Fair wear Friday (7)

Jullie weten ondertussen al dat ik al eens een schop onder mijn gat kan gebruiken om voor i.p.v. achter de camera te kruipen, maar wanneer Earth Day op een vrijdag valt en het dan ook nog eens Fashion Revolution Week is (waar ze hier in Zürich volop aan mee doen, hoera ende joepie), dan is dat meer dan voldoende schop. Tijd voor de ondertussen toch al zevende editie van Fair wear Friday op deze blog (en nog lang niet uitverteld, nope nope). Voor wie het nog niet wist: met dank aan gangmakers Ma vie en vert, Villa Lisa en Juffrouw Sanseveria!

Logo Fair wear Friday

Kwestie van het mijzelf iets makkelijker te maken op gebied van poseren, besloot ik naar een van de speeltuinen hier in de buurt te gaan. Net nadat de zon grotendeels achter de heuvel verdween weliswaar, want het kind uithangen voor het oog van de camera (die ik dan nog zelf instel ook) is één ding, dat doen onder het oog van andere spelende kindjes, dat is toch nog net iets teveel gevraagd 😉 . Publiek had ik desondanks, van de zeer nieuwsgierige, maar gelukkig ook zeer stille en niet veroordelende soort:

FWF 7 (Le petit requin)

Mijn outfit bestaat dit keer uit:

FWF 7 (Le petit requin)

  • Trui: laten we maar meteen beginnen met het kneusje van de groep, toch op gebied van fair en ecologisch gehalte. Op de schaal van “graag gedragen” scoort het wél heel hoog; in die mate dat dit truitje er ongeveer in zijn eentje verantwoordelijk voor is dat ik wil leren naaien. Er gaat immers ooit (maar laat het nog lang zijn aub!) een dag komen dat het versleten zal zijn en tegen dan hoop ik een even comfortabel, zacht en mooi exemplaar (het detail op de rug!) te kunnen maken.

FWF 7 (Le petit requin)

  • Jeans: hetzelfde model van Kuyichi als mijn eerste faire exemplaar, maar dan een donkerdere kleur. Het zijn de enige twee jeansbroeken die ik heb (en met uitbreiding eigenlijk de enige twee broeken momenteel), dus ze worden niet alleen graag, maar ook veel gedragen.
    Ellen sprak een tijdje geleden over de negatieve aspecten van jeans en daarom heb ik Kuyichi onlangs een mailtje gestuurd om te vragen hoe hun verfprocédé verloopt. Op hun website vind je bij het ene bedrijf dat voor dat deel van het maakproces verantwoordelijk is, namelijk geen specifieke uitleg over het productieproces, bij het andere staat dat ze voldoen aan de Oeko-Tex 100 test (= test op aanwezigheid van o.a. voor mens en milieu schadelijke chemicaliën). Klinkt niet slecht – toch voor dat ene bedrijf -, dus ik geef ze het voordeel van de twijfel tot ik een reactie krijg. Gisteren kreeg ik trouwens van iemand die een textielopleiding gevolgd heeft, te horen dat een jeans zoals de mijne (één kleur, geen washed jeans) maar één verfbad zou nodig hebben. Nog altijd niet ideaal, maar wel al beter dan meerdere verfbaden. Even afwachten dus of hun antwoord positief is én dat ze terug lid worden van de Fair wear Foundation. Ik ontdekte immers net dat ze in januari dit jaar hun lidmaatschap kwijtgeraakt zijn / opgezegd hebben. Anderzijds zijn ze natuurlijk wel nog steeds GOTS-gecertificeerd, dus ze doen het nog steeds goed. Maar ja, als het ooit “heel goed” was, dan is het natuurlijk jammer als het “gewoon goed” wordt. Ik duim dus even hard, want ik heb er een zwarte broek op het oog en laat zo’n item nu al een tijdje op mijn verlanglijstje staan 😉 .

FWF 7 (Le petit requin)

  • Schoenen: van Esprit! Klinkt misschien niet meteen super, maar het zijn er van de veganistische “Peta approved” collectie (of zoals ze op de website zo mooi zeggen: door Peta als vegaan erkend, hihi). Heel comfortabel en makkelijk schoon te maken, waarbij ik dat laatste sneller dan verwacht leerde toen bovenstaande jeans niet enkel mijn benen, maar ook mijn schoenen bleek gekleurd te hebben. Neemt niet weg dat ik mij na het initiële “jeeej, veganistische schoenen”-enthousiasme wel al heb afgevraagd of ze eigenlijk voor de rest wel eco of fair zijn. Want vegan is in zekere zin wel eco, omdat er geen dieren voor moeten gekweekt worden en sterven, maar eigenlijk heb ik geen idee van de “goedheid” van de materialen waarmee dan wel gewerkt is. Nu ja bon, kleine stapjes met een keer en een vegan label is al een pak beter dan helemaal niets, denk ik dan maar.

FWF 7 (Le petit requin)

  • Kousen: aangezien sokken stoppen ook hier geen doorgegeven familietrekje is en mijn oude “slechte” kousen langzaam maar zeker gaten beginnen vertonen, ben ik op zoek gegaan naar een beter alternatief. Dat vond ik onder meer bij het Duitse merk Minga Berlin, die een mooi aanbod hebben: effen of met een motiefje, pastelkleuren, gewoon zwart of felgekleurd… En – niet onbelangrijk 😉 – ze hebben o.a. het GOTS-certificaat en de verpakking gebeurt klimaatneutraal. In alle opzichten schone kousen dus!

FWF 7 (Le petit requin)

  • Juwelen: een gebied waar ik eerlijk gezegd nog (te) weinig aandacht aan besteed, maar met deze horloge en oorbellen is toch al een eerste stap gezet. Wat de oorbellen betreft: die bracht mijn grootmoeder mee uit Patagonië en werden daar lokaal gemaakt. De horloge is dan weer van het Duitse merk Kerbholz, dat weliswaar (nog) geen certificaten heeft, al lees ik op hun website wel dat ze daar mee bezig zijn. Maar de combinatie van hout als basismateriaal en het feit dat bij elke gekochte horloge een bedrag gestort wordt voor bosaanplanting, is toch al een dikke hoera waard. Dat ik ze kreeg van mijn broer, zijn vriendin en Johan doet daar nog een hoop hartjes bovenop!

FWF 7 (Le petit requin)

Rapport

Punten gaan naar:

  • kleding van eco/fairtrade merken
  • kleding uit tweedehands winkels of tweedehands gekregen van iemand
  • kleding die zelfgemaakt is

En dat geeft dan voor deze outfit (accessoires niet meegeteld, want dat doe ik nooit):

  • Trui: 0/1
  • Broek: 1/1
  • Schoenen: 1/1
  • Kousen: 1/1

Totaal: 3/4

Ofte 75% en dat is toch al best wel goed, vind ik! Voldoende alleszins om morgen te dragen bij het afsluitende event van de Fashion Revolution Week (denk: fair fashion market, walk-in closet ofte kledingruil, The true cost ein-de-lijk eens bekijken…).
En om nadien nog eens mee naar de speeltuin te gaan, want behalve mooi zit het vooral ook super comfortabel 😉

FWF 7 (Le petit requin)

Dagen zonder vlees, verpakkingen en afval: het einde

De Dagen zonder vlees eindigden zaterdag en dus is het – na de stand van zaken halfweg – tijd voor een laatste update van zowel de basis- als de extra uitdagingen.

Dagen zonder… vlees

Sinds de update mocht ik alle bolletjes groen inkleuren, wat het totaal op 45 van de 46 dagen vegetarisch brengt. Beter dus dan vorig jaar toen ik 5x “zondigde”, al moet ik toegeven dat ik stiekem toch wel even gevloekt heb ik dat ik die vrienden in februari niet tóch gevraagd heb om vegetarisch te koken. Allemaal groene bolletjes zou er nog net iets mooier uitgezien hebben, niet? 😉

Dagen zonder vlees eindstand (Le petit requin)

Om dat “goed” te maken ga ik in maart wel voor een volledig groene maand, want die amper vijf resterende dagen vond ik zo weinig dat ik gerust nog wel eventjes vlees en vis aan de kant wilde laten staan. En daarna: goh, waarschijnlijk wordt het terug zoals het was. Misschien dat mijn percentage vegetarisch nog een beetje zal stijgen, misschien ook niet en dan is dat ook niet erg, want 60-70% is best wel ok.

Dagen zonder… uit-het-seizoen-groenten

Meer seizoensgroenten (Dagen zonder vlees)

We deden in het tweede deel een extra effort en hoewel het zeker nog beter kan, aten we wel meer dan de helft van de tijd enkel seizoensgroenten (of een beperkt aantal tropische groenten).
Tegen het einde van de maand had ik zelfs een aanval van “oh nee, ’t is de laatste maand dat we spruitjes kunnen eten, en pompoen, en radicchio en schorseneren en dat is allemaal zo lekker en nu mag ik dat maanden niet eten, boehoehoe”. Ook in de winter is het dus écht niet zo erg om seizoensgroenten te eten 😉 Al heb ik natuurlijk wel makkelijk spreken, aangezien ik mij nog regelmatig bezondig aan groenten die totaal niet in het seizoen zijn en daardoor de echte seizoensgroenten natuurlijk minder snel beu word…

In alle geval: ook seizoensgericht koken leverde hier veel lekkere gerechten op, dus we gaan proberen om er te blijven op letten. Het zal sowieso een proces met vallen en opstaan worden, maar net zoals meer vegetarisch eten in het begin wat aandacht vroeg, maar nu een automatisme is, hoop ik dat ook dit zo wordt.

Mosterdworteltjes met couscous en linzen (Julienne)

Dagen zonder… voedselverspilling

Minder voedselverspilling (Dagen zonder vlees)

Hier moet ik niet veel woorden aan vuil maken: dit ging in het eerste deel goed en in het tweede deel ook. Wat wel nog beter kan – maar niet het doel van deze uitdaging was -, is soms wat creatiever omgaan met “echt” groenteafval: zo kan je van aardappel- of appelschillen bijvoorbeeld chips maken of kan je bouillon trekken van groenteschillen. Op zo’n dingen letten wij momenteel niet en dat kan dus wel beter. Maar bon ja, ’t is soms een beetje kiezen: nog meer invriezen (want laten we wel wezen: dat altijd onmiddellijk verwerken is niet realistisch) zou een grotere diepvries betekenen en dus een groter energieverbruik. Momenteel hebben wij een kleine diepvries met drie lades en dat is heel bewust: die verbruikt uiteraard wel elektriciteit, maar minder dan de grotere modellen en is tegelijk groot genoeg om voldoende in te kunnen bewaren voor twee mensen, maar ook weer niet zo groot dat we vergeten wat er eigenlijk allemaal inzit. Maar heel veel speling om dingen als schillen e.d. ook te gaan invriezen hebben we dus niet. Een aandachtspuntje, maar geen waar ik heel fanatiek op ga letten. Zou er ergens een studie bestaan die het energieverbruik dat gepaard gaat met GFT-afval (zijnde verwerking, vervoer naar compostbedrijf en landbouwbedrijven) onderzoekt, zodat ik dat kan vergelijken met het energieverbruik van een grotere of kleinere diepvries? 😉

Dagen zonder… verpakkingen

Minder verpakkingen (Dagen zonder vlees)

Ik vrees dat dit nog steeds even slecht gaat als bij de vorige update. En waar ik hierboven eigenlijk nog half lachend naar een onderzoek vroeg, zou ik wel écht heel graag weten wat de meeste impact heeft op het milieu: verpakte biologische groenten of onverpakte niet-biologische groenten? Nu voelt het namelijk als kiezen tussen de pest of de cholera: ofwel kies ik voor producten die behandeld zijn met pesticiden (ofte: niet goed voor het milieu) ofwel kies ik voor producten die verpakt zijn in plastic (ofte: niet goed voor het milieu). Aaaaargh!

De losse groenten blijf ik zoals steeds verzamelen in eigen zakken: de stickertjes kleef ik samen op mijn boodschappenlijstje of een verloren papiertje in mijn handtas. Vroeger ging ik dan altijd naar de selfscan, omdat ik niet goed wist of ze dat aan de kassa wel zouden appreciëren, maar ondertussen zette ik mij daarover en – zo blijkt – bijna iedereen reageert daar positief op. En in feite: voor hen is het ook gewoon makkelijker, want i.p.v. tig zakjes te moeten scannen, geef ik hen gewoon een papiertje waar alles verzameld staat. Win win dus: minder gesleur voor de kassamedewerk(st)er, minder verpakking voor mij (al ga ik nog altijd af en toe naar de selfscan hoor, want zelf kassaatje spelen is gewoon tof 😉 ).

En voor wie daar ook aan twijfelt, maar bijvoorbeeld in de Colruyt winkelt: in zo’n winkel verzamel ik ook alles in een zak en zet gewoon zelf alles in de weegschaal; ik heb nog niemand aan de kassa horen klagen dat ze niet zelf de zakjes in en uit de weegschaal mochten halen 😉

Le petit requin

Een bezoekje aan wat online een tweede verpakkingsvrije winkel leek te zijn, draaide uit op een teleurstelling: het bleek namelijk een gewone biowinkel, waar niet in bulk verkocht wordt. Gelukkig lag degene die ik een paar weken ervoor ontdekte niet veraf, dus trok ik met mijn bokalen naar daar en keerde toch met twee soorten linzen, kikkererwten, hazelnoten, amandelen en havermout terug. Ik vroeg hen ook eens waarom ze geen volkoren pasta aanbieden (die eten wij namelijk liever, maar vinden we dus enkel verpakt) en toen kreeg ik het nogal bizarre antwoord “ah ja, dat is eigenlijk een goed idee. We hebben daar gewoon nog niet aan gedacht”. Met een beetje geluk komt daar dus nog verandering in 😉 Maar ook indien niet, kunnen we alleszins al de meeste granen (ze hebben er ook couscous, quinoa, rijst…) en bijvoorbeeld ook koffiebonen verpakkingsvrij kopen. Aangezien we dat tot voor deze Dagen zonder Vlees allemaal verpakt kochten, is dat toch al een grote stap vooruit.

Bachsermärt Zürich (Le petit requin)

Conclusie

Los van alle “inspanning” op gebied van eten vind ik het vooral frappant hoe weinig autokilometers dat eigenlijk maar uitspaart. Of dus vooral: hoe vervuilend zo’n auto uiteindelijk toch nog is. Niet dat ik dat niet wist natuurlijk, maar dat 45 vegetarische dagen ons nog niet eens 1x op en af naar België laten rijden (700km enkel), dat is toch wel even slikken. Het hoort natuurlijk ergens bij het expatleven, maar ik ga opnieuw eens kijken of er geen waardige alternatieven bij het openbaar vervoer te vinden zijn (al vrees ik – wetende dat bijvoorbeeld de rechtstreekse trein van Brussel naar Basel recent werd afgeschaft – dat dat nog steeds zal uitkomen op én duurder én langer én minder flexibel).

Wat de conclusie op gebied van eten betreft (want daar gaat het hier uiteindelijk toch om 🙂 ), die blijft een beetje dezelfde als de vorige keer: niet slecht, maar niet super. Maar vooral: hoewel er nog veel onontgonnen terrein is (zelf notenmelk maken bijvoorbeeld, zoals eeuwige ecogoeroe Kelly wel deed), zijn er weer wat stapjes in de goede richting gezet en dat is uiteindelijk toch het doel van zo’n uitdagingen!

Dagen zonder vlees, verpakkingen en afval: halfweg

De Dagen zonder vlees zijn ondertussen over halfweg en dus vond ik het tijd om eens te evalueren hoe dat hier zo gaat: ik probeer immers niet enkel te letten op het vleesloze aspect, maar ook op de drie extra uitdagingen.

Dagen zonder… vlees

Aangezien ik sowieso meer dan de helft van de tijd vegetarisch eet, leek 46 dagen mij op voorhand niet echt problematisch en dat blijkt het ook niet te zijn. Op één bolletje na zijn ze tot nu toe allemaal mooi groen ingekleurd. En vooral: daar waar ik vorig jaar af en toe moeite moest doen (bijvoorbeeld een goestingske in kip onderdrukken), gaat het nu vanzelf. Hoera!

Dagen zonder vlees tussenstand (Le petit requin)

Die enige dag waarop ik vlees at, was bij vrienden thuis, omdat ik niemand wil verplichten om nu anders te koken dan tijdens de rest van het jaar. Bij mijn ouders, waar we meestal vlees eten, kookten Johan en ik gewoon zelf.
Johan doet dit jaar trouwens voor het eerst mee: de eerste dag was hij vergeten dat het begonnen was, maar sindsdien gaat hij op het werk ’s middags steevast voor de vegetarische schotel. Nog meer hoera!

Dagen zonder… uit-het-seizoen-groenten

(ok, dit bekt niet zo goed, maar bear with me for the sake of consistente titelkes aub)

Meer seizoensgroenten (Dagen zonder vlees)

Even een korte zijstap over wanneer ik een bolletje ingekleurd heb:

  • enkel lokale seizoensgroenten
  • enkel lokale seizoensgroenten en minder dan de helft van de gegeten groenten zijn van tropische afkomst

Die tropische vruchten en groenten vond ik een lastige: ginder zijn ze namelijk wel in het seizoen 😉 , maar qua verplaatsing kan je het niet bepaald ecologisch noemen natuurlijk. Uiteindelijk ben ik dus voor een verhoudingsgewijze inkleuring gegaan: de tofu met wortels, maar vooral veel limoen leverde geen bolletje op; de dag waarop ik ’s middags guacamole op mijn brood smeerde, maar ’s avonds schorseneren en champignons at wél.

Op voorhand dacht ik dat dit best wel goed zou meevallen, want “ik let daar toch al op”. Mja, niet zo hard als ik dacht blijkbaar, want ik haal net niet de helft van het aantal dagen. Het is zeker niet zo dat niet-seizoensgroenten overwegen, maar een kerstomaatje in een slaatje of een paprika in een warme maaltijd (bijvoorbeeld in deze voor het overige seizoensgerichte zuurkoolschotel) sluipt er nog net iets te makkelijk in. Of dan denk ik keigoed bezig te zijn, maar vergeet ik de seizoenskalender (die hangt nochtans aan onze frigo) te checken, waardoor ik bloemkool verkeerdelijk als wintergroente beoordeel… Werk aan de winkel dus om daar nog consistenter aandacht voor te hebben!

Gemüse Saisontabelle Schweiz (WWF)

Verschenen onder andere wel volledig goedgekeurd op ons bord:

  • Quiches: met wortelen, met witloof, met prei…
  • Soep: met champignons, met witloof, met pompoen en boerenkool…
  • Salade met geroosterde biet, pompoen en witloof
  • Risotto met schorseneren en champignons
  • Fusilli met pompoen en boerenkool
  • Tagliatelle met prei en champignons
  • Penne met spruitjes, pompoen en rode ui

Spruitjesschotel (The pioneer woman)

Dagen zonder… voedselverspilling

Minder voedselverspilling (Dagen zonder vlees)

Op voorhand was ik ervan overtuigd dat dit geen probleem ging vormen en hoewel we zeker geen foutloos parcours reden, valt de hoeveelheid voedsel die in de vuilbak verdween inderdaad mee:

  • een half potje vervallen currypasta (te lang in de frigo laten staan)
  • half potje room (blijkbaar onstabiel in de frigo gezet, waardoor de inhoud i.p.v. in de soep all over de frigo belandde…)
  • twee belegde boterhammen (ons bezoek nam dit mee voor tijdens het skiën, maar at het niet op en ik lust geen salami)
  • drie volledig verfrommelde druiven
  • twee falafelballetjes (ze smaakten ronduit vies, terwijl ze voor het invriezen wél lekker waren. Ik hoop maar dat de nog ingevroren porties niet ook om zeep zijn)

Nog iets meer opletten dus, maar voor de rest doen we vooral verder zoals we bezig zijn:

  • groentenrestjes vriezen we in om later in soep te gooien: vb. sla die net iets te verlept is om nog zo te eten, groen van prei…
  • restjes bladerdeeg van een quichebodem (die bodems zijn altijd net iets te groot voor onze vorm) gaan ook de diepvries in: na een tijdje hebben we genoeg voor een volledige bodem of maken we er zelf videetjes van voor bij vol-au-vent
  • restjes van pesto, kruiden, wijn… vriezen we (in ijsblokjesvormen) in
  • fruit dat op het randje is, zwieren we in havermout
  • brood dat net iets te uitgedroogd is, wordt een croque monsieur (of vriezen we in voor het dat stadium bereikt)
  • een restje pasta of rijst gooien we de dag erna in een salade
  • een restje choco “weken” we met warme melk: wij chocomelk en de pot meteen proper genoeg om richting glasbak te mogen
  • vervallen producten gooien we nooit weg zonder te proeven of te ruiken: ik at gisteren nog een potje yoghurt dat zogezegd al anderhalve week vervallen was en dat smaakte nog even goed (en ik weet het: idealiter eten we alles op vóór het vervalt, maar die perfectie is nu eenmaal niet altijd realistisch)
Le petit requin
Daarnaast zou het tof zijn om, net zoals bij mijn ouders thuis, ergens in de buurt beesten te hebben aan wie we echt groenafval (aardappelschillen e.d.) zouden kunnen geven. Al is er hier tenminste wel een aparte GFT-afhaling; in Brussel moest dat alles bij het gewoon huisafval (aaaargh)

Al begint het natuurlijk al bij het winkelen:

  • op voorhand een boodschappenlijstje maken en thuis al de voorraden controleren
  • niet per se de producten kopen met de langste houdbaarheidsdatum: als ik bijvoorbeeld weet dat ik room meteen al ’s avonds ga gebruiken, neem ik het potje dat het snelste vervalt
  • niet neerkijken op groenten en fruit “met een hoek af”: courgettes zijn bijvoorbeeld vrij fragiel en hebben dus al wel vaker wat plekjes, maar  – opnieuw –  als ik die toch de dag zelf of een dag later ga klaarmaken, dan maakt dat dus echt niets uit

Dagen zonder… verpakkingen

Minder verpakkingen (Dagen zonder vlees)

Tja, en dan komen we bij wat ik op voorhand slecht inschatte en dat ook blijkt te zijn. Ik heb wel strenger geteld dan DZV voorschrijft: bij hen mag je een bolletje inkleuren als je geen verpakking KOCHT, maar dat vind ik quatsch 🙂 . In dat geval zou ik namelijk twee keer per week geen bolletje mogen kleuren, omdat ik naar de winkel gegaan ben en de rest van de tijd ben ik zogezegd keigoed bezig. Tegelijk is elke dag dat ik EET uit een verpakking ook wel heel streng, want ik drink bijvoorbeeld elke morgen een tas thee. Losse thee, dat wel, maar die zit natuurlijk ook in een zakje… Ik heb dus een bolletje gekleurd als ik die dag geen verpakking WEGGOOIDE: die thee – maar ook pasta of rijst -, tellen dus niet bij elke tas of portie mee, maar enkel als het pak op is. En zo krijg ik meteen een overzicht van hoe vaak ik groenten en dergelijke eet die verpakt zijn in plastic.

En dat is dus bedroevend vaak: sowieso heb ik het heel lastig met de keuze tussen bio en verpakking, want het blijkt (hier in de buurt alleszins) onmogelijk om de combinatie van die twee te vinden. Normaalgezien gaat mijn voorkeur dan naar bio, ten koste van de verpakkingen. Tijdens deze Dagen zonder Vlees heb ik er op gelet – ik geef toe, niet altijd -, maar ook wanneer ik niet-biologische groenten wil kopen, is het resultaat vaak om te bleiten: van verschillende groenten bestaat er gewoon geen onverpakt alternatief! De boerderij hier vlak bij ons heeft jammer genoeg enkel (niet bio) wortelen, aardappelen en appels; niet bepaald genoeg variatie dus om daar naar over te schakelen.

Le petit requin
Deze supermarkt doet het iets beter dan onze reguliere, maar ligt jammer genoeg ook een pak verder. Goed voor af en toe dus, maar te tijdsintensief om daar altijd onze boodschappen te doen.

Daarnaast moet ik toegeven dat ik mij de laatste weken teveel heb laten gaan in snoeperij (stress en boefen, dat is jammer genoeg een niet kapot te krijgen alliantie hier). En ja, een chocolaatje hier, een cupcake daar… dat zit natuurlijk allemaal verpakt, waardoor ook dagen waarop ik onverpakt kookte, toch geen bolletje verdienden.

Gelukkig was het niet allemaal negatief, zo ging ik het voor het eerst naar een verpakkingsvrije winkel. Ik kocht er dit keer enkel zonnebloem- en pompoenpitten, maar ga er in de toekomst zeker nog langs voor o.a. zout, zaden en pasta (al hoop ik dat ze heel snel ook volkorenpasta in hun aanbod opnemen, want dat eten we vaker dan de witte variant).

Verpakkingsvrij winkelen (Le petit requin)

Daarnaast lette ik er ook voor het eerst op om niet alleen onze eigen grote zakken mee te nemen naar de winkel (al jaren een evidentie), maar ook aparte, kleine zakjes voor champignons. Die kunnen we namelijk los kopen (een van de weinige hoeraatjes voor de supermarkt in deze), maar ja, je smijt zo’n champignons niet los tussen de appels en wortels als je geen puree wilt hebben tegen dat je thuis komt, waardoor ik tot nu toe daarvoor wel een papieren zakje (met plastic venstertje, bah!) nam. Bij deze is dus hopelijk een goede gewoonte gestart!

Conclusie halfweg

Er kan nog veel beter, maar echt slecht zijn we niet bezig. Op twee van de vier gebieden doen we het heel goed (vlees en verspilling), bij de seizoensgroenten moeten we onze aandacht er wat meer bijhouden, maar vooral bij de verpakkingen is er nog werk aan de winkel! En dan bedoel ik zowel bij ons persoonlijk als bij de winkels, want verdoeme toch, stopt eens met alles in plastiekskes te steken!

Fair wear Friday (6)

Dat de Fair wear Friday-reeks (naar het initiatief van Ma vie en vert, Villa Lisa en Juffrouw Sanseveria) op deze blog niet uitgebreider is, ligt vooral aan mijn cameravrees. Zet mij er achter en ik ben volledig in mijn element, zet mij ervoor en ik schiet in een kramp. Toch blijf ik volharden: enerzijds omdat ik wel fan ben van foto’s van kleren op “echte mensen”, anderzijds omdat ik misschien toch wat meer zelfvertrouwen zou mogen krijgen aan die “verkeerde” kant van de lens. Voor deze wandeleditie heb ik er mijzelf een beetje makkelijk vanaf gemaakt, omdat de foto’s tijdens onze wandelingen in Zwitserland en – voornamelijk – Zuid-Afrika genomen werden en er dus geen geforceerd geposeer bij kwam kijken.

Logo Fair wear Friday

De aanleiding voor dit bericht zijn de nieuwe rugzakken die ik in januari kocht en waarvan ik jullie al een kleine preview toonde. Dit keer mogen jullie ze in vol ornaat bewonderen, wat misschien wat overdreven klinkt voor rugzakken, maar aangezien Deuter sinds 2011 lid is van de Fair wear Foundation en daar de titel “Leader” (ofte: doing exceptionally well) toegewezen krijgt, is dat toch wel terecht.

FWF 6 (Le petit requin)

Minstens even belangrijk is natuurlijk of het ook comfortabel wandelen is met die rugzakken en dat is voor de kleine zeker het geval (dat ik op een van onze wandelingen schouderpijn had, lag aan mijn eeuwig-en-nu-nog-wat-meer verkrampte schouders, niet aan de rugzak). Het is een vrouwenmodel van 20L en daardoor perfect voor dagwandelingen: groot genoeg om eten, drank en reservekledij mee te nemen, maar ook niet zo groot dat ik mij onnodig ga overladen.

De grote versie, het Nepalmodel van 60L – met mogelijke uitbreiding naar 70L – heb ik nog niet kunnen uittesten (of toch niet meer dan kort als bagage in de luchthaven), maar dat zal deze zomer zeker gebeuren.

FWF 6 (Le petit requin)

En nu we toch bezig zijn, besloot ik ook eens te kijken naar de rest van mijn outfit. Van boven naar beneden:

  • Jas: van het merk Sprayway en die scoren “Good” bij de Fair wear Foundation. Ik durf niet met zekerheid zeggen dat ook mijn regenjas daaronder valt, aangezien ze zich aansloten in 2012, maar hun eerste volledige brand performance check in 2014 plaatsvond. Ik kocht mijn jasje in 2013… Hoe dan ook is het goed te weten dat ik bij een toekomstige opvolger – die hopelijk nog lang op zich laat wachten – normaalgezien terug op dit merk kan vertrouwen.

FWF 6 (Le petit requin)

  • T-shirts: de eerste zwakke factor van mijn wandelkledij, want hier is niets fair of eco aan. Praktisch zijn ze wel, omdat ze snel drogen – altijd handig als je meerdaagse wandelingen doet – en vrij goed zweet absorberen. Ik gebruik ze daarom ook als loopt-shirts in de zomer, zeker de blauwe, want die is assorti met mijn loopschoenen 😉

FWF 6 (Le petit requin)

  • Mijn twee lange wandelbroeken – een kaki en een donkergrijze, beiden met een rits om te vormen tot short – zijn van The North Face. Hoewel dit merk jammer genoeg geen enkel eco of fairtrade label draagt, hebben ze wel een recyclingprogramma en zijn ze van plan om tegen 2020 alle voor het milieu schadelijke chemische stoffen – nu gebruikt voor o.a. de waterafstotende coatings – uit hun productieproces te bannen. Niet perfect, maar op zijn minst sluiten ze hun ogen niet volledig voor de problematieken in de kledingindustrie.

FWF 6 (Le petit requin)

  • Schoenen
    De tweede slechte factor, toch wat fair wear betreft, want qua comfort en slijtage ben ik er wel tevreden over: ze zijn van het merk Hawks, ook wel gekend als een huismerk van de Makro en aangezien die winkel geen enkel label draagt, zullen deze schoenen dat ook wel niet doen.

FWF 6 (Le petit requin)

Rapport

Punten gaan naar:

  • kleding van eco/fairtrade merken
  • kleding uit tweedehands winkels of tweedehands gekregen van iemand
  • kleding die zelfgemaakt is

En dat geeft dan voor deze outfit:

  • Rugzak: 1/1
  • Regenjas: 1/1 (ik ga er even vanuit dat Sprayway in 2013 zo niet perfect, dan toch al wel goed bezig zal geweest zijn)
  • T-shirt: 0/1
  • Broek: 0,5/1 (wegens geen labels, maar wel eigen programma)
  • Schoenen: 0/1

Totaal: 2,5/5

Net de helft, wat al bij al niet slecht is voor een outfit die deels werd samengesteld voor ik nog maar gehoord had van dingen als fair wear. De t-shirts en de schoenen ga ik rustig verder verslijten, maar als opvolgers ga ik toch andere merken uitzoeken. En gelukkig zijn er wat dat betreft – en eigenlijk tegen mijn verwachting in – best veel opties. Zo scoren bijvoorbeeld ook Jack Wolfskin, Vaude en Mammut heel goed, wat betekent dat er in de toekomst geen enkele reden is om niet volledig fair de bergen in te trekken!

Fair wear Friday (5)

Deze week is het week van de Fairtrade (ale, toch in België, die Zwitsers doen daar precies niet aan mee of anders toch in stilte) en dus het ideale moment voor een vervolg op Fair wear Friday, nog steeds een initiatief van Ma vie en vert, Villa Lisa en Juffrouw Sanseveria.

Logo Fair wear Friday

De vorige keren deed ik een outfitpost, dit keer toon ik jullie mijn sjakosj!

FWF 5 (Le petit requin)

Ik kocht ze in de plaatselijke fairtrade winkel, alwaar men mij wist te vertellen dat er wordt samengewerkt met een atelier in Calcutta, India, waar de arbeiders onder goede omstandigheden en voor een goede verloning werken. De tas is gemaakt van namaakleder, wordt manueel in elkaar gezet en de motieven worden er handmatig op geverfd, waardoor geen enkele tas identiek is (al lijken ze uiteraard soms wel heel erg op elkaar).

FWF 5 (Le petit requin)

Tot nu toe waren mijn handtassen altijd éénkleurig en ik had er eigenlijk al langer eens zo eentje als deze moeten kopen, want tegenwoordig word ik ’s ochtends soms (al naargelang hoe vroeg het is 😉 ) instant vrolijk van het motiefje en de felle kleurtjes.

Naast leuk is ze uiteraard ook praktisch: groot genoeg voor A4-documenten, maar tegelijk ook niet zodanig groot dat ik moet graven naar sleutels of mij kan overladen met zaken die ik twee weken ervoor nodig had. Het bekijken van de inhoud deed mij trouwens denken aan een van de opdrachten van projectblogboek, dus als jullie mij toestaan om even twee vliegen in één klap te slaan 😉

#projectblogboek

Bij deze de inhoud van mijn handtas, klaar voor een dagje universiteit:

FWF 5 (Le petit requin)

  • pennenzak
  • portefeuille (er bestaan assorti portefeuilles bij de handtas, maar ik ben er nog niet uit of ik dat ga doen; indien wel, dan vermoedelijk wel in een andere kleur, maar hetzelfde motief. Maar sowieso moet de huidige nog een pak meer verslijten voor ze aan vervanging toe is)
  • zelfgemaakte agenda
  • mapje met de te lezen artikels voor deze week
  • notaboekje
  • “cursusboek” (geen echte syllabus, maar wel een boek waar vaak naar wordt verwezen)
  • fototoestelletje (onmisbaar voor mijn Project 365)
  • lippenbalsem
  • sleutelbos
  • gsm (en ook al ziet hij er zeer ouderwets uit, hij is nog maar een jaartje oud)
  • fluostift en stylo (die, gezien de pennenzak, vermoedelijk wat overbodig lijken, maar er standaard inzitten, zodat ik altijd iets om te schrijven / aan te duiden heb, ook wanneer ik mijn pennenzak niet bij heb)
  • dit keer niet, maar soms wel: mijn waterfles (in dit geval zat ze samen met mijn brooddoos in een apart zakje)

Valt best wel mee, toch? Dat is alleszins een voordeel aan de combi werk-studie: ik moet zodanig vaak wisselen van handtasinhoud dat er weinig overbodige brol in terechtkomt (hoeraatjes en veel dankbaarheid van mijn rug).

Zin in nog meer fair wear? Neem dan zeker een kijkje bij:

Dit is de veertiende post voor #projectblogboek, volgens haar idee, gebaseerd op haar boek.