne en George, die als dochter en zoon van twee bekende rockers hun 15 minutes of fame beleven in een realityserie, als een parodie op de Kardashians, Osbournes, Hiltons en andere from zero to hero‘s van deze wereld. Alleen is ze daarbij wel vergeten dat een parodie enige vorm van kritiek moet bevatten…

Bij de andere optie – dat het niet als kritiek bedoeld is -, kan ik het enkel maar jammer vinden dat ik in graphic novel-vorm gelezen heb waar ik op tv niet naar kijk.

Bernard Beckett, Genesis

Genesis (Bernard Beckett)

Ondanks dat ik in de leesgroep waar ik regelmatig naartoe ga, overstelpt word met sci fi-tips, lees ik het genre maar zelden. Deze Genesis werd echter het maandboek van de Zürich boekenclub (niet toevallig nadat ik iemand van de leesgroep de boekenclub aanraadde 🙂 ) en dus besloot ik het toch een kans te geven.

I am not a machine. For what can a machine know of the smell of wet grass in the morning, or the sound of a crying baby? I am the feeling of the warm sun against my skin; I am the sensation of a cool wave breaking over me. I am the places I have never seen, yet imagine when my eyes are closed. I am the taste of another’s breath, the color of her hair.
You mock me for the shortness of my life span, but it is this very fear of dying which breathes life into me. I am the thinker who thinks of thought. I am curiosity, I am reason, I am love, and I am hatred. I am indifference. I am the son of a father, who in turn was a father’s son. I am the reason my mother laughed and the reason my mother cried. I am wonder and I am wondrous. 

Hoewel ik de deadline van de boekenclub weeral niet haalde (note to self: sneller beginnen lezen aan de maandboeken, zelfs wanneer ze zo dun zijn als dit exemplaar!), ben ik heel blij dat ik het boek las. Dit is sciencefiction zoals ik het graag lees: een combinatie van de vaak interessante en heel actuele mogelijkheden van artificiële intelligentie met filosofische vragen over wat mensen mensen maakt, over de waarde van het leven…

Which came first, the mind or the idea of the mind? Have you never wondered? They arrived together. The mind is an idea.

Bovendien is het verhaal op een originele manier uitgewerkt, want het boek is opgebouwd als een verslag van een examen dat hoofdpersonage Anax aflegt om toe te treden tot The Academy. Voeg daar nog een verrassing van formaat, die je nog wat extra doet nadenken over wat je al gelezen hebt, aan toe en ik zat mij heel erg af te vragen waarom ik eigenlijk niet vaker sciencefiction lees.

Bron afbeeldingen: Goodreads

Verbeelding book challenge 2018 – Eerste kwartaal

De eerste drie maanden van het jaar zijn voorbij en dus is het tijd voor een eerste update van de Verbeelding book challenge:

Verbeelding book challenge (Verbeelding)
Bron: verbeelding.org

3. Een boek met een typografische cover
Jeroen Olyslaegers, Wil
Tja, hier hoort niet meer uitleg bij dan de cover te tonen, veronderstel ik? 🙂

Wil (Jeroen Olyslaegers)

5. Een boek dat al minstens één jaar ongelezen in je boekenkast staat
Karel Glastra van Loon, Lisa’s adem
Minstens één jaar betekende in het geval van dit boek 12 of 13 jaar… Het behoorde immers tot een reeks Boekentoppers die ik in het vijfde of zesde middelbaar via de school kocht. Geen idee waarom ik het boek toen niet meteen las, maar eerst universiteit en daarna het volwassen leven zorgden ervoor dat dit boek tot nu in mijn kast bleef staan (en ja, ik vind dat een beetje schaamtelijk eigenlijk).

7. Een boek met minder dan 100 reviews op Goodreads
Eberhard J. Wormer, Natuurlijke anti-depressiva. Zachte methoden om uit het dal te komen
Het eerste boek dat ik dit jaar las, was nog niet op Goodreads te vinden. Ik voegde het toe en schreef dus ook de eerste review.

11. Een boek dat origineel geschreven is in een taal die je zelf niet vaardig bent
Yuval Noah Harari, Homo deus. A brief history of tomorrow
Harari is een Israëliet en schreef zijn boek bijgevolg in het Hebreeuws. Geen taal die ik spreek of lees (noch enige ambitie toe heb) en dus perfect geschikt voor dit puntje.

12. Een boek van een auteur die minstens al tien boeken heeft geschreven
Mario Vargas Llosa, Het ongrijpbare meisje
Aangezien zowel de Engels- als Spaanstalige Wikipediapagina van de auteur ruim meer dan 10 boeken aangeven, heeft Vargas Llosa zijn plek op dit puntje meer dan verdiend.

14. Een boek met een X in de titel
Carolin Walch, Roxanne & George
Ik las de afgelopen jaren telkens één à twee boeken met een X in de titel en besloot dus niet specifiek naar een boek op zoek te gaan, maar gewoon af te wachten of er ook dit jaar weer toevallig eentje zou tussen zitten. Dankzij deze graphic novel en de naam Roxanne was dat zelfs nog sneller het geval dan verwacht.

18. Een boek dat zich afspeelt op een eiland, al dan niet bewoond
Bernard Beckett, Genesis
Het is weliswaar een fictief eiland (zij het dan vagelijk gebaseerd op Nieuw-Zeeland), maar een eiland is een eiland. En fictief of niet, het is bewoond!

21. Een boek waarin kinderen de hoofdrol spelen (maar: geen jeugdboek)
Valeria Luiselli, Tell me how it ends. An essay in forty questions
Ik zou willen dat dit boek niet bij dit puntje hoorde, omdat dat ook zou betekenen dat het niet nodig zou zijn om te schrijven over kinderen die vluchten op weg naar een ander leven. Jammer genoeg is dat wel het geval en dus las ik dit confronterende boek over kinderen uit Zuid- en Centraal-Amerika die proberen binnen te raken in de Verenigde Staten.

26. Een boek met bloemen op de cover
Julian Barnes, The Sense of an Ending
Ik geef toe dat het subtiele bloemen zijn, maar er staat nergens in de regels dat het een uitbundige bloemenpracht moest zijn 🙂 . En ook al was ik niet zo’n fan van het boek zelf, de wegvliegende vruchtpluisjes van een paardenbloem op de cover vind ik wel heel mooi!

The Sense of an Ending (Julian Barnes)

28. Een boek met een portret op de cover
Adriaan van Dis, Ik kom terug
Ik besef nu pas hoeveel puntjes met covers er dit jaar in de lijst staan 🙂 . Ook een portret kwam al voorbij, in een gestileerde versie op de cover van Ik kom terug.

Ik kom terug (Adriaan van Dis)

Na een kwart van het jaar heb ik 10 puntjes, ofte een derde van de challenge, afgewerkt. Een mooi resultaat dus, al zal ik in de komende kwartalen zeker niet telkens het merendeel van mijn gelezen boeken (in dit geval 10 van de 11) kunnen laten meetellen. Ik zie dus wel nog waar ik uitkom, maar voorlopig gaat het goed op de manier die ik het liefste heb: door gewoon te lezen waar ik goesting in heb en niet specifiek met puntjes rekening te houden.

De boeken van februari 2018

Met vier boeken was februari een dubbel zo succesvolle leesmaand als januari. Toch in aantal uitgelezen boeken, want in het derde boek dat ik deze maand uitlas, las ik een groot deel van de pagina’s in januari 🙂 .

Mario Vargas Llosa, Het ongrijpbare meisje

Het ongrijpbare meisje (Mario Vargas Llosa)

In dit boek vertelt Mario Vargas Llosa het verhaal van Ricardo, die op zijn vijftiende verliefd wordt op “het stoute meisje”. Wanneer ze op een gegeven moment verdwijnt, denkt hij haar voorgoed kwijt te zijn. Tot hij haar een aantal jaar toevallig opnieuw ontmoet. En opnieuw en opnieuw en opnieuw.

Dit was mijn eerste kennismaking met Vargas Llosa en het was niet meteen een heel overtuigende. Niet zodanig slecht dat ik nooit nog iets van hem wil lezen, maar ook niet goed genoeg om enkel op basis van dit boek te begrijpen waarom de mens ooit de Nobelprijs voor Literatuur won.

Bepaalde delen van het verhaal vond ik echt de moeite. Zo had de geschiedkundige achtergrond gerust nog wat uitgebreider gemogen en waren de verwijzingen naar de plaatsen waar Ricardo woont en naartoe reist heel fijn, vooral dan wanneer ik ze zelf herkende 🙂 (o.a. een belle époque-café waar ik in Wenen ontbeten heb). Ook sommige overpeinzingen van het hoofdpersonage – vooral dan die over zijn leven als expat – waren herkenbaar.

We hadden al eens tegen elkaar gezegd dat we nooit meer in ons eigen land zouden kunnen leven, omdat we ons daar, ik in Peru en hij in Turkije, beslist meer buitenlander zouden voelen dan in Frankrijk, ondanks het feit dat we ook hier vreemdelingen waren. Want we beseften maar al te goed dat we nooit volledig zouden integreren in het land dat we als onze woonplaats hadden gekozen en dat ons zelfs een paspoort had verstrekt.

Maar het liefdesverhaal zelf kon mij niet overtuigen. Als beschrijving van het eeuwige verlangen naar een onmogelijke liefde is het niet slecht gedaan, maar toch niet overtuigend genoeg. Dé reden waarom hij zo verliefd op haar is, haar maar niet kan loslaten, dat bleef voor mij onduidelijk. Dat het boek bovendien als erotisch omschreven wordt… tja, ’t zal misschien aan mij liggen dat een vrouw bevredigen terwijl ze zelf doodstil in bed ligt en niets doet, niet mijn idee van erotiek is…

Julian Barnes, The Sense of an Ending

The Sense of an Ending (Julian Barnes)

Na een maandboek van de (online) Verbeelding boekenclub, las ik een maandboek van de (offline) Zürich book club. Ik kreeg het weliswaar niet op tijd uit, waardoor ik de bijeenkomst dan maar oversloeg.

But I’ve been turning over in my mind the question of nostalgia, and whether I suffer from it. I certainly don’t get soggy at the memory of some childhood knick-knack; nor do I want to deceive myself sentimentally about something that wasn’t even true at the time – love of the old school, and so on. But if nostalgia means the powerful recollection of strong emotions – and a regret that such feelings are no longer present in our lives – then I plead guilty.

Jammer, want ik had wel willen weten hoe andere mensen dit boek ervaren hebben. Zelf houd ik er namelijk een dubbel gevoel aan over: het basisidee van het verhaal, namelijk de betrouwbaarheid van herinneringen, vind ik absoluut de moeite én meer pagina’s waard dan dit toch wel vrij dunne boekje bevatte.
Wat herinneren we ons, wat vergeten we? Herinneren we ons zaken op de juiste manier of anders dan ze eigenlijk waren? Het zijn vragen waar ik zelf al meer dan eens over heb zitten denken en dus was het ook interessant er over te lezen.

How often do we tell our own life story? How often do we adjust, embellish, make sly cuts? And the longer life goes on, the fewer are those around to challenge our account, to remind us that our life is not our life, merely the story we have told about our life. Told to others, but – mainly – to ourselves.

Tegelijk vind ik het verhaal dat Barnes gebruikt om dit idee aan op te hangen veel te flauw en niet overtuigend genoeg. Een van de basispremisses van het boek was voor mij echt niet sterk genoeg om de rest van het verhaal overtuigend te maken. Al helemaal voor een boek waar Barnes de Man Booker Prize mee gewonnen heeft…

Yuval Noah Harari, Homo deus. A brief history of tomorrow

Homo deus. A brief history of tomorrow (Yuval Noah Harari)i

Dit boek hield mij een dikke maand bezig, wat deels te wijten is aan de dikte ervan (kloefer: check!) en deels aan de andere boeken die ik voorrang gaf (Het ongrijpbare meisje, omdat mijn ouders dat van de Belgische bib meebrachten naar de Vogezen en ik het daar onmiddellijk uitlas; The sense of an ending, omdat ik dat nog voor de bijeenkomst hoopte uit te lezen 🙂 ). Het lag dus zeker niet aan het boek zelf, want ook al is het onderwerp – kort samengevat: de toekomst van de mens – niet het makkelijkste, het is zeer toegankelijk geschreven.

Ook al gaat het boek over de toekomst van “onze soort”, er komt ook een heel deel verleden en heden aan bod. Zelf vond ik dat eigenlijk de meest interessante stukken (wat mij benieuwd maakt naar de “voorganger” van dit boek, Sapiens), maar het was desondanks leerrijk om opties te lezen over de toekomst van artificial intelligence en de rol die de mens nog kan spelen daarin. Vooral Hararis ideeën over religie en – nog meer – zijn argumenten om dieren beter te behandelen (wij hebben onszelf naar de bovenste trede van de ladder gemanoeuvreerd ten koste van, maar wat gaat er met ons gebeuren eens we zelf van die bovenste trede verdreven worden?) zijn er boenk op. Ook de stukken over de rol van informatie en hoe makkelijk we die vrijgeven zijn de moeite van het lezen waard.

In the past, censorship worked by blocking the flow of information. In the twenty-first century censorship works by flooding people with irrelevant information. We just don’t know what to pay attention to, and often spend our time investigating and debating side issues. In ancient times having power meant having access to data. Today having power means knowing what to ignore.

Een deel van zijn betoog werd mij iets te sci-fi, al is dat misschien deels omdat mijn kennis over AI vrij beperkt is (ik ga eens wat meer moeten luisteren wanneer vrienden daarover discussiëren 😉 ).

Adriaan van Dis, Ik kom terug

Ik kom terug (Adriaan van Dis)

Februari was duidelijk een maand van nieuwe auteurs, want ook van Adriaan van Dis was dit het eerste boek dat ik las. Hij beschrijft in Ik kom terug de laatste maanden van zijn moeder, wanneer ze overeenkomen dat zij hem haar levensverhaal zal vertellen en hij haar helpt op een zachte manier te sterven.

Ik zal haar verlossen. Verlossen van verhalen, en als ik flink ben zal ik haar verlossen van het leven en haar hand vasthouden.

Tegelijk is het ook het verhaal van een toenadering tussen twee mensen, waarvan het logisch zou zijn dat ze verbonden zijn, maar die die verbondenheid nooit echt gevoeld hebben.

Hoe kan je nou loslaten terwijl het al zo moeilijk is om vast te houden? En hoe leer je “niets” te worden als je jezelf nooit wat vond?

Van Dis is namelijk de zoon van een rijke Nederlandse boerendochter, die het voor haar uitgestippelde pad verlaat om te eindigen met twee Indische mannen – wiens drie dochters respectievelijk “bastaardzoon” ze baart -, een hoop onverwerkt koloniaal en oorlogsleed en een minnaar. Het is een hard boek, boordevol scènes die even pijnlijk zijn als de woorden waarmee ze beschreven worden mooi zijn.

Er zit vaak niks anders op dan je gelukkig te liegen.

Ondanks dat alles leest het boek toch heel vlot. Omdat het ook humor bevat, omdat de zinnen mooi, maar niet moeilijk geschreven zijn.

Je karakter slijt niet als je ouder wordt, het kookt in, de kern komt boven. We worden allemaal een bouillonblokje van onze eigen soep.

Een boek over een kind van 60 dat nog steeds vruchteloos op zoek is naar erkenning van een moeder, die dat maar deels was. Vol liefde en haat, vol zachtheid en afkeer, zoals ook haar moeder-zijn was.

Mildheid is een leugen. Het is een manier om je woede te verbergen. Diep vanbinnen zijn we woedend om wat ons is afgenomen, onze dromen, een landschap, je minnaar, je dochters. De boosheid om dat verlies neemt alleen maar toe.

Bron afbeeldingen: Goodreads