De boeken van juli 2018

De combinatie van een halve maand thuis zijn en een nieuwe e-reader hebben, zorgde ervoor dat ik in juli acht boeken las.

Lori Nelson Spielman, The life list

The life list (Lori Nelson Spielman)

Toen ik vertrok voor een weekendje weg, trok ik dit boek snel uit de kast met het idee dat ik dit, zelfs moe, wel zou kunnen lezen. Dat bleek effectief het geval, maar met de opmerking dat het vlot las, heb ik ook wel het belangrijkste positieve punt gehad, vrees ik. Dit boek bleek namelijk een chicklit pur sang en behalve dat het uitgangspunt – je life list van je 14e moeten volbrengen om je erfenis te krijgen – origineler is dan in het gemiddelde doktersromannetje, voldoet het aan alle clichés: een vrouwelijk hoofdpersonage dat eigenlijk extreem materialistisch is, maar zich dan ontpopt tot een moeder Theresa (terwijl ik de hele tijd dacht: als geld er écht niet toe doet, waarom doe je dan voort met een life list die je niet meer wilt…), ze is in het begin uiteraard samen met de foute man en leert de man van haar leven even vanzelfsprekend pas op het einde kennen (al zie je al van ver aankomen welke man uit de obligatoire liefdesdriehoek die hier zelfs een -vijfhoek is, het zal worden)… Bon ja, laten we het er maar op houden dat ik toch iets meer in een boek zoek dan wat Spielman hier kon bieden.

A moan rises from my chest, cracking the silence. I slap a hand over my mouth to catch it, but it’s too late. I double over, clutching my ribs, and literally ache for my mother. How will I ever manage to stumble through this world without her? I have so much more daughter left in me.

Overigens: wat is er zo tof aan het feit dat je (dode!) moeder op je 34e je leven bepaalt? Ok, ze had een goede relatie met haar moeder en ja, die had op een aantal punten zeker gelijk, maar hoezo is de oplossing dan dat je je dochter dwingt om dingen te doen, zelfs als die haar leven beter zullen maken? Grow up!

Luise von der Crone, Di blau Riitschuel

Di blau Riitschuel (Luise von der Crone)

Ongeveer drie jaar geleden las ik voor het eerst een boekje in het Zwitsersduits en ook dit keer ging ik voor een verhalenbundel. In tegenstelling tot de eerste bundel waren dit echter geen plaatselijke legendes, maar een verzameling van grappige en bij momenten vrij absurde kinderverhalen en -gedichtjes over o.a. de Zwitserse Sinterklaas (Vom Samichlaus siim Esel und em gwunderigen Igel), dappere vrouwen (Vo der Frau Rumpel, wo hät wele zum Räuber gah) en de bergen (S schlüüft es Männli in es Loch). Een fijn boekje dat enerzijds bevestigde dat ik al een heel pak verder sta in het begrijpen van Zwitsersduits dan de vorige keer, maar mij anderzijds toch weer wat nieuwe woordenschat bij bracht (of het altijd moderne woorden waren, daar valt over te discussiëren, aangezien mijn collega’s eentje ervan ook niet eens kenden 😉 ).

Edgard Eeckman & Marc Noppen, De goden lossen het op

De goden lossen het op (Edgard Eeckman & Marc Noppen)

Op zich was het idee van dit boekje in de serie “Het vrije woord Cahier” zeker niet slecht: op een satirische manier de gebreken van de gezondheidszorg in België beschrijven. Alleen blijft het jammer genoeg iets teveel op de oppervlakte en is het meer een – via een soort godenvergadering (met de historische Zeus, maar verder vooral veel “nieuwe” goden) voorgesteld – makkelijk verhaaltje dat uiteindelijk weinig concrete voorstellen doet. Jammer, want dat had het zoveel interessanter gemaakt!

Anne Winter, Migranten maken de stad

Migranten maken de stad (Anne Winter)

In dit essay gaat Anne Winter in op de geschiedenis van stedelijke migratie: steden en migratie zijn immers al honderden jaren met elkaar verbonden, maar hebben niet altijd dezelfde uitdagingen veroorzaakt. Een zeer interessant – en daardoor eigenlijk ook te kort – boekje over de verschillen tussen “rijke” en “arme” migratie, over de problematisering van bepaalde groepen migranten, over de paradox van integratie… Eentje om over na te denken.

Hoewel het ‘succes’ van migratie doorgaans dikwijls afgemeten wordt aan de mate van integratie, ligt hierin dus een grote paradox verscholen. Werkelijk succesvolle migranten hebben deze integratie immers niet nodig en streven ze ook niet na, maar houden integendeel de handen vrij om weg te trekken wanneer zich elders betere opportuniteiten aankondigen. Integratie, in de zin van sociale verankering in de nieuwe woonplaats, is met andere woorden iets dat vooral wordt nagestreefd door meer kwetsbare, arme migranten. Eerder dan een teken van succes, is integratie daarom vooral een teken van beperkte migratiealternatieven.

Het boek Migration, Settlement and Belonging in Europe, 1500-1930s: Comparative Perspectives van Steven King en dezelfde Anne Winter, een veel uitgebreider boek over hetzelfde onderwerp, staat alleszins ook op mijn leeslijstje nu!

Melinda Nadj Abonji, Tauben fliegen auf

Tauben fliegen auf (Melinda Nadj Abonji)

Melinda Nadj Abonji komt oorspronkelijk uit het toenmalige Joegoslavië en maakte daar deel uit van een Hongaarse minderheid. Ik kom uit België en heb het geluk “hoogopgeleid en blank” te zijn. Allebei kwamen we in Zwitserland terecht: zij toen haar ouders toen ze vijf was op zoek gingen naar een beter leven, ik toen ik vier jaar geleden besloot mijn droom om in het buitenland te wonen na te jagen. Heel andere achtergronden, heel andere redenen om naar hier te komen. En toch herkende ik veel in dit boek: kleine, grappige ervaringen, maar ook serieuze overwegingen.

… obwohl wir uns wünschen, dass sich in unserer Heimat nichts verändert…

Hoe dicht dit boek bij momenten ook komt, tegelijk staat het ook ver van mij af. Omdat ik het geluk heb uit een land te komen dat niet verscheurd werd door burgeroorlogen, waar mijn familie jaren in onzekerheid leefde, deels ook opgeroepen werd om te gaan vechten (voor wie? Servië waar ze woonden? Of Hongarije, de bevolkingsgroep waar ze bij hoorden?).

Jedes dritte Haus steht leer, weisst du, was das bedeutet, wenn nur noch der Friedhof wächst?

In een heftige schrijfstijl, die je het verhaal in één ademteug lijkt te willen vertellen, heeft Melinda Nadj Abonji een heel mooi boek geschreven: eentje waar ik mijzelf in herkende, eentje waar ik inzichten opdeed over dingen die heel ver van mij afstaan. Schoontje!

Zita Theunynck, Het wordt spectaculair. Beloofd

Het wordt spectaculair. Beloofd (Zita Theunynck)

Dat er in België een aantal straffe, schrijvende madammen zijn, dat wist ik al langer. Dat Zita Theunynck een van hen is, ontdekte ik dankzij dit debuut, waarin ze – opgehangen aan 23 liefdesbrieven – het verhaal vertelt van Anna en Leonard. Ik vloog op één dag door dit boek, dat vlot geschreven is en tegelijk een paar heel mooie overdenkingen bevat.

Ik denk: ik zal nooit vrij zijn, want ik kan niet vluchten van mezelf. Ik ben mezelf zo moe.

Hoewel ik sommige commentaren begrijp die vinden dat het verhaal bij momenten iets teveel clichés bevat, doet dat – wat mij betreft – niets af aan de schoonheid ervan. Soms mag een verhaal best wel eens onbeschaamd romantisch zijn! Al helemaal wanneer dat gecombineerd wordt met de soort zalig zotte overdenkingen die ik zelf soms ook maak 😉

“Voel hoe de aarde ons draagt. Maf hé? Heb je er ooit al eens bij stilgestaan hoe zwaar dat moet zijn voor de aarde? Al die mensen tegelijkertijd dragen, terwijl wij hier gewoon rustig met ons hele gewicht op haar liggen?”
En zo lagen we daar, met heel ons gewicht op de aarde.

Benieuwd naar meer van Zita Theunynck!

Renate Dorrestein, Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor

Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor (Renate Dorrestein)

Na Zonder genade was dit het tweede boek dat ik las van Renate Dorrestein. Dit boek was gelukkig wél de moeite van het lezen waard, want Dorrestein schetst op een mooie manier een beeld van een moeder die steeds minder voor haar kinderen, maar steeds meer voor haar eigen moeder moet zorgen. Nadat die laatste door een herseninfarct getroffen wordt, wordt communiceren een quasi onmogelijke opdracht. Net zoals bij de man met dementie in Hersenschimmen, verdwijnt ook de moeder van het hoofdpersonage steeds meer in het “niets”.

Zelfs de bloemen die ik meebracht, leken haar niets te zeggen, alsof een roos ophield met geuren wanneer je niet meer wist dat hij roos heette. Als de grenzen van je taal de grenzen van je wereld waren, dan was mijn moeder in een griezelig krappe kerker beland.

Het zorgen voor en ondertussen zelf verlangen naar verzorgd worden, zorgt voor een aantal heel mooie overpeinzingen. Zaken die ik mij zelf ook al afgevraagd heb, zaken die enkel nog gelden voor “mijn” en vorige generaties en niet meer voor de huidige opgroeiende…

Wonderlijk eigenlijk, dat ieders jeugd altijd uit een aantal vaste anekdotes bestaat. er moet zoveel meer zijn gebeurd dan dat handjevol memorabele voorvallen. Waarom herinneren we ons nauwelijks iets van het alledaagse, dat de veilige, heerlijk saaie bedding van ons bestaan was? Foto’s zijn daarvan trouwens ook nooit gemaakt. Kijk je in een album, dan was het kennelijk alle dagen feest, er was altijd iemand jarig, er werden zonder ophouden uitstapjes gemaakt, het was vakantie, er viel iets te vieren. Nooit een kiekje van het wachten bij de slager of het kopen van een paar nieuwe handdoeken, het zwijgend voor de televisie hangen, de dagelijks weerkerende gezamenlijke maaltijden, het oppompen van een fietsband, of de momenten van verveling.

De zoon uit de titel komt weliswaar veel minder aan bod dan de dochter, maar een goedbekkende titel is ook iets waard natuurlijk 🙂 . Ik had bijna vier sterren gegeven, maar jammer genoeg viel het einde wat tegen.

Jane Austen, The history of England

The history of England (Jane Austen)

Een hele tijd geleden downloadde ik alle boeken van Jane Austen op een aan haar opgedragen website, maar het is pas nu – nu ik een e-reader heb – dat ik effectief begonnen ben ze te lezen. Starten deed ik met het kortste boekje van allemaal, deze amper 22 pagina’s tellende geschiedenis van Engeland. Ik wist al van Northanger Abbey dat Jane Austen een grappige madam was, maar dit boekje topt dat helemaal. Het start al bij de coverpagina waar ze zichzelf als partial, prejudiced and ignorant historian omschrijft.

I suppose you know all about the Wars between him and the Duke of York who was of the right side; if you do not, you had better read some other History, for I shall not be very diffuse in this, meaning by it only to vent my spleen against, and shew my Hatred to all those people whose parties or principles do not suit with mine, and not to give information.

Meerdere Engelse royals krijgen een serieuze veeg uit de pan – zo is Elizabeth wicked – of worden goedgekeurd op basis van de meest absurde redenen – zo beschouwt ze Richard III als respectable, enkel en alleen omdat hij een York is. Al bij al een boekje dat je uiteraard niet moet lezen om effectief iets bij te leren, wel als je een korte, maar humoristische geschiedenis van Engeland wilt lezen. Of wanneer je je wilt verbazen over wat een vijftienjarige al kan schrijven 🙂

Bron afbeeldingen: Goodreads

De boeken van juni 2018

Hoewel onbedoeld, lijkt 2018 wel het jaar van de non-fictie te gaan worden nu ongeveer de helft van wat ik dit jaar al las uit die categorie bestaat. Van de zes boeken die ik in juni las, waren er amper twee echte fictie:

Joëlla Opraus en Nathalie van Wingerden, De financiële detox

De financiële detox (Joëlla Opraus en Nathalie van Wingerden)

Eerlijk is eerlijk: ik ben nooit heel erg geïnteresseerd geweest in financiën. Toen ik vorig jaar echter een eigen appartement wilde huren en dus een veel grotere uitgavenlast zou hebben, besloot ik alles bij te houden in een budgetprogramma. Het voelt nog steeds als een half mirakel, maar een dik half jaar later, vind ik het niet alleen nog steeds heel plezant om met die cijfertjes bezig te zijn, maar zorgt het ook voor een overzicht en rust die ik tevoren nooit had. Niet dat ik toen geldstress had, maar eigenlijk deed ik maar wat…

Het merendeel van de beschreven tips uit dit boek pas ik ondertussen dan ook al toe (exact weten wat er binnenkomt en uitgaat, welke administratie wel/niet bewaren bijvoorbeeld), zodat ik de “detox” van zes weken grotendeels kon overslaan. Andere tips waren dan weer handig om meer inzicht in mijn eigen geldgedrag te krijgen.

Welke overtuigingen heb jij jezelf aangemeten als het om geld gaat? Ofwel aan welke verwachtingen vind jij zelf dat je financieel gezien moet voldoen?

Met andere tips was ik het niet eens, bijvoorbeeld dat het voldoende is om je budget drie maanden bij te houden. Zo zou ik voor minstens een jaar gaan, want elk seizoen brengt bepaalde specifieke kosten met zich mee (de zomervakantie bij gezinnen met kinderen, kosten voor lidmaatschappen die vaak allemaal in het begin van het jaar komen…).
Het hoofdstuk “praten over geld” gaf wat nieuwe inzichten, al is het maar omdat dat tussen J. en mij achteraf bekeken best wel een probleem was (hallo schuldgevoel omdat je werkloos bent en niets binnenbrengt).

Bespreek ook met je partner hoe jullie het financieel willen regelen, mocht er ooit iets gebeuren. Dat kan bijvoorbeeld zijn wanneer jullie besluiten om niet meer met elkaar verder te gaan, of wanneer een van jullie komt te overlijden. Juist omdat je van elkaar houdt, is het goed om daarover na te denken. Je wilt toch het beste voor je partner.

Wel vond ik het heel jammer dat je op de website van de auteurs verplicht wordt om je e-mailadres te geven om de – nochtans interessant lijkende – test over je geldtype te doen. Al bij al een meestal leuk (op het bij momenten overdreven “hippe” taalgebruik na, met vroegâh als irritant hoogtepunt), vlot geschreven én informatief boek. Gezien mijn relatie met het thema is dat al een prestatie op zich 😉

Huub Buijssen, Als een dierbare depressief is

Als een dierbare depressief is (Huub Buijssen)

Op zich is dit boek beter geschikt voor mensen in mijn omgeving, maar vooraleer het aan te raden, wilde ik het toch eerst zelf eens lezen.

Het is belangrijk dat je contact houdt. Ook als het contact met je depressieve familielid voor je gevoel veel stroever verloopt dan anders en óók als je naaste er geen blijk van geeft dat hij het contact waardeert. Houd ook contact als je daartoe steeds zelf het initiatief moet nemen. Tijdens een depressie gelden even andere wetten: je familielid kan het niet helpen dat hij opgesloten zit in zichzelf en zelf nauwelijks in staat is tot het nemen van initiatieven. Het is niet een kwestie van ‘niet willen’, maar van ‘niet kunnen’.

Huub Buijssen geeft in dit boek uitleg over hoe iemand met depressie zich voelt – beschrijvingen waar ik mij regelmatig in kon vinden – en biedt handvatten voor de naasten, zodat zij kunnen helpen zonder zichzelf compleet weg te cijferen.

Vaak zijn je emoties verbonden met je depressieve familielid. Je kunt ze dan ook het best met hem bespreken. Sommige mensen laten dit achterwege omdat ze het idee hebben dat ze hiermee hun naaste belasten of omdat ze denken dat hij het toch niet begrijpt. Deze angsten zijn vaak ongegrond. Vaak is het bespreken van je gevoelens wel degelijk mogelijk en is het familielid in staat echt te luisteren. Het kan een opening zijn naar meer wederzijds begrip en toenadering.

Hoewel de tips soms voor de hand liggen, maken ze wel de essentie uit van wat nodig is om zelf niet te verdrinken terwijl je iemand anders aan land probeert te krijgen. Zo is het bijvoorbeeld heel belangrijk dat je, ondanks dat je kan helpen, niet de rol van een dokter of therapeut opneemt. Dat ben je namelijk niet en je mag een relatie niet laten verworden tot die van hulpbehoevende en zorgverlener.

‘Ik wil niet dat je me helpt. Ik wil dat je bij me bent. […] Ik heb geen inwonende therapeut nodig. Ik heb behoefte aan een echtgenoot. […] Als ik je vertel hoe rot ik me voel, wil ik niet samen met jou mijn medicijnen nagaan, ik wil geen antwoord hoeven geven op jouw vragen, ik wil niet proberen het allemaal onder woorden te brengen. Ik wil niet luisteren naar peppraatjes, of naar een hele reeks adviezen. […] Je hoeft me alleen maar vast te houden. Bij me komen zitten. Je arm om me heen slaan. Luisteren terwijl ik mijn best doe je te vertellen hoe het voelt, zonder dat jij het nodig vindt alles in een logisch klinisch commentaar samen te vatten. Ik verwacht niet van je dat je me beter maakt. Ik weet dat je dat niet kunt. Maar ik denk dat jij het idee hebt dat je, als je je maar genoeg inspant, me wel beter kunt maken.’

Voltaire, Candide

Candide (Voltaire)

Dit boekje stond al een hele tijd ongelezen in mijn kast, maar dankzij de Verbeelding boekenclub toog ik eindelijk aan het lezen in dit boek, waarin Voltaire zijn zeer satirisch antwoord op de zogenaamde these van Leibniz geeft. Deze Duitse filosoof opperde namelijk het optimistische idee dat de huidige wereld de beste van alle mogelijke werelden is (ah ja, als het beter kon, dan had God dat toch wel gedaan zekers…). De naïeve hoofdpersoon Candide groeit op in een kasteel en gelooft zijn leermeester – en sterk aanhanger van Leibniz – blindelings. Tot hij in de echte wereld terechtkomt, een wereld met oorlogen, onderdrukking en slavernij, lelijkheid en onrecht.

Ceux qui ont avancé que tout est bien ont dit une sottise: il fallait dire que tout est au mieux.

Ondanks de ouderdom, was dit boek bij momenten best wel grappig, al was ik blij met de broodnodige historische context in de voetnoten; bepaalde “actualiteiten” uit het boek waren mij immers totaal onbekend. Dat waren overigens de enige momenten waarop ik besefte dat het boek wel degelijk ouder is dan het tijdens het lezen aanvoelde; voor de rest leest het namelijk ongelooflijk vlot. Ik denk niet dat ik het nog opnieuw ga lezen, daarvoor was het niet goed genoeg, maar ik ben wel blij dat ik het eindelijk gelezen heb.

Waris Dirie, Mijn woestijn

Mijn woestijn (Waris Dirie)

Ik las dit boek voor het eerst in het laatste jaar van het middelbaar en het maakte toen een grote indruk op mij. Dertien jaar later vond ik het boek minder aangrijpend dan toen, hoewel het deel over Waris Diries leven als nomade in Somalië en haar besnijdenis absoluut de moeite waard is. Onderstaand citaat is niet voor gevoelige zielen, maar toont perfect aan waarom dit “ritueel” pure verminking is.

Toen voelde ik dat mijn vlees werd weggesneden, mijn geslacht. Ik hoorde het geluid van het botte mesje dat heen en weer zaagde door mijn huid. Wanneer ik eraan terugdenk, kan ik me echt niet voorstellen dat dit met mij is gebeurd. Ik heb het gevoel alsof ik het over iemand anders heb. Op geen enkele manier kan ik uitleggen hoe dit voelt.

Na het eerste deel over haar “woestijnleven” volgde een iets te lang uitgesponnen middendeel over haar leven als model. Het laatste deel over haar werk als UN-ambassadrice had dan weer veel uitgebreider gemogen. De – dan weer vrij monotone, dan weer kinderlijke – schrijfstijl sprak mij minder aan, maar dat neemt niet weg dat het de moeite waard is om dit boek te lezen. Omdat de inhoud te belangrijk is. Omdat het vreselijk is dat ook vandaag nog zovele meisjes sterven of voor het leven verminkt worden bij een ritueel dat, ja, waarvoor dient? Het is gruwelijk om te lezen, maar het is nog veel gruwelijker dat het nog steeds gebeurt.

Waris Dirie, Onze verborgen tranen

Onze verborgen tranen (Waris Dirie)

Meteen na Mijn woestijn las ik dit theoretischer vervolg. In Onze verborgen tranen vertelt Dirie niet zozeer haar eigen verhaal, als wel dat van de meisjes die in Europa leven, maar toch besneden worden: in Europa door een professionele arts of een overgevlogen midgaan, op vakantie in Afrika… De cijfers – ondertussen weliswaar meer dan tien jaar oud – zijn schokkend en ook vandaag nog lopen volgens het Europees Instituut voor Gendergelijkheid 180 000 vrouwen en meisjes in de EU het risico besneden te worden! Hoewel de situatie langzaam verbetert, wordt op de website van UNICEF duidelijk dat er nog veel werk aan de winkel is, in Europa, maar ook in de landen waar de praktijk zijn oorsprong vindt: werden in 1985 51% van de meisjes besneden, dan was dat in 2016 nog 37%. Beter, ja, maar nog bijlange niet genoeg!

Dirie gaat in op de redenen – religieus en cultureel – voor FGM (female genital mutilation), onderzoekt wie de slachtoffers en de daders zijn en wat soort wetgeving er in de verschillende Europese landen bestaat.

Oorspronkelijk was het een overgangsritueel dat de volwassenheid inluidde en feestelijk werd gevierd (net als bij de besnijdenis van mannen). De gedachte erachter is in veel gebieden verloren gegaan, maar de ingreep op zich wordt nog wel uitgevoerd. FGM is in deze culturen voorwaarde voor een huwelijk; niet-besneden vrouwen worden beschouwd als onrein en als hoeren en worden niet opgenomen in de gemeenschap. Als redenen noemt men: de kuisheid van de vrouw, de zekerheid dat ze maagd blijft tot aan het huwelijk, hygiëne, esthetiek, gezondheid. In veel landen denkt men dat onbesneden vrouwen geen kinderen kunnen baren en dat het contact met de clitoris voor de pasgeborene dodelijk is.

Hoewel ik het straf blijf vinden dat ze haar verhaal naar buiten gebracht heeft en zo duizenden meisjes een stem gegeven heeft, in dit boek vond ik haar stem jammer genoeg vaak eerder storen dan bijdragen. Zo is haar houding bij momenten zeer inconsequent: eerst heeft FGM niets met de Islam te maken, dan weer wel; Nederland is zowel een voorbeeld van een gelukte als een mislukte multiculturele samenleving… Jammer, want voor de rest is dit boek heel informatief.

Dimitri Verhulst, Spoo Pee Doo

Spoo Pee Doo (Dimitri Verhulst)

Net zoals Godverdomse dagen op een godverdomse bol is Spoo Pee Doo een lange, razende tirade: dit keer niet rechtstreeks tegen de wereld, wel als de marginale en sarcastische visie van een dronkaard. Een “typische” Verhulst dus, wat ik graag lees. Alleen klopte wat ik las niet met wat de flaptekst aankondigde: daar lijkt het boek immers te gaan “over de botsing tussen godsdienstfanatisme en vrijheden, van wat dan ook”.

Een expert ben je nooit geweest, volgens een Zweedse sociaal psycholoog, zijn naam ontsnapt je even, moet een mens tienduizend uren ervaring hebben in iets alvorens hij zich expert mag noemen. De helft van de Zweedse mannelijke bevolking heet Anders Ericsson, de andere helft heet Eric Andersson, laat ons gokken dat de bedenker van de tienduizendurentheorie Anders heet, voor zover het allemaal belang heeft, want onnozel is die theorie natuurlijk wel. Wat je wou zeggen: tienduizend uren heb jij waarschijnlijk nog niet bij elkaar geschaakt, en het zal nog maar moeten blijken of jij jezelf überhaupt in iets expert mag noemen. Tienduizend uren roken, tienduizend uren koffiedrinken, tienduizend uren dromerig door het raam staren, de drie zijn perfect te combineren. Tienduizend uren schrijven en daar ontevreden over zijn. Tweehonderdtachtigduizend en enige uren als wees op de wereld.

Ik had het verhaal uiteindelijk sterker gevonden zonder de aanslag, als een pure dronkemansnacht met alle meer en minder zin makende overdenkingen die er bij horen… Nu voldeed het niet helemaal aan mijn (te) hoge verwachtingen. Gelukkig bleek dat enkel te gelden voor het boek en niet voor mijn nieuwe e-reader, die met dit boek gedoopt werd 😉

Bron afbeeldingen: Goodreads

Verbeelding book challenge 2018 – Tweede kwartaal

We zijn halfweg het jaar; tijd dus om eens te kijken hoe het staat met de Verbeelding book challenge:

Verbeelding book challenge (Verbeelding)
Bron: verbeelding.org

2. Een boek met een plaatsnaam in de titel
Hergé, De avonturen van Kuifje, Bundel 2: Kuifje in Amerika / De sigaren van de farao / De blauwe lotus
Amerika is een plaatsnaam, dus voilà 🙂

6. Een boek dat op de Rory Gilmore boekenlijst staat
Voltaire, Candide
Ondanks dat ik vroeger al wel eens naar Gilmore Girls had gekeken, had ik eerlijk gezegd geen idee wat voor boeken er op die boekenlijst zouden te vinden zijn. Het bleek niet alleen een aangename verrassing, maar ook een goede aanleiding om deze Franse klassieker eindelijk eens te lezen.

9. Een boek waarin de dood centraal staat
Natsume Sōseki, Kokoro
De dood speelt op meerdere manieren een rol in dit boek: enerzijds is er de dood van de keizer die een nieuwe periode inluidt, anderzijds de dood van een personage die een schaduw werpt op het leven van een ander.

13. Een boek met minstens 10 uitgaves/herdrukken
Francine Jay, Gelukkig met minder
Een snelle zoektocht online leerde mij dat dit boek in minstens 12 verschillende talen is uitgegeven, voldoende dus om mee te tellen voor dit puntje.

15. Een boek met een alliteratie in de titel
Richard Sennett, The culture of the new capitalism
Op voorhand ging ik er vanuit dat een of andere Suske en Wiske dit puntje wel zou opvullen, maar uiteindelijk ging Sennett met culture en capitalism met de eer lopen. Al zou het misschien nog beter geweest zijn, had hij gekozen voor current of contemporary capitalism i.p.v. new 😉

25. Een tweedehands boek
Waris Dirie, Mijn Woestijn
Toen ik dit boek had uitgelezen en snel de lijst van de Verbeelding book challenge scande, dacht ik eerst dat het bij geen enkel puntje zou passen. Tot ik mij plots herinnerde dat ik mijn exemplaar niet nieuw kocht, maar 12 jaar geleden kreeg van mijn grootmoeder die het eerst las.

29. Een boek dat je volledig buitenshuis leest
Bettie Elias, Een vluchtige zoen
Ahum ja, met 48 pagina’s was het niet bepaald een prestatie om dit boek volledig buitenshuis (ofte: bij mijn ouders) te lezen, maar kijk, het was het eerste dat voldeed aan dit puntje 🙂

30. Een boek dat drie van de bovenstaande items combineert
Philippe Claudel, Les Âmes grises (puntjes 9, 12 en 13)
Met Wereldoorlog I op de achtergrond en de moord op een meisje op de voorgrond, staat de dood zeker centraal in dit boek (puntje 9); bovendien schreef Claudel alleen al in de categorie “romans” meer dan 10 boeken – en daarnaast nog kort- en kinderverhalen en toneel – (puntje 12), en werd dit boek in minstens 15 talen vertaald (puntje 13).

Zonder speciaal op deze challenge te letten, heb ik een mooie 18 puntjes kunnen afstrepen (het volledige overzicht vinden jullie hier, aangezien ik in deze post enkel ingegaan ben op de nieuwe boeken van het afgelopen kwartaal). De onderstaande, nog te lezen, puntjes zullen ongetwijfeld, zoals de vorige jaren, deels op dezelfde manier in orde komen en deels een effectieve inspanning vragen 🙂 . Tips zijn steeds welkom, want ook al heb ik nog een lange leeslijst, extra leesinspiratie is altijd super!

1. Een boek met een dier in de titel
4. Een boek van een auteur die helaas het afgelopen decennium gestorven is
8. Een boek dat begint met “Er was eens”
10. Een boek van een auteur met dezelfde initialen als jou
16. Een boek geschreven door een zoon/dochter van een andere auteur
19. Een boek waarin tijdreizen voorkomt
20. Een boek dat zich in de ruimte afspeelt
22. Een boek waarin de zee een belangrijke rol speelt
23. Een boek over een alleenstaande ouder
24. Een boek dat zich afspeelt in China
27. Een boek waarin een gevangenis voorkomt

De boeken van mei 2018

Mei werd een bibliotheekboekenmaand met drie boeken die ik uit / via de Zentralbibliothek Zürich leende en twee boeken uit de bibliotheek van Haaltert. Ik was immers het weekend voor en na de steenkapcursus in België en kon er dus van profiteren om nog eens mijn slag te slaan in een Nederlandstalige bib 😉

Richard Sennett, The Culture of the New Capitalism

The Culture of the New Capitalism (Joëlla Opraus en Nathalie van Wingerden)

Het was mijn psy die mij dit boek aanraadde, aangezien werk regelmatig een rol speelt in onze gesprekken (boehoe voor een systeem waarbij je elk kwartier moet opschrijven wat je gedaan hebt, zeker voor een perfectionist als ik…). Socioloog Richard Sennett beschrijft in dit boek de evolutie van het kapitalisme, van de industriële naar de globale vorm: waar een werknemer vroeger vooral beoordeeld werd op resultaten en vakmanschap telt nu in de eerste plaats iemands potentieel (ofte: je moet je blijven bewijzen). Ook wisselen mensen vandaag veel vaker van job, terwijl het vroeger veel evidenter was een hele carrière binnen een en hetzelfde bedrijf te blijven. Niet elke mens kan echter even goed om met de onstabiliteit die dat met zich meebrengt.

Judgments about potential ability are much more personal in character than judgements of achievement. An achievement compounds social and economic circumstances, fortune and chance, with self. Potential ability focuses only on the self. The statement “wou lack potential” is much more devastating than “you messed up”. It makes a more fundamental claim about who you are.

Daarnaast vond ik ook het hoofdstuk over de “mogelijkheid” van aankopen heel interessant, waarbij Sennett meent dat we dingen vaak kopen omwille van de mogelijkheden die ze in zich dragen.

Potency is something we can buy […]. A commonplace in the electronics industry is that ordinary consumers buy equipment whose capabilities they will never use: memory hard-drives which can store four hundred books, though most people will store at best a few hundred pages of letters, or software programs which sit unopened on the computer. The behavior of these punters parallels that of buyers of super-fast sports cars who mostly crawl in bumper-to-bumper traffic, or of the owners of the infamous SUV machines meant for desert navigation used mostly to shepherd children to and from school. These are al consumers of potency. 

Ondanks dat ik bij een paar stukken in het boek maar moeilijk mijn aandacht kon houden (wanneer de auteur branding en politiek vergelijkt bijvoorbeeld) en het door het academische taalgebruik niet altijd even vlot las, was het zeker interessant om te lezen.

Philippe Claudelt, Les Âmes grises

Les Âmes grises (Philippe Claudel)

Nadat ik in de afgelopen jaren van Philippe Claudel al La petite fille de monsieur Linh en Meuse l’oubli las, zorgde de Zürich book club voor mijn derde – en mooiste – leeservaring van deze auteur. Les âmes grises speelt zich af in een Noord-Frans dorpje in 1917, dat – omdat de fabriek in het dorp bemand moet blijven – op het eerste zicht weinig te lijden heeft onder de oorlog die zich nochtans vlakbij afspeelt. Het verhaal wordt daarentegen opgehangen aan de moord op een tienjarig meisje en de verteller begeleidt je als lezer doorheen de zoektocht naar de moordenaar, weliswaar zonder dat het boek een whodunit wordt.

On sait toujours ce que les autres sont pour nous, mais on ne sait jamais ce que nous sommes pour les autres.

Het is een aangrijpend boek over het verlies van liefde en van schoonheid, over de dood en hoe die de levenden achterlaat als minder dan ze ervoor waren, omdat een stukje van jezelf verdwijnt samen met degene die je verliest. De oorlog speelt op de achtergrond als een perfecte metafoor en maakt het in die zin toch een – atypisch, maar fantastisch – oorlogsverhaal. Of, zoals ik het op Goodreads kort verwoordde: “Ik ga naar Where the wild roses grow van Nick Cave luisteren nu… Ofwel komen daardoor de wachtende tranen naar buiten, ofwel verdwijnen ze, omdat een ander ze weent. Merci Claudel, om mij op de mooiste manier pijn te doen.”

Anuschka Rees, The Curated Closet

The Curated Closet (Anuschka Rees)

Een aantal jaar geleden ontdekte ik toevallig de blog van Anuschka Rees en aangezien ik er toen een aantal inspirerende teksten las over het verbeteren – en en passant ook minimaliseren – van je kleerkast, wilde ik haar boek ook wel lezen. Kleding is voor mij weliswaar een pak minder belangrijk dan het voor haar lijkt te zijn, maar dat neemt niet weg dat ze een verfrissende en interessante aanpak heeft: op zoek gaan naar je eigen stijl aan de hand van wat je mooi vindt en hoe je levensstijl er uit ziet i.p.v. je te baseren op lichaamstypes, de huidige mode of de hipste en duurste merken.

As a result, the online world is so saturated with ads and brand messages, it’s impossible to escape. And so most of us spend our days surrounded by pretty pictures of stuff and glamorous people talking about that stuff. Every day, we see fashion bloggers and Instagrammers buying more and more, without thinking about it too much. And even if at first we think, “What, you bought another pair of leopard heels?!” over time that constant exposure changes our own perception of what’s normal and we ourselves get used to buying more and more without thinking about it too much. Flash sales, two-for-one deals, and constantly changing collections teach us to make fast decisions. Being less selective becomes the new normal.

Haar proces is duidelijk gestructureerd (hoera voor lijstjes en boomdiagrammen 😉 ), maar wel zeer – om niet te zeggen te – uitgebreid. Hoewel er veel beelden in het boek staan, hadden dat er gerust nog meer mogen zijn: o.a. wanneer ze het heeft over “stevige, goede naden”, zou een detailfoto van een slechte en een goede naad meer hebben kunnen verduidelijken dan tekst dat kan. Ook het hoofdstuk “duurzaamheid” had nog uitgebreider gemogen, maar het is al goed dat het er überhaupt inzit (en wie haar hele filosofie volgt, zal sowieso al een duurzamere – want minder gevulde – kleerkast krijgen). Al bij al een inhoudelijk interessant boek, dat weliswaar vrij veel herhaalt van wat ook op haar blog te vinden is.

Pedro Brugada, Ons hart. Gebruiksaanwijzing en onderhoudsboekje

Ons hart (Pedro Brugada)

Nadat mijn grootmoeder vorig jaar een hartaanval kreeg, belandde dit boek van hartspecialist Brugada op haar tafel. Ik begon er toen in te lezen, maar kon het niet uitlezen. In de bib bleek het sindsdien, telkens ik in België was, uitgeleend of gereserveerd. Tot eind mei dus 🙂

Het volstaat niet om roestplekken te overschilderen en je kar in de was te zetten. Wat onder de motorkap zit, verdient veel meer aandacht. Want inderdaad, we bekommeren ons vooral om de uiterlijke tekenen van verval – we haten het dat we verrimpelen, levervlekken krijgen, uitzakken en kaal worden – en vergeten dat onze binnenkant net zo goed veroudert. Bottom line: mensen worden vanzelf ouder als hun niets overkomt, maar ze blijven niet vanzelf gezond.

De inleiding, die het levensverhaal van Brugada vertelt, was wat mij betreft niet echt nodig, maar was tegelijk ook niet storend. Daarna gaat hij in op de verschillende hartziektes in een hoofdstuk dat je bij momenten wat doet duizelen omdat er zo veel instaat – zowel veel informatie per ziekte als veel ziektes an sich. Verder in het boek gaat het over behandelmethodes en – nog belangrijker – preventie van hartziektes.

De natuur heeft ervoor gezorgd dat we honger krijgen en eten lekker vinden, zodat we zeker voldoende gemotiveerd zouden zijn om ons straalkacheltje brandend te houden. Iets lekker vinden is een vorm van genot, en genot heeft met emotie te maken. Daardoor is eten, zonder dat we het altijd beseffen, een emotioneel en psychologisch zwaarbeladen aangelegenheid. Geen wonder dat mensen met emotionele problemen als compensatie, straf of beloning vaak abnormaal gaan eten: ze krijgen vreetbuien, worden anorectisch of gaan aan de drank. Eten vult niet alleen de gaten in onze buik, maar ook die in onze hersenen.

Hoewel die tips in zekere zin vanzelfsprekend waren, confronteerden ze mij toch met een paar slechte gewoontes (hoezo, ik eet teveel suiker…). Een interessant, vlot geschreven boek – iets wat gezien het onderwerp niet evident is – en nuttig voor zowel gezonde mensen als hartlijders. Moest ik ooit met een hartziekte geconfronteerd worden, zie ik mij zeker teruggrijpen naar dit boek om het betreffende hoofdstuk nog eens te lezen (nu was het bij momenten zoveel info dat het moeilijk was om alles te onthouden 🙂 ).

[…] het belang van beweging en sport om ziekten te voorkomen, vroeg aan het licht te brengen – wie vooral in zijn luie stoel blijft zitten, merkt niet hoe hij langzaam aftakelt – en zelfs om ziekten te bestrijden, kan niet genoeg worden benadrukt. Als je nooit sport, dan kun je ook niet doodvallen tijdens het sporten, maar is het risico dat je sowieso vroegtijdig doodvalt ettelijke malen groter dan voor sporters.

Wim Oosterlinck, Ik wilde geen kinderen (en nu heb ik er twee)

Ik wilde geen kinderen (en nu heb ik er twee) (Wim Oosterlinck)

De mens achter “de radiopresentator Wim Oosterlinck” wilde blijkbaar eerst geen kinderen, maar heeft er nu toch twee. Voldoende om dit boek mee te nemen uit de bib, want – zoals wie hier al langer meeleest, waarschijnlijk wel weet – ook hier was de kindervraag niet makkelijk beantwoord. Jammer genoeg sluit het boek veel te weinig aan bij de titel, die, bij mij toch, de indruk wekt dat het gaat over twijfels over het ouderschap, over al dan niet kinderen willen… Blijkt dat hele vraagstuk in twee pagina’s beschreven te worden en neer te komen op “ik wilde eerst averechts doen en dus wilde ik geen kinderen en toen kreeg ik een vriendin en waren er vrienden met kinderen en wilde ik er wel”…
Dat neemt niet weg dat het best wel een grappig boek is, dat mij bij momenten deed denken aan de – weliswaar nog leukere – boekjes van Wouter Deprez. Wie echter op zoek is naar een boek over twijfels over ouderschap, laat dit best in de rekken staan 🙂

Bron afbeeldingen: Goodreads

De boeken van april 2018

Non-fictie, een stripverhaal, cadeau gekregen fictie, ver-van-mijn-bed fictie en een kinderboek. April was een fijne en vooral zeer gevarieerde leesmaand!

Francine Jay, Gelukkig met minder

Gelukkig met minder (Francine Jay)

Dit boek stond al een tijdje op mijn leeslijst, maar ik twijfelde lang over de aankoop: er is over minimalisme immers al zoveel te lezen online, dat ik niet zeker wist of het wel de moeite waard zou zijn om het boek in huis te halen. Lang leve onverwachte kortingen, waardoor het uiteindelijk toch in mijn handen belandde 😉

Hoewel ik een groot deel van wat Jay schrijft al wel wist – door het elders te lezen of door het zelf te ondervinden – was het leerrijk om op een overzichtelijke manier over minimalisme te kunnen lezen. Het basisidee is dat je enkel bijhoudt wat je plezier geeft of wat je gebruikt en daar kan ik mij helemaal in vinden. Want laten we wel wezen: hoewel ik niet blij word van mijn afwasproduct (tenzij misschien een heel klein beetje omdat het ecologisch is), heb ik het wél nodig. Bovendien was dit een van de eerste keren dat ik een hoofdstuk las over hoe leven met minder ook een goede impact heeft op het milieu. Dat is – naast rust in mijn hoofd – namelijk een van de grote redenen dat ik probeer minimalistisch(er) te leven (niet extreem, daarvoor hou ik van teveel verschillende sporten met elk hun eigen spullen, vrees ik…), maar het is een aspect dat vaak nog over het hoofd gezien word, vind ik. Het enige jammere aan het boek is dat Jay verschillende keren zaken herhaalt. Hoewel ik begrijp waarom (zo dringen ze nu eenmaal beter door), is dat toch een beetje ironisch voor een boek over “minder” 🙂

Hergé, De avonturen van Kuifje, Bundel #2: Kuifje in Amerika / De sigaren van de farao / De blauwe lotus en Bundel #3: Het gebroken oor / De zwarte rotsen / De scepter van Ottokar

De avonturen van Kuifje, Bundel #2 (Hergé)

In tegenstelling tot de eerste bundel, kreeg ik in deze verhalen (vooral dan De sigaren van de farao en De blauwe lotus) het gevoel dat Hergé vooral lacht met de blanken die zichzelf oh zo superieur vinden (en daardoor dit gedrag dus ook bekritiseert). Kuifje in Amerika bulkte weliswaar nog van de clichés; het is, samen met de Sovjets en Afrika vooral interessant als getuige van zijn tijd, maar minder leuk als strip op zich. De andere zijn best wel leuk om te lezen; ik hou als volwassene wel van wat meer diepgang en dat biedt Kuifje niet echt, maar het kindje in mij vindt zijn avonturen best wel spannend 🙂

Griet Op de Beeck, Gezien de feiten

Gezien de feiten ( Griet Op de Beeck)

Samen met het boek van Francine Jay kwam ook dit Boekenweekgeschenk in huis. Wie hier al langer leest, weet dat ik hou van de schrijfstijl van Griet Op de Beeck en dat was in dit boekje niet anders. Het was weliswaar veel te kort, maar bon ja, daar kan Griet zelf niet aan doen, Boekenweekgeschenken zijn nu eenmaal geen kloefers van boeken 🙂

Op de laatste pagina na (ach, was dat nu echt nodig?), vond ik dit opnieuw een sterk verhaal met herkenbare personages (oh, de dochter die maar niet los kan komen van haar eigen verdriet en daardoor geen ruimte laat voor dat van anderen). Een verhaal met een optimistische inslag, over hoe het nooit te laat hoeft te zijn om nog iets van het leven te maken.

Natsume Sōseki, Kokoro: de wegen van het hart

Kokoro (Natsume Sōseki)

Ik heb mij tijdens het lezen even afgevraagd of het verhaal ergens toe zou leiden (niet dat dat noodzakelijk hoeft), maar dat neemt niet weg dat het aangenaam lezen was over de relatie tussen de vertellende, maar anoniem blijvende hoofdpersoon en een oudere man, die hij aanspreekt met Sensei (ofte meester). Bovendien was het ook intrigerend om te lezen over het Japan van toen (het einde van het Meiji-keizerrijk) en de gebruiken en maatschappelijke structuren die er toen (nog) waren (de overduidelijke ondergeschiktheid van de vrouw, de zelfmoord voor eer…).
Uiteindelijk komt in het laatste hoofdstuk toch alles samen en blijkt dit een mooi boekje over waarom mensen zich afkeren van anderen, over schuldgevoel en hoe dat een mens kan verteren, over waarom het donker kan worden in iemands hoofd en dood soms gekozen wordt boven leven, over mensen en de (verschillende) waardes die ze aan relaties toekennen…
Ik heb nog maar weinig ervaring met Japanse schrijvers (één boek van Murakami en nu dit van Soseki), maar hun stijl ligt mij wel. Mooi, kabbelend, zacht en tegelijk vol inzichten.

Bettie Elias, Een vluchtige zoen

Een vluchtige zoen (Bettie Elias)

Dit kinderverhaaltje over alleen of samen zijn, over vriendschap en ruzies haalde ik nog eens uit de kast bij mijn ouders. Als kind las ik het heel graag, als volwassene was het logischerwijs iets te simpel, maar wel fijn om nog eens opnieuw te lezen. Niet meer, maar ook niet minder dan dat.

Bron afbeeldingen: Goodreads